Categorie: erger

berichten zonder categorie of over gematerialiseerde ellende of over literatuur of erger

Americana

1.Met het oog op de uitgang, uit,

nemen we plaats zowat

in het midden van de bioscoopzaal.

 

Rechts van ons zit Ludwig Wittgenstein,

naast hem Barosso.

Voor ons een gezin met acht kinderen.

Daar zou jij uit voortkomen.

 

Het Wilde Westen slaat volop toe.

Koewachters hoeden hun vee

van onder hun hoed.

 

 

Ze schieten pas

als de Indianen komen aangerend.

 

Er is al lang geen vee meer om te hoeden,

noch indianen om te verdrijven.

Ze schieten dan maar elkaar neer.

 

 

 

2. Zonder zorg om de uitgang,

onze plaatsen zijn genummerd,

gaan we zitten in het paleis.

 

Rechts van ons zit mijn collega,

verrast, wat verder naast hem

Barosso.

Wittgenstein is er niet meer bij.

 

Een oeroude neger met een band

speelt op zijn saxofoon

ons van onze sokken.

 

 

 

1. En vue de sortir, sortie,

nous prenons place pratiquement

au milieu du cinéma.

 

A notre droite, Ludwig Wittgenstein,

à côté de lui, Barosso.

Devant nous, une famille de huit enfants.

 

C’est de là que tu sortiras.

 

Le Far West sauvage bat son plein.  

Les gardiens des vaches gardent leur troupeau

de sous leur chapeau.

Ils tirent tout juste

quand les Indiens arrivent en courant.

 

Il n’y a plus de troupeaux de bétail

depuis longtemps,

ni d’Indiens à expulser.

Ils se tirent alors dessus.

 

 

2.         Sans se soucier de la sortie,

nos places sont numérotées,

on s’assied dans le palais.

 

À notre droite se trouve mon collègue,

surpris, un peu plus loin à côté de lui

Barosso.

Wittgenstein n’est plus là.

 

Un très vieux nègre avec un groupe

joue du saxophone

à nous faire tomber hors chaussettes.

Strandlied

Strandlied

 

Onze machine is een orkest
dat om de dertig meter
langs de branding van de wereld
de grenzen gaande houdt

Het stampen is de saxofoon
van de alleroudste hartslag
de jongste die ons bekwam
& altijd bij de lesstof houdt

Elke dertig meter wordt gekucht
door de dwalende passant
langs de eeuwenoude branding
slipperend door het zand

De machine houdt ons gaande
tijdens de eindeloze tocht
hartslag bewaakt de dwaler
& diens weifelende tred

Groter, groots de mechaniek
die de dwalers langs het strand
vangt in haar raders & ritmiek
een kuch is voldoende, volstaat

elke dertig meter
voor de dwalers door het zout

Boef of dief

Wat kruipt daar door het hoge gras,

wat kruipt daar door het lage gras?

Is het de dood, is het een dief?

Het is dan ook nacht.

Sluipgraag kruipt hij niet maar tippelt.
Het moet niet altijd de dood zijn die bij nacht.

Aan den Herfst

            Aan den Herfst

Getij van mist & rijpe vruchtbaarheid
   dierb’re boezemvriend der oude zon –
met hem beraamt gij de zegenrijke vracht
   van zware trossen hangend rond de pergola,
doorbuigt ’t bemoste hout van beladen appelaar,
   verzadigt ’t fruit van wasdom tot in de klok
      – pompoen zwelt op, hazelnoot sterkt aan
   vol zoete kern – & voor ’t ontluiken, nee,
ontboezemen, de blommen voor de bij,
totdat zij meent dat warme dagen eeuwig zijn:
   de zomer overloopt haar kleverig verblijf.

Wie heeft u niet ontwaard zo vaak in uw depot?
   Somtijds wie ’t elders zoekt, zal u ontdekken
zorgloos zittend op de graanschuurvloer,
   uw lokken licht optrillend in de ziftende wind –
of in half beoogste voren diep in soes & sluimer,
   bedwelmd door de papaverdamp, wijl uw sikkel
      de volgende garve spaart & al heur twijnen,
& lijk een arenlezer bijwijlen strekt gij strak
   uw zwaarbeladen kop over de volle breedte van de beek,
   of schouwt gij bij de ciderpers met geduldige
oogopslag het laatste sijpelen uur na uur.

Waar zijn de lentezangen? Ja, waar blijven zij?
   Ach laat ze toch, gij bezit uw eigen lied –
wijl aaneengesloten wolken prijken boven de zoet
   ebbende dag & dopen de stoppelgrond in roze,
dan rouwen de muggetjes in weeklaagkoor
   rond de waterwilgen, omhooggetild of
      neergezonken gelang de bries zwelt of kwijnt,
ferme lam’ren luide blaten van de heuvelstroom,
   heggenkrekels tjirpen, & hoog & ijl nu
   fluit ’t roodborstje van een tuinperceel,
      wijl wolken zwaluwen sjielpen in de hoogte.

  

 

naar John Keats

 

 

ill. J. van Oort, Zwaluwen boven Geldrop

RADIO KLEBNIKOV 09/11/2019

Beluister de uitzending op Mixcloud:

Download de bijhorende
RADIO KLEBNIKOV WEEKBLADEN #6
DE VISMAN VAN LEMURIA



met een deel van de voorgelezen teksten van
Anke Veld, Arthur Rimbaud, Dirk Vekemans, Guido Utermark, Hannah Duchamp, Harmen Verbrugge, Jerome Rothenberg, Jürgen Smit, Sarah Michaux, Paul van Ostaijen en Adriaan Krabbendam.

Verder nog in de uitzending o.m. enkele fragmenten uit de Vier geschriften van de Gele Keizer, ‘Ubi Sunt’ van Carlos Marzal, Lucebert, Marije Langelaar, August Verleyen, Hans Van Straaten, Harry Mulish, 3 uit ‘Droom’ van Kees Ouwens, mismeesterde flarden uit ‘Amphibious Maidens‘ van Suzanne Livingstone, Luciana Parisi en Anna Greenspan, enkele scenes uit het Rode Ridder album ‘De Koraalburcht’ van Willy Vandersteen…alsmede enige stichtende kapittelen uit de Koran en uit ‘De Kunst van Beminnen en Bemind te Worden’ door Dominique Le Bourg

Wat zou jij met het prijzengeld doen?

 

Jij was zo’n type uit de bijbel

of anders een medewerker van een kringloopwinkel

met een afkeer van kleingeld

 

terwijl ik liggend een profane hostie

in nepbloed doopte

en mijn nieuwste bijnaam proefde

 

regende het gemeente pils

en dronk de stad zich zat

omdat ze niet anders kon

Ik weet een parkeerplek waar je niet kan betalen

Je moet bij een gebied zijn
waar niemand is
dan moet je echt keihard draaien
daar kan je je gang gaan

hij is bezig met drugs
echt nare dingen
de focus is hij kwijt
de realiteit gemeten in geld

hij heeft zijn certificering gehaald
al waren het klootzakken
je bent ze wel kwijt
om je targets te halen

ik ben ook maar een mens
dat is een goed punt
dit was eigenlijk mijn gedachte
dat wij bij jullie thuis komen logeren

het is een gesprek van tien minuten
laten we heel realistisch zijn
we hebben allerlei opties
anders gaan we naar plan c
is geen probleem
we stellen het op prijs
als je ons ’s avonds thuis brengt

ik ga je om negen uur whatsappen
Gods zegen
de dagmeditatie is altijd heel belangrijk
dit doet mij goed
dit doet jou goed
dit doet ons goed
we zijn goed bezig

ik ben zes uur onderweg
en dan moet ik ook nog terug

 

 

Ik hoorde gistermiddag dat Harry

een gehoorapparaat had van zijn overleden broer

ik vroeg of hij daar nog berichten mee kon ontvangen

maar zijn ex zei dat ze een nieuw apparaat zouden gaan kopen

 

ik zou  haar Ali Baba kunnen adviseren

maar zelf liet ze haar gehoor daar testen

en alles was in orde terwijl ze zelf zegt

niet alles te kunnen horen in gezelschappen

 

nu even biologische koffie

en twee chocolade koekjes

later weer meer

later weer meer

Nabeeld

Nabeeld

 

Vergeten kun je me niet
ik kan je niet beroeren wanneer ik dat wil
ik besta slechts
in herinnering

Sluit je ogen en wees eerlijk
zie je me nog?
hier ben ik zeker niet

Wend je blik ten hemel
reik me de ring die ik achterliet
je denkt aan mij
al ben ik niet langer hier

Er zijn er die bijwijlen aan mij denken
jij blijft me maar vaarwel zeggen
al weet zelfs ik niet dat ik niet meer ben

Ik bezie je met aandacht
tot ik je op een dag zal meevoeren
doe wat je kan zolang je kan

Mijn nabeeld
als jij het leven voedt
is me om het even

Ik heb er lang naar geloerd
niets aan mij gaat teloor

 

Maya Inoue

 

 

 

「残像」

貴方は私を忘れることが出来ない
触れたくても触れられない
記憶の中だけで
私は存在するの

目を閉じれば鮮明に
私が見えるでしょう?
でも、私は居ないの

天を仰いで
私の残した指輪を手に取って
貴方は私を想う
それでも私はもうこの世にはいない

色々な人々が時々私を想うわ
貴方は常に別れた私を想うのね
皮肉ね、私が居ないことも知らないなんて

私は貴方を見ているわ
いつかお迎えが来るまで
その世界で頑張りなさい

私の残像が
貴方の生きる糧になるならば
構わないわ

ずっと見てるから
私を忘れる事なんてないのよ

 

Maya Inoue https://www.facebook.com/photo.php?fbid=2357248671202450&set=pb.100007520204230.-2207520000.0.&type=3&theater

 

foto: Tetsuro Higashi https://www.facebook.com/teturou.higashi/photos?lst=100012577549335%3A100002554400198%3A1573159667

 

Golfslag

Golfslag

Toch zonde om
weg te gooien.

Heer van ’t Kleibos1

 

Matig uw min en de maagd
sluiert zich met nimbus onversaagd
– haar duist’re bark een akker
& zelfs de nacht raakt wakker

Zie drievouds haar belapte masten
bergen nauwelijks heur lasten
– uw voltallig lust & vreugd
onstuimig als der minne deugd

Uit haar gulle handen eet gerust
gloed overdaad granaat & appel
al het voedzaam roze dat indigo sust

Zo goud blikt heur zog te sappel:
slechts wint haar vrucht die waagt
haar wiegend te beslapen tot ’t daagt

 

 

 

1motto & openingswoord ontleend aan F. Starik (1958-2018)

ill. Odilon Redon, La bargue (Vièrge nimbeé ), 1898

 

she,straddling my lap,

              she, straddling my lap,
hinges(wherewith I tongue each eager pap)
and,reaching down,by merely fingertips
the hungry Visitor steers to love’s lips
Whom(justly as she now begins to sit,
almost by almost giving her sweet weight)
O,how those hot thighs juicily embrace!
and(instant by deep instant)as her face
watches,scarcely alive,that magic Feast
greedily disappearing least by least—
through what a dizzily palpitating host
sharp inch by inch)swoons sternly my huge Guest!
until(quite when our touching bellied dream)
unvisibly love’s furthest secrets rhyme.

e.e. cummings

 

(from Late Poems, in ETCETERA – The unpublished poems of EE CUMMINGS,
ed. G.J. Firmage & R.S. Kennedy, Liveright, New York London 1973-1983)

 

ill. Maurizio Barraco, El recuerdo

Ik ben de googlekoe

Ik ben de googlekoe

 

gorgelgoochem reis ik met u
mee langs alle uithoeken
van het vreemdgetaalde & weer terug

vrees niet, niets is veilig
voor mijn babelbabbel
aar & kous van ver & der

ook een grijnslach kan ontlokt
aan een bloedend enjambement
niets is veilig, alles went

er staat hier een abeel te dorren
volgens het rode kruis
komt ie er wel bovenop

estafette is een spel, geen
metafoor, kleuren maken expres
u van de wijs. in het groen

dansen de nog schaarse insecten
ruiggerokt de homerushommel
in de snotgele hars van dennen

we houden wel van een verzetje
zolang er iets te smikkelen is
jij bij voorbeeld, zoals je

alles opent en begrijpt het zweet
van stierenochtend wolkengoud
taal is zand & spaans benauwd

zo zout krijg je ’t niet meer
op je bord van alledag
niets is veilig, alles went

 

~

Schoonheid haar kleed

 

Schoonheid haar kleed, lijk de nacht
zich wolkloos hult in duister hemelrag,
en al de fraai oplichtend sterrenpracht
glanst van haar aanblik en oogopslag:
zo nu verbloost het licht en haar verzacht
dat het spansel ontzegt den wulpse dag.    

 

~

 

naar Lord Byron

 

 

ill. Maurizio Barraco

Wij zijn woorden

            Wij zijn woorden


Wij zijn woorden.
           Je vervoegt mij, wij gaan aan de haal.
Verberg mij in alinea’s.
En wij schuilen in de taal.
             Neem de letters voor lief.

Wij lopen schreef in uw verhaal.
Wij zijn woorden.
             Alleen de naamval plukt me kaal.
Vergeef ons dat ik beef.

Elk woord een oord.
Waarin wonen schuilen is.
            Een vissersbootje zonder vis.
Neem ons voor lief.

 

 

 

ill. Odilon Redon

Mirakel

Hemelkleurige pels
zo licht,een mozaïek
van oude zijde
ben jij,
jij olieplasdier in warmblauw.
Bevroren pijl
uit de regenboog!

Altijd een iris
om het oog te spiegelen.

Cirkels in edelsteen,
lapis en turquoise
gezet in gouden kringen,
een flodderig juweel
in bruin fluweel,
losgezongen van dat
wat trekt.

Glanzende zij en broze nerven,
breekbaar borduurwerk,dat
ben jij!
O,onbegrijpelijk geweven oermaterie,
kosteloos kostbaar,

wisbaar wonder,
teder mirakel.