Category: erger

berichten zonder categorie of over gematerialiseerde ellende of over literatuur of erger

advertentie

Portrait of the Artist as a Woman (dv’s previous reincarnation as J.D., a Parisian prostitute)
4 . CIEL BROUILLE & THE MERMAID




⇒  leden. Van elkeen der stervenden afzonderlijk hoor ik
    de stem in het kraaien dat een krijsen is, dag na dag,
    van de haan daarbuiten. Met zovelen zijn ze en toch
    is elkeen te onderscheiden. “Ik zie de mensen, zij lopen 

    als bomen”. De zaal zit vol. Jouw hand drukt op mijn vingers
    die jou binnendringen, onder je rok van zijde. Een pauw
    is er ook, ginds in de verte. Je test met je tong hoe stevig
    je verhemelte nog is, je andere hand nijpt en ik wrijf. Wrijf.

    Alleen ik zie hoe de tijd scheurt en breekt in jouw blik.
    Onbeperkte toegang tot al onze botrooms voor premium      ⇒

 

 

LEEST ALLEN STRAKS  het langverwachte deel  4 . CIEL BROUILLE & THE MERMAID van het in 1996 (!) gestarte programma ‘La Vie Sexuelle de Charles Baudelaire’ waarin stukjes tekst van het Baudelaire-corpus worden geënt aan nieuwe scheuten tekst om zo nieuwe monsterlijke hybriden te vormen, zgn. cirkelzangen, negenregelige meerstemmige verzen met veel seks en geweld die met lyrieke stem voorgelezen en herhaald dienen te worden tot in den Treure (een café bij Begijnendijk)  opdat de Vlaamsche priester-dichters hun koorknapen zouden ongeschonden laten (alle testen met infuzen van wormenkruid en rododendrontakkensap ten spijt is deez ‘t enige dat écht schijnt te helpen, eilaas).

In deel 3 van dat omstreden maar platgelezen werk (dat momenteel wordt hernomen via http://dirkvekemans.com in het Gedicht-van-de-Dag-programma) zagen we al dat de enten uit Les Fleurs du Mal eerst in de titel zelve gekruist werden met een boomgedicht van de relatief onbekende Zwitserse dichteres Anne Perrier. In dit deel gaat den Booischotse Barbaar nog een stap verder en wordt er lyriek van niemand minder dan William Butler Yeats versneden met de Charleske Verzen! De opgetrommelde geesten der Dooden Nederlandsche Literatooren sudderen en sidderen aan deze druk omkakte Literarische Pleestoel en de Hollands-vakkundige Beheersing en Matiging vliegt in spetterende bruine vlagen ter pot bij zulk een gewaagde Exemplarische Stoelgang van het gekende stuk Misbaar DV van en te NKdeE!!

 

Deelt u aub deze advertentie veelvuldig doorheen geheel de Republiek der Letteren, zorgt zeker dat alle 120 resterende leden het op hunne smartenfoon zouden kunnen ontvangen! De Nieuwe Teksten worden vanaf (effen tellen) donderdag 23/08/2018 te 02:03 GMT+2 dag na dag verschijnen, als Gedicht van de Dag nog wel, ook al een primeur, na 400 dagen eindelijk ‘s een nieuw nog geheel ongelezen gedicht vers van ‘t ankeveld, waar gaan we dat schrijven? op http://dirkvekemans.com, dus.

Gaat heen in lust en vrede, vraagt ewa subsidie aan  en vermenigvuldig u nog rap, nu het nog kan!

La Vie Sexuelle de Charles Baudelaire II,6

La froide majesté de la femme stérile

ex nihilo nil (de benen bengelen) nemo
creavit : net noch vijg noch vet noch vis
(binnensmonds gejubel registrerend soms
kantelt in het duister nog dit brandpunt)

(open diafragma, lichtval schaduwloos
op dit dat zich verheffen wil tot dat
en het wachten samenvat met einde
lichtval, diafragma sluiten, duisternis)

ofschoon niet echt berustend in verdoemenis

 


Het Gedicht van de Dag komt vandaag uit La Vie Sexuelle de Charles Baudelaire (1996 -2018) – alle teksten van dit programma

Over het ‘Gedicht van de Dag‘- programma

 

Sterren boven Rotterdam

 

Ik houd me verre van vallende sterren
Het is namelijk doodeng te denken over het wel en wee van het universum
Wie het zwart achter het blauw van van Gogh niet kent heeft niets gezien
Maar ik wel! sodemieter! ik wel!
Hieraan zou ik dan nog wat dichtregels kunnen plakken
Bijvoorbeeld hoe fijn het is dat mijn ‘Avondland’ is weergekeerd
Of dat Barcelona – Sevilla 4-2 staat en Barcelona 68% balbezit heeft
(eerst stond het nog 3-1, toen 4- 1)
Zo snel gaan zulke zaken heden ten dage!
Maar met sterren wil ik niets te maken hebben
Die zijn allemaal doodsangstjagend, doodsangstAANjagend
Dus donderdagnacht, 13 augustus 2015, ga ik echt nergens naar kijken
Wanneer tachtig tranen, allemaal zonen van Perseus
in meteorenzwerm ons firmament voorbij schieten kijk ik niet
Ik ben niet gek!
( het staat nu dus 4-3)
Ik bedoel maar
( 4-4)
Er valt geen pijl op te trekken
Iedereen moet doorvoetballen in Tblisi!

Voor mij is vrijheid geluk

 

Een soort van geschoren pixie-kapsel

ja, ik ben best wel paradoxaal

en dit is een van die paradoxen

 

ik ben van nature iemand

die erg houd van alles

wat niet goed voor je is

 

ik draag altijd Molecule 01

maar ik vind het best wel een ding

dat die steeds bekender wordt

 

hoewel ik sporten helemaal niet leuk vind

vind ik het Vodafone-gevoel erna wel fijn

je moet het gewoon doen

 

ik ken niemand die zich beter voelt over zichzelf

door een compliment

ik sluit niets uit in het leven

 

mensen reageren soms best geschokt

als ik zeg dat ik dertig ben

daar heb ik wel moeite mee

 

ik vind het helemaal niet normaal wat ik doe

echt niet

ik ben ook heel blij dat ik weet wat ik wil

 

het enige wat ik probeer te doen

is méér dingen doen

ik kan makkelijk loslaten

 

het is mijn vloek

en mijn zegen

dat ik geen back-upplan heb

 

 

Viola d’amore

Viola d’amore

 

o mijn pergola, hoorde je dat?
de aren strijken langs elkaar
en elke ruwe klank vergaat
vrijwillig in haar vijver waar

prinsessen twee emmertjes water
halen in het vliedgezang van bach
met vioolgesnater & springgeklater
van hun zilv’ren vissenlach

het bassen van de bedding mag
liever vier maal vier maal vier
uw verlieven aan de held’re dag
onderschrijven met zijn tranenwier

o mijn pergola, van tuiten zat
volg ik uw zuchten, ben uw hert
dat aan de oever zingen staat
bij uw zesde brandenburgconcert

 

 

 

ill. Gustav Klimt, Vissenbloed

 

 

 

https://www.youtube.com/watch?v=YZW791uMSAQ

 

 

 

 

 

 

 

 

De mystici

      DE MYSTICI

zij waren in staat alles terug te brengen tot een theelepeltje.
de essentie. nergens meer voor terugdeinzen. ik sprak drie
dagen niet, en winkelstraten werden per opbod verkocht.
langharige zwendelaars kwamen ten slotte zover dat ze niet
alleen zichzelf maar ook alle nabestaanden en nietbestaanden
wisten te bedriegen. belangrijker is, wat levert ’t op. dit is een
mooi boek, ik raad het iedereen aan. van jong tot oud zullen
we de zweetdroppels van het voorhoofd wissen. het is alsof
er niets gebeurt.

      voorts het over & weer aanmanen van licht. het wordt dubbel
gespiegeld in kleine glimmende zandhopen, her & der over de
vloer, die samen het portret van de desbetreffende moeder vormen.
vormen die, alhoewel niet algemeen geaccepteerd, toch wijd verbreid
zijn. al het aanwezige licht stroomt van & naar het ene raam.

      boven ontspoorde het op mystieke wijze.
      lichtbundels van allerlei aard.
      een rare oude man.
      ze trachtten een beproefde formule om te buigen.
      dit werd nix.
      ik sta erop dat “alles” “iets” betekent.

*

 

 

ill. Philco Predicta

 

 

 

 

 

 

 

Calque-Musette #3

tekstuitdraai bij de C-M van 18/05/2018

 

dageraad. het vonkt. onvolkomen groeit
de eenzaamheid, doorgang in het lege
van de passage.

geen sentiment waarom kan worden gejammerd
maar een evident en klaar gebeuren, zekerheid voorbij het denken:
ik ben alleen, dus blijf ik hier maar wat te denken staan.

een korte bloei van mededogen
is de liefde die in het afwezige
het vertrekken van het verlangen
aankondigt, nog voor het verlangen
het afwezige naar zichzelf genoemd
en aan zichzelf gegeven heeft, geil weerom
van zelfhaat om haar eigen falen, straks.

zoals water het geheugen is van vis.

zo noem ik mij niet mij en ook niet helemaal alleen
terwijl haar wilde halen een lieftalligheid
te branden stookt, in zichtbaar
destructieve stormen steekt,
offert aan mijn uitspraak van uw wens

(uw medeplichtigheid bewezen door
dat razende ontkennen dat niemand
hoort of horen wil).

 

 

ik wacht tot held’re vissen zingen

 

ik wacht tot held’re vissen zingen

tot namiddags weifellicht vergeten

doet dat schimmen zijn de mensen

& ijl verdwijnend in wraakzuchtige

      & voortvluchtige raamkozijnen

 

van de middag tot de avond is

je stem niet meer dan doorzichtig

vlammenspel vloeibaar katoen

      & schijnwerpersfatsoen

 

ik denk dat held’re vissen zingen

& zo aan de even einder jij

verdwijnt in glazen uitstulpsels

van een in dit licht vergeten

      & voortvluchtig schimmenspel

 

 

(1982)

 

 

 

 

ill. Odilon Redon, Geboorte van Venus

 

 

 

 

Spiegelliefde

Spiegelliefde

 

In schemerwater zoekt zichzelf
hoe vreemd het was en is
in het weif’lend plasgewelf
de vrouw betekenis

Haar beeltenis danst en kleurt
valt samen met het hemelbeeld
en de avond kust en geurt
terwijl zij hem droom’rig streelt

Hij wist het niet, lag mak
te twijfelen aan de droom
die hem bezocht – zijn schroom

Tot door het dansend waterdak
haar speurend oog doorblonk
en alles in een kus verdronk

 

 

 

 

 

ill. Odilon Redon, Spiegeling

 

 

 

 

 

 

 

 

Waarschuwing voor kinderen

Waarschuwing voor kinderen

 

Kinderen, mocht je denken
aan de grootsheid, vreemdheid, veelheid,
schittering van de zeldzaam unieke
grenzeloze wereld die je zegt
te bewonen, stel het je dan zo voor:
Brokken leisteen rond bespikkeld
rood en groen, rond getaande
gele netten, rond wit-met-zwarte
velden dominostenen, waar
het keurig bruine pakpapier
je verleidt het lint los te knopen.
In het pakje een klein eiland,
op het eiland een enorme boom,
aan de boom een gigantische vrucht.
Pel de vrucht, ontdoe haar van de schil:
binnen in de pit zul je ontdekken:
brokken leisteen omgeven door bespikkeld
rood en groen, ingesloten door getaande
gele netten, gevangen in wit-met-zwarte
velden dominostenen, waarrond
hetzelfde keurig bruine pakpapier –
Kinders, laat het lint met rust!
Want wie waagt het pakje te ontsluiten
zal er zelf zomaar in verdwijnen,
op het eiland, in de vrucht,
brokken leisteen rond z’n kop,
merken hoe hij is ingesloten door
gespikkeld groen en rood, door getaande
gele netten, en door zwart-met-witte
velden dominostenen, met
hetzelfde bruine pakje
immer ongeopend op z’n schoot.
En, mocht hij dan denken
aan de schittering, veelheid, vreemdheid,
grootsheid van de grenzeloze, unieke,
zeldzame wereld die hij nog altijd meent
te bewonen – dan trekt hij aan het lint.

 

naar Robert Graves, Warning to Children

 

 

 

 

 

ill. Jozet Berkhout, Golfbrekers

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Egozalf

Als je het niet meer weet
bij wie kan je je dan vertroosten
in een bunker van vertrouwen
gepokt en gemazeld
gepolijste kamers besloten

men beweert maar mijn geloof is tanende
waarom al dat geroep en gewauwel
hoort u mij
niets anders dan egozalf
ik observeer het hele theater
roep heel hard
boe  

spoor mijn fantasie aan en verdwijn in galop
mijn eigen ridder in nood
gezond verstand is niets anders dan wat we
bekend achten

hersenen een grabbelton van
willekeur en impuls
ik geloof dat ik er een nachtje over slaap
de regisseur verdwenen

ik droom onverwachte zaken en niets verbaast
vrije val in wat ongewis lijkt
hoe klein ben ik als ik mij plaats
in het groter geheel
ik heb een zonnig karakter
dat blijkt uit niets maar ik vertel het u
zo heb ik het bedacht

 

Astrid

 

Heugenis

heugenis

 

in eindeloze rijen, dicht opeen

en in verwondering te staan:

                        we zijn alleen,

de heuvels zijn van steen.

 

en hard en onvermijdelijk

de duizend ogen, paar bij paar

waarin een oud licht hangt gewogen:

                                   dit is gevaar.

 

het schaduwspel herhaalt zich, bleek

en tastbaar, totdat het in de verte

                                               sterft

en in de harde steen is ingekerfd.

 

als dit een moeras is, in de mist

als hier herinnering gist, waarheen

                        wijst de grashalm,

streng en in zichzelve opgericht?

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

ill. Jonas Ginter, Grashalm vs. Asphalt 

 

 

 

 

 

 

Een wolk is het

Een wolk is het, voortdurend
zich wijzigend van standpunt en vorm. Vooruit.

Wat het is, is onduidelijk, wij
horen daarbij,

het onduidelijke. Niets
is bestemd.

Voor alle zekerheid, wij,
dat zijn de mensen.

Grootgebracht in de natuur
brengen wij de natuur groot, geven
melk zoals we uitmelken.

Groot is een groot woord met weinig letters,
in een quizprogramma zou ik zeggen
wie kent er een klein woord voor hetzelfde,

mag met veel letters. Muggenziften
is een goede tweede. Spilziekte. Economie.

Maar we zitten met die wolk. We leven
ervan, damp.

Ze daalt op ons neer, de ijle nimf.
En almaar zingt de misthoorn:

‘Fout, je doet het goed!’

 

 

 

 

 

 

 

 

ill. T.A.W.  Schreurs

 

 

 

 

 

 

Hoe schrijf ik een erotisch gedicht (les 1)

 

Hoe schrijf ik een erotisch gedicht (les 1)

 

Sluit gordijnen, adoreer, maar handjes thuis!
Bedenk het verre wonder dat begeerte streelt;
mijd omarmend rijm, het is er zelden pluis;
sterf van begeerte, droom slechts wat er scheelt.

Noem niets of niemand, geen beestje bij de naam,
blijf dwalen in de droomgestalten van uw bloed,
spreek uzelve aan: ‘waarvoor ik mij ten diepste schaam’
– kom nooit tot daden, keur slechts instincten goed.

Teken, schrijf, verbeeld, maar houd u verre van het lijf
(eens mocht u treffen raak en krachtig waar het schroeit),
leef als een monnik, sterf zonder ander, vent of wijf.

Schroom voor de daad, mijd de straat, waarheid zij verfoeid;
vloei vocht in eenzaamheid, stroom uit, en vloek u stijf
– alleen dán verkeert u stillekes waar liefde bloeit.

 

*

O, Schuimgeborene, u roep ik hartstocht’lijk aan,
leer mij ’t verlangen ijv’rig warm te houden
en in mijn oog het klaar ontuchtig beeld ontstaan
van heur verbluffend geurig diepste wouden.

U kent mijn leed, u weet hoe ’t ons is vergaan:
alleen ons smachten telt, waarvan u liefde brouwde,
en ’k sterf bij ’t horen van haar faam, hier ver vandaan,
tot ik bijkans van wijn en geil bezwijmen zoude.

Van Poseidon’s zilte mede wreed verdreven,
elk op ons eiland, gescheiden door uw schuim
– alleen de geur al doet van hartstocht beven!

Ver van ons, in hope, is der minnaars zoete luim –
een godswonder, een gunst dat we nog in ruste leven!
Slechts beeld en stem vervangt ons droef verzuim…

 

*

O droom van lippen, glimlach, ving’ren in de lucht,
ze zwenken, vliegen, ijlen boven buik en oog,
schilderen het beeld, het levend lijf, haar vrucht,
dat mij verzengt en grijpt in wond’re regenboog.

Ik wenste mij, ik tastte, zocht, maar ’t visioen verdween
en met mij smolt en stond weer op het helder weten:
te ver was ik van hare realiteit, alleen, ik was alleen –
maar evenzeer volhardde het vuur, het willig zweten.

Nu leg mij neer, zoals ik haar zou doen, de vlam, het is
alsof er nóg een wereld mag bestaan, van liefde rijk & blind,
waar alles trilt en zindert, brandt van louter lafenis.

Vreugde vergt verbeeldingskracht, de leugen welgezind:
schiep in lichtzinnig wensen haast tastbare geschiedenis –
in die dwaze duizeling ben ik weer het blij verdorven kind.

 

 

 

– voor M.M. & de Eijlders Dichtersbent

 

 

ill. Felix Edouard Vallotton

 

 

 

 

 

ochtendlied

Ochtendlied

s Ochtends kraait de haan
De kikker verslikt zich in z’n gekwaak
De wezel schrikt rechtop
De vlinder fladdert van blaadje naar blaadje
Het wordt warm vandaag

De bomen vangen de eerste wind
Ze zwaaien naar elkaar in het ochtendlicht
Het zand vlijt zich tegen de kiezeltjes
De dagkrekel neemt het over van de nachtkrekel

De hond is blij met de dag en blaft opgewekt naar z’n baasje
De kraai kraait zijn krassend ochtendlied
De eerste radio knispert uit de huizen
Auto’s starten en gaan op weg
Het leven begint ‘s ochtends voor alles en iedereen

Hoera!

Adwaita’s Zonnebrief

 

 

Als ’k aan een brief van wie ik liefheb, smul,
verleng door kleine hapjes ik ’t onthaal:
mijn ogen likken zuinig iedre haal,
iedre misplaatste punt op, iedre krul;

met een gedachte aan mij, een glimlach, vul
ik ’t wit tussen twee letters, en ’k vertaal
een inktkladje als een half beschaamd signaal,
dat – als de pen – het hart vol was en gul.

Zo lees ’k, als voor een hele nacht de zon
verreist, aandachtig langs de horizon
zijn afscheidsgroet in gouden hiëroglief;

en ’k voel verwaarloosd me en teleurgesteld,
als ’k niet, letter na letter, heb gespeld,
voordat ’k naar bed toe ga, een zonnebrief.

 

 

J.A. dèr Mouw (1863-1919)

 

 

 

 

ill. Jet Nijkamp

 

 

 

 

 

 

O is een bloem

Een bloem is een O

 

Lieve ladder naar het lijden
open wachtpost roemerkelk
oven vol met moedermelk
laaf uw zuchten aan bevrijden

Bloem der passie wacht op elk
zacht en zeemzoet uw verblijden
zo omhelst u ons verscheiden
botert openmonds, & verwelk

 

 

 

Van de spraakloze appel

 

Van de spraakloze appel

 

de schoonheid van de meisjes
of de kracht van zeewier en driehoek
zo glim en geurvrij om zeep helpen
dat doen de scheermesjes

maar ik spel van het gloren v
en van de stoppels kant acht
het spraakloos begin

daarom mij mag men in een appel
niet doen verkwijnen
dat is de rol van de wolken
met hun ingezeepte spiegels

maar mij het is glijbaan te sappel
zo reukloos verdwenen bijgot
in een beignet te bederven

 

 

 

ill. Dyalma Stultus, The Fruit Bearer

 

 

 

 

 

Wadi 2007

Wadi

Zacht is uw kruin en gij hebt net gegeten
onder den vijgenboom, uw lieveling.
O vrouwenschoot, gij zijt het diepste ding:
breuklijn te zijn, adem en dood, alles te weten.

Maar zie, in u ook stormt de wellust op
tot hevig branden, niets dooft uw pit:
uw vuur is water, verstijft mijn lid,
het dwaas gepluk in u voert mij ten top.

Ach, smaak het zoenen van uw lief vagijn,
het heerlijk geuren waarin wij liefde baren,
geniet het zilt geheim, dat wij bevaren,
dwaal door de rimboe, waar uw lippen zijn.

 

 

Im alten Ton

Pastorale

 

Melkwit zeezwart zingt de zuiv’re nacht
aan alle kruiken het lipbesluipen zacht
adagio & adamant de slikkende adem
ibis der dodenwacht – och stil omvadem –
komt aangedropen d’onmachte minnekracht
en schouders’ onverwachte zinnepracht

Maar wier queest’ meanderspeurend
over branding schuimrijkgeurend
laat na haar beoogde boezemfrons
het duister harer ogen elk van onz’
uithuizigheid en spraakloos dralen
ypsilon & yuccamot zwijmend dwalen:
stoor geen der ruime feromonenzalen
eer u wekt een jammer bloesemfalen
na alles wat zich lijmen, rijmen dacht

 

 

 

 

ill. Edvard Munch, Zomernacht aan zee

 

 

 

 

tweeluik

Drie keer per dag passeert een kale man mijn huis.
Hij heeft een roestvrijstalen luikje in zijn hoofd.
De man laat zijn oude Cocker Spaniel uit.
‘s Ochtends, ‘s middags en ‘s avonds.
Zo nu en dan kom ik hem tegen op straat. 
De man herkent me niet, het hondje wel.
Zou ik hem willen vragen dat luikje te openen?
Om bij hem binnen te mogen kijken?

Vandaag las ik op mijn balkon de zaterdagbijlagen.
Het ging over framing en hoe daarmee om te gaan.
Ik stopte met lezen om de was te vouwen.
Toen ik terugkwam was mijn krant over de reling gewaaid.
Ik zag hem netjes beneden in de tuin liggen.
Het was waarschijnlijk de enige windvlaag vandaag.
Ik liep de trap af en belde bij de buurman aan.
Niemand deed open omdat hij alle dagen slaapt.

Aan het ven

 

Aan het ven

 

Lethe in haar vuistje
lacht om al wat wegdrijft met de wind
Afrodite steelt het kruisje

geeft haar minnaars wat hen zint
Mnemosune, lieflijk huisje
waarin ik rondloop als een kind

Water duister
waarin ik niets hervind
Waterluister
waar jij mij stil bemint
Water, fluister
geef mij je blije hint…

 

 

 

uit: De beeldspraak van de Tarot, een speurtocht in het onmogelijke, Altamira-Becht, Haarlem 2003

ill. “De Ster”, obscuur tarotspel, met letter Ajin i.p.v. Peh

 

 

 

Leda revisited

Hoog bezoek

 

Och, de schoonheid van zo’n meisje
praat me er niet van. Neem Leda,
wie evenaart haar duistere schoot
dan zijzelf, der waat’ren dood?

Ik zong een ander, aardser wijsje
bevlogen en bevleugeld, hopla!
bedronk mij, valse parakleet
aan hals en snavel, verenkleed

Zij huivert voor de overmacht
maar ware lust kan niet bederven –
ons smachten maakt haar boterzacht

Zelf wist zo zwaanlief haar te werven
en mét haar al zijn zilv’ren pracht
in gouden licht god’lijk doen sterven

 

 

 

bijdrage aan Als ik jou eenmaal verlies – Gedichten van Rainer Maria Rilke met reflecties van hedendaagse dichters, Stichting Spleen Amsterdam 2018

ill. Erich Stephani (1879 – 1956)

 

 

From 5 to 5 and back

Ik loop de straat uit en bel aan waar ik tromgeroffel hoor. Een vent met een kop als een grothyena doet open en begint te zingen. Door een harde windvlaag slaat de deur dicht. Ik bel weer aan maar er wordt niet meer opengedaan. Later blijkt de mayonaise niet in de aanbieding. Sirenes klinken om het kwartier. Nergens schijnt de zon zo hard.

De rode tulp aan de maastunneltraverse

 

Ooit plantte ik voor mijn huis een rode tulpenbol
te midden van de gemeentelijke narcissen in de groenstrook
tussen de ventweg en rijweg van de Maastunneltraverse.

Een jaar is lang genoeg zo’n onbenulligheid te vergeten.
Ieder jaar weer verheugt het me die mooie rode tulp
te zien verschijnen alsof ik hem voor het eerst zie.

Ieder jaar dringt de vraag zich op hoe lang hij daar rood
mag staan te zijn tussen die bleke narcissen.
Hij doet zichtbaar z’n best zo min mogelijk op te vallen,
maar z’n prachtige kleur verraadt hem genadeloos.

Dit jaar duurde het 2 dagen voordat iemand hem plukte
en vertrapte. Volgend jaar zal mijn rode tulp er weer staan
in de groenstrook tussen de ventweg en rijweg van de Maastunneltraverse.

Samenvatting

Samenvatting

 

In de onverhoopte vrede
stamelt het gevierd verleden
snikt de blootheid van je weelde
blozen al mijn ijv’re leden

In je grote bruine ogen
drijft mijn tere onvermogen
& het smelten van je lippen
heeft mijn hart woest meegezogen

In het zuiver goud
dat ons wellust kust
zwerft het lieve oud
slaapt in diepe rust

       & al het zout
       wordt nooit geblust

 

 

 

 

ill. Auguste Rodin, L’éternelle idole

A deux genoux devant ton beau corps que j’étreins.
Élève de Rodin, Camille Claudel en fut aussi l’amante:
on dit que le groupe sculpté L’éternelle idole fut inspiré
de leur relation pour le moins complexe,
qui inspira des lettres passionnées à Rodin. 

 

 

 

A & O

De gave

 

Alsof Artemis het wist;
in een oogwenk was ’t beslist:
we zijn elkaars geschenk,
de kus blijft onbetwist.

Op de vleugels van haar wenk
wiegen in een wolkenslenk;
Ze heeft zich niet vergist –
we zijn een godsgeschenk.

 

 

ill. William Blake, frontispiece The Marriage of Heaven and Hell 

 

 

 

 

 

 

Mode het is van het huis

Zelden zag men zoveel genie samen

als op onze werkvloer.

Wij ontwikkelen kunststoffen

die maken dat je in je ondergoed

je billen niet voelt

noch je geslachtsdeel.

 

En alles netjes bij elkaar blijft.

Wij ontwerpen dat ondergoed.

 

De stof maken en knippen, dat doen wij.

De broekjes maken, dat doen zij,

in achterafzaaltjes en –werkplaatsen

met enkel kunstlicht en zonder kunstgebit

die arbeiders kunnen dat toch niet betalen.

 

Safe

She lead me into the deepest woods
where silence spoke in loving whisps
and showed her ample longing hips
to open places of the weirdest moods

And bade me welcome to her open space
where I was lost in dreams and tangled hair
she bit my lips & skin in sunlight fair
and all was air & gasp & utter grace

For every fear was blown away
in seconds from my trembling brow
the sky lit up in drunken sway

Ere we suspected when & how
we’ld 
see where love would lay
and praise the proper then & now

 

 

 

ill. Gustav Klimt

 

 

 

 

Louis Nanet aan de lijn ( ode aan de dode Louis Nanet)

Louis, hoe sad ben je vandaag?

Kon je weer niet slapen, zo sad?

Stuur me alsjeblieft niet meer van die derderangs revolverhelden ja

Ik had betalende gasten vandaag

Zo’n lijk in de gang is lastig

En wie moet die troep opruimen?

Precies

Jawel, ik doe dat natuurlijk netjes

 

Hoe kwam je eigenlijk aan die gast?

Haha, nou Achmed was het niet hoor

Achmed zit toch in Zweden deze week?

Ja wat denk je? Schilderijen verkopen natuurlijk!

 

Gaat het wel een beetje met je?

Dat mag ik toch gewoon doen?

Je lijkt Dotan wel

Je klinkt zo doods,  zo afgemat

Ja sorry hoor!

 

Wanneer ze dan langs komen?

Oh, ze zijn al langs geweest

Nee, die is kassiewijle natuurlijk

Zeg ik toch broer! DOOD

 

Duh, oke, nou groetjes

Kusje op je kale knar

Je zult van mij geen roomsoezen meer krijgen trekhaak

In illo tempore…

 

In illo tempore

 

zo’n huid van wolken schuift uiteen
de lippen wijken van de nacht
daar sterft er veel en hees geween
van ochtendroze blozenspracht

ooit oase ronde mond brengt vruchten
voort, die jaren hierop wachtten
sterren zuipen kinderen zuchten
in verten loensen ogen bruin, de zachte

vlijgebed van zwijgend ambrozijn
zinge-zang der leden vrijlijk alle
druipend van de wijze wilde wijn
o wrede weelde van het smalle
       wenkbrauw van de blote avondschijn
       waarvan de schellen lieflijk vallen

 

 

 

 

ill. Max Ernst, 1923

 

 

 

 

Uiteindelijk…

 

Uiteindelijk maken leugens mij niet meer bang
Er is de maan als een spiegelei in een pan
Een ketting van waterdruppels zal de hals van het verdronken meisje sieren
Hier is mijn boeketje passiebloemen
Die teder twee doornenkronen aanbieden
De straten zijn nat van de regen van vroeger
Toegewijde engelen werken voor mij in huis
De maan en de droefenis zullen verdwijnen
Heel de heilige dag lang
Heel de heilige dag lang heb ik gezongen onder het lopen
Een vrouw hing uit het raam en keek mij lange tijd na
Terwijl ik zingend in de verte verdween

 


Guillaume Apollinaire 1913

 

 

vertaald door © Kiki Coumans 2017
in: Het raam gaat open als een sinaasappel, Uitgeverij Vleugels 2017

 

 

 

ill. Paul Delvaux 1955

 

 

 

 

 

 

Meneer de Wind

Eerst stijgt de rook recht of bijna recht omhoog
De windrichting is goed af te leiden uit rookpluimen
Wind waait merkbaar ( voelbaar) in je gezicht
Stof waait op; je haar raakt in de war; je kleding flappert
opwaaiend stof hindert je ogen
We zien gekuifde golven op meren en kanalen

Dan waaien de vuilcontainers om in straten
Mensen houden hun paraplu’s nog maar  net met moeite vast
Het is lastig tegen de wind in te lopen of te fietsen
Voortbewegen is zeer lastig

Schoorsteenkappen en dakpannen waaien weg
Kinderen waaien om
Mijn moeder vloog ooit over de auto in 1932

Er is grote schade aan gebouwen
Oh ja, ook volwassenen waaien om
Er is sprake van enorme schade aan bossen
Vreselijke verwoestingen

Emelt

Emelt

Ik zal u kond doen van het slijk,
van engerlingen, van het hiernamaals,
een non-stop multinational bedrijf.

Elke nacht ging ik op zoek naar jong gewas,
ondermijnde akkerland, heb vaak uw oogst geplaagd,
niet met opzet, maar lief verdraagt zich slecht met vraat.

Onverwacht werd ik als halfwas mug
vroegtijdig door een merel opgegeten,
zelf had ik die dag niet eens ontbeten.

Nu sta ik als geest het mensdom bij,
u bent mijn medium, neem de pen ter hand
en noteer wat ik aan wijsheid debiteer.

Het leven was goed, maar hier is het nog beter,
wat zeg ik, grandioos, ik heb aan niets tekort.

Ik ben Emelt, de gids van gene zijde
en ik groet u van de onderkant.

(hekeldicht op de boeken van ‘Emed‘)

Rooskleurig

CV

 

gediplomeerd verstrekker van ochtendkoek
en tafelmuziek ben ik beëdigd kooklustig
meesterchef braakonderzoek en zonder broek
in de avond echter pijprokend levensmoe

maakt mij dat tot schaap ik sta voor aap
kauwend op scrupules en mishandeling
ik vrees de deemster niet maar de zuigende branding
van een vreeswekkend god de onderrok

zo stal ik naar believen mijn waren uit
tot ik in de gesteven moederkoek
mijn gok vol fijnstof snuit

ja lacht u maar ik zing van ik en wij
in de vermiste tuin vol vogel en kruid
waar ik almaar naar jouw handdoek zoek

 

 

 

 

ill. Beeldentuin Clingenbosch