Categorieën
PLEEBEER

Gunk Dog Very Ur

ihpotch ihpotch
   ihpotch ihpotch
   ihpotch ihpotch
ihpotch

Gilgamesh Lost in
The thousand
Faces of the West

fern green swordferns
       Given tooth
Fins Nocturnal forgeries
     fjords & finality
           Finally
The mereological circle
Multiplied by itself &
Divided by it's opposite
Rutabaga tungsten
Birdbath whortleberry
Ratiocination
Tabulated
Every breath postdated
Deem Forklift Vacuous
Vacuole escutcheon
Gummy bears table
spoon Bit
coin rustling Boiler
plate sailing cactus


Salt silt silk
Milk mild mind
Mine wine fine
Fire fir fur
For or ore
Core corn horn
Born barn yarn
Yearn earn ear
Fear far farm
Harm ham yam
Jam Jim him
Hum sum sun
Pun pan pin
Pint pant part
Art cart car
Card bard bird
Bard bark ark
Mark mart malt
Halt Walt salt


badminton mutton
Flagellated briar patch
       Racket gall
twixt coeval sentences
Triumphalism Rampant
Turn yourself inside-out
           You're a rain
     Dance in the desert
Carrion the wayside
       Sun / Don't
   You Try Too Hard
global Herd Frontage
Rode Gone to Hone


               Fumigated
yawp pULveriZed
Yet Until unified Utilities
     Umbrella livery
Urchin Omelette Iagoon 
         Iaunched Onus
             piscine

       Piscine
Ambergris lunch
Laocoon Ornette plasticine
           Levy umbral
Titular fire units betting
     Verified pulse raw
Mitigated flumes


        In One
One In, Piscine
udder ih pony
Huckster ur
VoLUme toy
Involuntary
Inching hinge
Vibrantly Lee
Cochineal
cIipper Chip
         In one
   Cinematic
       PoX ih zip
             pOx ur cusp
Xeriscaped chickenpox
By the pox of the moon
Yesterday is ziplocked
Under the dying Sky
a cactus-eating insect
a fish flash flushing
A Fish Flask
     So an Albatross
     Do As Fire
     Soda Dead Fire
Dog Squared
Dog Dogs Sour
The dog flies
backwards
like a 
Pig in Flour
       fog spur
       Dog fire
       square gull
       Soda Dog
Axis of Albatross
dog PoX,
piscine

Nineteen cellophane
Nighttime plasticine
Piscine night fishing
Cellophane nineteen

Part park perk
Pert port pork
Fork cork cord
Word ward yard
Hard ward wart
Hart dart part


ihahbahha bahah
ihahbahha ahbah
ihahbahha ahbah
ihahbahha bahah


Part art are
Bare care dare
Fare hare mare
Pare rare rare
Ware war warn
Tarn tar tear
Team ream seam
Seem deed seed
Weed weld well
Fell tell bell
Belt felt pelt
Melt malt mart
Tart dart part 


Zoo PoX very Impoxx
BoX Zoom very Exploxx
Zoot FoX very
         Zoon Very zoon
               HoaX Very Else
Impoxx impoxximate
            Exploxx


Education for work or
War Emptying
Another another
As Far as the Ear can
Hear, Falling aground
A kind of lyrical music
         Gangrene mud
Wrestling Asemous Ghosts
             Asyntactic Ghoats
         Gosts of Horrific
     high school
Asparagus
auditoriums, Hunting

Gilgamesh hunting in
The thousand
Forests of the West
Change life
Transform the world
Change the world
Transform life


Very gunk dog
Canine gunk
Rug gunk Grain
Dog very gunk

ih very ur gunk ih
dog ur cat ih nine
ur gunk ih rig ur
funk ih rain ur fog
ur dog ih very ih
gunk dog very ur


Event Gilgamesh Even
Eventually gunk
Tea metamorphosis team
Yes gunk gunk eyes
Yes Every Gilgamesh
Hammering change
Eh transformation Hammer
Eh venting metamorphosis
Gilgamesh in Gunk
         Gunk
   In Gilgamesh

________________
TLPress NevadaFall 2022

Categorieën
PLEEBEER

Tijd voor het einde

‘Nu het einde nadert is er van genade geen sprake meer’. De postbode belt altijd tweemaal. Aan de deur. Na gedane ronden en arbeid zit hij hier in het dorpscafé, zowat het enige café.

De postbode brengt op die manier zijn eigen boodschap aan de man. Uitgerekend een enkele man zit in het café, verderop aan een tafeltje.

Buiten valt ineens het zonlicht uit, valt een stortbui neer, heftig, in geen tijd staat de straat blank. ‘De moessons hebben ons bereikt’, aldus de postbode. De hele tijd heeft de ander geen woord gezegd. Zijn stilte irriteert de bode. ‘Vindt u er dan niets van, mijnheer, ja, u daar?’

De man drinkt de rest van zijn glas in een teug leeg, staat op, rekent af aan de toog, draait zich om naar de bode en spreekt, uiteindelijk: ‘Nee, ik vind dat alles maar niets’, stapt op, trekt de deur open en verdwijnt in de stortregen.

(eerder gepubliceerd op kutbinnenlanders.nl maar uit solidariteit met Dirk Vekeman ook hier, dus)

Categorieën
PLEEBEER

Where The Light-Racket Knits A Lit

Softly Deflating
Sidle & Debunk
griffon hurl
dew of Tarot
relay Yourself
Ulterior bivouac
Galaxy by galaxy
Membranous
Bastion of Verbs
my version of
The provisional
This, This

versatile majuscule antenna
anesthesia Financialized
ambulatory failure regime

Magma
fumerole
Aquifer gainsaid
acupuncture
pyramid
Owls yearly
Transcontinental
Utility Tulips
Rite your own
eviction not
ice

Ebullient
Twine of
Titillation

watery
among

Dastardly Administrated

Armory showers shadow
Failsafe sophomores
Facture of attic
gabardine
genuflections
gaming the stem
gone with the wine
entwined in the Groan
Roaming the aqueducts
Slouching towards the tiles
afterwards Waterways wander
Whose cognitive rose
Interrupts us
verified by repetition
every Vowel has its Hue

Whose entrance erupts
Verified by the Aether
The Airs among The Ears

ears that Roar
Tweezers
rile the Yam
Ubiquitous
Load-bearing
Doors squeeze
Ham & Bile

Harm and blue
Sneezing doors
Seize the Door
Loaded Hiatus
Riding the yarn
Oars & tweezers

uncle kiddo the
clown war where
kink the Lilt
Bracket us in
Umbilical Ubiquity
o succubus itself
uIterior are
The motion
Sensors the
Motive Sickness
Knit the Yawps
& Tryst the Rots
Tool and Dice
Drool on Ice
For backwards
Is the Circle &
Purple are
The Mice

ExDeath Very
beaten to the Very 
Curvilinear
eXcryogenic
very Curved and
Very Linear

wiggle like waffle
in the morning
wiggle like a waffle
in the evening
when the sun goes
down

Very real and
Red
Very red
Very well fed
Leaving unsaid
The unmade
Bed

Raunch no lunch ego launch
raunch no crunch ago launch
raunch no scrunch ergo launch
Catch no crumbs
Launder no paunch
raunch daunts indigo
scrunch crunch aglow
No raunch lunch ago launch
Gold & raunch launch no punch
Munch no sauce
No gold as such
Fleece no Zen
Slap no Monk
Where the herring swim
Trim no beech & eat no cheese
Where the lunch-racket
Lilts a kit
Where agates line the spit

The spat
The spelt
The spit
The spot
The sput
Sput sput
Sputtering
The salt
______________
TLPress Nevada
Fall 2022

Categorieën
PLEEBEER

Délie 180

Quand pied a pied la Raison je costoye,
Et pas a pas j'observe ses sentiers,
Elle me tourne en une mesme voye
Vers ce, que plus je fuiroys voulentiers.
  Mais ses effectz en leur oblique entiers
Tendent tousjours a cella droicte senti,
Qui plusieursfoys du jugement s'absente,
Faignant du miel extrem le goust amer:
Puis me contrainct quelque mal, que je sente
Et vueille, ou non, a mon contraire aymer.
vertalingen
Wanneer ik voet na voet de Rede volg
en pas na pas haar wachters observeer
stuurt ze mij de ene weg op die ik volg
wijl ik daarvan vluchten wil, meer en meer.
  Maar die daden in hun wenden evenzeer,
die meer dan eens het verstand ontwijken,
doen mij mij toch aan dat rechte eiken,
doen extreem de honing bitter smaken, 
mijn kwaal weer zo op het goede lijken,
dat ik weer minnen moet wat ik moet laken.
letterlijk (alternatieve woordbetekenissen tss haakjes, dv):

Wanneer ik voet na voet de Rede bijtreedt (meewandelen met)
en ik pas na pas haar wachters observeer (gehoorzaam)
stuurt ze mij op dezelfde weg
naar dat wat ik zelf ontvluchten wil.
maar die acties in hun volle (vaste) wendingen (leugenachtig)
die zich meermaals van het oordeel (verstand) verwijderen
neigen steeds weer naar naar die gevoelde rechte
houdende van de honing de extreem bittere smaak voor
en (vervolgens) belasten mij met kwaad dat ik voel
dat ik wil, of niet (of ik nu wil of niet) tegen mijn zin in beminnen.
commentaar

D180 is een vervolg op D179 waarin dezelfde spanningen als een strijd tussen de Rede en de Liefde worden opgevoerd. hier wordt gefocussed op de rechte lijn van de Rede die het lyrische ik wil volgen maar de onmogelijkheid van dat ik om zich van de betovering van het innamourato-moment te ontdoen resulteert in de Petrarcaanse Aufhëbung-avant-la-lettre van het samengaan der tegengestelden in de overbekende oxymora.

dit viel mij op bij de lezing/vertaling:
-de uitwerking van de Petrarca pose, of beter de beweging naar het voor de kenners destijds ook al erg bekende Petrarcaanse oxymoron als pointe gebeurt veel fijnzinniger bij Scève dan in het voorbeeld van de meester zelf.
S. begeleidt als het ware de gedachtebeweging die zijn tekst oproept bij lezing in het ritme van de verzen zelf.
de naar het latinisme neigende zinsbouw werpt behoorlijk wat obstakels op. die obstakels blijken erg functioneel te zijn.
ook voor de contemporaine lezers moeten de obstakels groot geweest zijn, de status van hooggeleerdheid van S. stond in 1544 al buiten kijf maar ook de beschuldigingen van obscurantisme waren toen al niet van de lucht.

om de functionaliteit van het ‘moeilijk doen’ van Scève ten volle te ervaren kan je best het dizain enkele keren luidop lezen, dan voel je hoe het werkt. de haperingen, de frictie veroorzaakt door de grammaticale obstakels zorgen voor een soort innuendo laag bovenop de lexicale weergave van de rationele progressie.

bijna elk woord krijgt de retentie mee van een aanvankelijk verkeerde lezing en zo begin je dubbel te lezen en komt het ‘foute’ deel dat refereert naar de heftige emotionele tweestrijd autonoom los van het logisch uitrollen van de gekende metaforiek. zo komen die emoties ook bij de lezer tot leven, maar niet vanuit een fictioneel, poserende lyrisch ik die wordt voorgesteld als de biografische Petrarca via de tekst naar het Buiten (denk aan de prachtige expressie van de psyche in de natuur bij P. die later bij o.a. Marini tot heerlijk barokke overdaad uitbloeit) maar meer direct van de tekst naar een fictioneel Buiten en daarin naar het binnen van een lyrisch ik dat ondertussen ook al bij de lezer is opgewekt.
de functies van het fictionaliseren (f) en de expressie (e) zijn radicaal anders geconfigureerd t.o.v. het ik (i) en het Buiten (b)

bij Petrarca gaat de flow bij de opbouw van de virtuele wereld dan zo:
tekst=> f(i) => e(f(i)) =>f(b(i))
bij Scève gaat het eerder rechtstreeks zo:
tekst => f(b(i))

dat maakt onder meer dat het ‘ik’ bij P. veel vaker retorisch als ‘groot auteur’ wordt opgevoerd (de autobiografische brieven van Petrarca staan dan ook voor mij zo stijf van de adelijke verwaandheid dat ik ze niet gelezen krijg. het lijkt wel Seneca, even saai en prekerig, maar dan met meer dan 1000 jaar extra Rot erop, ik krijg er echt het beeld van een onophoudelijk ratelende aristocratische pad bij, niet het soort mens waar ik nog geduld voor heb, het stopt toch nooit. dat doet vaneigens niks af aan de genialiteit van zijn lyriek, maar je moet het toch telkens willen kunnen vergeten.)

Scève brengt de Klassieke auteursidealen en de Horatiaanse eeuwigheidsbetrachting daarin nauwelijks ter sprake, het draait echt allemaal om het idool van de deugd Délie en het lyrische ik heeft het dan ook bij aanvang al over ‘mainte erreurs’ in de schrijverij zelf. de fouten, de jeugdzondes van het lyrische ik bij P. betreffen nooit de schrijverij, de capaciteiten als auteur staan bij P. met zijn Trionfi al lang buiten kijf, S. had voor de Délie nog niets noemenswaardig gepubliceerd, hij was gekend en werd erg geapprecieerd onder auteurs maar hij was voor de wereld niet bekend als vooraanstaand auteur.
de bescheidenheid siert hem misschien omdat het niet anders kon maar het ligt ook niet in zijn aard, vind ik, wanneer je de finesse van zijn taalgebruik ervaart: het leest allemaal te echt om waar te moeten zijn en Délie heeft geen lange lyrische uitweidingen over haar schoonheid nodig om te schitteren als afwezig idool in een algemeen menselijk maar intimistisch mentaal theater dat voor de lezer als meditatieruimte wordt ingericht, een voorname functie die het schrijven ongetwijfeld ook voor Scève zelf had. Scève doet in die besloten ruimte stevig aan dissectie van het ego en dat in het verlengde van de Middeleeuwse literaire traditie van de Maria verering, iets wat Defaux in zijn editie terecht benadrukt.

en terzelfdertijd krijg ik bij Délie veel meer de indruk van een echte vrouw van vlees en bloed, de Laura van P. leest bij mij meer als een mannelijke – nou ja, mannelijk, voor zover ik daarvan wat afweet, in psycho-analytische termen waarschijnlijk eerder pre-puberale – projectie van een begeerd maar onbereikbaar moederidool.

het lyrische ‘ik’ bij Scève blijft stoicijns bescheiden als een oude scholast en retorieker, een erfenis die hij samen met Marot nog actief in het schrijven laat doorklinken, bij Ronsard is dat al een pak minder het geval, daar breekt de erotiek helemaal los in de ‘bredere’ tekstruimte van het sonnet.

terzelfdertijd laat hij wel heel ‘eigentijds’ als exponent van de nieuwe stijl de tekst zelf epateren met een rijkdom aan alluderende resonantie en mentale spitsvondigheden. Scève creëert in zijn teksten geen mythische Scève zoals P de mythe ‘Petrarca’ neerkwakt en breed uitsmeert over al zijn teksten.

ik heb die bewust geïntroduceerde moeilijkheden in de lezing veroorzaakt door de ongewone zinsbouw, dan ook willen behouden in de hopelijk voor uw smaak niet al te vrije vertaling die zowel rijmschema als lettergrepentelling behoudt. da’s vreselijk puzzelwerk bij momenten, maar ik puzzel graag met woorden en het loont wel, vind ik.

de inhoudelijke verdraaiingen in functie van dat vormbehoud kunnen eens ik wat meer ervaring krijg in deze oefening wel geminimaliseerd worden door ze pogen coherent en consequent uit te voeren en vooral ook door de toevoeging van de originele tekst met links naar de moeilijkere woordbetekenissen en mét de letterlijke vertalingen erbij zodat de niet-francofone lezer een maximaal beeld kan krijgen op de rijkdom van het origineel.

zoiets voor een boek ondernemen is voor ons minieme taalgebied onbetaalbaar, hier kan ik alvast de aanzet geven en kunnen anderen na mij het aangeleverde materiaal aanvullen en verbeteren.

ik vrees wel wat dat er niet veel anderen zullen volgen, maar bon: het kàn en dan is mijn taak als dogmatisch NKdeE auteur al exemplarisch volbracht.

het vertalen van lyriek blijft hoe dan ook een onmogelijke opdracht, een kamikazeaanval op de lyriek zelf , zo ervaar ik het soms, maar op deze manier gebeurt al dat afgrijselijke geweld tenminste niet stilzwijgend en achter de rug van de argeloze lezer.

tenslotte: er bestaan in de literatuur rond Scève’s Délie talloze heroïsche pogingen om verborgen betekenissen in het werk te duiden, en het werk wordt vaak gecultiveerd zonder dat men het echt gelezen heeft, maar het grootste geheim van de ondertussen toch wel legendarische Délie is waarschijnlijk dat het verdomd briljant geschreven is en dat er serieus wat intiem denkwerk aan te pas komt om de immense rijkdom in het werk te ervaren, maar dat die moeite dan ook een enorme voldoening oplevert.

Scève lezen heeft naast met meditatie veel gemeen met naar films van Tarkovsky kijken vind ik: je kijkt er wat tegen op om eraan te beginnen, maar eens je er weer in zit vraag je je af waarom je jezelf het genot ervan zolang onthouden hebt.

Categorieën
PLEEBEER

Dan liggen mijn woorden al in het donker

Dan liggen mijn woorden al in het donker

Vanmorgen droomde ik zo
Dan ligt mijn mond nog half in het duister
En dacht aldaar: ik doop mijn tong diep in ochtendinkt
Zwarter dan zwart en munt mijn prangende ziel heel

Al wakend vroeg ik mijzelf
Schrijven dichters de hele dag gedichten?
Nee zei ik, Chrétien doet dat niet

’s Avonds bakt hij kroketten in ossenwit
’s Ochtends eet hij roomboterkoekjes
Chrétien weet nog geen cartouche te vouwen
Maar heeft zijn winkeldochters o zo lief

Categorieën
PLEEBEER

on some hypothetical categories of asemic writing / marco giovenale. 2022

Perhaps it is possible, in the field of asemic writing, to distinguish a few —completely hypothetical— categories. I insist that these are mere hypotheses, and that I am not interested in structuring a rigorous theory.

We have (1) concrete asemic writing when only the asemic glyphs and calligraphy, only the asemic letters and sentences are present on the page. No images, no colors.
We can also say asemicrete, a term coined by Michael Jacobson.

We can say we have (2) visual asemic writing when we see the asemic symbols are intertwined, superimposed or when they —in any other way— simply share the page with abstract or realistic images.

We have (3) glitchasemics when an asemic text is evidently disturbed by some kind of glitch: it may even be severely disturbed, but not so much as to make the asemic part completely disappear.

We can say we have (4) abstrasemics when an abstract drawing or image turns itself into something resembling an illegible text, an asemic piece. Or, on the contrary, when a fragment of asemic writing gradually loses any vaguely linguistic aspect and is transformed into an abstract image.

Post scriptum.
At the same time, there are examples of works that marginalize —or do not include at all— an asemic aspect, and I would refer to them as: abstract or realistic paintings (pictorial works, photographs etc.) weirdly called “asemic writing” by their authors; legible alphabets and texts weirdly called “asemic writing” by their authors; monotonous decorations that would hardly be taken for words or sentences.

Categorieën
PLEEBEER

Voor een appel en een ei

Voor een appel en een ei

Het is geen geel pis maar slootkleur.
Ik heb ook zonder gras, maar
met gras is toch beter, groener.
Het is een soort Rembrandteske lichtinval.
Of uitval, dat mag ook.

Vraagt u zich ook niet af waar de brekingsindex is gebleven?
Normaal breek je je poten immers in water.
Of geldt dat alleen voor stokjes?
Ik ken iemand die beide benen brak in water.

O, kan dat niet? Nee, het moet zijn:
ik ken iemand die met beide benen in brak water zat.
Dat zeg ik toch niet?! Nee?
Goed dan, ik ken iemand die beide benen in brak water brak.

Een woordenwisseling stak daar een stokje voor.
Alle gekheid nog aan toe:
ik moet de brekingsindex van deze persoon eens uitrekenen!

Het is echt een prachtige foto.
Je zou de voeten haast vergeten, gebroken of niet.
Nee, ook dát kan niet. Het moet zijn:
prachtige voeten, je zou de foto haast vergeten, gebroken of niet!
Iemand zou de brekingsindex van deze persoon eens moeten uitrekenen.

Categorieën
PLEEBEER

Het vlindereffect

Het vlindereffect

Vannacht moest hij een brand blussen
die zich als veenbrand onder zijn vloer verspreidde.
Terwijl hij planken wild lostrok
om het vuur te lijf te gaan
met brandblusser en emmers water,
stonden de bezoekers in de deuropening
lacherig toe te kijken.

Hij kreeg het vuur wonderwel onder controle.

s’ Ochtends ging hij op het platteland
kijken naar de windmolens.
Windmolens moet je goed in de gaten houden.
Je weet het niet met die dingen.
We hebben immers te maken
meteen wankel evenwicht in de stratosfeer.
Met wandelschoenen liep hij over wolken,
de wolken voelden onbetrouwbaar aan.

Je nooit laten fotograferen
als de denker was een regel
die hij ergens hoorde maar
was vergeten waar en wanneer.

Categorieën
PLEEBEER

EYHM – Headless

Categorieën
PLEEBEER

Fijn snijwerk

Nergens was nog een mes te vinden,

toch was de spanning te snijden.

Gillen en schreeuwen waren niet meer te vermijden.

Kan een zwaard misschien soelaas bieden?

Of een sabel in de handen van lieden

voor wie moord en brand altijd gelegen

komen en de brand van het verlangen

te lijf gaan met fakkels en tangen

tussen hun tanden

in hun handen.

.

‘We houden niet van lanterfanten.

Schieten op giraffen en olifanten.’

.

Toen de spanning aldus was gesneden

kwam geen ontspanning hoe welgelegen

die ook had mogen komen.    

Categorieën
PLEEBEER

Ultra kort kort essay

Goed & wel beschouwd, als we de geesten oproepen, dan zingen we. Als we de regen uitdagen, dan dansen we. En wat als we schrijven?

Het heeft geen zin te zeggen dat het er niet toe doet: het doet er toe.

Ook & vooral woorden immers doen ertoe om te toveren. Woorden in zinnen gebouwd volgens hoorbare, zingende en dansende klanken toveren van alles & nog wat te voorschijn.

Het gaat ons niet om de schone schijn, we doen niet aan marktwerking. Te voorschijn!

Op de achtergrond hebben we de demonen gesmoord in kokende olie.

Categorieën
PLEEBEER

Zijn niet alle vrouwen geil?

Veelal zal het mij worst wezen of maak ik het tot een terzijde. Half verscheurende verhalen doen me evengoed glimlachen. Ik ken immers de menselijke natuur alsof het de mijne is. Alsof? Het is de mijne.

Soms bestaat mijn geluk erin dat ik het zelf niet meemaak of op de treurbuis te zien krijg. Uit tweede hand dan wel mond hoor. Tweedehands roddel.

‘Moet je nu eens horen!’ Nee, eigenlijk moet ik dat niet, weet je wel. Hoe minder ik moet hoe beter.

Daarom schoof de spreker vandaag het gebeuren in een tussendoor met een grote klemtoon op ‘je schoolvriend’, ‘je kent hem toch nog’. Een echte schoolvriend is hij nooit geweest. Nu ik hem ken, liever niet, en zie wiens schootvriend hij toch was!

Categorieën
PLEEBEER

Winter in het bos

De rook 
kringelt recht omhoog.

Bijna dagelijks ontsteek ik 
een vuur.

Soms faal ik
door een inadequate voorbereiding.
Geen vlammen, enkel rook.

Vaak slaag ik 
wanneer voldoende aanmaak (tondel) 
ontbranding genereert.

De stilte in het bos
wordt ontsierd door
één auto (‘Let’s park this motherfucker right here’),
één kettingzaag (to prevent their balls from freezing)
en één vliegtuig (intercontinental exile).

Voor de rest, en dat telt, 
zingende vogels,
kale bomen,
de met bruin bedekte bodem,
enkele eeuwig groene broeders en zusters

en – volledig aan ’t zicht onttrokken –
ondergronds voortkruipende
tuberculeuze rizomen.

Categorieën
PLEEBEER

Schijn lost de vraag naar zijn of niet zijn niet op

Wijst het uitblijven van enig teken van leven op de dood? Of kan het ook maar schijndood zijn?

Deze vraag zou de artsen meer moeten bezighouden dan ze tot op heden doen. ‘U weet zeker niet hoeveel nutteloze administratieve taken de minister ons oplegt?’

Het lijkt wel de onderwijssector, weet je wel. Die heeft ook een minister.

Niettemin verdient bovenvermelde vraag meer aandacht. ‘We kunnen toch niet elke dode scannen. De scanner heeft al werk genoeg met de levenden’.

Dat eerst mijn vader stierf en lang nadien mijn moeder, behoeft wat mij betreft geen twijfel. Elk teken van leven bleef uit. Voorgoed.

Categorieën
PLEEBEER

EYHM – Elastique Brut V1

Categorieën
PLEEBEER

EYHM – Distant Hunt

Categorieën
PLEEBEER

zo goed?

ik worm mij in uw vlakte heer en kronkel even zo ik kraak mij de wervels heer en wriemel naakt en graatloos ik wurm mij uit de gaten van de tranen ik sla het stof van de miljoenen van mij af ik vraag u naakt zoals ik ben met rondom mij het zwart van uw aanwezigheid en in uw oog bewijs van mijn afwezigheid zolang nog ik vermag zo naakt van u te zijn in het volle woeden van uw groot gelijk,

want,

ik worm mij in uw vlakte heer en kronkel even zo ik kraak mij de wervels heer en wriemel naakt en mergloos ik wurm mij uit het weeë slijk van vergeefs vergoten tranen rondom mij ik sla het stof van de miljoenen doden van mij af (herhalen kan hier wel?) ik vraag u naakt zoals ik ben niets van hen is vreemd aan mij niets van mij is vreemd aan hen: hoe dan, wat anders kan ik zeggen dan: ‘gun mij uw vloek doe heil aan hen, ik zal uw vazen wassen in de hel.’

Judah Conchetroux, Waremme 2/02/2022 @ 7:08 

Categorieën
PLEEBEER

15 songs #1

first of 15 songs generated by images made by Jim Leftwich and sent to me by mail. made with Melobytes, a free online AI Image to Sound app and the free Virtual ANS 3.0 synth

input image by Jim Leftwich
hit the arrow to play the first Song

MANIFEST

SaNDGRaPH pseudo-code

//the dv.app’s coding is rusty still, it’s been out of the loop for 10 years!


var IMG_input = “DSCN5983.JPG”;
var IMG2MIDI_url = “https://melobytes.com/en/app/ai_image2sound”;
var params =(50, 55, Major, 62, 3/4, No, Yes);
var MIDI_app =(Ableton);
var recFile=new File(Audacity, record);

var genFile= new File( dv.genMIDI( IMG_input, IMG2MIDI_url, params, WAV);
var arrangFile= new File(dv.arrangMIDI, Ableton, morotic);
//’Ableton’ is the app used for the arrangement, ‘morotic’ is one of available modes/moods of arrangement of the dv-app


new Session()=dv.session.start ();
//begin recording session, that’s the hardest part, getting the morotic dv.app to do anything..
dv.start.recording (Audacity);
ANS. read ( IMG_input , looped);
// have ANS read the image in a continuous loop
dv.play(arrangFile);
//once you got it running things start to happen! remember that!
dv..monitor(recFile);
//have dv monitor the mixing output to the recording file
dv.master(recFile);
//all it did was Normalising the Audacity output
dv.publish (recFile, WordPress);
//now that wasn’t too hard was it?
dv.comment (“frack of, will you”);
dv.exit();


———————————————————————————-
All files are released in the
Public Domain CC 0 1.0

Categorieën
PLEEBEER

EYMH – The Problem of Being Made out of Metals and Water

Categorieën
PLEEBEER

Vol huis

Zou je dit overvol kunnen noemen? Een zaaltje met twee lange tafels en twee ramen.

Hij weet het niet. Hem lijkt het alvast goed gevuld en toch lijkt hij de afwezigen te willen monsteren. Afwezig op de begrafenis van hun eigen moeder!

Hij zou ze zijn broers moeten noemen maar komt er niet toe. Het deert hem overigens niet echt, wat kan het hem schelen. Zijn eigen dochters en de dochters van beide afwezigen maken het zaaltje overvol.

Categorieën
PLEEBEER

Menselijk kapitaal. Proeve van kansberekening

Zonder in toevalligheden te willen vallen en vooral om dat te vermijden, hebben we enkele parameters bovengehaald en toegepast op de gegevens zoals we die verzameld hadden en opgeslagen.

Als eerste parameter geldt de afstand. Vijftig kilometer wordt als maximum aangenomen. Er is geen minimum.

Met de leeftijd wordt nauwelijks rekening gehouden. Worden uitgesloten: onder de twintig en boven de vijfenzestig.

Tweede dwingende parameter is de bereidheid tot binnen om daar thuis te werken, met uitsluiting van wie daar niet toe bereid is. Sommigen verhelen dit aspect. Toch ontsnappen ze niet en vallen ze door de mand.

De andere parameters spelen losjes weg: een, twee of drieweegs, waarbij drie de voorkeur geniet. Of de hoedanigheid zoals daar is: eronder. Onder de leuke duim schuilt de grote luim. Deze formule en formulering definieert deze parameter.

Op deze basis komen drie kandidaten uiteindelijk in aanmerking. Het is haast een blinde gok om de volgorde te bepalen. Rust echter brengt behalve roest soms ook inzicht. De derde dag zagen we dat een heel erg goed zou kunnen zijn en haalden die aan.

Het zou een juiste gok blijken.

Categorieën
PLEEBEER

sens unique

van ochtendgil tot avondval
van middernacht tot overal:
u jaagt uw brave nieuwe leden
naar de huurkazernes van de dood.

u loont hen met uw gouden kettingzegen.
u schildert uit in uitgelezen kerkhofgroen
de uitgeflitste kruisweg van hun levens
in het doffe teken van uw nijd.

u slacht per ader en gelaten maar
geen cijfer kan uw dorsten laven.
uw venusheuvel jeukt en vloekt.
uw startschotplannen staken plof.

uw afscheidsgroeten blaken waar
u welkomstwoorden had voorspeld.
kak. uw draaimol wiekt in gaten
de dolle waanzin van uw leiden
wordt nu rede die geen lijden kent.

o droog doorprikte wolkendromendok,
o foute rekenregel in de wereldregen,
hou uw waterlanders nog even in de tank
vul uw vreetkanaal met grijze stronk
van kersenpit en levende garnalen:
de toekomst is maar even om de hoek
de krant gaan halen met vandaag er in.

aanhoor de jubilates van de vrede
het komt wel goed zolang het nu
u toch nog even kan in leven laten.

(javel is uiteindelijk, denk ik, nog steeds
het beste middel tegen rot en stank).

—dv & juda conchetroux i.v.m. simon vinkenoog

Categorieën
PLEEBEER

SUNSET (on a hill with a view over the bay)

Het wonder van de zonsondergang.
Dieporanje schijf,
lamp, barstend van protuberansen.

Categorieën
PLEEBEER

interview with Burak Ş. Çelik

[This interview was previously published in the 8th Issue of 
Buzdokuz Poetry Theory Criticism Magazine,
see buzdokuz.com
]

Hello Jim. Thank you for agreeing to interview me. Let me start with my first question: I wonder how you met asemic poetry. Can you talk about it?


In 1996, I made a group of fairly extreme experimental textual poems and sent them to a friend who was primarily a visual poet. He warned me that I would wind up making asemic writing if I continued to pursue such extreme experiments. That was the first time I saw the word “asemic”.
In 1997, I intentionally made some illegible handwritten poems. I sent them to John M. Bennett, who called them “spirit writing”. The following year, Tim Gaze published in his Asemic Series a small booklet of my illegible handwritten poems entitled Spirit Writing.

Could something really be a-semic? What is the connection of asemic poetry with meaning? Is it meaningless to be wordless?

My position has always been that there is no such thing as asemic writing. All writing has meaning, and all mark-making has meaning.Practitioners of asemic writing are involved in an aspirational practice.I have never accepted the definition of a-semic as poly-semic, which is very close to the definition offered by Wikipedia. (”With the non-specificity of asemic writing there comes a vacuum of meaning, which is left for the reader to fill in and interpret.”) We may as well assert that asemic writing is the opposite of itself.

In January of 1998, I sent an email to Tim Gaze in which I stated the following: the asemic text would seem to be an ideal, an impossibility, but possibly worth pursuing for just that reason.

In June of 2011, I posted the following comment to the ASEMIC Google Group: there is no such thing as asemic writing.in fact, there is no such thing as asemic anything. everything is readable, ie., can be and will be given meaning.the asemic is an unattainable ideal.in striving toward it, many mutations of writing and drawing (and other practices: photographing, to name but one) will come into being.this is the value of the asemic. working with asemia (attempting to write it, attempting to read and/or not read it) is a training exercise, and the products of that training exist as documentation of the process.

How can we read asemic poetry? Can you evaluate asemic poetry in terms of legibilty-illegibility?

Asemic writing was never meant to encourage any kind of reader-response engagement.
Asemic writing is a kind of writing-against-itself. It is intended to thwart the production of meaning, even the process of collaboratively constructed meaning-building.

The struggle in the production of asemic writing lies in the attempt to produce a meaningless text or text/image or quasi-calligraphic drawing, and failing, continually, in every attempt.If that specific struggle is not present in the production, then what is being produced is not asemic writing. It is, most often, either abstract visual art, or some variety of visual poetry.

The struggle in the reception (reading) of asemic writing lies in the attempt to discover or collaboratively construct meaning or meanings, and failing, being thwarted, continually, in every attempt.And, if that specific struggle is not present in the reading, then what is being read is not asemic writing. It is, most often, either abstract visual art, or some variety of visual poetry.

If there is no attempt at a reading to be thwarted, then there is no writing, of the asemic variety or any other kind.
And, if there is no resistance to the meaning-building process, that is, if the reader is free to associate any array of meanings he or she desires, then there is no reason to use the term “asemic” to refer to the writing being read.

Where would it be right to look for the avant-garde aspect of asemic poetry?


When asemic writing is in fact a kind of writing, it participates in the avant-garde tradition of writing-against-itself, which we can identify at least as early as 1909 with Italian Futurism. The tradition has continued, unbroken, through Russian Futurism, Dada, Surrealism, Lettrism, Cobra, Fluxus, Neoism, L=A=N=G=U=A=G=E writing, Otherstream poetries, and others I am surely neglecting, into the present.

When asemic writing is in fact not any kind of writing, but is rather a form of visual art, then it participates in the highly-successful (and highly-lucrative, for what that’s worth) tradition of mainstream 20th century abstract art, and has no claims whatsoever to the traditions of the avant-garde.

What are the features that distinguish post-asemic poetry from asemic poetry?

I actually don’t use the term “post-asemic” — because I don’t know what it means. Unless maybe it just means “no such thing as asemic writing”, in which case it’s a kind of belated acknowledgement of my understanding of the term in the late 1990s, and ever since.

We would be much better off with a term like “desemantized writing“, which Tomaso Binga in Italy was using as early as 1974. I wish I had known the term in 1997, when Tim Gaze and I started our correspondence. Then maybe this conversation could be about desemantized, rather than asemic, writing. Desemantized is so much clearer, and so much more specific, than asemic. But I didn’t learn of the term until much later, by which time “asemic” had taken on a life of its own, developing factions and divergent trajectories, under the umbrella of an international community sometimes called The Asemic Movement. (As of June 7, 2021, the Facebook group calledAsemic Writing: The New Post-Literate had over 20 thousand members and was averaging 40 posts per day.)

I have become interested in the contributions of women writers and artists to the current community of asemic writing, and also to the history of visual and concrete poetry.
Some of the poets included in the recently published Judith: Women Making Visual Poetry (Timglaset, May 2021) who are often associated with asemic writing are Rosaire Appel, Cinzia Farina, Satu Kaikkonen, Kerri Pullo and Lina Stern.

In an essay contextualizing the anthology, editor Amanda Earl writes:


“I see connections between the work of earlier women makers of visual poetry and contemporary practitioners. It is my hope that women today and tomorrow will be inspired to create and explore the rich history of women making visual poetry. That this visibility will lead to creating and opening spaces for women, knowing that they are not alone and that the work they are doing is valid.”

Amanda Earl


From my perspective I might add: “It is my hope that men today and tomorrow will be inspired to inform themselves and explore the rich history of women making visual poetry.”

In September of 2020, Primary Information published a book edited by Alex Balgiu and Mónica de la Torre entitled Women in Concrete Poetry: 1959-1979. Included among its poets are Tomaso Binga from Italy, Mirtha Dermisache from Brazil, and Ana Hatherly from Portugal, all of whom are very frequently mentioned in discussions of precursors, ancestors, and early practitioners of what has come to be known as asemic writing.

In 2013, Jessica Smith edited Women of Visual Poetry, and published it online at EVENING WILL COME: A MONTHLY JOURNAL OF POETICS. Included are 63 women who make works identified as visual poems. In her introduction she writes the following:

“Visual poetry as a subset of the poetry community is plagued by the same illness as poetry itself. Every time VIDA does a count of the woeful underrepresentation of female poets in major publications, editors claim that women don’t submit. Perhaps the language, and resulting practice, of “submission” is repellent. Editors, of both magazines and more cloaked periodicals like anthologies, must research writers and actively pursue the writers they want to publish, specifically request work from these writers, and create an environment in which writers feel comfortable “contributing” to the collaborative entity.

Maybe the need to actively research and invite women to participate in a project will fade when periodicals are less blatantly gender biased. For now, editors can’t expect numbers trouble to magically clear up on its own. And in the meantime, projects that witness the truth of the underrepresented must continue to provide an accurate survey of the poetry scene.”

Jessica Smith


Some of the poets published in Women of Visual Poetry who are often associated with asemic writing include Rosaire Appel, Rachel Defay-Liautard, C. Mehrl Bennett, Pearl Pirie, Amanda Earl, Kiki Franceschi, Fátima Queiroz, Rosa Gravino, Donna Kuhn, and Miriam Midley.

The digitally archived series of WOMEN ASEMIC WRITERS Exhibits consists of seven galleries, beginning with the spring of 2018 exhibit, and ending with the summer of 2020 exhibit. Among many other currently active women asemic writers, the series includes Kimm Kiriako, Lina Stern, Anneke Baeten, Nicola Winborn, Marcia Brauer, Kerri Pullo, Floriana Rigo, Lucinda Sherlock, Donmay Donamayoora, Laura Ortiz, Tatiana Roumelioti, Maria Teresa Cazzaro, Renata Solimini, Tommasina Bianca Squadrito, Kristine Snodgrass, and Judith Copithorne.


In February of 2021, De Villo Sloan posted a review, including several images, of American Apparell by Kristine Snodgrass (Alien Buddha Press, 2020). Sloan says ” In recent years Kristine Snodgrass has garnered praise and gained an audience in the international asemic writing community.” I wrote him a brief note expressing my interest in Snodgrass, and in his review of her book. He published my note at his Asemic Front Two blogspot. Here is an excerpt:

It makes me happy to see work developed under the umbrella of “asemic writing” circling back towards its origins in content-driven text/image poetry.

As Kristine Snodgrass writes,

“The glitch reimagines the language, dissecting it and rearranging it in the spirit of asemics. Or pansemic. Or abstract.”

Kristine Snodgrass

This approach identifies asemic writing as one component among many in the ever-expanding constellation of experimental/innovative/difficult/restless poetries.

When I try to imagine what the term post-asemic might refer to, what particular works and writers it might refer to, I think of Kristine Snodgrass, who works as Associate Professor of English and Modern Languages in the area of Creative Writing/Poetry at Florida A&M University. I like to think of her term femmeglitch from 2020, in relation to Tomaso Binga’s feminist concept of desemantized writing, from 1974. It might be fruitful to consider a trajectory for recent developments in visual poetry, beginning in the late-1960s/early-1970s, passing through a phase known as “asemic writing”, and returning, now, renewed, transformed, and mutagenic, as a variety of visual poetry (or, perhaps, visual writing) to be known, at least for a while, as”post-asemic writing”.

Is it correct to consider asemic poetry as a title under visual poetry?

I certainly think so.We have poetry, and one variety of poetry is called visual poetry.So, we have visual poetry, and one variety of visual poetry is called asemic writing.

As I wrote in an email to Peter Swenger, in November of 2017: the wheel of asemic writing has been invented many times, but only once has it led to what is now called The Asemic Movement.

Asemic writing seems always to arise from an extreme attention to the minutiae of writing. I think of Henri Michaux. His book of desemantized handwriting entitled Narration (which could perhaps be called a kind of spirit writing) was published in 1927. He started writing in 1922 and in 1924 he produced a visual work entitled”Alphabet”, which begins to establish him as an ancestor of asemic writing, or maybe as a full practitioner in all aspects other than the use of the word “asemic”.

Michaux continued to explore the possibilities of his “drawritings” (to borrow a term Marco Giovenale has used to describe his own asemic practice) for the rest of his long life (1899 – 1984). While Miserable Miracle: La Mescaline (Miserable Miracle, 1956) is probably his best known book from the eleven-year period during which he experimented with the relationship of mescaline to writing, three other books from this period have recently been combined into one book and published by City Lights. Quatre cents homme en croix (Four Hundred Men on the Cross), a collaboration with Roberto Matta entitled Vigies sur cibles (Watchtowers on Targets), and Paix dans les brisements (Peace in the Breaking) were all written between 1956 and 1959. They have been published together in an English translation by Gillian Conoley under the title Thousand Times Broken (2014). They all contain examples of thequasi-calligraphic drawing or desemanticized handwriting which is similar to some of the most prevalent and popular forms of what is now known as asemic writing.


One might also think of Christian Dotremont. Dotremont became involved with the Surrealist movement while still in his early twenties, while identifying himself primarily as a poet. Under the influence of Surrealism, he began to produce his logogrammes, a kind of text-as-image work, ornate calligraphic renditions of words and phrases in deliberately ambiguous and polysemic arrangements we might now experience as almost an exact opposite of asemic writing. For Dotremont, the calligraphic ambiguities were an extension, an intensification, of the expressivity found in some of the more conventional (at least in appearance) Surrealist writing. He titled one of his late logogrammes (1972 — he died in 1979) “Poetry must be seen and not only read”.

Foregrounding the visuality (we might say the materiality) of the poem was explored as a means of expanding the complex communicative potential characteristic of even the most traditional poetries. Dotremont’s calligraphic experiments are similar in appearance at least to much of what has been produced in the past twenty years or so under the rubric of asemic writing.

And of course we must think of the works of Tomaso Binga (the artistic pseudonym of Bianca Pucciarelli Menna), who was using the term Scrittura desemantizzata (Desemantized Writing) at least as early as 1974. Binga’s desemantized handwriting,while all but illegible as writing, was intended as very clear, precise communication of her feminist analysis of the silencing, the marginalization, the objectification, and the commodification of women in the patriarchal society of post-WWII Italy.

In a 2019 interview published in Hyperallergic, she explained some of her thinking to Francesco Dama:

“I work on writing. I don’t want to invent a new code, but I attempt a process of de-semantization of the verbal code. In my works, words grow and multiply likeliving beings, they cross over the places they are supposed to belong, they proliferate like cells, they invade the spaces that surround us.”

Tomaso Binga

Until fairly recently, many of us wrote at least the first drafts of our poems by hand. Handwriting is often a little slippery in its conveyance of intended sense. Even our own handwriting can be at times ambiguous or even illegible. The potential for exploring intentionally ambiguous, and even intentionally illegible, handwriting is always present. It is always hovering, lingering, in some liminal space at the edge of conscious thought.
I came to the asemic through poetry. I spent years writing syllabics, breaking the word into its syllabic components, as with all conventional poetry, but counting the number of syllables rather than the number of stresses. Eventually, inevitably, I started breaking the word into its letteral components, sometimes counting them, or counting them and the spaces between them. The next step, which also seemed inevitable, was to begin exploring permutations of the letters. That led to a sort of calligraphy, a quasi-alphabetical non-semantic writing utilizing neither syntax nor grammar, a kind of letteral and gestural handwriting. Then came page-as-field compositions consisting of letteral scrawls and squiggles, mutated geometric forms, gestural improvisations and doodling. Somewhere in this process an interest in shaped visual poems had developed, along with the exploration of text/image collage poems.

Any stopping point is also a starting point, that much is a given. It becomes very interesting when we realize that every stopping point is actually a multitude of starting points, and we have the ability to move out from wherever we are in many directions at once.On the page, or in our books, we might identify a step-by-step understanding of, for example, how textual poetry leads to visual poetry which then leads to asemic writing, but in the mind all of these variations exist simultaneously. We experience them as a swarming simultaneity, not as a causal sequence.

Have you come across a study that deals with asemic poetry in the context of psychoanalysis? Do you think asemic poems can reveal the personality and subconscious of the poet?

I haven’t read this kind of study, and I would be a little suspicious of this kind of thing from the outset. I don’t think handwriting analysis — graphology — is the direction I want to take, or advocate, or encourage, in relation to the (attempted) reading of asemic writing.We should attempt to read it in the largest, most complex, context we can find for it. Let’s begin by reading it as literature, within the history of literature, produced by a particular human being, in a specific time and place, with specific socio-economic, political and religious influences in full play. I propose this only as a sketch of a beginning.

What does asemic poetry aim to destroy and what does it promise to replace it?

As Hugo Ball proclaimed, in his Dada Manifesto of July 1916: 

“A line of poetry is a chance to get rid of all the filth that clings to this accursed language, as if put there by stockbrokers’ hands, hands worn smooth by coins.”

Hugo Ball

A hundred and five years later, we should add that a page-as-field composition is a chance to get rid of all the filth that clings to this accursed language, as if put there by stockbrokers’ hands, hands worn smooth by coins.

A textimagepoem is a chance to get rid of all the filth that clings to this accursed language, as if put there by stockbrokers’ hands, hands worn smooth by coins.Writing-against-itself is a chance to get rid of all the filth that clings to this accursed language, as if put there by stockbrokers’ hands, hands worn smooth by coins.An asemic poem is a chance to get rid of all the filth that clings to this accursed language, as if put there by stockbrokers’ hands, hands worn smooth by coins.

In the mid-1990s I was involved in some correspondence with a few poets who were, from time to time, interested in considering the practice of writing experimental poetry as a kind of spiritual discipline. The following citations are taken from an array of writers who helped to inform that kind of thinking. If not for these specific writers, and for this general line of thought, it is unlikely that my first attempts at illegible calligraphy would have been referred to as spirit writing.

Patricia Cox Miller, in her essay “In Praise of Nonsense” discusses an intriguing array of early sound poetry, along with speculations concerning the intentions of the poets. She writes:

Paul, who talks about what the magical papyri do, has in his first letter to the Corinthians described basic aspects of alphabetical language. They are aspects that carry the archaic sensibility of that language, especially as it shows itself in the magical papyri where spiritual language is best and most fully preserved. The information from Paul concerns the form and qualities of this language: it is ecstatic prayer that does not sound like normal language but rather like music (as Paul’s repeated musical metaphors suggest – gong, cymbal, flute, harp, bugle); it is not intelligible, but it is rhythmic; and it is also powerful, for it brings manifestations of the spirit. Further, those manifestations take the verbal form not of reasonable words (‘For if I pray in a tongue, my spirit prays but my mind is unfruitful’) but, as we know from other sources, of strings of letters, particularly of vowels, and these somehow give expression to ‘mysteries in the Spirit’ (1 Cor 14:2).

Patricia Cox Miller


Jerome Rothenberg, writing in Technicians of The Sacred about an aboriginal rain chant, offers the following commentary:

Such special languages – meaningless &/or mysterious – are a small but nearly universal aspect of ‘primitive-&-archaic’ poetry. They may involve (1) purely invented, meaningless sounds, (2) distortion of ordinary words & syntax, (3) ancient words emptied of their (long since forgotten) meanings, (4) words borrowed from other languages & likewise emptied. And all these may, in addition, be explained as (1) spirit language, (2) animal language, (3) ancestral language – distinctions between them often being blurred.

Jerome Rothenberg

In his books about the Kabbalistic practices of Abraham Abulafia, Moshe Idel provides us with descriptions of 13th century compositional practices involving letteral recombination.
Abulafia wrote:

“If it be night, kindle many lights, until all be bright.
Then take ink, pen, and a table to thy hand and remember that thou art about to serve God in joy of the gladness of heart.
Now begin to combine a few or many letters, to permute and to combine them until thy heart be warm.
Then be mindful of their movements and of what thou canst bring forth by moving them.
And when thou feelest that thy heart is already warm and when thou seest that by combinations of letters thou canst grasp new things which by human tradition or by thyself thou wouldst not be able to know and when thou art thus prepared to receive the influx of divine power which flows into thee, then turn all thy true thought to imagine the Name and His exalted angels in thy heart as if they were human beings sitting or standing about thee.”

Abraham Abulafia


In his discussion of Abulafia’s process of recombining the letters of the sacred name, a practice the name of which has been transliterated as zerufe otiot or tzeruf otiyot, Moshe Idel describes the radical poetics of this particular version of the Prophetic Kabbalah.
Idel writes:

This technique of breaking-down or atomizing the Name is the most distinctive characteristic of Abulafia’s technique; the Holy Name contains within itself ‘scientific’ readings of the structure of the world and its activities, thereby possessing both an ‘informative’ character and magical powers. It is reasonable to assume that both qualities are associated with the peculiar structure of the Name. However, in Abulafia’s view this structure must be destroyed in order to exploit the ‘prophetic’ potential of these Names and to create a series of new structures by means of letter-combinations. In the course of the changes taking place in the structure of the Name, the structure of human consciousness likewise changes. As Abulafia indicated in a number of places, the Divine Name is inscribed upon man’s soul, making it reasonable to assume that the process of letter-combinations worked upon the Name is understood as occurring simultaneously in the human soul.


Moshe Idel again:

Abulafia’s way is an original one in terms of the psychological mechanism by which the new consciousness that it reaches is activated. While in the other known techniques – Yoga, Sufism and hesychasm – the goal is to attain the maximum degree of concentration by means of a generally simple formula, to be repeated over and over again, Abulafia’s method is based upon the contemplation of a constantly changing object: one must combine the letters and their vowel signs, ‘sing’ and move the head in accordance with the vocalization, and even lift one’s hands in the gesture of Priestly Blessing. This combination of constantly changing components is entirely different from what we know of these other techniques. Abulafia is not interested in relaxing the consciousness by means of concentration on a ‘point,’ but in purifying it by the necessity to concentrate intensely on such a large number of activities that it is almost impossible at that moment to think about any other subject. By this means, the consciousness is purified of every subject apart from the names being uttered.


So, that is some of what I was reading and considering during the years in which the word “asemic” came to be included in my vocabulary. My personal beliefs are probably closer to the technicians of the sacred than they are to 13th century prophetic kabbalah, but it was and is good to know about precursors and ancestors of asemic writing who had things on their mind other than the creation of aesthetic or even philosophical works of verbal art.

When I saw the asemic poem below, I had the thought that the existing was covered up and given it a new form and meaning, maybe a new reality. I’m curious about the background of this poem.

Overprinting is a form of collage. Overprinting is a form of erasure poetry. Ride a bus through a city. Drive in a car, almost anywhere. Walk along a sidewalk, past fast-food franchises and strip-malls. Sit in a waiting room and flip through a magazine.

Overprinting is realism. Fragments are how much of what, whenever encountered, mostly elsewhere? Seeger as was his the genteel tradition both men four what to do before he to deal with the mystic populist American Society New York American Indian music Washington). Overprinting is the cut-up method, a writing of a kind of research poetry to produce a kind of training manual.

10. You made the following asemic poem with sticky tape. I have come across other works made with sticky tape. It’s like incorporating the material into the poem. Regarding this, what would you like to say about the following work?

You are exactly right. I use tape, instead of glue, because the tape becomes part of the composition, part of it’s texture, the intrusion of an unnecessary surface among all of the other essential surfaces. Tape is a proletarian version of the motto: Be here, now. It is Rimbaud telling us “I is another” and William Blake telling us “The eye altering, alters all”. We use tape to tell ourselves a timeless truism: all art is a lie. William Burroughs told us, probably more than once: “Truth may appear only once; it may not be repeatable.” So the tape is a glimpse of the real, which in real time, in real life, in the real world, is always experienced as a Zen-slap in the face.

Thank you for your questions, Burak. I appreciate being given this opportunity.

Jim Leftwich June 2021

previously published in the 8th Issue of 
Buzdokuz Poetry Theory Criticism Magazine
optimised for screen readability by NKdeE

Categorieën
PLEEBEER

Heibel en trammelant

Zij kondigen zich aan als eerstgedienden:
“Heibel en trammelant, voor ieder nieuw begin”
Een angstknauw laat hen oudvertrouwd binnen
Wulps heupwiegend volgt Vernieuwzucht in hun voetspoor

Daar gaan we weer denk ik, en ja hoor
Zij voeren hoog in hun vaandel:
De Toekomst!
Heibel ziet grote veranderingen
En Trammelant zegt dat daar haast bij is
Zij laten met trompetgeschal Vernieuwzucht
Van zijn beste kant klinken,
klanken zo weemakend die ik hoor!

Ik sputter wat over nu geen ommezwaai aan mijn hoofd
Maak weloverwogen zwierende armbewegingen alsof ik dans
Trap onverwacht Heibel en Trammelant recht in het kruis
Mompel binnensmonds “een koekje van eigen deeg, my dear”
Hoor hoge piepstemmetjes kermen in koor:
Harmen doet aan vernielzucht, hoor!

Voor Vernieuwzucht heb ik wat beters in petto
Ik ga naar de kelder en haal Traditie tevoorschijn
Leg hem alles kort uit; hij knikt begripvol
Traditie weet dat dit zijn moment is:
Is top fit en er helemaal klaar voor!
Witheet en niet te houden
Vliegt ie Vernieuwzucht naar de strot
Die schrikt zich helemaal het apeloetje!

Met spastische kattensprongen stiefelt Vernieuwzucht er vandoor
Op oudkrakende botten maar nog jong van geest Traditie er achteraan
Een ratrace zoals niemand ooit zag!
Ik zal jullie vertellen hoe het afliep, Lieverds
Wees bij de les!

Met een snoekduik werpt Traditie zich op Vernieuwzucht
Hij is zijn ultieme gruwel, Vernieuwzucht knijpt de billen saam
Krijgt acuut kippenvel tussen de schouderbladen
Zweet peentjes en weet als geen ander
Traditie is groter, de Dwarsligger is groter
De grote Dwarsligger, Traditie is groot!

Nu moet je boos worden, echt
Nu moeten jullie boos worden, echt
Nu moet je echt heel boos worden, echt
Echt, JULLIE zijn immers ONZE gruwel!

Met twee handen sla je eerst links dan rechts
De Dwarsligger hard op z’n stijve kaken
Doe een pas naar achter nu, dat is wel zo gepast en zie
Een dun rillend stroompje bloed sijpelt uit z’n grote dikke neus
Ook veel tranend snot nu uit monden, oren en ogen
Allemaal oud snot!

Lach lachend hard een schaterlach!
Lachen tot je er dood bij neervalt!
Lachen tot je een ons weegt, tot het lachen je vergaat!
En lachen zullen jullie: LACHEN ZEG IK TOCH!?

Categorieën
PLEEBEER

Zoutloos lonkt de eenzaat

Er heerst pandemie. De herbergen zijn dicht. Mannen liggen op de zetel voor de treurbuis bier uit blik te drinken en laten hun vrouwen op hun honger.

Deze gaan dan stiekem elektronepgesprekjes voeren op  sites bedoeld om afspraakjes te maken om van bil te gaan.

Zelden komen ze ervan.

Buiten verkneukelt het virus zich in zoveel uitzichtloze eenzaamheid.

Categorieën
PLEEBEER

uit: TransDiaMorph

Werk In Wording

Tekst 11, eerste schets/test

Categorieën
PLEEBEER

Stemverstrengeling 2

uit metafysika uitgelegd aan onze goden van sadà\exposadà
tekst 1
stem: Nanne Nauta

verkrijgbaar bij Uitgeverij crU; http://www.uitgeverijcru.nl/bundels/metafysika-uitgelegd-aan-onze-goden/

Categorieën
PLEEBEER

Stemverstrengeling 1

uit metafysika uitgelegd aan onze goden van sadà\exposadà
tekst 3
stem: Jeroen van den Heuvel.

verkrijgbaar bij uitgeverij crU http://www.uitgeverijcru.nl/bundels/metafysika-uitgelegd-aan-onze-goden/

zie ook: https://ooteoote.nl/2019/10/ei-182-sadaexposada-metafysika-uitgelegd-aan-onze-goden-i-3/

Categorieën
PLEEBEER

from the NKdeE bk-tarot ‘noir’

Categorieën
PLEEBEER

wat een kunstenaar behoort te doen


TER AFSCHEID

WAT EEN KUNSTENAAR BEHOORT TE DOEN



WAT EEN KUNSTENAAR BEHOORT TE DOEN

IS DE DOOD REANIMEREN OF ANIMEREN

BEIDE INTERESSANT



IK VERKIES REANIMEREN

WANT DAT SUGGEREERT DAT DOOD OOIT LEVEND WAS

OF LEVEND IS GEWEEST

DIT IS DE MELANCHOLIE WAAR IK VAN HOUD



HET LEVEN, DAT IS DE BUITENKANT VAN DE DOOD

ER ZOU NU EEN KERN IN HET LEVEN ZIJN,

ONS ONBEKEND EN GELIJK DE DOOD



ALLES WORDT OMGEVEN DOOR VERDRIET, EEUWIGE

WEEMOED EN HET GEVOEL ONBESTEMD TE ZIJN

HIER IS DE KUNSTENAAR THUIS



HIJ BEWEEGT ZICH STEEDS WEER TOT DE KERN DIE DE

DOOD IS

DOET MELDING HIERVAN AAN ANDEREN EN ZORGT

VOOR

HEELHEID

Categorieën
PLEEBEER

Dagen, nachten

Het is al lang kwart over acht geweest. Of kwart over zes, voor mijn part. Het doet er niet toe.

Het is immers kwart over tien.

We zijn vlug geneigd hieruit een besluit te trekken maar dat is er niet.

Als we er morgen maar niet meer aan denken.

Het is bijlange morgen nog niet.

Er kan nog veel gebeuren.

Of helemaal niets.  

Categorieën
PLEEBEER

Intergalactic Integration

Irem Kaneli 1998 Groningen – Beetsterzwaag

Categorieën
beeld PLEEBEER tekst

leftwich/vekemans image to text app (8)

every essence is obscene
every creature is a lie

my hairy wings will circumcise
my hairy snout will suck your wets
my angled ache will penetrate
your fishy love will turn to hate

every creature is a lie
every essence is obscene

you will sync with death and i will rise

extended version:

EDEN CELS FIN FLEUR
(from the Boucquet Dominion)

image: jim leftwich
text & music:
dv + vintage modular 2.2.5 + ITL

Categorieën
PLEEBEER

leftwich/vekemans image to text app (5)

reign a pun the rash thy fiery hail of laughter
ravish the margins do bleed the verge to its ditch
blacken the pale and each think burden with hope
the center of our ail and complicit to tongue with.

swallow eye do i swerve in contentment
sacred to none so sick i reed in your winding
and a way is the way to my waist in the end.

images: jim leftwich
text: dv

Categorieën
PLEEBEER

leftwich/vekemans image to text app (3)

to earn the page i bled
it sick to swer ve th e k
wint i snapped its str
ing to wheel the want
i broke the axles to v
erify its death be bliss.

images: jim leftwich
text: dv


Categorieën
beeld PLEEBEER tekst

leftwich/vekemans image to text app (2)

image:

text:

your roam is sacked
increase of none
unvoice my syllables
delete my jots
do touch me not

remain beatitude a
manual and litter sparks
of flight each dying ache
we try to knit the torn
of tender ligaments

to the filth of our devotion.

images: jim leftwich
text: dv


– advertentie –

Steun het Platform voor Literatuur en ergere Ellende:

Koop een RADIO KLEBNIKOV CD!

ontdek alle RKCD’s op
https://radioklebnikov.bandcamp.com/

Categorieën
PLEEBEER

mijn naam is advocaat

Hallo lieverd,

Mijn excuses voor het verstoren
van uw dagelijkse werkzaamheden!!

Mijn naam is Advocaat Mehmet Keles Esq,
een advocaat en hoofdadvocaat die werkt
op alle gebieden van de jurisdictie van de familierechtbank.

Ik heb mijn cliënt en zijn gezin verloren
bij een auto-ongeluk, hij heeft het bedrag van
(dertien miljoen achthonderdtachtigduizend dollar)
op zijn rekening staan, ik heb een mandaat
van zijn bank gekregen om zijn naaste familieleden
te voorzien voordat het fonds in beslag wordt genomen
door de Bank.

daarom heb ik contact met u opgenomen
in deze zaak vanwege het feit dat u dezelfde
achternaam had met mijn overleden cliënt
hij komt ook uit uw land en er is geen
geregistreerde erfgenaam in zijn rekeningbestand

bij de bank,

gelieve dringend te reageren zodat ik kan
geven u alle nodige informatie
over deze erfenis transactie
voor uw beste begrip
als u geïnteresseerd bent.

Heb een mooie dag
wachten op uw snelle
antwoord!

Met vriendelijke groet!
Barr. Mehmet Keles Esq

Categorieën
PLEEBEER

Vanuit de holen

.

Wie eenmaal het getal kent

van de volmaakt vrije wereld,

blijft hij misschien wel zij

dan voorgoed thuis?

.

Of begint dan het dolen?

++

.

Niet achterlijkheid noch vrolijkheid

worden beloond, ik val mooi

.

buiten de prijzen. Daar

is het goed toeven.  

Categorieën
PLEEBEER

Zonder titel, alsnog

Sans titre en attendant  

Un arbre, ni coq ni âne,
prend soin de son âme.
Y saute un pinceau
ou encore un homme – oiseau.  

Ils sauvegardent notre jeunesse,
ni d’une poule, ni d’une ânesse,
empêchant notre tronc
de prendre folie ou poltron.   

Vois-tu ce gros tronc ?
La forme le ronge,
la vase d’un mauvais songe.  

Vois-tu cette fine branche ?
Elle a une belle jambe bien blanche.
Zonder titel alsnog

Van de hak op de tak
zelden omgekeerd, zelden mak,
springt nu eens de mees
dan weer de mens met de pees.  

Het houdt ons, bomen, jong
die van de wereld zijn de long.
Het belet onze stam
krankzinnig te worden of lam.  

Zie je die dikstam?
Hij vergaat van de vorm
die hem wegknaagt tot molm.  

Zie je die duntwijg?
Aan zijn voet een paardenvijg.