Auteur: Dirk Vekemans

Dirk es un poeta y artista plástico belga. Vive en Drieslinter, y tiene 56 años. Está ya calvo como me, delgado y bastante alto. Es un poeta muy inspirador, y organizado festivales por “la lirica libre”. Él solamente publicar poesía en Internet, no en libros de papel, no tiene una empresa editora. Está muy activo en Internet, tiene varios sitios y blogs. Además ofrece la oportunidad a otros poetas por publicar en son blogs, llama “el seguito código”.

partchpracht #505

algo: schrijf tijdens zonsop- of ondergang een lyrische tekst bij de LYRIEK-collage van de volgende dag en  muziek van Harry Partch
input 2: Dark Brother

u Donkerte ter ere
gaan wij niet steeds weer door de Gaanderij
langs de eindeloze rijen van de ramen
met de namen van het licht
dat ons ter dood wil nagelen?
schuifelen wij niet zwetend,
met van angst ontsloten spieren
in eigen derrie
naar de verscheuring die gij zijt?

u, Donkerte, ter ere
hebben wij niet de weg der wegen
duizenden malen afgelegd?
hebben wij niet ter uwer wille
ons eigen vlees verloochend en belogen?

uw Donker dat in eigen Donkerte
zichzelve zoekt: gij schuift in ons
gij zijt de vette slang in onze huid
gij zijt het brokkenslijm dat onze tong
ter tale roert.

in rode brand uw donker stijgt
en kust de zwarte hemelleegte.
kom dan maar, gij Donkerte,
kom en sleur ons weerom mee.

Come to me as you always came.

partchpracht #504

Input1: LYRIEK Collage #504

algo: schrijf tijdens zonsop- of ondergang een lyrische tekst bij de LYRIEK-collage van de volgende dag en  muziek van Harry Partch
input 2: Rotate the Body in all its Planes: Ballade for Gymnasts

de stank van god is
niet te harden nu zijn
rottend lijf geheel
de aarde dekt.

de schepping stond in volle rot te kwijlen
toen de engelschare op zijn teken al 
het Woord aansneed.

maria maria gij die in de ijsgalerij
de frangipanes van moreau verorbert:
verlos ons van ‘t shekinageil
en berg de kinders in uw hoenderhok.


de stank van god is 
niet te harden nu zijn 
rottend lijf geheel 
de aarde dekt.

van ‘s morgens al de zwermen vliegen in spiralen stijgen zwart
ten hemel en in dichte pakken vallen de maden van de daken.
vervloekt met lust te wroeten en te leven
de gymnasten zingen graaiend in de lagen spek:

rotate the Body in all Its Planes
rotate the Body in all Its Planes


partchpracht #503

input 1 – LYRIEK-collage #503

algo: schrijf tijdens zonsondergang een lyrische tekst bij de LYRIEK-collage van de volgende dag en  muziek van Harry Partch
input 2: The Dreamer That Remains: a study in loving

de reus is nu niet meer de reus, zo verzekert ons maria, 
van de hernieuwbare uitgaven, de reus is de reus
van het opbouwende 
en hij eet geen kindjes – zo plots,
zegt men, als je  in het park gezeten
de borden leest
van wat je niet mag doen, plots
en onverwacht dat de droom komt, dan, toch

terwijl je het net helemaal juist deed

de droom van de dromer die de dromer blijft
terwijl de tijd toch lang al uit de ruimte is geschoven
terwijl er niets nog op het plein beweegt
terwijl het toch in orde is

o heer wiens lijk het ganse land berot
laat ons in innige coagulatie samen stollen
laat ons bloed dat van ontzetting gulpt
in uw slijmen glippen en verdwijnen

let us loiter together
let us loiter together

5 x B53

[versie D]

jij, vrij recursief wil het toeval dat jouw haren
mijn schouder uitstrepen tot op het witte
bot en insgelijks mijn navel versterkt met
gebulder historisch spektakel. hoofden, zij

worden met halen van hun rilromp en krijsen 
gescheiden en het leed wordt een deel van mijn
pink. hou die knipschaar in spreidstand, jij: elk
moment is een momentopname met suisende

migs in de hersenpan en bloedstraalbezopen
het besef druipt nu pas in jouw heden binnen:
met de neusloop geschouderd de oogas schroeft

schunnig in de richtkoker de scherven heelal. 
het lijf was horizon en oorlog onze vaderstaat.
goddelijk eerst was ik jouw slaaf en nu jij, dat.


[versie E]

verdwenen symbolen wil het toeval dat je haren
strepen mijn schouder tot op het wit klinkende
bot en in mijn navel mateloos versterkt raketten
bulderen (spektakel met moederkoek). hoofden

met halen gemaskerd van rillende rompen ge-
scheiden en het leed wordt een deel van mijn vurige
pink (knipschaar in spreidstand : momentop-
name). met suisvogels mig wapent eustachius

de hersenpan en davert en bloedstraal verloren
de grijze druppels lopen in het borstplan iran.
met de neusloop geschouderd de oogas schroeft

in de peniskoker schilferig  de scherven heelal.
mijn lijf is u allen en oorlog is u ook de vaderstaat.
de koning te goddelijk was ik je slaaf en nu ben jij vrij.


[versie F]

je haarpijlen vlijmen vergeten symbolen 
in mijn lijf en nagels kerven wit op het bot.
op polaroidbeelden van het binnenbuikse 
bofors blaffen uit hun affuiten. offerhoofden

met heftige halen gescheiden van rompen 
hun spermonden doen hun tombade tot ver
in de pinkscène (de schaar in spreidstand, 
close up van krijslippen over heel het scherm).

suisvogels mig fladderen op uit de gehoorgang 
en een bloedstaaltje vijand morst wat ebola
in het borstplan iran. nerveus met de neusloop
geschroefd op de oogas verzilvert het brein 

elke schilfer heelal. goed, ja, mijn lijf is soldaat 
en god is vader en oorlog maar dat, schatje,
maakt jou nog geen hoer, laat staan een maria.

[versie G]

met correlaties wil het toeval dat jouw haren
uitstrepen mijn schouder tot op het witte
bot & in mijn navel mateloos versterkt raketten
bulderen (moederkoekspektakel). hoofden
met halen van rilromp & krijsen worden
gescheiden & het leed wordt een deel van mijn
pink o.a. (knipschaar in spreidstand : elk
moment is een momentopname met suisende
migs in de hersenpan & bloedstraalverloren
de druppels besef druipen in het borstplan iran.)
met de neusloop geschouderd de oogas schroeft
schunnig in de richtkoker de scherven heelal. mijn
lijf was horizon & oorlog is ook ons de vaderstaat.
goddelijk eerst was ik jouw slaaf & nu ben jij vrij.

[versie H]

versie H – AR van B53

Rondeel #1

DE WACHTER

Ik wacht en ik sta hier mijn naam te vergeten. 
Ik kijk naar de mensen die komen en gaan.
De zon is heel warm en koud is de maan.
Ik sta en ik wacht tot mijn naam is vergeten.

De mannen zijn haastig, zij willen vaak weten
En of wanneer LAIS door de poort is gegaan. 
Ik wacht en ik sta hier mijn naam te vergeten.

De mensen van ‘t stad: ik weet hoe zij heten. 
Ik zie hen graag komen en liever nog gaan. 
Hun lief en hun leed zijn heel vlug gedaan.
En wat zij beweren wil nooit iemand weten. 
Ik wacht en ik sta hier mijn naam te vergeten.

(ik heb besloten om Christine de Pisan na te volgen. in al heur vormen.
ik vind zulks heel erg opwindend. ziehier mijn eerste rondeau pisanesque )

(kzal d’r ewa rotcollages bij doen, da’s goed voor de commerce)

uit ‘ het dagboek van Anke Veld’

28/01/2019

vast in taal. ik praat, ik schrijf, jij hoort jezelf, je eigen falen, wat ik ook zeg. ik denk aan die toren toen, van Babel, de spraakverwarring. ik zie die hele volkeren splijten.
het zit m in de woorden, dat denk ik dan, het misverstand. en ja begrip is vrede, onbegrip een oorlog, met vijanden en al.

voor begrip is luisteren nodig, en lezen. de woorden zoals ze er staan, zoals ze klinken. ja onder lagen stem, stem die veel verduistert, het stralen ook, van ogen, gezicht, mimiek.
hopen emo, stiekem opgeslagen in rimpeltjes en tikjes allerlei. in vlekken, littekens, een stuk minder of andere huid. dingen die ontbreken ook, niet rustig zijn.

ja taal is hopelijk het communiceren met woorden, elkaar helpen en onszelf, met dingen die ons gelukkig maken.
zoals sommige woorden, zoals met liefde, begrip.

luisteren is woorden aaien, ernaar kijken, alsof je die wil kennen, zoals ik dacht dat ook liefde was.


omzeg ik een zin, de woorden blijven bij de woorden medelijdend staan.

roer: ik tast mijn roeren aan en ik bekijk de spatel die ik heen en weer en heen vergeefs beweeg. waar ben ik?
licht: ik strijk het licht in kleuren uit, gestolde plaatjes van het duren van de weigering. zij houdt van Hem, Hij wijst haar af, ik hou van Haar, zij walgt van mij.
doof: ik uit de woorden die als motten in mijn keelgat slaan. ik walg, ik stik, ik slik. houdt Hij van Haar?
blind: ik zie een lijf dat leeg zijn liefde biedt aan mij. wie zijn wij, en waar?
daar: een voorwerp van verlangen gooit mij van hoog de gebaren van het falen in de open hand. ik vang een slipje met haar geuren.
er: mijn mauve stilte donkert er tot blauwig grijs. zij neemt mij in de mond.
ach: hij zoekt het spreekgestoelte. ik grijp zijn benen bij de haren vast.
ja: ik kom in haar, zij jankt, ik duw haar van mij af

ik spartel op de vloer.

de gebeden bleven steken in een lus van onbegrip.
mijn lichaam drukt zich nu volledig uit en af in de muffe kamerlucht. de walm is onuitstaanbaar: verschaalde lust en weemoed, zweet en drek en dan de onvermijdelijke maalstroom van verdriet, de alsem van de pijn, de lijkgeur van de nietigheid.

o nacht: ik voel de Zon al razen, ruik het solfer van Zijn dageraad.

27/01/2019 – dagboek data

 

6/01/2019

uit ‘het dagboek van Anke Veld

“fuck the future: wat niet is, moet komen.”
Anke Veld 1/05/2021

 

ik lig in bed, ik waak, ik woel, ik vind geen aarding
in het draaien, keren dat ik doe.
er is een beeld van jou dat door mijn wezen jaagt, 
het laat niet af, het houdt niet op.

jij ligt in bed, ik duw en streef en sterf in jou.
jij kreunt omdat je niet meer kan,
je stamelt ‘nee’ en ‘nee dit kan niet nee’,
dus ik ga nog meer in jou tekeer.

en dan

de nekslag achteruit,
je drukt je achterhoofd de kussens in,
dat zachte wil niet kennen deze kracht van jouw ontluistering.
de aarde wijkt, de zeeën splijten,
monsterbaarlijk is geheel jouw lichaam
dan gebeurtenis, ontwaken:

je slikt en

in het bulderende suizen van het stille punt
omvormt zich tot kolos, kadaver en geraamte van de tijd
het woeste beest dat in je hals als honger leefde, de mastodont
die slokt, en slokt in de verpletterende zwaarte van zijn reine git
en die mijn snokken vreet, mijn spasmen, en die de kamer eet, en die heelal en jou verpulvert en vergeet.

uit jouw lichaam dan stijgt langzaam op
versplinterd licht
het zilveren zingen van gods glinstering.

 

Stelling

opinie geuit in de sociale media over de subsidiecriteria gehanteerd door het VFL inzake auteurslezingen:

“voor mij heeft het minder met de centen te maken dan met het principe: men subsidieert op basis van achterhaalde criteria en miskent daardoor niet alleen auteurs die minder mainstream werken zoals visuele dichters, maar men miskent ook gans de realiteit van het schrijven en belemmert daardoor eerder een gezonde doorgroei van de letteren in een gans andere, totaal omwentelde schrijfomgeving. Uit angst voor de instorting van een oude orde die al decennia niet meer bestaat, belet men de ontwikkeling van de nieuwe mogelijkheden. Als je zoiets doet met middelen van de belastingbetaler dan ben je of je dat nu beseft of niet, want dat voordeel van de twijfel gun ik hen van harte, bezig met volksbedrog in functie van geheel contingente financiële belangen en niet met het bevorderen van de Letteren.”

LIMBO™

LIMBO™, een ingrijpend audiovisueel en olfactief meditatieprogramma van DanTechⓇ – met gratis oefening!

Opstelling

  • stel: er is een tijdstip vooropgesteld waarop je hier weg kan
  • stel: het tijdstip is jou onbekend, je weet alleen dat het ooit komt
  • stel: je kan het verschrijden van de tijd aflezen aan  een periodieke wisseling in de lichtintensiteit (duister ->zwart->duister)

Beschrijving

je ziet (vanuit een standpunt dat langzaam voortbeweegt, alsof je wandelt door een kunstgalerij):

  • bleke gezichten (neutraal)
  • een voetspoor dat zich verderzet door een onmetelijke woestijn alsof er een onzichtbare man blootsvoets doorloopt
  • straatbeelden van een verlaten (groot)stad
  • sprekende, roepende, verwijten snauwende monden (met grauwe lippen)
  • een boom die plots al zijn bladeren lost, de boomstam splijt, de takken worden slangen op de grond
  • spugende oudjes (richting standpunt)
  • spugende kinderen (richting standpunt)
  • bloedende onderdelen van vreemde lichamen
  • bloedende onderdelen van jouw lichaam
  • herkenbare onderdelen van het lichaam van jouw geliefden vermengd met onbekende lichaamsonderdelen
  • beelden van de reikende armen en handen van jouw geliefden die transformeren in wurgende tentakels
  • een ambtenaar die systematisch alle entries in een database wist (het zijn de talloze items uit jouw geheugen)
  • toekomst beelden van jezelf, naakt in een hagelstorm, strompelend, bloedende schaafwonden op de dijen, het hoofd, de armen, ontbrekende lichaamsdelen
  • het lijk van je vader waarvan de ogen plots opengaan
  • deze tekst, waarvan de letters tergend langzaam verdwijnen in een egaal wit veld
  • een eindeloos vuil,  bruinig tot wit veld, glooiend en zachtjes deinend met opstijgende dampen onder een paars verkleurde zon (stapels wormstekige  lijken)
  • een ellenlange stoet van vrouwen op leeftijd die halfnaakt, met uitgezakte boezems en buiken lonken naar jou
  • jouw spiegelbeeld, jouw gelaatstrekken vervagen, stompen af, de openingen groeien dicht je hoofd wordt een egaal vleeskleurig ei

je hoort:

  • het trippelen, knagen en wroeten van een rat
  • het druppen van een kraan
  • het razen, veraf, van het drukke stadsverkeer
  • schrille vrouwenstemmen die verwijten schreeuwen
  • huilende kinderstemmen
  • zwelggeluiden als van monsterlijke slangen die lijven verorberen/verteren
  • een bange kinderstem zingt een liedje over Heer Halewijn
  • een droge knak gevolgd door een oorverdovend geruis, urenlang herhaald
  • ontploffingen, knetterende vuurhaarden, ondergronds gerommel
  • een  nauwelijks hoorbare klaagstem, een oude vrouw die jammert in wat Russisch lijkt
  • droog pokkende ratels van machinegeweren
  • stemmen die diep-aangeslagen onverstaanbare dingen zeggen (alsof ze je willen helpen)
  • het snerpende gelach van een koppel in bed, een van de stemmen herken je als die van je partner

je ruikt:

  • versgebakken brood waardoor zich traag een brandgeur mengt
  • opgewarmde koffie met cichorei vermengd met rioolgeuren uit een slecht afgesloten afwasbak en muffe lakens
  • het zweet & geil van een jouw onbekende vrouw (man)
  • rot kippenvlees
  • verstaald bier, gordijnen met de walm van sigaretten
  • verstikkende rook
  • ammoniak
  • de zee, gradueel verglijdend naar de stank van een open riool en terug

Oefening

  • herhaal: er is een tijdstip vooropgesteld waarop je hier weg kan
  • herhaal: het tijdstip is jou volslagen onbekend, je weet alleen dat het er is 
  • herhaal: lees wat je ziet, wat je hoort, wat je ruikt
  • opdracht: geniet van je dag met LIMBO™

La Vie Sexuelle de Charles Baudelaire II,6

La froide majesté de la femme stérile

ex nihilo nil (de benen bengelen) nemo
creavit : net noch vijg noch vet noch vis
(binnensmonds gejubel registrerend soms
kantelt in het duister nog dit brandpunt)

(open diafragma, lichtval schaduwloos
op dit dat zich verheffen wil tot dat
en het wachten samenvat met einde
lichtval, diafragma sluiten, duisternis)

ofschoon niet echt berustend in verdoemenis

 


Het Gedicht van de Dag komt vandaag uit La Vie Sexuelle de Charles Baudelaire (1996 -2018) – alle teksten van dit programma

Over het ‘Gedicht van de Dag‘- programma

 

dochters

te Rama klinkt geween en veel geklaag:
Rachel die om haar dochters weent.
de deur is dicht, de luiken omlaag.
alleen verdriet komt thuis vandaag.

 

 

 

 

Calque-Musette #5

nooit-eindigend verhaal bij de Calque-Muse van 20/05/2018

het zingen zingt de zon
de zee kolkt in de buik
het dansen is het dansen van het diepe.

de zwarte diepte
de koude diepte
de diepte die doodt
de diepte die de stemmen doet verstommen

het blauw, het blauw is in mijn ogen

het duwen van de diepte streelt
het strelen van de stralen
het duwen van de diepte duwt
de diepte in mij uit

 

ik zit met jou aan een tafeltje in een snack-bar ergens aan een lange weg naar nergens. jij bazelt, lurkt aan een flesje cola. mannen bazelen, lurken.
ik ga naar buiten, blijf maar zitten. in een spreitje in de auto ligt mijn schelp, het is een mooi gedraaide schelp, je kan er op blazen, het klinkt echt goed, luid.
ik blaas. ik word beter, hoor maar.

mijn adem draagt mijn stem, mijn stem polijst de schelp.

het zingen zingt de zon
de zee kolkt in de buik
het dansen is het dansen van het diepe.

 

 

Calque-Musette #4

 

(incantatie, vrij naar de tekst van een Zuni-ritueel* bij de Calque-Muse van 19-05-2018) 

 

“kom, kom de ladder op in deze dageraad
kom met het razen van regen
kom met het brullen van donder
kom hoger kom verder kom in grote getale

kom, kom de ladder op in deze dageraad
kom met de zon in het uit van je adem
kom met de maan in het in
kom met het hijgen van sterren en het zwart van de dood

kom allen kom ieder kom elk
kom levenden komt doden, komt gij vervloekten,
vernietigden, naakten, in schaarste geborenen
kom neder tot de onderste trede

adem de maan uit het uit van je adem
adem de zon in het in van je adem
raas met de regen, brul met de donder

beheers deze dag als de dag van eenieder”

 

 

 

 

 

*”Epigraph Come, Ascend the Ladder – Invocation to the U’wanmani (rainmakers) from Matilda Coxe Stevenson, The Zuni Indians, Annual Report N° 23 (1905) ” in Jerome Rothenberg (Ed.), Technicians of the Sacred, 3d edition, Oakland, University of California Press,2017, p3, ISBN 9780520290723

Calque-Musette #3

tekstuitdraai bij de C-M van 18/05/2018

 

dageraad. het vonkt. onvolkomen groeit
de eenzaamheid, doorgang in het lege
van de passage.

geen sentiment waarom kan worden gejammerd
maar een evident en klaar gebeuren, zekerheid voorbij het denken:
ik ben alleen, dus blijf ik hier maar wat te denken staan.

een korte bloei van mededogen
is de liefde die in het afwezige
het vertrekken van het verlangen
aankondigt, nog voor het verlangen
het afwezige naar zichzelf genoemd
en aan zichzelf gegeven heeft, geil weerom
van zelfhaat om haar eigen falen, straks.

zoals water het geheugen is van vis.

zo noem ik mij niet mij en ook niet helemaal alleen
terwijl haar wilde halen een lieftalligheid
te branden stookt, in zichtbaar
destructieve stormen steekt,
offert aan mijn uitspraak van uw wens

(uw medeplichtigheid bewezen door
dat razende ontkennen dat niemand
hoort of horen wil).

 

 

Calque-Musette #2

tekstuitdraai bij de C-M van 17/06/2018

 

haar spreken uw spiegel in dit spel

haar snijvlak in mijn uiting
verhelderend voor wie wil afstand doen van mij, zich schaart
bij de menigte die ik al ben met
mijn hand op uw knie de grenzen verleggend van wie u denkt te zijn

mijn hoofd in uw hoofd, geniepige vingertjes
mijn delen alom in uw vreugde
hoe snel die ook wegebt

zo word ik wakker, het kenwijsje ik
in vele variaties tussen sprei en gordijnen

zij zingt mij te liggen, en
ik lig.

 

 

calque-musette #1

tekstuitdraai bij de C-M van 16/06/2018

 

beter in de hand is de verte te houden van het geloof
dan het plezier dat uitgestreken stijf zichzelf ontkent.

het besluit is een besluit ook
dat zich bekeken weet en deinst van wat het ziet.

haar spreken hoor ik als een sissen dat haar lusten blust:

“in jouw vertaling breek ik ziende de vaten angst
terwijl ik jouw onmondigheden orden en verklaar
de hellingen immuun voor jouw oorzakelijk gewauwel”.

het licht dat toch van ergens komen moet,
ontgaat mij elke ochtend weer:
ik ben niet hier dus niemand ziet haar daar.

 

meiklokje

 

 

in mei had ik een klokje
uit alle klokjes uitverkoren
ze was zo lief zo wit zo stil

de zomermaanden raasden
en in de herfst het loof verging
het werd zo snel zo leeg zo kil

de sneeuw is dik mijn lijf is stijf
er rest geen grein van mei in mij
ik werd zo gauw zo oud zo koud

soms hoor ik nog mijn klokje
wit getinkel in mijn oren
zij wordt zodra zo vrij zo blij

 

dv 2018 – “convallarja majalis”

 

 

potvis #4

INPUT

OUTPUT

 

zwarte waarheid witte kolder


de wortels van de kraaienpoot zijn maden
en zijn vlinderen de lege bladen in de buik
van mijn boek. 'alles stevent af op ondergang'

meesmuilt de kapitein maar is het dan dievegge
als je pijplurkt tijdens kombuisuren?

de bol is waanzin en opwindend, de regen
kletst Hélène op de bil -  Ik kan de lente ruiken,
jij blijft beloftevol jouw donkergrijze luchten.

dv 29/04 /2018

 

 

 

 

 

potvis #3

 

32 vel grafisch werk werden mij toegeworpen
visuele huiden om in te kruipen

“schrijf snel, de tijd verbergt het wel”

 

INPUT

 

OUTPUT

 

 de bomen die ik zag
van d'aard' omhoog naar nergens reiken
 met hun kille winterarmen
waren schijnbaar slechts aan ons gelijk:

uit botten bloeien welig wilde bloesems nu
die 't warrelzoemen met hun spijzen zoenen
terwijl verbitterd en vol spijt de burger
met gebulder langs mijn voordeur rijdt

en mij mijn pov're dichtersrust
en stille eenzaamheid benijdt.

dv 21/04/2018

 

De vingerafdruk eicel van het heelal
heet Anno Zoig, zorgzaam als de knal

Adriaan Krabbendam 22/04/2018

 

 

—> Graag uw OUTPUT in de comments, dan komt die hier erbij…

 

Bekijk alle potvissen...

 

potvis #2

de postbode bracht mij anoniem 32 vel grafisch werk
ik wou haar nog niet aangekleed bedanken maar ze was  al weg overigens dus ach we gaan het nooit weten
ik poog al recyclerende de betekenis en diepere zin van deze grafiekjes te achterhalen, dit lukt mij nooit nee nooit

alweer een confrontatie met het Onmogelijke!
elke keer dat ik dit doe
vis ik een vel uit de enveloppe waarop een pleepot mooi staat afgebeeld, net als vroeger: inscannen zoeken dubben turen schrijven vragen vloeken en mompelen van gosh wat is dit nou…
elke keer een nieuwe potvis dus…

 

INPUT

 

OUTPUT

 

de revolutie draait ons van de aarde af
de revolutie draait ons uit en af
wij zijn niet meer van god
wij zijn van vlees en dier
wij dragen stempels nijd en overbodigheid
wij dragen doem en doen alsof geen spijt
op oude dromen van dolfijnen
van ons weg ten einde rijdt
wij zijn de koppen die in manden vallen
wij zijn de slaven van de winstgetallen

de revolutie draait heel stil ons uit de dingen weg
dit is het laatste wat ik zingen mag en ruis en zeg

 

—> Graag uw OUTPUT in de comments, dan komt die hier erbij…

 

Bekijk alle potvissen...

 

 

 

potvis # 1

de postbode bracht mij anoniem 32 vel grafisch werk
ik wou haar nog niet aangekleed bedanken maar ze was  al weg overigens dus ach we gaan het nooit weten
ik poog al recyclerende de betekenis en diepere zin van deze grafiekjes te achterhalen, dit lukt mij nooit nee nooit

alweer een confrontatie met het Onmogelijke!
elke keer dat ik dit doe
vis ik een vel uit de enveloppe waarop een pleepot mooi staat afgebeeld, net als vroeger: inscannen zoeken dubben turen schrijven vragen vloeken en mompelen van gosh wat is dit nou…
elke keer een nieuwe potvis dus…

 

INPUT

 

OUTPUT

hic anda thu

ogen staan te bloeien hier
 en stuiven tot gestalten open
 en ook de vogels ik
 en jij nu wel erbij

lijven blaadjes met de vleugels in
 tot handen voor hun lentelief

(dv 12/04/2018)
takken ingelijfd
vol staan te botten

met lichte zweetdruppels bezwangeren ze de lucht
met kleur en geur
waar geen vogel
laat staan een bij
van afblijven kan

noch wil

(Marc Tiefenthal  13/04/2018)

 

AR* van de OUTPUT

 

—> Graag uw OUTPUT in de comments, dan zet ik die hier erbij!

 

 

Bekijk alle potvissen...

 


*AR= Asemic Reading, een Asemische Lezing zie https://dirkvekemans.com/2018/04/10/asemisch-lezen/

 

AvR4

Astrid van Rijn – potloodtekening #4 van 8 op prentbriefkaarten, gevonden in mijn brievenbus

 

 

de iris in het zwarte sop
wil van geen wijken weten
o god wat maakt zijn licht lawaai

de tijd is klaar voor meer jolijt

ik weef voor hem mijn nachttapijt
rol binnen maar en maak kabaal baäl
maak de ruimte vol met ledigheid

 

 

R.I.P. Frank Vangrinsven

Bij ontstentenis aan redactie is het mijn droeve taak u te melden  kunstschilder en auteur Frank Vangrinsven afgelopen dinsdag is overleden. Frank was ook  auteur op dit podium.
Frank werd eind februari getroffen door een hartfalen, was sindsdien in een coma beland en is dan op 20/03/2018 van ons heengegaan.

Ik houd een levende herinnering aan een gedreven en uiterst getalenteerde, creatieve mens met een diep aanvoelen en een grote betrokkenheid.
Mijn medeleven gaat uit naar zijn nabestaanden.

De uitvaart vindt plaats in intieme kring.

 

AvR3

Astrid van Rijn – potloodtekening #3 van 8 op prentbriefkaarten, gevonden in mijn brievenbus

 

 

 

…de dagen dat ik…
…de wegen daar…
…dat in het vage duidelijk
en ik…

…hoe vaak doorstreept ik niet
en dat…

…de wegen waarlangs ik
en hoe je o en dat een schaduw
toch zo wonderbaarlijk…

(zo is het vage veeg ik weg
de weg die strepen maakt
en zie ik door de droom

de dagen)

AvR2

Astrid van Rijn – potloodtekening #2 van 8 op prentbriefkaarten, gevonden in mijn glunderbrievenbus

 

ach, het deinen van pompoen
naar wat daaruit verdween is
gezien de slapte van de kring
herinnering een weg zo weg

van mij:  ik pomp daar echt
geen zoen of poen meer in.

AvR 1

 

 

Astrid van Rijn – potloodtekening #1 van 8 op prentbriefkaarten, gevonden in mijn glunderbrievenbus

 

heeft.

de weg
er rond
strikt wat er was
te zien tot wat er is
terstond.

wrijf
wrijf grijs en grijp.

de blik zweeft
maar ik

ik teken ik.

 

 

 

 

belgen

het regent stenen uit de hemel

fijne kiezel eerst maar knikkers al
en marmer dan, bij brokken

de donkerte verstevigt, niets
geeft nog een krimp. het licht
verheft zich hooguit een vinger dik

nog boven de bevlekte schermen
en draait dan terug tot git
in de hatelijke blik
van de berichten.

ik wil van liefde zingen
maar moet die lust bedwingen:
het is vrijdagavond en ik zit gans alleen

tussen 11,5 miljoen nijdige
belgen.

 

 

stad aan zee

voor a.s.

ik bouw  stad
jij schept zee
stad stort in
zee loopt leeg

jij bouwt zee
ik schep stad
stad loopt leeg
zee verdampt

ik bouw stad
ik bouw zee
scheppen gaat vanzelf

jij schept zee
jij schept stad
bouwen gaat vanzelf

 

 

 

dv 2018 – “voorstel voor een deontologicistisch prognosisconcept op basis van geheel rationele probabiliteit”

grot van het lot

 

de grot van het lot
is ook het cachot
van Wasni Zalni en Kanni

de 3 snollen van het lot
ze wachten er samen
op Nooitni  aka
de Schone van Li

maar ja
die komt maar nie
dus Wasni Zalni en Kanni

de 3 snollen van het lot
zitten heel erg pissed
met hun scharen te spelen

en met hun garenbollen

 

 

 

 

volhardende, van liefde uit

 

volhardende, van liefde uit of weg
van walg, het einde ingesteld als spil
en kil de kracht benut van wat verstijft,
ontwarrend uit verval de keer die blijft.

is ’t wit? de lelies drijven op het rot.
is ’t zwart? het ware zweert uit het genot.

rigoureus de polen dol doen lopen
vrank de emmer laten overlopen
vrij zich uit de welstand laten bannen
driest de driften duchtig doen vermannen.

 

 

verovering, het kansvel breekt

verovering, het kansvel breekt: geluk
bereikbaar nu te kijk gesteld, gebrand
als god in god tot één slof kool van god
verhoogde druk die uitbreekt in geluk

o dwarreling van stof in karteling
hapsneeuw hondsolijk nat of naast gehapt

beklemming al in de herinnering
te vrezen reeds is de vernietiging
het toeslaan van de boeken van bezit
de wens die weeral zonder vader zit

 

 

 

 

Epigram

Hawaar gij nederzijdse kettermeester
die op de havezate van gestookte heretiekers
legt uw gore ondergrauw van ’t babels wrochtsel
hier hebt ge nog wat zomp’ hernhuttertjes,
zo moogt gij vretend  onder d’ heren
vrolijk en voos te weepstaarten komen.

Maar hou toch in uw schompermuil
de weepsche kwijl van uw gezangen
en berg uw stinkend vel in uw kombaars
want waar ons allen in uw walm gevangen
de gal en ’t zuur de mond instijgt, daar
vergiftigt  uw gezang pas echt ons ´t levenssap
en gaan wij naar de ondervoolse puf verlangen.

geschreven met behulp van het Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT), ons aller “Nederlandsch Taalmuseum”
‘”heretieker” , evenwel, is nog nooit Nederlands geweest, maar als ‘t goed sist, mag wat niet was misschien wel effen issen…

 

dv 2011 – Asemic Burial of the Author – pencil & litho crayon on paper – A5

Lode denkt

anke veld is een 8-vlakkige net-roman waarvan de publicatietijd ruwweg (± 10 jaar) samenvalt met de vertelde tijd
Dit, zo blijkt, is een stukje uit het vlak genaamd ‘Lode’. Elk ‘vlak’ van de roman is genoemd naar het centrale personage (avatar) ervan.

“Decay is a limitropic process through which the object shrinks progressively toward zero without eventuating the act of annihilation (complete dissolution into nihil). Infinite contraction or shrinkage of the decaying entity is equal to the evaporation of the qualities or attributes by which the object is transcendentaly grasped or accessed by the human – sensed, experienced, recognized, afforded and judged. Such evaporation of access points (or transcendental portals) folds the entity back to itself. As the object flees us, it looms out in its own realm – all through the intervention and the aid of nothingness, whose proximity and remoteness are both infinite”*

Reza Negerestani, Cyclonopedia. Complicity with anonymous materials, Melbourne 2008, p.185

Lode laat de print-outs van de gedownloade bestanden van de legendarische  Dr. Hamid Parsani één voor één uit zijn handen vallen nadat hij ze gelezen heeft. De bladen dwarrelen naar de ranzige vloer en blijven daar kleven in de smurrie: omgekieperde asbakken, glasscherven, geurige mengsels van plasjes bier en kattenurine. Maar de kamer bestaat niet. Lode denkt.

het buiten is een binnen dat zich als buiten aandiende

het verloop bepaalt het verloop

de corrosie van  het reële, de fragmentatie & de fixatie tot bestanden is bijna voltrokken
de breinen zitten al grotendeels gevangen in het periodieke pulseren van de representatie van de repressieve representatie van de dingen, de recursieve representatie klotst & botst op de immer toesnellende perceptie van de dingen zelf

er vallen gaten

de lus ponst de aanloop naar de lus, de afgrond van de eindeloze regressie lonkt

geen nood: door herhaalde compressie en virale corruptie van het lees-protocol in het digitale veld en door de voortdurende interactie van het digitale rot met de trillende materie is de Overdracht geïnitieerd

de dingen rotten nu zelf, vanzelf

en zie: in het rotten spannen zich eerst nog de essentiële verbanden op, het staketsel schiet door de afkalvende omhang, de eertijdse glans en luister, het oker dat  nu wormstekig en bleek hangt te blakeren

nanobots hebben de materie tot in haar ondoorgrondelijkheid aangetast met de menselijke doodsdrift

het was niet moeilijk
het ging vanzelf

na het goddelijke is nu ook het humane dood
maar het besef is er nog niet echt
we vlokken rond de restjes medemenselijkheid als een meute vampieren rond een bewegende zak bloed
de liefde is ons uit de lippen gebarsten
het deugdzame bengelt aan het uiteinde van de spotzieke afgunst
we willen hergroeperen in de relatieve rust van onze bestanden
maar de constituerende eenheid van elke categorie raakt nu zoekt
woord, klank en beeld versmelten in een stroom code
al het aan zich gelijke, het waarneembaar begrensde,  rot weg tot het digitale amorfe

het leven herschrijft zich hier tot verval

en het verval is een verval in het vervallende

geen nood: straks mogen we er af

hoe harder de handen nijpen op het digitale zand, hoe vlugger het uit de hand loopt
de bestanden overspoelen in kabbelende golfjes de bestanden
de tijd overschrijft de tijd
de aarde kreunt en rilt

deze koorts is een blijver

de stormen zwellen aan
de woestijn rukt op
het pakijs smelt
waar blijven de violen?

het is niet om aan te zien
het heeft geen naam
het slijk ploft op het slijk
het zand glijdt in het zand
het krioelen kruipt in het verglijden

dit kan je onmogelijk verfilmen

alles zit vol en de leegte bovenop het volle is gereserveerd voor het verder aankoeken van de volledigheid

ja, we streven het na

het povere wordt aangestampt tot bodem van het riante
want we streven naar perfectie en de perfectie is de stilstand
zoals ook de koppensnellende propeller van het gevechtsvliegtuig even lijkt stil te staan voor die onzichtbaar wordt

nog één stapje achteruit, graag

de relaties ontploffen in de gezichten van de kinderen die de bewoordingen zijn van het afwezige ons in de relaties, zoals wij de bewoordingen zijn van het onbespreekbare ons van onze ouders

het eeuwige taboe op onze enige uitweg uit de verstikkende individualiteit, want het ons is niet van ons, het deint in alle lijven uit tot in het ijle buiten ons

aldus en ter instructie omplodeert het Buiten in het warme hart van het binnen

het prototype van een hele reeks buik-openrijtende plof-aliens

Kijk, zo zingen wij, terwijl onze monden
verklonteren van de ik-zucht:

dit is ons samenzijn:
ik richt en zie met mijn ogen jouw ogen
die mijn ogen zien naar jou  kijken
terwijl we in twee treinen zitten
die elk een andere richting uit razen

geen nood: de coupés zijn conform de richtlijnen

ik strek de arm en raak wat jij raakt

ik sluit de ogen en op mijn moede oogleden brandt
het licht en het licht is eender licht,
ik snuif de lichaamsgeur en de geur
is net zo mij als jij

deze geruststellende eenzaamheid waaruit het eenzame is gebannen is het bindmiddel tussen de illusoire momenten van het samenzijn, wanneer de kapitale stromen via onze handen de andere vertakkingen van de kapitale stromen opzoeken

en vinden

onze handen zitten in onze handen naar de handen te reiken
waarmee we de lippen zouden kunnen
waarmee we de huid zouden kunnen
waarmee we door de gedachten de  omwallende gedachten zouden doorbreken kunnen die ons van de gedachten verwijderd houden die

onaantastbaar blijven wij

handenwringend

onze schermen floepen aan

onze schermen maken geen verbinding, mijn bericht is geen bericht maar een momentaan zichtbaar oponthoud in het verglijden van de stilstand van het volle, een invulbare holte zoals het lege vakje in een schuifpuzzel, maar tijdelijker, vervloeiende, een zompige vortex waar je je vinger effen kan instoppen voor het slijm weer alles dichtsmeert

het is rotzooi maar het werkt

er bliept een woord op het scherm

het woord roept een verlangen op

het verlangen is  netjes  uit de geprogrammeerde respons uitgelepeld zodat enkel de lege handelingen overblijven die nog hardgecodeerd waren in het lichaam

in het lichaam zijn alle buffers van het denken door middel van heftige dataflitsen overschreden

een stroomstoot en er flitste iets, er was een geur van solfer

de handen, de armen , niets denkt er nog, alles is nu centraal gestuurd

de vertakkingen van het kapitale verlopen van de aangesloten ogen tot in de fijnste longblaasjes

je lul is een plug, je vagina een sluis, ga en vermenigvuldig u

het  woord dat het verlangen oproept blijkt een link te zijn  naar de slokdarmen van het globale mormel, de blote tentakels van het gulzige kapitaal, de vet glanzende slierten slingeren zich rond de zwellingen van je libido, het oorsuizen neemt gaandeweg toe, de porno zuigt je schermen af, je begint te transpireren als een hand tussen je hemd en je vestje glijdt

men wil je nummer zoals je overal je nummer dient te geven opdat je een nummer zou krijgen waarmee je aanvraag bevestigd kan worden

er bliept een beeld op het scherm

het beeld roept een verlangen op

het beeld blijkt een viraal geïnfecteerd bestand, men wurmt toegangspoorten door je klikgedrag, je tijdsverloop wordt dagelijks honderden malen geperforeerd door vijandige wormen, je identiteit is als object de huls van een veld opportuniteiten, je vlees is daarbij louter exces, je wordt verzocht het te retourneren bij je lokale supermarkt, het daar weg te laten rotten

hijs je botten in het paradijs (derde level)

het paradijs is het ogenblik waarop je, heel even maar, samenvalt met de strings die door het netwerk razen, de array die je bent, het datacluster dat alweer verbrijzeld wordt

er is geen keuze maar je hebt een optie:

  • open mij (ik ben je woord)
  • bewaar mij (ik ben je lichaam)
  • kopieer mij (tot ik bij je ben)
  • plak mij (in je gezichtenboek)
  • sluit mij af
  • verwijder mij
  • wordt wakker

 

ELSA

Ik drink absint aan een tafel die te groot is voor mij alleen. De barmeid is een kleine, tengere schoonheid in een roze katoenen jurk met daaronder niets dan haar huid.

Mijn gedachten zijn een natte tong omringd door kroepoek: gedwongen verenging van het aangename soort. Alles is echt: er zijn krekels, tepels schuren zacht tegen het katoen, een aanraking wil zichzelf aanraken om tot aanraking te komen, het maanlicht beklemtoont de volharding, verzwijgt de gebreken. De plaatselijke dronkaards bekijken mij argwanend, alsof ik zo dadelijk met één woord een einde ga maken aan hun jarenlange koesteren van de illusie dat zij, zij alleen, onsterfelijk aanwezig blijven in het manke scenario van hun dorp.

Waarom ik hier ben, alsof ik hier ben? Ach, elke scène is anders, maar de betekenis ervan is dezelfde. Er zijn, dáár, dát is het antwoord. Reikende vingers zijn nu eenmaal zelf onderdeel van het dwingende verlangen dat de vingers reikende maakt.

Bedachtzaam wrijf ik mij de hand over de rechter oorschelp, De stilte legt zich als satijn over de ronding van de nacht. Iedereen mompelt iets, het is vroeg dag, de honden wachten, een spier die zeurt, een been dat slaapt. Ze gaan. Ik bestel nog wat, want de maan is het met mij eens.

“Voila monsieur, s’il vous plait”. Ze heet Elsa, zegt Elsa. Ik zeg dat het goed is, en duid op de deur die nog open staat naar de nacht, de krekels, het zingen van het land in de diepe glooiing van het land, het donkere groen. Elsa lacht.

Oui, ça me plait.

 

dv 2008 – Feest van de Vrije Lyriek