Auteur: sadà\exposadà

sadà\exposadà (2032-2108), al dood en nog niet geboren, is een corpus uit acht delen. een tenthart-ritme; dijen-rietrivier, baarmoeder, vondelingsspeeksel, roostong, autobahnen, wolfshand, baards!, tribunalen. Eist de wet van de adem. kultivatie van de desintegratie.

sadà\exposadà

mAtrix [metafysika uitgelegd aan onze goden]

 

“mAtrix” uit metafysika uitgelegd aan onze goden. werk in wording. het werk bestaat uit 2 delen van elk 2 afdelingen, elke afdeling bevat 6 teksten. “mAtrix” is de oogspil… dat de twee delen scheidt…

[opmerking: deze post is veranderd, het weerspiegelt de laatste schets; 14 maart 2018]

[wederom een update: 17 mei 2018]

“dit is geen manifest”

dit is geen manifest [deze tekst zal konstant onteigend worden, het blijft een tekst in wording, hij zal nooit verlaten worden, uitgebreid door middel van kommentaren, op verschillende media, de aantasting van een tekst is tijdloos. verdere uitwerking zal met de stokslagen van de tijd gaan.]

ik weet het, het is verre van origineel. heidegängerisch zal ik dan verder moeten gaan; duidelik, schuldig. manifesteren; aanwijzen (fr.), tonen (fr.), bekend maken (fr.), openbaren (chr. l.). openlik (l.).

waarom als “citaat”, met een duidelikke, openbare allusie naar magritte. ik laat dat aan foucault over. het gaat immer om de wijsvinger, die zonder duim, moet grijpen.
het is openbaar. een openbaring.

poep” is een klankwoord, en als “citaat”?

P.L.e.E! platform voor de marginalen! in de marge gebeurt het! de kolk is de marge, in het sentrum van de kolk staat het stil! de kolk is de beweging!

een slagorde! geen verdediging!

verspil je werk!

beweeg gij ellendelingen!

en daar gaat de openbaring. het woord “citaat” heeft als o.a. als oorsprong een getuige oproepen, vandaar dat ik het woord “citaat” immer met dubbele aantekens schrijf.
een manifest zal nooit de Eis kunnen openbaren, dat wat de aleph eist.
te veel zijn voor iemand, ongevallig zijn, Verveel!

het woord POEP is van groter belang dan de poëzie zelf (i.e. poëzie in absolute zin, filosofie, hee), want een klankwoord, dat zich heeft uitgestrekt in betekenissen.

een meta-manifest? origineel betekent meta, ná, nachträglich zou sigmund freud zeggen. altijd te laat, als een tribunaal, want de taal is een juridische strijd, het wil namelik een casus, een gebeurtenis vastleggen, een plaats geven. ay! ay! die klichees. lieu, daarin zit plaats en gebeurtenis tegelijkertijd in verweven. de taal heeft een doel; een oordeel.
wat men tegenwoordig alles met meta-, aanduid, is niets anders dan het modernisme terug in zijn wieg gelegd; wat de definitie is van j.-f. lyotard van het postmoderne, de populistische opvatting en gebruik van de term postmodernisme heeft niets te maken met de teksten die de zgn. postmodernistische filosofen geschreven hebben. en ja, zeker, alles kan onteigend worden, voor eigen gebruik aangewend; geroofd. de triomf van de roofkunst. dat is de macht van de taal; i.e. de lezer, die immers ook zelf spreekt. schrijft de lezer tevens?

de terugkeer naar de bron, de oorsprong is een Eis, maar tegelijkertijd, is de Roof evenzeer een Eis. ik richt hier geen dichotomie op, maar draai aan een rad, een ontbergrad; een kringloop.

de toe-eigening, altijd fataal, gebrekkig, de roep tot oprechtheid dwingt tot falen. elke toe-eigening faalt, want er waart een geest rond in het huis van ik.
het woord heimlich betekent uiteindelik hetzelfde als zijn tegenstelling; unheimlich. want een huis beschermt, maar tegelijkertijd is het een krypte, verbergt het iets. oikos (huis, familie)  – oikèsis (graf). schrijft de lezer heimelik?

dit is een deiktische term, een verwijzing naar een objekt, ding. is, het werkwoord zijn, het begon bij de grieken (en waarschijnlik hebben zij het weer van andere kulturen geroofd, men vergeet graag dat de griekse kultuur, de klassieke oudheid, het hellenistische hoogtepunt, een geroofde verzameling was van kulturen; oorlog, handel brengen kultuur voort, evenals technologie, zij drijven het op de kultuur, en kultuur is niets anders dan; cultūra ‘verzorging, bebouwing, veldbouw, vorming, veredeling’)

deze GRAMMATIKALE roep! het werkwoord zijn, en al zijn afgeleiden, Zijn, zijnde, het Niets. de dader is het woord, zelf.

GRAMMATIkale POEP! zo manifest als mogelik is!

schrijven is een akt, aktie, een aanval. een aantijging; een tekst tijgt aan; zegt, toont, beschuldigt, de lezer is tevens de aangeklaagde en de getuige zelf. de lezer is de Macht, maar vergeet de Eis. Eisvergetelheid,  de lezer vergeet dat z/hij aangeklaagde is en getuige. “alle woorden lijken inwisselbaar“, re-aktie. retaliatie zelfs. dát! er is immers altijd een konflikt tussen tekst en lezer! maar waarom grijpen, zonder die duim, naar een wapen dat de ONmacht toont, en niet de scherpte verkrijgt, die de tekst verlangt. de tekst verlangt zelf niets, zelfs niet de absolute tekst, de tekst zelf; deze is onkodeerbaar, Absoluut, en kent geen voorstelling, slechts… KONFLIKT…. dát is de Eis, een tekst kent geen diepgang of gelaagdheid, het is louter oppervlakte, effekt. een effekt dat een konflikt teweegbrengt, in zijn scherpte, stijl (en ik doel hier op alle mogelikke stijlen) is de oneindige spits die de lezer doorboren wil.

waarom wordt hier dan geschreven dat de tekst verlangt, zelfs scherpte verlangt? dat is het schijnbeeld; de tekst is een schijnbeeld van de lezer en de lezer is een schijnbeeld van de tekst. een innerlik konflikt? dat lijkt psychologie, maar we hebben het over de psyche, de adem, de wind. pneuma. wat verlangt er? dát er iets verlangt wordt, dat is duidelik, maar wat verlangt niet. dát is de Eis zelf. dit dat.. dat POEP is; de Eis. de akt van de lezer, is de wil tot toe-eigening, in Eisvergetelheid. het ongemak wordt gemak, en een gemak heeft POEP nodig. het gemak is niet de P.Le.E., de P.L.e.E. is ONgemak. de kolk van de GRAMMATIkale POEP! de lezer wordt opgeroepen als getuige, “geciteerd”, in de tekst zelf, wanneer de lezer zich niet als schijnbeeld van de tekst herkent en slechts de tekst als schijnbeeld ziet en het gemak wordt gebruikt als een uitroep: “alle woorden lijken inwisselbaar“. alsof de lezer de aangeklaagde is! in deze uitroep zit dus toch dát verborgen, de aanwezigheid in verborgenheid de Eisvergetelheid, als bijna de angst, angst voor aangeklaagd te worden verschijnt. het woord “inwisselbaar”, dat ik oproep als getuige, is de eerste stap naar het konflikt; de lezer merkt op, dat z/hij zelf inwisselbaar is; schijnbeeld van de tekst en de tekst schijnbeeld van hem of haar. het is een angstig woord, ik zou het haast een ongemak willen noemen, in het gemak zit het ONgemak al verborgen, evenals in het woord heimlich. de aanklager ziet zichzelf niet als aangeklaagde. nog niet. maar bemerkt de Eisvergetelheid, en het konflikt is er al in het gemak zelf.. de aanklager ziet zichzelf niet als aangeklaagde, maar reageert wel als aangeklaagde, als schijnbeeld van de aanklager. aangeklaagde en aanklager zijn elkaars schijnbeelden. daarom is metafoor, de overdracht, een illusie. overdracht en tegenoverdracht niet. de metafoor wentelt samen met de lezer op het ontbergrad.

de kultivering van de POEP begint met het gemak waarmee het ONgemak als een vlieg wordt weggeslagen. de tekst is stront, de vlieg zal altijd terugkeren.

het schrijven is een akt, een handeling, een verrichting, verwant met actum, ‘dat wat gedaan is’ (en van daaruit is akte ontstaan), het meervoud acta betekende ‘handelingen, openbare verhandelingen, notulen’. allemaal afgeleid van agere, ‘doen, verrichten’, evenals actus, ‘voordracht, opvoering, bedrijf, akte’. (bron: van dale etymologisch woordenboek.) waarvan akte! aktie! een daad of handeling is tegelijkertijd juridisch, en praxis, i.e. ethiek. dat er verricht wordt is duidelik, of beter dat het gedaan is, de verrichting. de tekst ligt. uitgelegd? maar wie verricht of handelt en wat betekent dat? is het gegeven? en aan wie? wie is de afzender en wie is de adressant? een grote vraag, die haast theologisch is of zelfs theologisch kan zijn. maar hier wijken we, er is altijd een derde, theologie, het woord zelf is al een antinomie. theo en logie zijn geen maatjes, al worden ze, betwijfelbaar overigens, het grieks is onduidelijk, samen gebracht in “In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God“. het griekse woord logos, is een woord met veel betekenissen, ze hangen met elkaar samen, maar het onderscheid, krinein (eveneens een grieks woord; schiften; onderscheiden) is van belang. dus of logos hier met woord te vertalen valt, is een kwestie van diskussie, een diskussie die ik niet volg.

is er iets gegeven? we spreken over het gegevene, de zintuiglikke prikkeling. we spreken over gegevens. wat meer verwant lijkt met dat wat gedaan is. gegevens zijn te bewerken, het gegevene wordt bewerkt. bewerking. kultivatie. wie of wat wordt hier en nu (ruimte en tijd) bewerkt?

het schrijven is een akt, een handeling, een bewerking van het gegevene, ereignis. maar is de zintuiglikke prikkeling werkelik gegeven en/of is de zintuiglikke prikkeling werkelik aan óns gegeven. we worden doorboord, dat moet duidelik zijn, maar die wie of wat, of waarom?

er is een theorie dat het schrift is ontstaan uit handel en administratie, gegevensopslag. geen vreemd idee, een werkzaam idee, buitenom of dit werkelik de grond is. de afgrond is eigenlikker dan de grond, dus elke vorm van grond, buiten de aarde om, is niet grondig genoeg om de werking van de taal, de schrijver en de lezer, de sociologie van het verdwijnen of het ineens opduiken van teksten te verklaren, laat staan te verstehen. ja, gadamer. maar die laten we snel achter ons.

In den beginne was de Poep, en de Poep was bij God, en de Poep was God

de betekenisvelden van het woord poep zijn groot, en kunnen louter vergroot worden, er zullen betekenissen archaïsch worden, maar het schrift is gegevensopslag, dus ook die zullen bewaard blijven.

zeg ik nu dat het schrift gegevensopslag is? dan komen we bij de dialoog faidros van plato uit. daar komen we later op terug, er is altijd een derde, pharmakon.

wanneer schrift louter tot gegevensopslag wordt gereduceerd, wordt uitlezing van deze gegevensopslag niet probleemloos, integendeel, het vergroot het probleem wat het schrift is; taal, spreken, schriftuur.

het lost het probleem van het teken niet op, dat volgens de saussure, altijd een derde heeft. een teken bestaat uit 3 delen. dit is niet dialektisch. hier laat ik de lezer vrij, voorlopig, de lezer kan zelf de saussure opzoeken, of lezen over de faidros. want ik wil hier niet de Eisvergetelheid stimuleren. nog niet.

The Unseen Rose

 

      The Unseen Rose - sadaexposada

rekonstruktie/konstruktie

Auteur: sadà\exposadà

ISBN: 978-90-79993-18-5
NUR: 306
Datum: 3 januari 2018
Prijs paperback: € 30,00
Pagina’s: 150

Bestel uw exemplaar hier.

Over het boek:
rekonstruktie/konstruktie bevat de drie boeken die voorafgaan aan de grote middag en de zaal van baards!, te weten: zienerlied-entartet, ON- en de gele boeken/zout. Voor de lezers van het eerdere werk van sadà\exposadà vormt dit boek een onmisbare completering. Voor de eerdere maar zeker voor nieuwe lezers heeft sadà een inleiding geschreven die een goede ingang geven tot het geheel van dit corpus.

Bladzijde uit het boek:

over “de werken op papier” van Harmen Verbrugge

papa, mama, de doden en de kunst en ik

is materie ijdel? leeg en nietig? te ijdel voor tijd? de tijd is een ervaring, maar van wie? een tijdloos, onvervreemdbaar ik; de onbetwijfelbare? of is de tijd de ordening van de ervaring, een ruimte voor de ervaring, bepaalbaar in zijn beweging, naar het verleden en naar de toekomst, met als tweede onbetwijfelbare; het nu?

is de mens overgeleverd aan de tijd of is de tijd aan de mens overgeleverd?

wellicht valt de mens, wanneer deze ‘ik’ zegt, zichzelf tot onderwerp onderwerpt, en zich dader maakt door zich te verbinden aan een werkwoord, bij voorbeeld het werkwoord ‘zijn’, onder de tijd. bouwt de mens als ‘ik’ de tijd zelf, door middel van de disciplinering van de grammatika? hoe bewoont de mens deze tijd, zelf? de disciplinering van de grammatika maakt van de mens een discipel van de telbare tijd. de tijd wordt geteld: de klok, dag en nacht, de maan, de zon. voorbij de klok, voorbij dag en nacht, is er het werk, het werk van het zelf, het werk van de mens. een teken? de hartslag van een teken?

is de tijd de mens zelf, of zelfs; de mens-zelf? wanneer een mens niet van zichzelf vervreemdt, i.e. zich niet toont, aan een spiegel of ogen, ziet hij zichzelf niet. dáar klapt het al in zijn tegendeel om; een andere tijd ontstaat, die van de werking, de gewaarwording. de inwerking. een wederzijdse inwerking, zelfs?

daarom; de tijd is de mens-zelf, als werk, vanwege de entzweiung, het uiteenvallen. een strijd, een konflikt. de tijd is strijd. de tijd is de horizon in het werk.

de tijd is de mens als in het werk gesteld. voor altijd in het werk gesteld, volledig zichzelf en los van de telbare tijd; geroofd. diep lijden maakt vergankelijk, zondert af, wordt stijl, scherp, maar geroofd door het materiaal; grof; rommel, buit, afval van de werkelijkheid.

er is een zone tussen het werk en de maker, tussen het werk en de bron. een ondoordringbare zone. over het ondoordringbare doorboren, daar komen wij op terug.

deze konflikten zijn de tijd, de duur van het gevecht.

de mens zet zich in de materie, in het materiaal af, als werk en verdraadt; de ogen zoeken steun op de horizon.

de taal is visueel mooi, kras het door en rudimentair wordt het beeld. taal is vervloekt, als uitleg-beest. taal is waarin we ons uitleggen. taal is daarmee ook ruimte, want we leggen ons uit. wij zien deze diepte in de taal niet. wij wenden ons tot het beeld, teneinde een diepte te zien, perspektief. een toekomst? nee, geen komst, geen cymbalen, geen symbolen van de komst. nee, tekens van mens-zijn, van tijd-zijn, tekenen van vergankelijkheid.

de schilderkunst is een wereld, gebouwd op de aarde, van de aarde; de materie, het materiaal, matrix; oorsprong, moederbodem. vermeng het met de mens; de mens kan bron worden; de mens zet zich in het materiaal af.

ik ben de aardappel; is de mens een foto, bewerkt, om het onbewerkte in het licht te stellen? schaduwloos licht, louter kleur. de kleur in het werk is eerst zichzelf. het dient de mens niet, want het geeft de mens niets anders dan zichzelf.

geelhoofd; het hardste licht met de hardste schaduw. een pure schaduw is geheel zwart, schaduw zonder licht. het geel van het hoofd gevangen in een matrixmasker, een zwarte matrix. de flessentorso verdubbelt het geel van het hoofd en de lucht, als kleur, afgezet, in zich. inwerking van de spiegel?

de lucht zelf, als kleur (als symboolkleur), ontbreekt. er is louter het hardste licht, het wit. het wit neemt het licht. het wit wordt de hemel van het lijf.

we hebben het beeld in taal uitgelegd, in een andere ruimte opgesteld, die schijnbaar zonder die diepte en zonder die horizon een ruimte is. wordt het beeld in taal symbolen? gevierendeeld?

wat is het verschil tussen een symbool en kleur? dit verschil klaart op wanneer men symbolen in het werk ziet, maar ze als tekens neemt die voor zichzelf staan. iets kan voor zichzelf staan en verhindert de blik, verduistert de blik. een genadeloze schaduw. hoe verlost men zich van deze schaduw?

de symbolen moeten ding worden, hun symboolkarakter afleggen; de bron, als symbool, moet in de vergetelheid, de lethe, stromen…

we willen ogen op de horizon, we willen staan, we willen bekeken worden, met een stijve pik. en wat is er vergankelijker dan een stijve? een engel met een stijve?

de mens groter dan de horizon, is dat het verlangen?

een verlangen naar een zonder-woorden, een puur perspektief, in genadeloos licht? het in het genadeloos licht stellen van het gevoel. er moet éen licht zijn, want anders is het geen werk. het verklaren van het werk, het in dat ene licht stellen, het instantane, het zonder schaduw zijn.

de tijd als ruimte opstellen, openstellen; een menselijk perspektief. het kamer-perspektief als ruimte-beest; anatomie van de ruimte, gevangen in een stilstand, maar is deze stilstand géen tijd buiten de tijd, los van de tijd? wellicht het lossen van de tijd, het aflossen van de tijd, als een bewaker van de tijd. tijd wordt in de materie afgezet, haast ekstatisch of zelfs; eksistentieel? in de zin van de bron; buiten-zichzelf-staand, onderscheiden te zijn, in tijd én werk.

symbolen van vergankelijkheid; het samenvoegen van 2 afgescheiden delen; tijd en werk.

de tijd in het werk stellen, kan louter in ruimte.

de tijd in ruimte uitgedrukt? dat doen we in taal, maar dat doen we ook in beeld.

het verschil; het perspektief van de tijd in het beeld heeft een horizon, de taal heeft geen horizon, i.e. geen zichtbare horizon. de zichtbare horizon in het beeld, met zijn verdwijnpunten, markeert zichzelf. in de taal verliest de mens zich in uitleg, hij wordt uitgelegd. in het beeld verliest de mens zich in de materie, in de kleuren. de lijnen lijken taal, i.e. uitleg, de kleuren lijken beeld.

horizonomkeringen; dada en papa. de horizon deelt het werk op, eenvoud wordt tweevoud; de tijd in het werk, deze horizon is de tijd; een verlangen van het nu, een verlangen tot het nu.

een teken, Ein Zeichen sind wir, deutungslos, een teken is de mens, zonder dat het Teken te duiden valt, want Schmerzlos sind wir und haben fast /Die Sprache in der Fremde verloren. zonder lijden geen kontakt met het licht, het genadeloze licht, de instantane bliksem. éenmalig. in herinnering niet te bewaren, in de herinnering wordt het een farce, een verhaal zonder angst, want de afloop, de verlossing is bekend.

we moeten naar de aflossing toe, het telkens weer aflossen, het lossen van de tijd; louter in herhaling, herhaling, buiten alle begrippen van het verstand, allereerst tijd en ruimte, is dat éenmalige in de herhaling van het zelf als de tijd-zelf het zich afzetten in het werk.

in deze wereld van de schilderkunst en het zelf komt de aarde tot stand, niet als onderworpen, maar als behouden, bewaakt, afgelost door het werk zelf. niet omgevormd, niet als een bewerkt-iets, zonder het onbewerkte faalt een werk.

“IK” “BEN” “DOM”, N E U K E N; leg míj dát uit, jij die je ogen verliest, om iets vast te stellen, de ogen zélf; je stelt ze op, je zet ze neer in NEUKEN, je verliest je ogen in het uitleggen.

S E X, leg míj dát uit, jij die je ogen verliest, om iets trillends vast te stellen; je stelt de ogen zélf op de horizon op en laat de klinker, de klank, vallen.

het hart, de vleugels, de eeuwige ogen. de pik. lijkt alles geschilderd alsof het doorboringen zijn? van de wereld van de schilderkunst én van het zelf? simultane doorboringen. in het werk is de eis dat er geen tijd is, in de zin van dat gelijktijdigheid de eis moet zijn. rembrandt kijkt evenzeer mee, als de maker naar rembrandt kijkt. de tijd kan alleen in gelijktijdigheid stilstaan en dit zet lijnen uit; de perspektivische lijnen —het ruimte- of kamerbeest en de horizon— tegenover de draden uit de ogen, wankele poten, trillende verbindingen.

er is zeker altijd dynamiek, een dooddoener. fluktuatie van delen; 2voudig met 1 kruis, pure spiegelingen van frontkleuren. dynamiek, dunamis is kracht en macht. latijns overgezet werd het potentie, mogelijkheid, innerlijke mogelijkheid; vermogen. zonder beweging, zelfs in de stilstand van een werk, komt deze dynamiek niet te voorschijn. de beweging is in een werk: reproduktie van het groffe, het banale zelf, een schematische reproduktie van de schilderkunst.

ik durf het woord dialoog niet te gebruiken, tenzij we dia als uiteen, dwars doorheen bronnen en durven over te zetten naar doorboring, en logos als verzamelen én uiteenleggen.

een kleur, die niets anders dan zichzelf dient, doorboort de blik. de toeschouwer wil verzamelen, het werk met zijn ogen verzamelen, in zich opnemen, en verzet zich tegen de doorboring.

deze weerstand is futiel.. de blik wordt doorboord, terwijl de ogen verzamelen. is dit de macht? de dynamiek?

men moet durven kijken, zonder men te zijn, zonder symbool te zijn; wat overblijft is het vergankelijke zelf.

NOTEN

Ein zeichen sind wir.. friedrich hölderlin. uit een ontwerp voor mnemosyne. o.a. te vinden in sämtliche gedichte, pag. 1033. deutscher klassiker verlag. de versies zijn ook op internet te vinden.

entzweiung, g.w.f. hegel.

afval van de werkelijkheid, sigmund freud.

Het Resultaat

sadà – FM8 programming & play, text, mix
Sandra Schuurmans – voice(s), voice-arrangement, mix

Het Resultaat

kom!

er is meer dan afwachting; trots, kracht; in het meest gespannen lichaam —beklemde ruimte. niets vóór mij… niets achter mij… niets in mijn dij… de tweemaalgeborene wentelt in zijn optocht van de gedoogden —alles wordt ons ontnomen, want alles valt ons te ontnemen.

niets (ik predik de drooglegging van het licht, de herhaling van het ongedoogde. ik predik de ontvalling, ik predik de bandeloze nacht en de drooglegging van de verbanden.
ik predik het niets ontziende, de harde drooglegging van de prikkeling), de haren van het zijn…

een lok van het zijn… langs je gietende lippen en de oneindige spits van je tong —wordt het te nat voor woestijn… doopfontein…

de schijn van het urinoir! europa!… afval van de werkelijkheid… rotsen van de werkelijkheid… het lekt zich er uit, dat zal het doen, het smelt, het zal zich uitlekken…. lekkend oog, lekkend, drooggelegd oog, neemt de ring van de herinnering en versmelt zich traag in haar angst.

de schijn van het urinoir! europa!… in obsessief licht van de reproduktie, vreet het zich kaal… ze is een urinoir van licht…. dat drooggelegd orgaan verzwakt en laat lekken, verspreidt het zich in haar glans, haar glans perfekt.

de glans van het urinoir is de perfekte angst van de woestijn.

waar is de doorboring, de perforatie van de kromming, de onberekenbare lijn van de glans?

het kent zich niet, en zo kent het zich. peilloos in de kromming van haar lekken, huist zij klankloos het lijk van haar broer —de uitgestotene, zeven keer gereproduceerd.

grote bol van kokende glans, grote vernietiger, smelter van aarde en modder, het staal en het glas —reproduceer het falen van geslacht, overwinning en de heer van mijn ondergang. (jammert zo de as van het wiel, het stilstaande punt van de draaiende wereld?)

kom! herr erhaben geht nach draußen!

ANSCHAUUNG/ERINNERUNG

      Anschauung-Erinnerung - sadaexposada

drumsamples, sampe-loop, synth programming & play, vocal, mix & mastering by sadà\exposadà

ANSCHAUUNG/ERINNERUNG

a step too late on the stairs
the blood unmoved
in the mirror of the knife
four wet sails
your face unmoved
your face unmoved

Totem und Tabu

Totem und Tabu

[“Auch die Kultur, die alle Welt beleckt,
Hat auf den Teufel sich erstreckt.”

goethe, from: faust. first part]

i lick your fire with culture
give the sun to the father
we digest the fire

remain calm
remain calm

i lick your fire with culture
give the sun to the father
we digest the fire
we digest the fire

remain calm
remain calm

the shadow of the fire is the animal with your face
the shadow of the fire is the animal with your face

the shadow of the fire is the animal has your face
the shadow of the fire is the animal with your faith

remain calm
remain calm
remain calm
remain calm

the sun a wound in your world
the fire a wound in your face

remain calm
remain calm

i lick your fire with culture
give the sun to the father
we digest the fire
we digest the fire

remain calm
remain calm

the shadow of the fire is the animal with your face
the shadow of the fire is the animal with your face

remain calm
remain calm

the shadow of the fire is the animal with your face
the shadow of the fire is the animal with your face
the shadow of the fire is the animal with your face
the shadow of the fire is the animal with your face

remain calm
remain calm
remain calm

the sun a wound in your world
the fire a wound in your face

the sun a wound in your world
the fire a wound in your face

remain calm
remain calm

i lick your fire with culture
give the sun to the father
we digest the fire

remain calm
remain calm

the shadow of the fire is the animal with your face
the shadow of the fire is the animal with your face
the shadow of the fire is the animal with your face
the shadow of the fire is the animal with your face

remain calm
remain calm

the sun a wound in your world
the fire a wound in your face

remain calm
remain calm

digest the father

we digest the father
we digest the father
we digest the father

i lick your fire with culture
give the sun to the father
digest the fire

remain calm
remain calm
remain calm