uit zienerlied-entartet, opgenomen in rekonstruktie/konstruktie, een verzamelbundel van 3 werken, uitgegeven door uitgeverij crU.

uit zienerlied-entartet, opgenomen in rekonstruktie/konstruktie, een verzamelbundel van 3 werken, uitgegeven door uitgeverij crU.
uit de gele boeken/zout, opgenomen in rekonstruktie/konstruktie, een verzamelbundel van 3 werken, uitgegeven door uitgeverij crU.
vorige uitzie ook: het boek zelf
Luide knal geregistreerd
– een postolympische dip –
wintervlindervrouwtjes kunnen niet vliegen
maar misschien ben ik ook wel raar hoor
geen idee
een schol is een kookplaat immers
een mislukt pretpark
verbitterd zijn ze
ze hebben geen vleugels
de man in de blauwe badjas
en fluffy huissokken
een roze veulen
de papierversnipperaar
werd haar beste vriend
de bidsprinkhaankreeft
beschikt over superzicht en
een gemene linkse
soms raakt een mannetje
tijdens de paring
zo opgetogen dat
hij even opvliegt
in de halflege Grote Zaal
het cynisme van de kersverse echtgenoot
met rauwe woorden
november is hun toptijd
(achter iedere god
een ithyfallisch vers staat)
visioenen van de absolute kut, solide
maar droog.
jouw stokslagen mijn duizend engelen, waarmee ik de
werelden bevecht
(meer list dan twijg in beth, dat bod, onverplaatsbaar.
Brandend en dreunend vernietigt sadà\exposadà de taal, in zwart en rood op wit, door erin af te dalen
Een tot mislukken gedoemd project glorieert in het snijvlak van wat de taal scheidt van het sprakeloze,
het bedrukte wit,
een prachtig procedé waarin de poging het onuitspreekbare tot spreken te dwingen prevaleert
De lust omgezet in de lust voor het oog, taal en symbool en typografie graven in het wit van de pagina naar de fecoliet van de gestolde erotiek
Een twijg wordt uiteengetrokken tot t w i j g
:
Dompel je onder
in de zaal van taal waar de aars
versmelt met de b van beth
heb ik dan geen kritiek?
jawel, de ℵ – de alef – is geen os, maar de kop van een potente stier, de maangod Minotaur die dit boek met verve bespringt
Auteur: sadà\exposadà
ISBN: 978-90-79993-18-5
NUR: 306
Datum: 3 januari 2018
Prijs paperback: € 30,00
Pagina’s: 150
Bestel uw exemplaar hier.
Over het boek:
rekonstruktie/konstruktie bevat de drie boeken die voorafgaan aan de grote middag en de zaal van baards!, te weten: zienerlied-entartet, ON- en de gele boeken/zout. Voor de lezers van het eerdere werk van sadà\exposadà vormt dit boek een onmisbare completering. Voor de eerdere maar zeker voor nieuwe lezers heeft sadà een inleiding geschreven die een goede ingang geven tot het geheel van dit corpus.
Woudlied
stronkel niet
het woekert van welig en welste over de vloer
dripdrapt van druiphars en gekeept is het stammental
om schorswater vogellijm ochtval en voorvocht
(het meeste is melk)
er dwalen verdoolde stammen van boogpijl voorziene componisten
ooit achtergelaten door euvel paalplassende poelproducenten
er klijven behaaide walmzwalpers en vooral in de dalmtijd
actieve wamtasten vaak vingerend wetend van prooi
stronkel niet
de goergrot is geopend van negen tot tien en daarna
van tien tot zo verder
we zien er liaanfrisse duikers naar vlindervlammers
en de befaamde rankrijmers uit de eervoerige era et aria
ook maakt men kans op het schieten van een eenvoudige zwalmzwezerik
en een behendig geprukte nebulium elders ondenkbaar
één soort leeft niet op stokjes maar is evenwel
te bezingen tussen vijven en zessen
het betreft een onzinglijke zoenzus met blindslaande tandenrij
– in geval van glimlach – blooswekkende boezem en valdiep vagijn
en mij daar blij & belangeloos bij
stronkel niet
Nog even en hij ging met pensioen
vlammenwerper uit het circus
glimmend pak, haren strak in het vet
zijn vrouw doodgedrukt door het nijlpaard
van de directeur
het haalde elke krant, nu dertig jaar geleden
een groot drama
het beest werd publiekstrekker nummer één
zaken gingen er op vooruit
hij hertrouwde met het trapeze meisje
zo hoog in de nok hield hij het meest van haar
wetende dat ze s ‘avonds van hem zou zijn
jaren later verliet ze hem voor de schooldirecteur
van basisschool “De Kajuit”
inmiddels was hij al weer tien jaar alleen
zou het circus verlaten
terug naar zijn geboortedorp waar hij
ooit bomen beklom
voor het eerst een meisje voelde in
de schuur achter
zijn eerste biertje dronk
Astrid
“Het gaat niet goed met Carla
dit vertel ik in vertrouwen
ze is aan het overleven”
ach Carla,
Carla
treincoupé vol
“we zijn bijna in België
ik moet zo hangen”
we stoppen in Roosendaal
ik denk aan Carla.
tot voor kort kende ik geen Carla
het gaat niet zo best met haar
een nieuw gesprek zelfde beller
mevrouw heeft acht dagen in
de woestijn gelopen
“dan heb je nooit geen therapie meer nodig!“
mijn medeleven gaat uit naar Carla
in stilte wens ik beltut veel woestijn, droogte en
een bronstige kameel toe
Zelfportret
Astrid
sadà – FM8 programming & play, text, mix
Sandra Schuurmans – voice(s), voice-arrangement, mix
Het Resultaat
kom!—
er is meer dan afwachting; trots, kracht; in het meest gespannen lichaam —beklemde ruimte. niets vóór mij… niets achter mij… niets in mijn dij… de tweemaalgeborene wentelt in zijn optocht van de gedoogden —alles wordt ons ontnomen, want alles valt ons te ontnemen.
niets (ik predik de drooglegging van het licht, de herhaling van het ongedoogde. ik predik de ontvalling, ik predik de bandeloze nacht en de drooglegging van de verbanden.
ik predik het niets ontziende, de harde drooglegging van de prikkeling), de haren van het zijn…
een lok van het zijn… langs je gietende lippen en de oneindige spits van je tong —wordt het te nat voor woestijn… doopfontein…
de schijn van het urinoir! europa!… afval van de werkelijkheid… rotsen van de werkelijkheid… het lekt zich er uit, dat zal het doen, het smelt, het zal zich uitlekken…. lekkend oog, lekkend, drooggelegd oog, neemt de ring van de herinnering en versmelt zich traag in haar angst.
de schijn van het urinoir! europa!… in obsessief licht van de reproduktie, vreet het zich kaal… ze is een urinoir van licht…. dat drooggelegd orgaan verzwakt en laat lekken, verspreidt het zich in haar glans, haar glans perfekt.
de glans van het urinoir is de perfekte angst van de woestijn.
waar is de doorboring, de perforatie van de kromming, de onberekenbare lijn van de glans?
het kent zich niet, en zo kent het zich. peilloos in de kromming van haar lekken, huist zij klankloos het lijk van haar broer —de uitgestotene, zeven keer gereproduceerd.
grote bol van kokende glans, grote vernietiger, smelter van aarde en modder, het staal en het glas —reproduceer het falen van geslacht, overwinning en de heer van mijn ondergang. (jammert zo de as van het wiel, het stilstaande punt van de draaiende wereld?)
—kom! herr erhaben geht nach draußen!…
Welkom bij deze zoektocht naar de poëzie van de pleeborstel
een exploratie die geen mens serieus neemt
een odyssee langs ongeschreven historieën
langs glanzend sanitair, en abstracte beschouwingen
over de æstetica van het alledaagse
een omzwerving door de kunstwereld
langs vorstelijke toiletten en stinkende schijthuizen
en zie: de pleeborstel is reeds tot kunst verheven
en het is politieke kunst
er is geen onderscheid tussen verteerde truffels
en verteerde grutten
het blijft een smerig ding
maar een ding dat groots kan zingen
van die banaliteit die in ons bestaan zijn sporen trekt
terwijl iedereen er schijt aan heeft
de pleeborstel – een readymade: probeer
het ding te draaien, te forceren, te positioneren
en op een sokkel in een museumzaal te plaatsen
zodanig dat het niet de verdenking wekt,
kunst te zijn
sound ritual number 45
ti on anines how many damp
9 Art 9, , 331 i ific nineteen
ance of the sscusses fragrant
the sign ere essential ticks
to d Duc p the art of maham cart
kinappropriad kidnapped
gart in the agduerepro mayhem
ti c on DuchaMa melp r cel Dupont
, Fra Marcel the signifier
, 19 society, the grown trance
Manychamp the nine tie on
november 2017
*
sound ritual number 46
leaks change and parcel face
shape tub valves minnow snap
raucous what wink pillow
tho fan pire mantic surf
the rise of the serif
serf o man pyre fanatic
pillcep win that faucets
win ow cap values rubs cape
place Marcel in chance beaks
november 2017
*
Speelzaam lokt na Mitras’ maal de grootzweer om
de taal te toornen, met hoorns en schelmendom
de naargeestigheid in psalmen murw te rossen
wij gewijderen van tong, wij in luwte huilende vossen
ontossende beeldenstormers, ruw getande poliepen
digitale zondagskinderen gelaagd in daguerrotypen
onverminderde galjagers in linksdragende lariejaren
waar al met al loenzend neohegeliaans gaat paren
par excellence: groots geschapen door talendheid
wiens waaier ons wekken zal – weest u bereid
Over de onhandigheid
over de onhandigheid van het lichaam van paarden is nog onvoldoende gepubliceerd (hippisch)
het hoofd geheven aardbeien plukken voor teenagers (tieners)
als het mooi weer is gaan we ’s middags varen en zo niet dat hebben we afgesproken dat we daar dan contact over hebben (ze wordt 86)
kijk, moet je luisteren (wijzigen in ruik, moet je voelen)
en dan gaat het over een wandtapijt dat je niet mag aanraken (opeten)
ergens worden glasbakken geleverd als ging het om een overschot aan drankenmansgrappen (manschappen)
ik weet niet waar (betekent 2 dingen)
larmoyant zijn is de vijand van de poëzie (o)
een karavaan caravans is al eerder opgemerkt (venus always rings eightfold)
er klinken liederen van oevers en torens (de bergen ruisen)
ik ben inmiddels overleden (^—)
moraal:
achter grendel en slot
sterft men al net zo zot
eerste tekst uit de gele boeken/zout, opgenomen in rekonstruktie/konstruktie, een bundel van drie werken, verschenen bij uitgeverij crU.
Berglied
Mijn flinterdunne flanken zijn van ons. Onze voeten
staan alom, dag en nacht huilen we. We ruisen zuiver
ruisen zilver en zoet ons huilen. Dat is het sijpelen dat je daar hoort.
Wie omkomen komen in ons om. Welgemanierd staan wij om hen heen
in goedgekapte struiken en bossen. De brandgangen leiden daarvan af of zwijgen
ons open. Ze zwijgen in elk individueel geval.
Het gonst er naar behoren. Wie in ons omkomen komen onfeilbaar om.
Vraag het de luchten, het vee. Waar wij ruisen, sijpelen, zuchten, rinkelen zij. Mijn
flinterdunne flanken zijn van ons. De brandgangen leiden daarvan af. Vraag het de wachters, de zee.
Onze voeten staan alom. Onze voeten zijn schreefletters. Ze zingen zacht. Doen er
hun zwijgen toe.
Ook het onpeilbare, het rotsvaste is van ons. Uit beweging geboren verstarren we.
IJskoud. We staan, liggen, zitten de tijd uit. Overhuiven u, overleven ruwweg.
Er zijn er, zeker, die in ons omkomen, maar ook zijn we dansvloer, stijgbeugel, wordt
er afgeleefd en gebeden.
Wat klingelt is toegevoegd. Vee, gelovigen, dat soort dingen. Wij sijpelen.
GRATIS KADO’S
Ook in jou schuilt een elektriciën
zei ze
Het is werk
maar ik heb ook veel pret geüpdatet
gratis droogrekjes
extra overloop met motionsense
zichtbaar en dichtbij als een toerist
Wat zou Shakespeare hiervan hebben gevonden?
extravoordeelkaart voor dierenvrienden
De coolste coureur
op kartbaantjes
in slaperige visserdorpjes
(some romatic travel type themes)
Het dakterras is nu bereikbaar via rode loper
Bel & Win
een goed gezopen stukje van jezelf
Wat ben je aan het doen?
Het oog wil ook wat
Lollipopman houdt overzicht
het adres voor elke klus
maakt ongever 1500 foto’s per dag
•schaar
•printer
•strijkbout
•niettang
De juiste balans
binnen
multifunctionele badkamerdoos
wissel jouw spaarpunten in
voor gratis kado’s
111
The milkmaid pours from her pitcher
as much as a painter can give more
than a milksop can drink
her stream stiffens because
our eyes suck more
than she could ever pour out
Het melkmeisje schenkt uit haar kan
zoveel als een schilder schenken kan meer
dan een melkmuil drinken kan
haar straal verstijft omdat
ons oog meer zuigt dan zij uitgiet
uit de grote middag (het propagandistisch-klassiek natuurgedicht, preambule van de zaal van baards!, de triomf van de roofkunst) uitgegeven door uitgeverij crU
hup, automaten, huppel – door uw dodensteden – volk
van levende urnen – omwolk – krabbers aan eigen wolk –
uw doodshoofden met wijnwalm – linea recta > de goot,
voor de zielsknijper – die uit ons oog nog lijkvocht molk
(Uit: echoos van omar; kwatrijnen van sadà\exposadà en wijnand steemers; met kleurenillustraties van Jiri Buunk – oplage 75 ex.
– naar Kaikhosru Shapurji Sorabji —
mama magma zwoegend zeewijf
roept om respijt in het rooibos
bladerend in de prehistorische dakgoot te blind & te geel
laatste kleur voor deze bijna-blinde
o stollende hel en kiezels wij oogsten
god’s stakkerend vuur
maar omhoog is de val omhoog
haar stervende guirlande grammatica
onder melkweg bedolven sluimert de rillende
seconde van de rubedo roeiriem m’n rossige rakker
en bevliegt al het dure het geplengde magenta –
keurmeester alarm! ostinato.
suja zalfput zomphalm zonderlingham suja zotteke zoet
ook wij in de diepten doen aan mi-li-eu
gutkut het schoone scheiden van afval in haar hof
so what want heb je dit: [ ] wel eens gezien?
aldus bezweek de puntige patriot van het heelal
maar niet vooraleer de melkweg van leesbare
spatjes te hebben bespogen takjes aan het voorsteven
van de glimmende bruid
het gespalkte al de kreupele kruimels de stijve oevers
van de jammerende jungle spuiten hun keukenmeid over de kling
niets valt er te halen alles is licht
in het schrijvende schrijvende waterding
nu nog de gekko zevert zij en weer stolt vooralsnog
een zwakkere zon tussen de eiken
de gekko levert het verschil tussen leep en leip
rilt op de rille van het smeltende grind
wie zoent mij de wereld
wie zingt mij de wereld
wie zeeft mij de wereld
poppenspel van zever en rijp
Kaikhosru Shapurji Sorabji, Le jardin parfumé
de eerste tekst uit ON-
ON- is bij uitgeverij crU, in een verzamelbundel van drie werken, onder de titel rekonstruktie/konstruktie, verschenen.