Categorieën
beeld erger

J e u g d

Categorieën
beeld erger

Oostersch

Categorieën
beeld erger tekst vertalingen

Kenneth Patchen – 20 Zichtgedichten & een liefdeslied

Kenneth Patchen
20 Zichtgedichten
&
een liefdeslied

157) 6 april 1956
De dag begint in de ochtend. Je trekt je broek en overhemd
aan, doet de deur open, een man zegt: “Oké, betaal me nu
alvast de helft, je krijgt de rest van je paard later wel – hier
is het hoofdstel en bit.”

Mijn onschadelijke metgezellen (28
Zelden waargenomen op drassig terrein, dragen ze gewoonte-
getrouw enorme verlengde schoenen waarmee ze zich
onderscheiden binnen welk gezelschap dan ook. Als om deze
buitenissige kledij te compenseren, dragen ze verder niets.
Grootse glijders, leder-connaiseurs.

17) Meer fantastische dieren
Ze nestelen gedrieën en kwispelen met hun lange, sliertige
gele poten als waanzinnig in ’t rond. De vrouwtjes zijn
gewoonlijk uitgesproken lui, dus er zit niets anders op dan
dat iemand anders hun eieren legt. Maar in het nest, god
wat een verrukkelijke pret!

De koe van de polemist (132
Avec bent klaver & boterbloed deez andere, een hond
die als je ’t mij vraagt ondubbelzinnig gehaast binnenrent.
Wie ben ik? een of andere privésnater van een Perikles
die zijn spreekgestoelte opwarmt met gevatte ofschoon
kleinsteedse smeekbeden? – Broeder Hossendaal,
kom op met dat bier!

55) Wat de lotsbestemming verlangt
Lotsbestemming is de partituur van het onwaarschijnlijke.
Ware het anderszins, dan zou bijna iedereen kunnen bestaan.

Waar is iedereen? (124
Als je zegt vergeetmaar zal ’t niet onvervalsen. Als je zegt
maakdajjewegkomtjoh zal ’t ze geen droef doen. Als je
zegt ik pas mezelf niet meer zorgt het voor weinig ophef. 
Maar als je zegt hoerahoeraiedereen kijk dan maar uit!

117) Gouden pruimenknoppen
We hebben zo’n slechte voorstelling van elkaar. We
verwarren elkaar met verschijningen die optreden in
stoelen en oceaanstomers en met iets als een of andere
langeleden-Griek of “jong meisje loopt over veld 19u3apr”
of het is “mijnhoedersbroeder”.

Vliegen hebben vingers (152
en de voeten van de lucht tenen – maar wat spookt marianne
harder daar uit in ginds honkbalstadion met jaaps handig,
de vettige monteur? – En van al die eh… apen & veldleeuweriken,
vlees, brood, cornedbloem & gladdejool!

33) Zwemmende jonge meisjes
Lijven als weifelende, half-oplossende bloemen, jonge
meisjes zwemmen in de rivier. Zie! het roze, zijden
bloemblad van een dij! de bijeengehouden lieflijkheid
van een pasgeboren borst! Hoe ongelooflijk blauw en
zuiver de hemel boven hen.

Gouden pruimenknoppen (118
Wat we ons ook voorstellen van de ander is fout in die mate
dat we een staat van zijn loskoppelen van z’n doetheid. Omdat
alle verschijningen een gemeenschappelijke oorsprong hebben
in de onzienbare vloeibaarheid die voortkomt uit de werking
van haar eigen vloeien. Bestaan is werkwoord. (Geen “objecten”,
geen “dingen-die-worden-benoemd” – doen zelf doet zichzelf doen.)

109) Ik ben de
Vreugd van het Verlangend Vlees. De dagen van mijn
leven zijn zomerdagen; de nachten van mijn luister
overtreffen de schitterende golftoppen van de hemelen
tijdens hun hoogtij! Mijner is de vrijmoedige hand die
deze wereld vormgeeft.

Vliegen hebben vingers (150
“Ah, lieve marianne harder, alleskits, alleskits, maske,
mijn hart het is napoleonvormig – en zég! ook mijn oren
en tanden die zijn precies van zukke verdomde elfjes!”
Maar het is de monteur maar, teruggekomen om de
versnellingsbak na te lopen waar een paar kleine jongens
gisteren een geweerkolf hebben ingeramd. “Alleskits,
en met joe? unstopnah met knabbele an dah kloowtewiel!”

35) In zo’n wapenrusting
Uit de rivier komt een naakt meisje gereden, schoft van
haar paard ster-beschuimd…

Wat een fabuleuze schepsels! (162
Ik kijk uit het raam – dat is hoe het hier werkt, want iedereen
die uit het raam kijkt, van appartementen, van boerderijen,
van kerken, gevangenissen, schoollokalen, gemeentehuizen:
de lucht en een straat, velden, bruggen, watervallen… mijn
god! het zijn allemaal zulke vreemde dingen! en die “mensen”
die daar lopen, wat een buitengewoon fabuleuze schepsels!

105) Scènes uit de kindertijd
Ze gaven ons heel veel kleine prinsesjes om mee te spelen.
Soms wel drie of vier per dag. En allemaal betoverd. We
deden allerlei dwaasdansdinges om ze wakker te krijgen.
Maar dan verdwenen ze. Klote.

De mini-essays (82
Is Morgen Hier? Natuurlijk. Morgen was een gebraden gans
vanaf het moment dat ze enkele van haar minst smakelijke
vaardigheden begon te herbeleven. Iedereen zag ze als
“Voortzetting” – Zeker, de plunjezak van morgen in de soep
smijten voordat iemand de tijd vindt om zich zorgen te maken
over wat voor soort soep een verstandige soep zou zijn om
op te dienen.

151) Vliegen hebben vingers
waarmee ze geen verdragen tekenen. Of speeches schrijven.
Of voor odysseusplastpakken klappen.

81) Meer fantastische dieren
Deze kan het best omschreven worden als een “vertaling” – zo’n beetje
“overgekomen”. Denk aan een portaal gemaakt van wenssponzen,
aan een naar straatkreten smakende vrucht, meng ze dooreen,
behoedzaam, teder – “een snufje” herinneringen

Het bossenmeisje (30
Op een vroege avond zag ik het meisje van het bos. Bladeren
en sterren als koude bladeren waren gevlochten door heur haar.
Droefheid stond op haar gezicht als een partituur, en door haar
voetstap klonk het geschrei van vogels. Achter haar aan, zijn
gewei harkte de hemel, schreed een grote zwarte hertenbok.
Zwijgend gingen ze voorbij.

Zondag 8 april (168
Met deze roos ik u wereld. Gemodelleerd in Liefde, haar kleur
de kleur van hartenbloed! Kijk, ofschoon haar bladeren verwelken
en vallen, toch is het roos – een nimmer slechtgehumeurd of
bezoedeld wezen. Verwonder haar!

          ~

Ah mijn liefste bestookt de hemel
met haar schoonheid

ze is gevormd van zulke stof
dat de engelen wenen bij haar aanblik

kleine goden wonen waar zij gaat
en hun handen openen gouden dozen
waarin ik me neervlij

ze is samengesteld uit leliën en suikerduiven
en de jongste ster ontwaakt in haar haar

ze roept me met de klank van zilveren klokken
en ’s nachts stappen we andere werelden binnen
als vogels vliegen door de rode en gele lucht
van de kindertijd

Ah ze beroert me met de toppen van verwondering
en de engelen schurken als slaperige katjes
tegen ons aan

          ~

uit: Kenneth Patchen, Poemscapes, 1958 & Cloth of the Tempest, 1943
ill. Kenneth Patchen

Categorieën
beeld erger tekst vertalingen

Commerciële liedjes & Andere wonderen (3)

Residents:

Commerciële liedjes
&
Andere wonderen

(3)

            Hogerop

ze deed de liftdeur open
op een regendag
zat op haar kruk te staren
naar wat nergens lag

ik vroeg of ze
me mee wou nemen
ergens hogerop
lachend zei ze
dat ze niets liever deed
en drukte op de knop

*

            Het gaat voorbij

gistermiddag viel mijn tweede vrouw in zwijm
verloor zomaar haar verstand, brabbelde dwaas op rijm
komt wel vaker voor zei de arts, gaat zo voorbij
dus keek ik maar naar voetbal, zij ging slapen zonder mij

*

Karel de kletskabouter
tien jaar oud met hamertenen
Karel de kletskabouter
was opeens verdwenen

Karel de kletskabouter
zat niet in z’n kooi
Karel de kletskabouter
en z’n haar zat niet zo mooi

Famke zag iets vormloos
liggen in de sneeuw
het krabde aan z’n schurftig hoofd
met een langgerekte geeuw

het leek wat ongemakkelijk
en loenste achterdochtig naar de maan
ze voelde al de spanning die er hing
en rook een honingzoete baviaan

het straf aroma wond haar op
en ze werd zichzelf gewaar
ze hoopte maar dat hij haar geil
zou ruiken en zuigen aan heur haar

*

            De gouden geitenbok

ik heb de gouden bok ontmoet
hij doet zich aan mijn strot tegoed
en ja hij toont kracht
en ja hij heeft krop
en ja hij wacht
me buiten op

de bok is zwak hij kan geen kwaad
maar heeft zijn lange arm paraat
het kleurt mijn slaap
zit in m’n kop
en maakt me bang
ik houd mijn plas niet op

*

            Simpel lied

ik ben simpel
jij bent simpel
als het leven zelf

*

            Eenzaamheid

ik vond het ’s nachts zomaar op straat
ik liet het achter in de regen
en van dat moment tot op vandaag
ben ik nooit meer dezelfde geweest

ik wist niet wat de bui betekende
toen hij afscheid nam
ik weet alleen dat deze eenzaamheid
nooit zorgt dat ik huilen moet
huilen moet

*

            Geprevel en gezang

het geprevel drukt zwaar op mijn brein
wezens in mijn bloed die aan het spelen zijn
twee zielen doen een raadselspel
ken jij mijn gedachten wel?

ze blijven strijden, ik vind zo slaap noch rust
fout is fout, goed geraden wordt met vuur geblust
op uitheemse tonen zingen zij een blij duet
en slaan de maat con brio op mijn arm skelet

*

            Jarige job

puilende ogen overal rondom
de jarige job vandaag
hij brulde: baard-bij-meisjes!
brulde hij
moeder wendde zich af

baard-bij-meisjes spatten op
je dat met dip en waggelroes
en als een pan een koek in shock cola op pad
lachte ik mijn snotlap rood met hazen slag!

huivering zelve schoof
de gasten naar de deur:
sorry, schat, maarreh, des bevers’ wijn
wacht wel tot nieuw festijn

dag, zei de verstoorde jarige job
dag, zei de bedroefde jarige job
dag of nacht of vlag
dag veracht de lach

ik leve hoog, ik leve hoog
ik leve hoog, ja hoog
ja hoog, ja hóóóóóóóg
ik leve hoog…

*

            Lied om te lachen

een olie oleïne ei met een rood poot lood
meende dat het stekelzwijn zijn dochter was
maar begreep al snel
dat ze leed aan jicht
en onder water steeds een knipoog gaf

ha ha ha ha ha ha ha
ho ho ho ho ho ho ho
hi hi hi hi hi hi hi hi
ha ha ha ha ha ha ha

een rode rode roos zag een wakker varken voos
op de rand van een zilveren joet
het puntje van zijn staart
was een langlaufzwaard
en in plaats van een smoel zat er een drogist

*

            Typisch voor hen

goed er was iets aparts aan hen
dat me aan hen deed twijfelen
of zorgde voor verwarring in m’n kop
doorgaans was er een zeker hij
maar ongetwijfeld ook een zij
hoe dan ook een onderscheid

en een van hen, wanneer zij was zij
glimlachte en brandde een gat in mij
het gat was daar onmiskenbaar zonneklaar

ik droomde ooit van haar,
in d’r eentje op het erf
bij een heel klein huisje
van lucifers gebouwd
het was veel te klein
je kon er nooit in wonen
dus stootte ze haar hoofd
tot bloedens toe
toen ze zich naar
binnen wilde wurmen

ik zocht haar op om haar dat te vertellen
maar ik merkte dat hij onverschillig
knikte bij mijn verhaal
en natuurlijk als zoiets voorviel
was er altijd nog een zij
die me op m’n schouder tikte onverhoeds

maar het was niet zij die van nabij
naar me keek, eerder een soort boekensteun
als een mismaakte versie van z’n wederhelft
dus ik bedacht dat er een manier moest zijn
waarop ik ze naar believen kon vormen tot degeen
bij wie ik wil zijn, want zo hield het me op afstand
terwijl mijn gevoel erop bleef hameren
dat het vele malen interessanter was
binnenin

*

            Simpel lied

ik een eitje
jij een eitje
leven een groot ei

*

            Broederschap

ik ben de man
in de zwarte sedan
en ik kom eraan
om met je mee te gaan

ik werd op pad gestuurd
om oprecht
getrouw en standvastig
te zijn & ik kom melden
dat de oordeelsdag
reeds is geschied

volg mij ik ben volleerd
gegarandeerd
ik breng je ver van hier
we vertrekken volgens eis
aan de vooravond
van het eeuwigdurend grijs

ik zeg verlaat dit oord
en vervang elk woord
elke naam van jouw soort
in een broederschap
die heel knap weerstand biedt
aan de aasgier en de sneeuw

*

            Niemand lacht

iedereen gaat naar de freakshow
om te lachen met de freaks en d’arme gek
iedereen gaat naar de freakshow
maar niemand lacht bij zijn vertrek

we zijn allemaal gelijk in het graf is het saai
zei een man wiens hoofd half opgegeten was door een haai
en als je me vraagt waarom
ik zo nog verder leven wil
ik weet niet of ik dat weet
een halve mond mag dan niet veel zijn
het is altijd nog een halve kus

iedereen gaat naar de freakshow
om te lachen met de freaks en d’arme gek
’t leven lijkt best veel op de freakshow
niemand lacht bij zijn vertrek

*

            Schimmen zonder naam

Ze was onbekommerd
Ze was gewoon ontrouw
Ze was eenvoudig onverschillig
Wat moest ze dan?

Ik was een vreemde hier
Ik was gewoon te zwak
Ik was eenvoudig ongerust
Wat moest ik dan?

Wij zijn de schimmen zonder
naam binnen voor het raam
die wensen dat we iemand
waren buiten voor het raam
die wilden dat we net zo
stonden buiten bij het raam
we willen niet gevangen
zitten binnen voor het raam

*

            Simpel lied

ik ben niksig
jij bent niksig
’t leven ook al niks

*

            Picknick in de jungle

het was als in een oude droom
je geheugen werkt nog sloom
maar ’t blijft spoken door je hoofd
vooral in ’t weekend als beloofd

je bent op een open plek in ’t bos
’t is drukkend warm, de haren los
we moeten naakt en dat is raar
ze leggen ons in rijen klaar

er drijft een vreemde bolle wolk voorbij
die kookt ons vlees maar niet van mij
kleine pestmachines knagen aan de botten
die houden alles bij, ze tellen ons, de zotten

niemand zou ons vinden hier in deze hel
we zijn gevangen in de grote hoge cel
je ziet of hoort ze niet, voelt ze nog ’t meest
ze draaien aan ’t spit dat ieder haat en vreest

van dag tot dag brengt iemand een plateau
en neemt de lege mee naar het bureau
daarop ligt dan een kippenpoot en nog wat prei
aardappelsalade en een kwartelei erbij

*

            Slaapkop

ze zei dat ze
een vriend had
die altijd sliep
waarom zei ik, waarom
slaapt hij zo veel
is het een ziekte, of gewoon verveling?

hij slaapt
waarom zei ik, waarom?
hij slaapt
waarom zei ik, waarom?

miauw
zei ze
miauw
zei ze
miauw
zei ze
miauw
zei ze

miauw, miauw, miauw, miauw, miauw, miauw, miauw
miauw, miauw, miauw, miauw, miauw, miauw, miauw
miauw, miauw, miauw, miauw, miauw, miauw, miauw

o zei ik, o
o zei ik, o
o zei ik, o
ik zei o
ik zei o
ik zei o
o


*

The Residents, Commerical Album & andere
ill. Roland Topor

Categorieën
beeld erger tekst vertalingen

Commerciële liedjes & andere wonderen (2)

Residents:

Commerciële liedjes
&
Andere wonderen

(2)

            Stadse baders

Stadse baders veroveren de zee
maar onder ons gezegd
de zon is nooit helemaal gezakt
voor ze echt doorweekt zijn

Ik zie de zee,
de zee ziet mij

Ze snellen schijnbaar naar het ochtendlicht
en ploffen zomaar op het nachttoneel
als ze konden houden van zichzelf
overleefden ze de duistere diepte wel

Ik zie de zee,
de zee ziet mij

Als ik had geleerd te houden van mezelf
overleefde ik de duistere diepte wel

*

            Verlies van onschuld

Pretparken koeken samen van lawaai
een massieve homp van vlees
Het zweet van de stoepier spat van zijn tong
zijn tattoo blinkt van de hitte

Behoedzaam staat de ander toe te kijken
onder de indruk van zijn pose
Tweekoppige geiten stuntelen voorbij
met een lodderige blik

De ander zoekt om zich heen
maar de stoepier kijkt hem recht aan
Hij belooft de grootste wonderen
voor wie naar binnen durft

De ander schuift het tentdoek vaneen
en ruikt het verse hooi
Een Siamese tweeling wacht hem op
de ander kijkt maar weg

De vrouwen met het paardenhoofd
ogen na wie naar binnen glipt
Ze snuiven de spanning in de tent
en de geur van ’t zoet taboe

Het hart bonst hevig in zijn keel
de ander schuifelt uit de tent
Het deinen van de massa smoort de klank
van verlies van onschuld

*

            Langlijs

Langlijs werd geboren in een badkuip
en hij rekte zo ongelooflijk uit
Zelfs het mondje van een oogpipet
zoog hem in

Langlijs kende geen enkel verzoek
Langlijs keek nimmer naar het licht
maar Langlijs verkocht iets
elke nacht

Langlijs verkocht me een soldaat
Langlijs verkocht een minnares
Langlijs verkocht een zuignap
en een mes

Langlijs vond een plaat
van Hello Dolly in de gang
Hij verkocht die aan een trucker
om de zang

*

            Rauw1

Angela Burger had een lichaam
zoiets had ik nooit gezien
het leek te druipen van zwakzinnigheid
als veel te warm geworden ijs

Toen ze op een dag de afwas deed
met niets aan zag ik
hoe haar moeder met haar dronken kop
haar ribbenkast had rauw geschrobd

*

            Smurrie

Er zat een rare kliederboel
aan haar lippen, rond haar mond
en je zag het kleven aan
haar armen en haar heup

Niemand weet echt zeker
wie ze was of hoe ze stierf
ze openden haar damestas
en daarin lag een slang

*

            Ik ben zo achter met mijn werk

Rook bevingerde het huis
een brandende smachtende drift
De katten keken toe door de damp
en likten onderwijl hun poten
ze likten hun poten

Er was bezoek, hij keek me aan
en vroeg of het me speet
Normaal gesproken, niet nee
maar mijn werk is nog niet af
ik ben nog lang niet klaar

Het vuur dat sprankelde in zijn lach
en daarna onder zijn huid
En dus sprong hij er zomaar in zomaar in
hij sprong er zomaar in

*

            Eén ding

De leuning van de brug
trilde van de bel
De gelegenheid tot vertrek
verscheen al snel

De mogelijkheid bevloog mijn brein nu
eens te meer
Ik wilde echt maar één ding
minder niet meer
minder niet meer
minder niet meer

*

1 Aanvankelijk dacht ik dat ‘Rauw’ en ‘Smurrie’ één liedtekst vormden,
en eigenlijk kan dat heel goed. AK
The Residents, Commerical Album, 1980
ill. Roland Topor

Categorieën
beeld erger tekst vertalingen

Commerciële liedjes & andere wonderen (1)

The Residents:

Commerciële liedjes
&
Andere wonderen

(1)

Ik moet je iets vertellen
ik moet je echt iets zeggen
de enige volmaakte liefde
is die die je verlaat

*

Het leven is een toestand
het leven is een spel
Het leven is een draaikolk
mijn naam galmt als een bel

Amber waren de najaarsbladeren
en amber was haar huid
Amber was de avond
toen de kolk haar nam als bruid

O echt onweerstaanbaar
zei ze vaak genoeg
Net het geluid van rennende paarden
’s ochtends vroeg

*

Paasvrouw verscheen vandaag
en voerde mee mijn vrouw
naar de open toegangspoort
van het hiernamaals

*

De een heeft iets met zilver
de ander iets met goud
Weer anderen willen iets
dat goed voelt in je hand

*

Pezen knapten in de drift
van het extatisch affect bij noen
Een vochtbeladen gesyncopeerd
volautomatisch gymnastisch doen
Een handvol behoeftige lusten
die veel te vlug is leeggeschud  

*

Iets zwoel en vluchtigs
parfum en bederf
fluisterde luchtig in de bries
ze was er echt ervandoor

Ik verlangde naar het gevoel van iets
zachts op m’n gezicht
en dacht aan haar vingertoppen
niet haar gebrek aan zwier

*

Ze zei te willen sterven in paniek
het uitschreeuwen in de nacht
om het wegduikend lijf te voelen
en haar haar in één klap grijs

Ze droeg bovendien een mooi krap
doorschijnend negligé
Ik vraag me telkens af hoe het met haar is
en of ze kreeg wat ze wou

*

Ik wilde het bezorgen bij iemand anders
zien hoe die dan reageert
Ik wilde het geven aan iemand anders
en kijken naar hun spel

Ik liet het hulpeloos helemaal alleen
liggen op de vloer
Het wriemelde nog een beetje
en keek almaar naar de deur

Hij kon het meenemen als beloofd
en ik zou spioneren op geluid
Verslag doen volgens plan
van het kletsen op de huid

*

Ik trof haar ’s ochtends huilend aan
zittend in een stoel
Ze zat iets in te pakken
wat ze deed met zorg

Ik wilde haar geen pijn doen
toen ik vannacht in slaap viel
Ik was alleen maar uitgeput
van mijn attent gedrag

Ja, ik was alleen maar uitgeput
van mijn attent gedrag

*

Ze is ongelukkig en nukt
ze wilde niet luisteren maar ik blijf degeen
die haar kuiltjes kust en aan haar tenen zit

Ze is aantrekkelijk maar heel gereserveerd
deels door de zorgen en de stress
Ik was haar vader van lang geleden
die haar kuiltjes kust en aan haar tenen zit

*

Duister daalde over de tuin
terwijl ik in m’n eentje zat te simmen
dromend van de zomer en het eind
het was het eind van thuis

Onze liefde was een stromende rivier
veel dieper dan ze leek
slokte mijn wakende uren op
sloop diep mijn dromen in

*

Kelderdeuren stonden open
de stormen hielden huis die nacht
De nacht weerscheen van bladeren
te helder bleef de lucht

Toen kwam ze voorbij terwijl de wind
opstak met groot misbaar
Ze reed een rode damesfiets
en ze had rood haar

*

Iets dat lief lacht
iets langs en dun
iets diep in mijn hart
herinnert me aan hem

Hij was niet mijn minnaar
hij was niet mijn vriend
hij was zo’n aardige oude man
en hij speelde de viool

*

Er is iets gaande tussen hen
dat is wat ik zie
Niemand schenkt er aandacht aan
dus het is aan mij

Ze zitten almaar aan elkaar
almaar tersluiks
de ander begluren
Ik denk dat ik ze hard kan treffen

*

Ze noemde mijn vriend te makkelijk
dat is het laatste wat ik pik
Ja, ze noemde mijn vriend te makkelijk
en zei hij is te dik

Ik liet haar achter ’s morgens vroeg
en de regen was best fijn
Ik merkte dat ik gek van haar werd
en nam de eerste trein

*

Vogels in de bomen
schudden stof van hun vleugels
Ik dacht aan al het hartzeer
dat onze liefde brak niet lang geleê

Vogels in de bomen
slapen nu

*

The Residents, Commercial Album 1980
ill. Roland Topor

Categorieën
beeld erger tekst

Lied van de vijgenboom

Lied van de vijgenboom

ik ben de weefster de grootste
die zich verheft boven de horizon
ik ben hier bij je ik bescherm je jij bent bij mij
ik verkwik je onder mijn takken

je doet je tegoed aan mijn gaven
je leeft van mijn brood je drinkt van mijn bier
in je mond giet ik mijn melk
mijn borsten bieden je kracht & leefgoed
ze zijn zwaar van geluk & gezondheid
ze drenken je met levenskracht & gezag
zoals ik die voortbracht voor mijn oudste zoon

ik reinig je gezicht bij dageraad met tederheid en schoonheid
de heer der rivieren, planten en dieren komt je geschenken brengen
bestemd voor het domein van de moedelozen en troostelozen
duizenden schatten werden je geschonken in je eeuwige woonst
je moeder heeft je voorzien van leven
een geschenk van haar baarmoeder
daar in haar kraamkamer ontving je onderricht uit haar mond en beide armen
de sterren die nimmer ondergaan staan je toe noordwaarts te trekken
de onvergankelijke sterrenbeelden heten je vriendelijk welkom
ze noemen je uitmuntend en prijzenswaardig
je komst in goede conditie werd bevolen door de verborgen schepper,
mijn welbespraakte herder

neem mijn brood neem mijn bier
neem mijn melk neem mijn rijpe vijgen
neem mijn hele wezen
neem de geschenken neem het voedsel
neem de verse vruchten al wat goed is en onbedorven
doe je er ruimschoots aan tegoed en verlustig je erin
ontvang de verfrissende weelde van je hart –
voor immer bij haar

~

(naar een inscriptie in de graftombe van Qen-Amoen)

Categorieën
beeld erger tekst

Two Translations

Mountain song

My wafer-thin flanks are ours. Our feet are ubiquitous, day and night we cry. We rustle pure rustle silver and sweet our weeping. That’s the trickle you hear.

Those who perish perish in us. Well-mannered we stand around them in well-cut shrubs and woods. The firebreaks derive from this or silence us open. They are silent in each individual case.
It’s quite a buzz. Those who perish in us perish infallibly.

Ask the skies, the cattle. Where we rustle, ooze, sigh, they ring. My wafer-thin flanks are ours. The firebreaks derive from this. Ask the guards, the sea.
Our feet are everywhere. Our feet are serif letters. They sing softly. Wordlessly still.

Even the unfathomable, the rock solid is ours. Born from motion we freeze. Ice cold. We stand, lie, serve our time. Lean over you, roughly survive.
There are, certainly, those who perish in us, but we are also dance floor, stirrup, there’s liveliness and lots of praying.
The tinkle is additional. Cattle, believers, things like that. We trickle.

~

Forest management

Armstrong, our Benjamin, closes the line. Fingerling and Birdwhistle protect Rustlelove, I cherish my crown as the highest point of the curve.

We sway shoulder to shoulder, speechlessly joining together, embracing the wind, carrying the cloud, which never looks like us. Jackdaws’ meeting punctually in the plush.

Millions of names we sprinkle between our toes, the itch in the earth’s armpit houses their whispers and we whisper along. Toe language. Breath hymn.

The curve that makes us psalm vapor circuit, woolly resilience, we peal like palms.

The saw awaits us.

Armstrong was the first to know. We called the nestlers and rollers. They came in droves, cloudlessly approaching us. Benefit free of charge. What accumulates is the curve, breathes fear, willing will.

Rearguard sent the latest news, we know him, he cannot lie. Chton confirmed it in stone and fire. Ants, she called them, ‘‘they don’t know anything’’. I said that ants know a lot. It was just a metaphor, according to Chton. Armstrong trembled.

We sway speechlessly, shoulders together, embrace the wind, carry the nests, the cloud that does not resemble us. Standing is a breeze.

The saw awaits us.

Rustlelove is doing what he has to do now. Unmistakably abele. In the hope of awakening in resurrection. The heavenly rivulet.

~

from: Songs from the Primeval Forest, 2020

ill. Piet Mondriaan, Bomen aan het Gein, 1907-8

Categorieën
beeld erger tekst

Echo’s

Echo’s

doodstil hangt de albatros
daar boven in de lucht
en diep beneden de rollende golven
in doolhoven van koraal schuilt
de echo van een ver getij
stroomt soepel over het strand
en al is vloed en watergroen

en niemand bracht ons weer aan land
en niemand weet waarom en waar
maar iets verroert en iets beproeft
omhoog te komen naar het licht

vreemden lopen langs op straat
je kijkt elkaar per ongeluk aan
en ik ben jij en wat ik zie is mij
en neem ik dan je bij de hand
en leid je door het land
en help me te bevatten
zo goed ik kan

en niemand zegt ons loop eens door
en niemand eist sla je ogen neer
niemand spreekt en niemand durft
niemand vliegt er rond de zon

wolkloos val je elke dag
op mijn knipperende ogen
je noodt me spoort me aan
op te staan
en door het venster in de muur
stromen op de vleugels van je licht
miljoenen stralende boden van de dageraad

en niemand zingt me nu in slaap
en niemand dekt m’n ogen toe
dus open ik de vensters wijd
en roep je aan, de hemel langs

(naar Roger Waters)

ill. Claude Monet, Impressie, zonsopgang

Categorieën
beeld erger tekst

Julia Droom

dan zal komen de droomenvrouw
zacht over den grond
zij de vrome, die schromen zou
zoo zij wakenden vond
.

J.H. Leopold, Scherzo

Julia Droom

Stralend zonlicht op mijn kussen
lichter dan een donzen sponde
Zal de treurwilg nu intussen
wuiven met z’n takken in de ronde?
Julia Droom, droomgodin,
die ik zo bemin…

Elke nacht doe ik het licht uit
en wacht op mijn fluwelen bruid
Weet de geschubde armadil
me toch te vinden hier zo stil?
Julia Droom, vrouwe ijl,
bij wie ’k gerust verwijl…

Zal de nevelmeester naar me fluiten
en zijn wolk mijn ziel ontsluiten?
Voert zijn jaagpad naar mijn sporen
ben ik echt verloren?
Julia Droom, pauw der dromen,
die te hulp zal komen…

~

(naar Roger Waters)

Categorieën
beeld erger tekst

– zonder titel –

de stofnevels gegaan en gekomen,
niemand die het weet
gebarsten bomen weggedoken tussen honderden,
de andere spoken.
blauwgroen licht donkerder dan de nacht
zwaarder dan de wil
ruller dan het strand
zacht zand vult alle spleten, doodt alle schaduw.
zure regens maken kortstondige geulen die
verharden en verkolen.
bliksem sterft
de gevoelens die altijd hebben bestaan,
voor de meeste tijd.
een vormloze implosie zichzelf vergetend,
vervagend,
vervangen door geronnen angst
ontketend toen we niet voelden
kijkend door een grijze muur
eindelijk sluiert het,
opgezwollen vlees, groen etterend, voor altijd hard
stuiterende botten gebogen in grotten
van verslindende oude onwil.

korsten vormen zich in brandende hitte,
verzengend vuur barst,
sijpelt, doorklieft de nissen van vreemdelingen
eens verholen in dit gif.

fragmenten komen op gang, verpulverd door de tijd
verschijnen ze als een flets afgietsel van originelen.
ontspringen en bewegen
rustloos trillen
het scheurt
het spettert open
en besprenkelt
vonken, die over willen slaan
altijd versperd
ontdaan van betekenis

eens moet de bliksem.


Jaap Zwart, 1981 (?)



ill. Odilon Redon, À Edgar Poe, L’Oeil, comme un ballon bizarre se dirige vers l’infini, 1881

Categorieën
PLEEBEER

Gras

Gras



ontkleed verlaat
terrein verlaat je op het spel

staak het kaatsen laat
racket thuis

vervang
gravel door gras

net is niets nu
je weet wie het heeft

het vangen zich
uitbundig zoenen laat

pal op de glasplaat
van het bed: druppel

die ons smelten
doet zeg ik het

goed zo goed
versmelten doet?

leven blaast
in elk cliché

elk ding waarvoor een woord
bestaat

maar niet
is niet dan dingen

kom met de dingen
kom met me zingen

laat rollen de hangmat
het particuliere

eetbaar tapijtcollectief
van schamele dieren

alles brandt maar
maar brandt maar heel even



Symbolorum selectorum centuria, 1601

Categorieën
beeld erger tekst

Pasi Thea Kalè

Pasi thea kalè

ik, ik wist dat ik het in mij had
de dans, de wind, het ei
maar hoe, en zou het werken?

verveling werd mij snel te veel
dus aan de slag[1], weldra slang,
het noorden naald, kompas

werd compassie, tango had mij
vroeg al lief, de bergen & het dal
volgden in razernij & mij

o gretig een tochtige merrie
riep ik het niet-bestaande tot bestaan:
het stond rechtop in mij

ik de plek hij de tel
de wet het spel
spilt & spelt zijn lied

duivels schietlood benam
de adem met een doelgerichte
eeuwigheid van spog

niets zonder gevolg luidt
de hoofdwet van de dans
het ei in mij wenste een vogel

ik, ik liet los, en hij, hij
broedde koekeloerend
tot hij scheel zag & brak

zo staat in schrift geschreven
beitel stoer in mannenhand
& ik, ik alleen, de noorderkroon

~~~

nee, het is anders gegaan
ofi mocht dan kunnen sprietsen
broeden kon hij niet

schaal & al schonk ik
pandora, eerlijk gegeven
wellicht kan zij ermee leven

[1] zuidwaarts van Nammoe tot Nippoer

ill. Dirk Vekemans, Engel

Categorieën
beeld erger tekst

Mercy les fruits

 

Mercy les fruits

 voor Dirk Vekemans

 

M) Is voor mama

 

Geloofd zij de schenker, het zwijn
het aanmodderen tot het spit, de ranke ranken
waar zwelvoet zich laaft aan het vette
het zoete, de hars

Verscheur mij, versta mij, heb lief

braak het ijverig brakland, betreed
met uw klompjes wat breekt
zich versleutelt in aanvoegende wijzen
uit verdachte windstreken waar slechts volle
boezems worden beloond
met eerbied en drankzucht

lisa is dan ook volmondig
toegelaten M=A=T=E=R=I=E.
Open, steek & smeer
de spiegel op de smeden langzaam uit 

 

 

Q) Het oog van de naald

 

Bij het eerstvolgende uitroepteken
trek ik mijn revolver, in tantwèrpse gekocht
maar niet aleer te hebben nageplozen de sporen
op sporen naar Bombay en Haifa
de spraak & het spreken zijn gediend
met een vet vest om het gevest

beveilig alfbedt met oortjes
vervang zonbril door zon
wees maanziek breek wetten

volg de almaar verzandende getijden
word slib. Spreek Moerstaal

 

Y) Pacifique

  

Daar dobbert de dode op zijn sleetse vocalen
richt zich op in de schemer
van zijn schaamte

en uit azuren armatuur
ontspruit eenmaal alziend
één ansicht
afros als amor alom

navigeren is voor losers
verteren voor boozers

schuim schatert tot in het schattige suizen
dat zijn zever verzilvert

dat is
nog eens
sterven

 

 

 

treffertjes: maanziek, schuim, spiegel, zwijn
schilderij (triptiek): Monica Lukkenaer

Categorieën
beeld erger tekst

Vliegenlied (Auden’s sponde)

 

Vliegenlied
(Auden’s sponde)

 

plant die werkschuwe kop van je
op mijn stinkende oksel, scheet
tijd zal je leren en je o zo mooie koortslipsmoel
schroeien zal je eigenst mooie bekkie
net als al die andere smart ass kids
ze bijten in het zand – wat wil je voor ontbijt?
zolang je in mijn tengels slaapt mag je roepen
om je moeder maar van jou blijven ze af
al lig je op apegapen halverwege death row
jij bent mijn lekker stuk

dat gezeik van ziel en lichaam – wat kan ons
dat rotten wij liggen lekker tiet aan tiet
niemand die ons dit simpel heuvelpretje
ontneemt of het goddom verbiedt
zeker niet die sloerie die zo gewichtig doet
alsof sex iets anders is dan liefde en et cetera
besuikerd met die praat van goddelijk en alom
zij paait haar paapse priaapjes en hun tuig
terwijl ook die in hun glashelder moment
het ijs van zich afschudden, zeggen: vuur!

digitaal of hormonaal? de wekkerklok
zegt 12.00 – is er dan iets beslecht?
ik ken lui die zweren bij de koekoeksklok
en ze bedoelen -jong die wassenaarse gasten
die liever iemand bij het kaartje leggen witwassen
dan hun dochter van vioolles afdoen
ze willen alles – desnoods zetten ze bussen in
of ander materieel – maar mag ik even
lekker lebberen lispelen loveren
ik zal geen nano niet vergeten – nooit

smoel darkroom koortsdroom – foetsie
wou dat de smog van de ochtendspits die
zich zo slordig om je benevelde rotkop drapeert
betekende dat het weer zo’n dag was waarop
pacemaker en blik de dienst uitmaken
dat vanaf dan de wereld genoeg wist, net als wij,
we stierven van de dorst, we likkebaardden aan de
debutant – kleefkruid is het, zoute drop
je wankelt zó je nachtmerrie uit
mijn klauwen in, mijn idee, mijn oude huid

 

 

ill. Maurizio Barraco, Sisters

 

Categorieën
beeld erger tekst

Larkin to Amis

 

Dear Kingsley,

I write at 4:30 on a Sunday—well, this one, to be precise—what you might call the arse-hole of the week. Lunchtime drink dead, not time for six o’clock gin. Tea? Don’t make me cross. Sorry you are feeling lowdown; I sympathise. I don’t know that I ever expected much of life, but it terrifies me to think it’s nearly over. I mean there can’t possible now be any good bits like going to Corfu with some busty ex-Roedean girl WHOSE FATHER GIVES HER LOTS OF MONEY and who loves being pocked (‘it’s better every time, oh darling’), or being a novelist. I don’t want any of that swearing. I mean, you’ve become what I dreamed of becoming, and I don’t suppose you ever dreamed of being a librarian. If I’m so good why don’t they pay me enough money to go to some southern beach and lie on my belly (or someone else’s)? Eh? Now there can only be don’t normally take on anyone over 55, like to do a few tests if you don’t mind, am returning it because it isn’t really up to your own high standard, afraid I must stop coming Mr Larkin hope you find another cleaning lady to

 

AAARRRRGHGHGHGH

 

TV seems awful these days. I got one last December, and it was all right for a bit, but now the novelty’s worn off I suppose and there seems nothing but chat shows and non-comedy and B-films and NEWS—God how I hate news—I can’t watch it—to see these awful shit marching or picketing or saying the ma’er wi’ noo be referred back to thu Na’ional Exe’u’ive is too much for me. Why don’t they show NAKED WOMEN, or PROS AND CONS OF CORPORAL PUNISHMENT IN GIRLS’ SCHOOL oh for God’s sake Phil can’t you NO I CAN’T

For God’s sake keep writing dear man, for life’s unexciting.

Penelope Fitzgerald’s prize-winning bum,

 

Philip

 

[From a 1979 letter from Philip Larkin to Kingsley Amis. Larkin, who was born on this day in 1922, and Amis enjoyed a long friendship. In their respective Writers at Work interviews, both Larkin and Amis spoke about their working relationship; the two shared unpublished writing with each other. In Amis’s case, Larkin provided “very constructive suggestions” on the “feeble” first draft of his novel Lucky Jim.]

 

 

ill. Malcolm T. Liepke

 

Categorieën
beeld erger tekst

de moeder ruggelings

 

 

de moeder ruggelings

met de zon op je rug zie ik het middagmaal
je schouderbladen spiegelen je borsten
wat is het lichaam? verpakmateriaal?
is het prima mater, nigrum nigrius nigro?
wat is ik wat jij zo stellig sidderaal?
de aarde drijft op wankelblije korsten
zo is ook mijnbouw vulkanisme geniaal
aangeboren zangles colorate tudeljo

dat geldt vliegzaam ook in bossen
zoals zij schoorvoets naderen
in hun gejatte indianendossen
we spreken dor van onze vaderen

maar je gulden ruggebladeren
vangen steels m’n watervossen

 

 

ill. Maurizio Barraco

Categorieën
beeld erger tekst

Achtbaan voor beginners

 

 

 

Roeit u even mee?
De parelwitte wakers binnen de bleekbelipte gevelwond
noden tot veelgeurig bloeigenot. Voorbij de zoet
wuivende huigpluimen & het zoenbaar katoenlokgras slechts
in dit seizoen als averechtse klimmuur: ons glijmoeras. Daar
dooft de zon.

Roeit u met ons mee?
Voorbij de knekelrij de knoeiboel in die als slotgracht
lang niet slecht boert & boort & soepel droesem sproeit.
Onze spoedcursus boventoonbrommen begeleidt de groenrosse
lichtshow omlaag omlaag voorbij het stotterend tuimelen
de droeve stortkoker in: voert verder het verleden in.
U wel bekend is de compostkapok waar de tuinslang
dampig sist vuil van gif & gist. Daar zult u ook aanleggen –
zuur desnoods – met de werpspies van de wollige weerman.
Ooit was het uw gore oom die daar de scepter zwaait,
inmiddels de taps toelopende van weerhaken voorziene
garnalensinterklaas gemazzeld in eilandsoep gepokerde
ouderdomsacne & warmoesapneu. Apies kijken. Neem dit
van ons aan.

Roeit u daarom mee?
Op microniveau gebeurt hier van alles het enig wisse. Aanzie
het zwaaien der poliepen van de alom lichte industrie. Dwars door
de locomotief het bijna-zwart van de slotetappe betreden
kletsnatte matrozen & platvissen het verre schijnen van
ons glastoneel. De oven. Finish & vernis. Uw leven hangt ervan af.
Bent u er nog?

Resumé:

Zing mee, maar écht, don’t get us wrong:
niets zo labbekakkerig als de zoogdiertong.

 

 

 

 

ill. Max Ernst, voor Man Ray

Categorieën
beeld erger PLEEBEER tekst

het supinum

 

 

het supinum

het roesmiddel een onderloopse ballondilatatie
de lichaamsbeweging een uitleesapparaat
het baggert allemaal niet zo moeilijk

nierafwijking ververst zich
met stokschroeven als wachtgeldfondsen

hij hosklost de angulaire afternoontea
van metgezellinnen
in ierse supernatant

welken baft een tijdverschil
en er bakt geen verreluller
als ze damasceert in zijn gedachtebouwsels

 

 

 

ill. C.G. Jung [?], Schuif ‘s op

 

Categorieën
beeld erger tekst

Anatomische les op rotsvast papier

Anatomische les op rotsvast papier

sushi is een misverstand.
in eeuwige sneeuw laat zich
goed geconserveerd vinden wie
verder
levensteken en beweegreden ontbeert.
sushi is een binnenbrand.

sushi is een binnenbrand.
hamertje-tik & blaasvoetbal
ontsnappen aan de aandacht.
wel spoelt nietsvermoedend de kartonnen vis
door het levende leven voor wie
verder
zaal en zeden zacht fileert.
sushi is een winkelpand.

sushi is een winkelpand.
de modderlaars is god.
men woont er in werphengel en kleefrijst
en lalt zijn lof van sawa tot wadi.
want o goed verborgen al wie
verder
ontheemd rondsluipt en zich bezeert.
sushi is een bisdomkrant.

sushi is een bisdomkrant
die zich volleerd bezeert
aan het machtig klokkenspel
dat zelfs ooglaploos u weet te vinden
bij abt & nontij.
sushi is een winterwant.

sushi is een winterwant.
hier roept klaaglijk maar welluidend
de buikige draailier om moord
terwijl ieder geen zijn vingers brandt
aan het spit waaraan de aarde
braadt.
sushi is een kinderhand.

sushi is een kinderhand.
ze groeit er als een sleetse
vraag tezamen met de wijsheidstand
en beeft en geeft voor wie
verder
van de twijfel leeft.
sushi is geen zilverzand.

sushi is geen zilverzand.
het viel eens hemels douwe,
zee en branding rijmen hier op niets
net als het stellig stil refrein
van troetelkind tot hoorngeschal
al klinkt het nergens naar.
sushi is een misverstand.

https://soundcloud.com/vilt/anatomische-les-op-rotsvast-papier-adriaan-krabbendam

Categorieën
beeld erger tekst

De vrouwen

De vrouwen

 

Wij hebben geen lied. Dat hadden we maar is nu te riskant. We omgeven ons met tunnels,
worden begeerd, horen bij elkaar. Borduren onze eigen taal, gehuld in lappen, lingerie,
voddenbaal, verbergen het geheim van ons gilde.

            l’Origine du monde.

Default. We omgeven ons met riolen, worden gehaat, bijeengedreven, verkracht, gedood.
De schande ons scheermes, verboden ons verblijf.

Merries, de manen zoek. Wimpers niet bestand tegen de brand, zon noch zand schroeien,
wat brandt is de waanzin van de schender. Al wie beschermt is schender. Cipier van onze tent.
In naam van de abusievelijk geadresseerde ode. Boreas moddert maar wat.

Wij hebben geen lied. De wind is aanklager, een lok haar, een wimper verraadt ons. Wij
zijn gevaar.

            Les fleurs du mal.

Verberg, bedek u, graaf u in, onnutte pubers met allerhande munitie zijn op u uit, haten
u, willen u, braden u, en dan zichzelf. Het vlezig kwaad, dat zijn wij – Eurynome’s
roosvingerige dochters.

We stoppen ermee.

 

 

~

 

 

Ons lied is liefde. Schuimgeboren leveren we leven, leveren we uit & in. Begeerte & prooi, onze
tranen uw heil. De dag uit ons geboren, lijf & liefde ons lied. Ons parfum onze psalm.

We volharden, leven onze specialiteit.

            epi oinopa ponton

 

 

 

                                                                                                    voor Semira Dallali Filarski

 

 

 

 

ill. Max Ernst, Jardin de France

 

Categorieën
beeld erger tekst

Strandlied

Strandlied

 

Onze machine is een orkest
dat om de dertig meter
langs de branding van de wereld
de grenzen gaande houdt

Het stampen is de saxofoon
van de alleroudste hartslag
de jongste die ons bekwam
& altijd bij de lesstof houdt

Elke dertig meter wordt gekucht
door de dwalende passant
langs de eeuwenoude branding
slipperend door het zand

De machine houdt ons gaande
tijdens de eindeloze tocht
hartslag bewaakt de dwaler
& diens weifelende tred

Groter, groots de mechaniek
die de dwalers langs het strand
vangt in haar raders & ritmiek
een kuch is voldoende, volstaat

elke dertig meter
voor de dwalers door het zout

Categorieën
beeld erger tekst

Aan den Herfst

            Aan den Herfst

Getij van mist & rijpe vruchtbaarheid
   dierb’re boezemvriend der oude zon –
met hem beraamt gij de zegenrijke vracht
   van zware trossen hangend rond de pergola,
doorbuigt ’t bemoste hout van beladen appelaar,
   verzadigt ’t fruit van wasdom tot in de klok
      – pompoen zwelt op, hazelnoot sterkt aan
   vol zoete kern – & voor ’t ontluiken, nee,
ontboezemen, de blommen voor de bij,
totdat zij meent dat warme dagen eeuwig zijn:
   de zomer overloopt haar kleverig verblijf.

Wie heeft u niet ontwaard zo vaak in uw depot?
   Somtijds wie ’t elders zoekt, zal u ontdekken
zorgloos zittend op de graanschuurvloer,
   uw lokken licht optrillend in de ziftende wind –
of in half beoogste voren diep in soes & sluimer,
   bedwelmd door de papaverdamp, wijl uw sikkel
      de volgende garve spaart & al heur twijnen,
& lijk een arenlezer bijwijlen strekt gij strak
   uw zwaarbeladen kop over de volle breedte van de beek,
   of schouwt gij bij de ciderpers met geduldige
oogopslag het laatste sijpelen uur na uur.

Waar zijn de lentezangen? Ja, waar blijven zij?
   Ach laat ze toch, gij bezit uw eigen lied –
wijl aaneengesloten wolken prijken boven de zoet
   ebbende dag & dopen de stoppelgrond in roze,
dan rouwen de muggetjes in weeklaagkoor
   rond de waterwilgen, omhooggetild of
      neergezonken gelang de bries zwelt of kwijnt,
ferme lam’ren luide blaten van de heuvelstroom,
   heggenkrekels tjirpen, & hoog & ijl nu
   fluit ’t roodborstje van een tuinperceel,
      wijl wolken zwaluwen sjielpen in de hoogte.

  

 

naar John Keats

 

 

ill. J. van Oort, Zwaluwen boven Geldrop

Categorieën
beeld erger tekst

Nabeeld

Nabeeld

 

Vergeten kun je me niet
ik kan je niet beroeren wanneer ik dat wil
ik besta slechts
in herinnering

Sluit je ogen en wees eerlijk
zie je me nog?
hier ben ik zeker niet

Wend je blik ten hemel
reik me de ring die ik achterliet
je denkt aan mij
al ben ik niet langer hier

Er zijn er die bijwijlen aan mij denken
jij blijft me maar vaarwel zeggen
al weet zelfs ik niet dat ik niet meer ben

Ik bezie je met aandacht
tot ik je op een dag zal meevoeren
doe wat je kan zolang je kan

Mijn nabeeld
als jij het leven voedt
is me om het even

Ik heb er lang naar geloerd
niets aan mij gaat teloor

 

Maya Inoue

 

 

 

「残像」

貴方は私を忘れることが出来ない
触れたくても触れられない
記憶の中だけで
私は存在するの

目を閉じれば鮮明に
私が見えるでしょう?
でも、私は居ないの

天を仰いで
私の残した指輪を手に取って
貴方は私を想う
それでも私はもうこの世にはいない

色々な人々が時々私を想うわ
貴方は常に別れた私を想うのね
皮肉ね、私が居ないことも知らないなんて

私は貴方を見ているわ
いつかお迎えが来るまで
その世界で頑張りなさい

私の残像が
貴方の生きる糧になるならば
構わないわ

ずっと見てるから
私を忘れる事なんてないのよ

 

Maya Inoue https://www.facebook.com/photo.php?fbid=2357248671202450&set=pb.100007520204230.-2207520000.0.&type=3&theater

 

foto: Tetsuro Higashi https://www.facebook.com/teturou.higashi/photos?lst=100012577549335%3A100002554400198%3A1573159667

 

Categorieën
beeld erger tekst

Golfslag

Golfslag

Toch zonde om
weg te gooien.

Heer van ’t Kleibos1

 

Matig uw min en de maagd
sluiert zich met nimbus onversaagd
– haar duist’re bark een akker
& zelfs de nacht raakt wakker

Zie drievouds haar belapte masten
bergen nauwelijks heur lasten
– uw voltallig lust & vreugd
onstuimig als der minne deugd

Uit haar gulle handen eet gerust
gloed overdaad granaat & appel
al het voedzaam roze dat indigo sust

Zo goud blikt heur zog te sappel:
slechts wint haar vrucht die waagt
haar wiegend te beslapen tot ’t daagt

 

 

 

1motto & openingswoord ontleend aan F. Starik (1958-2018)

ill. Odilon Redon, La bargue (Vièrge nimbeé ), 1898

 

Categorieën
beeld erger tekst

she,straddling my lap,

              she, straddling my lap,
hinges(wherewith I tongue each eager pap)
and,reaching down,by merely fingertips
the hungry Visitor steers to love’s lips
Whom(justly as she now begins to sit,
almost by almost giving her sweet weight)
O,how those hot thighs juicily embrace!
and(instant by deep instant)as her face
watches,scarcely alive,that magic Feast
greedily disappearing least by least—
through what a dizzily palpitating host
sharp inch by inch)swoons sternly my huge Guest!
until(quite when our touching bellied dream)
unvisibly love’s furthest secrets rhyme.

e.e. cummings

 

(from Late Poems, in ETCETERA – The unpublished poems of EE CUMMINGS,
ed. G.J. Firmage & R.S. Kennedy, Liveright, New York London 1973-1983)

 

ill. Maurizio Barraco, El recuerdo

Categorieën
beeld erger tekst

Ik ben de googlekoe

Ik ben de googlekoe

 

gorgelgoochem reis ik met u
mee langs alle uithoeken
van het vreemdgetaalde & weer terug

vrees niet, niets is veilig
voor mijn babelbabbel
aar & kous van ver & der

ook een grijnslach kan ontlokt
aan een bloedend enjambement
niets is veilig, alles went

er staat hier een abeel te dorren
volgens het rode kruis
komt ie er wel bovenop

estafette is een spel, geen
metafoor, kleuren maken expres
u van de wijs. in het groen

dansen de nog schaarse insecten
ruiggerokt de homerushommel
in de snotgele hars van dennen

we houden wel van een verzetje
zolang er iets te smikkelen is
jij bij voorbeeld, zoals je

alles opent en begrijpt het zweet
van stierenochtend wolkengoud
taal is zand & spaans benauwd

zo zout krijg je ’t niet meer
op je bord van alledag
niets is veilig, alles went

 

~

Categorieën
beeld erger tekst

Schoonheid haar kleed

 

Schoonheid haar kleed, lijk de nacht
zich wolkloos hult in duister hemelrag,
en al de fraai oplichtend sterrenpracht
glanst van haar aanblik en oogopslag:
zo nu verbloost het licht en haar verzacht
dat het spansel ontzegt den wulpse dag.    

 

~

 

naar Lord Byron

 

 

ill. Maurizio Barraco

Categorieën
beeld erger tekst

Wij zijn woorden

            Wij zijn woorden


Wij zijn woorden.
           Je vervoegt mij, wij gaan aan de haal.
Verberg mij in alinea’s.
En wij schuilen in de taal.
             Neem de letters voor lief.

Wij lopen schreef in uw verhaal.
Wij zijn woorden.
             Alleen de naamval plukt me kaal.
Vergeef ons dat ik beef.

Elk woord een oord.
Waarin wonen schuilen is.
            Een vissersbootje zonder vis.
Neem ons voor lief.

 

 

 

ill. Odilon Redon

Categorieën
beeld erger tekst

Loofgang

Loofgang

 

Dat wat ons leven redt
zoolang diens wasch & duur
wand’lend is bijeen gezet
door den dooden muur

O loofbezette baldakijn
pad beschemerd licht
in ’t huiverende samenzijn
bloei waarvoor men zwicht

 

 

omslag: Loofgang rijksmuseumtuin Amsterdam
foto Jan ter Heide
 

Categorieën
beeld erger tekst

E-R-G-O

Ergo

 

En de maan van was wast of geen duister was 
haar aanschijn wars beplast alras het luisterglas 
kil verstilt het witte wif & alle dimster sterft en masse 
zy dommelt schrijlings in heur sas op ’t sterrenras 

Rechtstandig vlaagt & vraagt & vaagt de hemelzoon 
de heuvels om de doem van dal & al verschoond van schroom 
sterker dan de zon, de zee, het brullen van de modderstroom 
regen wast de wond’re wijze wei-de we-reld rein & schoon 

Ga dan, wees & rijs reiziger in lingerie zo zij & zacht 
zoek de verschillen, het kruipbehang, de korenwan 
eens in de optelsom van haat & smaad raak ik uw vacht 

O ik dank, ik denk, vandaar mijn lief ik ben & ban 
de lustloos bange pen die dag pent waar de nacht 
herwint haar roep & licht & overmacht o daar niet van 

 

 

ill. onbekend

Categorieën
beeld erger tekst

Nachtlied

Nachtlied

– een gebruiksaanzijzing –

 

nu vlij je in de armen van de baobab
kus haar sterren wimper na wimper
wacht het wassen sterven van silene
aldus de in de takken wervende sirene

dweep het lome dansen van het licht
de wijde armen van de tweelingzus
die je overal omhuift als avondwicht
breekt de wereld in een blinde kus

dus vlij je in het kruis de waddenslab
melkwit spoog in azuren glimpen
sust van al die enen ene ene

dan als de kilte kantelt klein
sterf gerust in haar omvatten
blauw en struis en stil en zwicht

zwervend in het zweefgetouw

 

 

ill. Irem Kaneli, That’s what i saw, 2013

Categorieën
beeld erger tekst

Oerbloed

Oerbloed

 

daar bij de buikborrelende poel
in dit moede ooit zijn we dampend mooi
samen grienend in het broeiend hooi

wrijf het druipzweet van je smoel
eet dan de gloeigranaat zonder pit
totdat je in je groei allengs verhit

bloed breekt uit smeltvlees breekt uw kracht
in zweemvolle kraters zijn we geboren
waar drijven de hete algen naar sterrenslacht

zoeken verkoeling maar zijn al verloren
al ooi en groen maakt wemel kokend zacht
d’aloude zomer heeft ons zoet verkoren

 

~

 

 

 

ill. Max Ernst, Arizona rouge

Categorieën
beeld erger tekst

Hồ Xuân Hương

Hồ Xuân Hương
Zeven gedichten

 

         Vruchtgebruik


mijn lijf een bungelende nangkavrucht
sappig vlees, de stugge huid geeft licht
mocht het u behagen, open me met kracht
niet te zachtzinnig, dat geaai zal slechts
uw ving’ren bezoedelen met mijn vocht

 

 

         Waaierzin

 

één oog diep genoeg voor willekeurig welke roe
lonkt u van eeuwen her vrijelijk warm welkom toe
vouw mij uit tot driehoek, er is onvoldoende huid
sluit mij aan beide zijden, is er weer te veel vlees, en hoe!

aan mij om dampende helden af te koelen waar zij staan
de kop van een heer af te schermen bij stromende orkaan
achter de bedgordijnen vragen we hem op z’n tederst
met al dat hijgen, hijgen in deez’ hitte, bent u voldaan?

 

 

        Schone slaapster

 

zoele zomerbries strijkt langs als nooit geweest
deez’ jonge vrouw vlijt zich in haar dromenfeest
haar haarkam losjes in heur lokken hangt
de roze doek glijdt geurig van haar lome leest

op hemelheuvels wenst dauw nog goud te schrijven
in de feeërieke beek schijnt de wilde stroom gestild
– bij die aanblik aarzelt de heer een warrig wijlen
ongemakkelijk, zou hij weeromstuits verstijven?

    

 

Jeugd

 

dauwdroppels bevochtigen haar rozige wangen
hij toont zijn manlijkheid bij smachtend maanlicht
zij streelt haar geslacht voor heuvelen en stromen
zelfs de eeuwenoude keien geven zich gewonnen
oordeel ons niet, ook mensen genieten hun jeugd

 

 

       Drievoudige kloof

 

een kloof, een kloof, en nóg zo’n kloof
wie dit schouwspel gutste zij geloofd
spookgrot met haar welige gewelf
rijk begroeide rotsen – wier bedekt haar alkoof

een straffe wind steekt op, verschrikt de dennentakken
droppels dralen aan de wilgenblaren, de bevend blakke
– gij deugdzame, vrome ziel, wie waagde nooit
week in de knieën, onstandvastig, in haar af te zakken?

 

 

         Nachtwerk

 

kous omhooggedraaid, de kamer gloeit al zacht
moeiteloos het weefwerk de lange lange nacht
voeten brengen diepte tot leven uit alle macht
bedreven vliegt de schietspoel in en uit
ruim of smal, groot of klein, het past altijd
lang of kort, het glijdt zo makkelijk zat
meisjes die het vatten voeren hem al nat

 

 

       Drijvende lekkernij

 

blank en rond mijn vormen, vrij van schroom
rijzen en verzinken ze als bergen in de stroom
kneed me hoe u wilt, ruw voor mijn part
– ik koester, voed mijn hart, een kersendroom

 

*

 

 

Hồ Xuân Hương is een legendarische Vietnamese dichteres, geboren ergens tussen 1775 en 1780 en gestorven in de jaren twintig van de negentiende eeuw. Aangezien haar complete oeuvre, 139 gedichten op de kop af, pas zeventig jaar na haar dood werd gepubliceerd, is veel ervan mondeling overgeleverd. Dit zijn bewerkingen van vertalingen uit de tweede hand.

 

ill. Đèo Ba Dội (Drievoudige kloof)

 

 

 

 

Categorieën
beeld erger tekst

Lampje in der Sterren Dampkring

         Lampje in der Sterren Dampkring

 

Droom jezelf weg in een boot op het water
met blozende bomen en hemelse gloed
Iemand daar roept je, je antwoordt afwezig,
een meisje dat wemelt en groet

Glaspapierbloemen, zo geel en zo groen
verrijzen boven je hoofd
Speur naar de schat met de zon in haar oog
& wég is ze weer

Lampje in der sterren dampkring
Lampje in der sterren dampkring
Lampje in der sterren dampkring
Ah… 

Volg haar meteen tot die brug bij de springbron
waar hobbelpaardmensen te gek gaan op cake
Iedereen straalt als je de bloemen daar langsglijdt,
zo ijl en onwerkelijk hoog

Steekhoedenbootjes leggen er aan
ze voeren je dadelijk mee
Vlij je maar neer op die wolk achterin
& wég ben je weer

Lampje in der sterren dampkring
Lampje in der sterren dampkring
Lampje in der sterren dampkring
Ah…

Droom jezelf nu in een trein op een statie
vol kneedkleien kruiers met wapens van hout
Plots staat daar iemand, ze draalt bij het draaihek:
het wemelend meisje lacht stout

Lampje in der sterren dampkring
Lampje in der sterren dampkring
Lampje in der sterren dampkring
Ah…
Ah…
Ah...
Ah…
h…

..
.

 

 

voor Annet Schaap

ill. Odilon Redon, Zonsondergang

Categorieën
beeld erger tekst

Ad astra per alam

Ad astra per alam

 

neem me mee, o zwarte hippogrief
breng me naar je hemels nest
schaak me naar je licht gewest
‘waar dan ook maar niet hier’

nimmermeer het onbeweeglijk zwart
van het blok dat ons zo straf omklemt
vanaf de doodsklok mikten we met smart
op wolken voortvluchtig, onbestemd

leen mij je vleugel, vogellief
één maar – hoeven hoef ik niet
voer me naar het sterverschiet
daar wacht mijn stil verblijf

het onmetelijke stierf in onze duist’re blik
doof zelfs voor de roep van leeuwerik
werd een eens zo stralend immermeer
tot het doffe dwingend nimmermeer

en, zwarte hippogrief, vereer
de aarde met je gevonden licht
ze lacht je toe, zie, ze zwicht
ten afscheid immermeer

 

 

 

 

 

uit: Edgar Allen Poe en anderen, The Raven, Louter duisternis, Darkness there and nothing more, Stichting Spleen Amsterdam 2019

ill. Odilon Redon, Zwarte Pegasus

met dank aan Charles Baudelaire, Efraïm Mikhaël, Henry de Régnier & Odilon Redon. & aan Maaike Molhuysen

Categorieën
beeld erger tekst

De geplande werkzaamheden gaan niet door

De geplande werkzaamheden gaan niet door

Maar inmiddels poedert zich de Dame
en bewierookt zich met Gods odeur.
Gerard den Brabander, Parijsche Sonnetten, 1947

 

Je nam me bij de arm – naar achter in
de tuin, waar tussen bladeren en struiken
de restanten lagen van het leeggeschopte nest.

Het was intiem – of was het dat? – hoe kon ik
weten dat wat je daarmee wilde tonen
de waarheid was, cocon van het verraad?

Geen bach, geen brood, geen rede
die een antwoord vormt – tegen
blind verraad is geen mens bestand.

De koekoek is in het land.

 

*

 

Gij hebt nooit echt in iets geloofd
bij u is liefde louter strategie
daaraan ontbreekt de lust & elegie
ge hebt nooit ergens in geloofd

Uw roeping? een straffe kille dirigent
een stoephoer die pijlsnel nâ de duivel rent
gij hebt nooit echt in iets geloofd
bij u is liefde niet dan strategie

 

*

 

De slang aan hare fabelborst
waarnaar de domme kleuter dorst
de achterbakse vrouwpiraat
zijn plek opeist met leuterpraat

Zoals zij in de leugen trapt
die zelf zo blij vertelde
als was ’t voor de min & grap
– had verder niets te melden

Dat je stikt in je verraad
wegzinkt in rotting & verderf
om wat je hebt geflikt vergaat
Schenster, wijk. Vloek god & sterf

 

 

 

 

Categorieën
beeld erger tekst

Ach senliches leiden

O verstikkend lijden
mijden strijden scheiden wekt mijn wee
beter nog verzonk ik in de zee
fijn aanminnig wijf
uw lijf beklijft verdrijft naar josafat
hart moed zin & rede even mat

ons scheidt de dood
nu uw gena niet baten wil
de nood is groot
mijn zuchten berg ik stil
uw mond zo rood
vergroot mijn lust & zwijgt & blijft zo kil
einde peinst & grijnst ik gruw & ril

~

Mijn hart schreit schril & klein
verdrijft verkwijnt verdwijnt tot mijn verdriet
uw min biedt niet dan pijn in mijn verschiet
gelijk te zijn aan de dolfijn
diens lust voert naar de diepste oceaan
ontvlucht de storm & zie hem vliedend gaan

van zonneglans
die hem verkwikt zijn geil gemoed
omklem die trans
met al uw vrouwlijk liefste goed
geef hem een kans
niet kerven sterven derven hertengloed
zo ver van u verga ik nu & bries & woed

~

Mijn hoofd is dwaas omkranst
met klagen vragen dragen uur na uur
duizend jaren brandt mijn liefdesvuur
mijn jammer een sintvitusdans
’s nachts smacht veracht mijn eigen kracht
verstrikt mijn hoop gans kansloos in haar macht

geen die mij troost
al is mijn lijden twijfloos groot
mijn hart verbloost
van zelfbeklag kleinzielig & ontbloot
och word ik ooit verlost
het treuren beuren sleuren dat zo knaagt
gekte grijpt & knijpt blijft onversaagd

~

 

Oswald von Wolkenstein, Ach senliches leiden, 1432
tweede proeve van vertaling

https://www.youtube.com/watch?v=zVBUNLEOKkk

het lied klinkt vanaf 6:33

Categorieën
beeld erger tekst

Nocturne

Nocturne

Gott meint es gut mit jedermann,
Auch in den allergrössten Nöten.
Verbirget er gleich sein Liebe,
So denkt sein Herz doch heimlich dran.

Cantate BWV 188

 

sluierwege slaapt
haar blikken sneeuw
tikt het ik in binnenik
oogst of oogt noch oorlog
heur stiekeme geeuw

hoe weet de oehoe
hier de leeuwen
van mijn misverstand
ik ben er wel maar niet
van alle eeuwen

eens per hartslag
zal ik waken
dertien omloops lang
uw ziel en heil
zal ik drama slaken

van de verre lila kim
steek ik over naakt
hopend op uw telescoop
zoek hand in hand
de ster die immer waakt

neem mij dus louter ‘s nachts
ik ben in lood gehuld
indigo licht ik op
wanneer uw vingerspreeuw
mijn liefste zucht vervult

 

 

 

 

ill. Wiebe Bloemena, 1963, 2009

 

 

Categorieën
beeld erger tekst

Reglement voor ‘t scheepsvolk

Reglement
voor ’t Scheepsvolk

 

ieder man een volk dat scheepgaat
laat zich voeden met ’nen zilten droom
weggaan & weerom weer weg no home
de buik niet scheurt & lopen laat
waar vrouwlief wacht & wacht
wacht tot de weerkomstnacht

in deze vademen verdrinkt geen vlag
geen vlinderslag zinkt zingend dingesdag
de haai gemist de boot verkist
het heerlijk sissend zeemansgraf

– voor wie aan armoe sterft
is dood te groot te sakkerlood

 

 

Zondags.
½ mutsje Genever aan ieder man

 

het tere licht gutst in de vingerhoed
koopt koper voor de mannenmoed
de muts de smokkelwaar
gemaakt van droom & adelaar
wie arend is & aarde omnivoor
kom om & om ivoor voor wederhoor

godlof om ’t schom’lend vocht
dat stilaan brandend alle zwansen
in den nijv’re blik doet dansen
om wat de zee vermocht – verzocht

 

 

Maandag.
Peper, Mostert, Boter, tot sous maaken

 

zo eenvouds stille ingrediënten
smaakt ruwe bolster zoet & goed
stokvis & emmers erwten venten
die topkok tovert uit zijn hoed

maar niet aleer de jaagster met het koele hart
zich groot maakt in ’t alom bespikkeld zwart
die ieder man graag vreezen doet
voor heur helse honden & de knoet

 

 

Dingsdag.
2 emmers Witte Boonen voor ieder 100 man

 

hier met die emmer! begot
wij zijn met vijftig & niet zot
de maankleur is ons lief
het is een dag voor domme dingen
om schootsruim uit te zingen
veel vrouwenvingers alsjeblief

het wit van bonen opgesmukt
voorzegt het muizig mutsjelief
’t is u gelukt & afgerukt
dat aanstonds spreken zal
& heerlyck opgeleukt mijn waterdief
mijn logboek siert & steekt van wal

 

 

Woensdag.
40 Pruimen of 20 Corenten ieder 100 man

 

bij elk paar pruimen wordt gesteld
dat één corent wordt neergeteld
op zee zal elke golf zich schamen
voor eigen schuim en amen

dit komt doordat de spoeling
eens zo dun is als verhoopt
& elke zuivere zilthapmossel
slechts waan is & gedroomd

’t is deez’ corente duivelsdag
dat alles zich verliefd verknoopt
& elke vale meisjesmossel
zich verpopt: als pruim zich toont

 

 

Donderdag.
Vleesch ieder man
om alle ongelukken van ’t koper voor te komen

 

centurion kom aan kom kees
vetmest de aarde in ons lijf
verwaan verwen verwees
totdat we hijgen bij het wijf

als venus bloeden moet & doet
& van de honderd nog slechts tachtig resten
wij slobb’ren strijd & bloed & goed
& naderen het wuivend westen

 

 

Vrijdag.
½ Spek voor ieder man

 

de bek staat open is gebroken
maar ’t zwyn zal ons doen koken
haar veile vet is onze kracht
haar lillend vlees zo rijk zo zacht

’t schuim schudt schalks haar lend’nen
& reken reken reken maar
dat we de steven zullen wenden
bij ’t glimmen van heur hoerenhaar

 

 

Saturdag.
tot Grobbezak, met Wyn, Zuiker, Tamarinde, na ’t behooren
½ mutsje Genever voor ieder man,
en het over gebleeven eten

 

& vrouwlief wacht
al tot de weerkomstnacht
wat over is dat is gebleven
rest slechts ’t zingend beven

van al wat zoet en zoutig is
langs venus’ vrome dreven
& goed & goud de nis
waarin ik kom tot leven

het mutsje spelt mij uit
wat wacht als haar & huid
ik doop mijn ruwe snuit
in ’t zachtzilte van de bruid

 

 ♣

 

 

I Corente 13:3

 

ill. Anon. VOC-schip De Noord Nieuwland, 1762