Tag: poëzie

Winter, en het licht is promiscue

 

Winter, en het licht is promiscue
de lange armen van de aarde
ontvangen stil het residu
van sneeuw en kinderhagel
veel te traag voor een revue
voor een schedel die zich schaamt
volstaat een hoed of paraplu
neerslag en de wereld is te warm

Winter, en het plaveisel glimt
en lacht ons glansrijk uit
geen buitje dat het van ons wint
geen stug bevroren ruit
       elk dreinend, spelend kind
       is stiekem bruid en buit

 

 

Mijn jas is niet van zilverlicht

 

mijn jas is niet van zilverlicht
al het serene, sonore beneemt het zicht
je moet wel gek zijn om je te dompelen
onder in de zon, en te verschrompelen
ten overstaan van algehele uitverkoop
al loopt het volk als vee te hoop

voor de val vrijmoedig van ikarus
omwille van een veel te vuriger kus
dan van de maan, schattige schroothoop
in ommegang tweedehands vuurdoop
van goud zij ruimhartig zilver maakt
en al mijn omstrengeling lichtjes staakt

te kniezen kiezen is er niet
brand of kilte je verschiet
en het verzilverde krediet
verwarmt je hart – graniet

          dwaal of blijf alleen verdriet
          zingt het ware liefdeslied

 

 

 

“dit is geen manifest”

dit is geen manifest [deze tekst zal konstant onteigend worden, het blijft een tekst in wording, hij zal nooit verlaten worden, uitgebreid door middel van kommentaren, op verschillende media, de aantasting van een tekst is tijdloos. verdere uitwerking zal met de stokslagen van de tijd gaan.]

ik weet het, het is verre van origineel. heidegängerisch zal ik dan verder moeten gaan; duidelik, schuldig. manifesteren; aanwijzen (fr.), tonen (fr.), bekend maken (fr.), openbaren (chr. l.). openlik (l.).

waarom als “citaat”, met een duidelikke, openbare allusie naar magritte. ik laat dat aan foucault over. het gaat immer om de wijsvinger, die zonder duim, moet grijpen.
het is openbaar. een openbaring.

poep” is een klankwoord, en als “citaat”?

P.L.e.E! platform voor de marginalen! in de marge gebeurt het! de kolk is de marge, in het sentrum van de kolk staat het stil! de kolk is de beweging!

een slagorde! geen verdediging!

verspil je werk!

beweeg gij ellendelingen!

en daar gaat de openbaring. het woord “citaat” heeft als o.a. als oorsprong een getuige oproepen, vandaar dat ik het woord “citaat” immer met dubbele aantekens schrijf.
een manifest zal nooit de Eis kunnen openbaren, dat wat de aleph eist.
te veel zijn voor iemand, ongevallig zijn, Verveel!

het woord POEP is van groter belang dan de poëzie zelf (i.e. poëzie in absolute zin, filosofie, hee), want een klankwoord, dat zich heeft uitgestrekt in betekenissen.

een meta-manifest? origineel betekent meta, ná, nachträglich zou sigmund freud zeggen. altijd te laat, als een tribunaal, want de taal is een juridische strijd, het wil namelik een casus, een gebeurtenis vastleggen, een plaats geven. ay! ay! die klichees. lieu, daarin zit plaats en gebeurtenis tegelijkertijd in verweven. de taal heeft een doel; een oordeel.
wat men tegenwoordig alles met meta-, aanduid, is niets anders dan het modernisme terug in zijn wieg gelegd; wat de definitie is van j.-f. lyotard van het postmoderne, de populistische opvatting en gebruik van de term postmodernisme heeft niets te maken met de teksten die de zgn. postmodernistische filosofen geschreven hebben. en ja, zeker, alles kan onteigend worden, voor eigen gebruik aangewend; geroofd. de triomf van de roofkunst. dat is de macht van de taal; i.e. de lezer, die immers ook zelf spreekt. schrijft de lezer tevens?

de terugkeer naar de bron, de oorsprong is een Eis, maar tegelijkertijd, is de Roof evenzeer een Eis. ik richt hier geen dichotomie op, maar draai aan een rad, een ontbergrad; een kringloop.

de toe-eigening, altijd fataal, gebrekkig, de roep tot oprechtheid dwingt tot falen. elke toe-eigening faalt, want er waart een geest rond in het huis van ik.
het woord heimlich betekent uiteindelik hetzelfde als zijn tegenstelling; unheimlich. want een huis beschermt, maar tegelijkertijd is het een krypte, verbergt het iets. oikos (huis, familie)  – oikèsis (graf). schrijft de lezer heimelik?

dit is een deiktische term, een verwijzing naar een objekt, ding. is, het werkwoord zijn, het begon bij de grieken (en waarschijnlik hebben zij het weer van andere kulturen geroofd, men vergeet graag dat de griekse kultuur, de klassieke oudheid, het hellenistische hoogtepunt, een geroofde verzameling was van kulturen; oorlog, handel brengen kultuur voort, evenals technologie, zij drijven het op de kultuur, en kultuur is niets anders dan; cultūra ‘verzorging, bebouwing, veldbouw, vorming, veredeling’)

deze GRAMMATIKALE roep! het werkwoord zijn, en al zijn afgeleiden, Zijn, zijnde, het Niets. de dader is het woord, zelf.

GRAMMATIkale POEP! zo manifest als mogelik is!

schrijven is een akt, aktie, een aanval. een aantijging; een tekst tijgt aan; zegt, toont, beschuldigt, de lezer is tevens de aangeklaagde en de getuige zelf. de lezer is de Macht, maar vergeet de Eis. Eisvergetelheid,  de lezer vergeet dat z/hij aangeklaagde is en getuige. “alle woorden lijken inwisselbaar“, re-aktie. retaliatie zelfs. dát! er is immers altijd een konflikt tussen tekst en lezer! maar waarom grijpen, zonder die duim, naar een wapen dat de ONmacht toont, en niet de scherpte verkrijgt, die de tekst verlangt. de tekst verlangt zelf niets, zelfs niet de absolute tekst, de tekst zelf; deze is onkodeerbaar, Absoluut, en kent geen voorstelling, slechts… KONFLIKT…. dát is de Eis, een tekst kent geen diepgang of gelaagdheid, het is louter oppervlakte, effekt. een effekt dat een konflikt teweegbrengt, in zijn scherpte, stijl (en ik doel hier op alle mogelikke stijlen) is de oneindige spits die de lezer doorboren wil.

waarom wordt hier dan geschreven dat de tekst verlangt, zelfs scherpte verlangt? dat is het schijnbeeld; de tekst is een schijnbeeld van de lezer en de lezer is een schijnbeeld van de tekst. een innerlik konflikt? dat lijkt psychologie, maar we hebben het over de psyche, de adem, de wind. pneuma. wat verlangt er? dát er iets verlangt wordt, dat is duidelik, maar wat verlangt niet. dát is de Eis zelf. dit dat.. dat POEP is; de Eis. de akt van de lezer, is de wil tot toe-eigening, in Eisvergetelheid. het ongemak wordt gemak, en een gemak heeft POEP nodig. het gemak is niet de P.Le.E., de P.L.e.E. is ONgemak. de kolk van de GRAMMATIkale POEP! de lezer wordt opgeroepen als getuige, “geciteerd”, in de tekst zelf, wanneer de lezer zich niet als schijnbeeld van de tekst herkent en slechts de tekst als schijnbeeld ziet en het gemak wordt gebruikt als een uitroep: “alle woorden lijken inwisselbaar“. alsof de lezer de aangeklaagde is! in deze uitroep zit dus toch dát verborgen, de aanwezigheid in verborgenheid de Eisvergetelheid, als bijna de angst, angst voor aangeklaagd te worden verschijnt. het woord “inwisselbaar”, dat ik oproep als getuige, is de eerste stap naar het konflikt; de lezer merkt op, dat z/hij zelf inwisselbaar is; schijnbeeld van de tekst en de tekst schijnbeeld van hem of haar. het is een angstig woord, ik zou het haast een ongemak willen noemen, in het gemak zit het ONgemak al verborgen, evenals in het woord heimlich. de aanklager ziet zichzelf niet als aangeklaagde. nog niet. maar bemerkt de Eisvergetelheid, en het konflikt is er al in het gemak zelf.. de aanklager ziet zichzelf niet als aangeklaagde, maar reageert wel als aangeklaagde, als schijnbeeld van de aanklager. aangeklaagde en aanklager zijn elkaars schijnbeelden. daarom is metafoor, de overdracht, een illusie. overdracht en tegenoverdracht niet. de metafoor wentelt samen met de lezer op het ontbergrad.

de kultivering van de POEP begint met het gemak waarmee het ONgemak als een vlieg wordt weggeslagen. de tekst is stront, de vlieg zal altijd terugkeren.

het schrijven is een akt, een handeling, een verrichting, verwant met actum, ‘dat wat gedaan is’ (en van daaruit is akte ontstaan), het meervoud acta betekende ‘handelingen, openbare verhandelingen, notulen’. allemaal afgeleid van agere, ‘doen, verrichten’, evenals actus, ‘voordracht, opvoering, bedrijf, akte’. (bron: van dale etymologisch woordenboek.) waarvan akte! aktie! een daad of handeling is tegelijkertijd juridisch, en praxis, i.e. ethiek. dat er verricht wordt is duidelik, of beter dat het gedaan is, de verrichting. de tekst ligt. uitgelegd? maar wie verricht of handelt en wat betekent dat? is het gegeven? en aan wie? wie is de afzender en wie is de adressant? een grote vraag, die haast theologisch is of zelfs theologisch kan zijn. maar hier wijken we, er is altijd een derde, theologie, het woord zelf is al een antinomie. theo en logie zijn geen maatjes, al worden ze, betwijfelbaar overigens, het grieks is onduidelijk, samen gebracht in “In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God“. het griekse woord logos, is een woord met veel betekenissen, ze hangen met elkaar samen, maar het onderscheid, krinein (eveneens een grieks woord; schiften; onderscheiden) is van belang. dus of logos hier met woord te vertalen valt, is een kwestie van diskussie, een diskussie die ik niet volg.

is er iets gegeven? we spreken over het gegevene, de zintuiglikke prikkeling. we spreken over gegevens. wat meer verwant lijkt met dat wat gedaan is. gegevens zijn te bewerken, het gegevene wordt bewerkt. bewerking. kultivatie. wie of wat wordt hier en nu (ruimte en tijd) bewerkt?

het schrijven is een akt, een handeling, een bewerking van het gegevene, ereignis. maar is de zintuiglikke prikkeling werkelik gegeven en/of is de zintuiglikke prikkeling werkelik aan óns gegeven. we worden doorboord, dat moet duidelik zijn, maar die wie of wat, of waarom?

er is een theorie dat het schrift is ontstaan uit handel en administratie, gegevensopslag. geen vreemd idee, een werkzaam idee, buitenom of dit werkelik de grond is. de afgrond is eigenlikker dan de grond, dus elke vorm van grond, buiten de aarde om, is niet grondig genoeg om de werking van de taal, de schrijver en de lezer, de sociologie van het verdwijnen of het ineens opduiken van teksten te verklaren, laat staan te verstehen. ja, gadamer. maar die laten we snel achter ons.

In den beginne was de Poep, en de Poep was bij God, en de Poep was God

de betekenisvelden van het woord poep zijn groot, en kunnen louter vergroot worden, er zullen betekenissen archaïsch worden, maar het schrift is gegevensopslag, dus ook die zullen bewaard blijven.

zeg ik nu dat het schrift gegevensopslag is? dan komen we bij de dialoog faidros van plato uit. daar komen we later op terug, er is altijd een derde, pharmakon.

wanneer schrift louter tot gegevensopslag wordt gereduceerd, wordt uitlezing van deze gegevensopslag niet probleemloos, integendeel, het vergroot het probleem wat het schrift is; taal, spreken, schriftuur.

het lost het probleem van het teken niet op, dat volgens de saussure, altijd een derde heeft. een teken bestaat uit 3 delen. dit is niet dialektisch. hier laat ik de lezer vrij, voorlopig, de lezer kan zelf de saussure opzoeken, of lezen over de faidros. want ik wil hier niet de Eisvergetelheid stimuleren. nog niet.

Engelenburcht

 

leesvoer


ben een worm ik schuifel

op slaapgrage voeten
door de kluisters van je kasteel

hebt me spraakloos toegelaten
de lakens toegedaan
over mijn gefronst skelet

 

je bent de dronken engel
m’n hang naar honger heb je
weggemoffeld in alinea’s

ik ben voldoende omgelopen
lees de handdoek bij het open raam
en repeteer je naam

 

Ich liebe dich

 

Ze woonde aan de voet van de berg
lachte haar scheve tanden bloot zonder enige gêne
aller aller charmantste bergboerin
dijen molensteen een kont om je hoofd voor om te draaien
bijen zoemden genot, bevruchte weelde
ik wankelde vermoeid haar richting uit
het moet zo zijn knorde scharrelzwijn
kukelde haantje de voorste
ze stopte me in een verkwikkend bad haalde draken uit mijn haar
streelde borsten, kneep meeëters
ik wilde voor altijd blijven daar waar alle tijd uit teder bestond
toch moest ik afscheid nemen
ik sloeg haar op de pronte bilpartij zong ich liebe dich samen
met bij en aanwezig vee
toen ze tevreden slaapgeluidjes pruttelde
haar scheefste tand zichtbaar ontspannen in onderlip zonk
heb ik haar verlaten

Tekening en gedicht 
Astrid van Rijn

 

 

Een postolympische dip

 

Luide knal geregistreerd
een postolympische dip

 

wintervlindervrouwtjes kunnen niet vliegen
maar misschien ben ik ook wel raar hoor
geen idee
een schol is een kookplaat immers
een mislukt pretpark

verbitterd zijn ze
ze hebben geen vleugels
de man in de blauwe badjas
en fluffy huissokken
een roze veulen
de papierversnipperaar
werd haar beste vriend

de bidsprinkhaankreeft
beschikt over superzicht en
een gemene linkse
soms raakt een mannetje
tijdens de paring
zo opgetogen dat
hij even opvliegt
in de halflege Grote Zaal

het cynisme van de kersverse echtgenoot
met rauwe woorden
november is hun toptijd

 

 

de zaal van baards! – het sprakeloze in taal en typografie bij de hoorns gevat

(achter iedere god
een ithyfallisch vers staat)

visioenen van de absolute kut, solide
maar droog.

jouw stokslagen mijn duizend engelen, waarmee ik de
werelden bevecht

(meer list dan twijg in beth, dat bod, onverplaatsbaar.

 

Brandend en dreunend vernietigt sadà\exposadà de taal, in zwart en rood op wit, door erin af te dalen
Een tot mislukken gedoemd project glorieert in het snijvlak van wat de taal scheidt van het sprakeloze,
het bedrukte wit,

een prachtig procedé waarin de poging het onuitspreekbare tot spreken te dwingen prevaleert
De lust omgezet in de lust voor het oog, taal en symbool en typografie graven in het wit van de pagina naar de fecoliet van de gestolde erotiek
Een twijg wordt uiteengetrokken tot   t    w    i    j    g

 

:

Dompel je onder
in de zaal van taal waar de aars
versmelt met de b van beth


heb ik dan geen kritiek?
jawel, de – de alef – is geen os, maar de kop van een potente stier, de maangod Minotaur die dit boek met verve bespringt

 

rekonstruktie/konstruktie

Auteur: sadà\exposadà

ISBN: 978-90-79993-18-5
NUR: 306
Datum: 3 januari 2018
Prijs paperback: € 30,00
Pagina’s: 150

Bestel uw exemplaar hier.

Over het boek:
rekonstruktie/konstruktie bevat de drie boeken die voorafgaan aan de grote middag en de zaal van baards!, te weten: zienerlied-entartet, ON- en de gele boeken/zout. Voor de lezers van het eerdere werk van sadà\exposadà vormt dit boek een onmisbare completering. Voor de eerdere maar zeker voor nieuwe lezers heeft sadà een inleiding geschreven die een goede ingang geven tot het geheel van dit corpus.

Bladzijde uit het boek:

Woudlied

 

Woudlied

 

 

stronkel niet

het woekert van welig en welste over de vloer
dripdrapt van druiphars en gekeept is het stammental
om schorswater vogellijm ochtval en voorvocht
(het meeste is melk)

er dwalen verdoolde stammen van boogpijl voorziene componisten
ooit achtergelaten door euvel paalplassende poelproducenten
er klijven behaaide walmzwalpers en vooral in de dalmtijd
actieve wamtasten vaak vingerend wetend van prooi

stronkel niet

de goergrot is geopend van negen tot tien en daarna
van tien tot zo verder

we zien er liaanfrisse duikers naar vlindervlammers
en de befaamde rankrijmers uit de eervoerige era et aria
ook maakt men kans op het schieten van een eenvoudige zwalmzwezerik
en een behendig geprukte nebulium elders ondenkbaar

één soort leeft niet op stokjes maar is evenwel
te bezingen tussen vijven en zessen
het betreft een onzinglijke zoenzus met blindslaande tandenrij
– in geval van glimlach – blooswekkende boezem en valdiep vagijn

en mij daar blij & belangeloos bij

stronkel niet

 

Vlammenwerper

 

Nog even en hij ging met pensioen
vlammenwerper uit het circus
glimmend pak, haren strak in het vet
zijn vrouw doodgedrukt door het nijlpaard
van de directeur
het haalde elke krant, nu dertig jaar geleden
een groot drama
het beest werd publiekstrekker nummer één
zaken gingen er op vooruit
hij hertrouwde met het trapeze meisje
zo hoog in de nok hield hij het meest van haar
wetende dat ze s ‘avonds van hem zou zijn
jaren later verliet ze hem voor de schooldirecteur
van basisschool “De Kajuit”
inmiddels was hij al weer tien jaar alleen
zou het circus verlaten
terug naar zijn geboortedorp waar hij
ooit bomen beklom
voor het eerst een meisje voelde in
de schuur achter
zijn eerste biertje dronk

 

Astrid

 

Carla

Warning: A non-numeric value encountered in /customers/6/2/1/platformplee.nl/httpd.www/wp-content/plugins/sassy-social-share/public/class-sassy-social-share-public.php on line 1070 Warning: A non-numeric value encountered in /customers/6/2/1/platformplee.nl/httpd.www/wp-content/plugins/sassy-social-share/public/class-sassy-social-share-public.php on line 1112

“Het gaat niet goed met Carla
dit vertel ik in vertrouwen
ze is aan het overleven”

ach Carla,
Carla
treincoupé vol

“we zijn bijna in België
ik moet zo hangen”
we stoppen in Roosendaal

ik denk aan Carla.
tot voor kort kende ik geen Carla
het gaat niet zo best met haar

een nieuw gesprek zelfde beller
mevrouw heeft acht dagen in
de woestijn gelopen
“dan heb je nooit geen therapie meer nodig!“

mijn medeleven gaat uit naar Carla

in stilte wens ik beltut veel woestijn, droogte en
een bronstige kameel toe

 

Zelfportret
Astrid

 

Het Resultaat

sadà – FM8 programming & play, text, mix
Sandra Schuurmans – voice(s), voice-arrangement, mix

Het Resultaat

kom!

er is meer dan afwachting; trots, kracht; in het meest gespannen lichaam —beklemde ruimte. niets vóór mij… niets achter mij… niets in mijn dij… de tweemaalgeborene wentelt in zijn optocht van de gedoogden —alles wordt ons ontnomen, want alles valt ons te ontnemen.

niets (ik predik de drooglegging van het licht, de herhaling van het ongedoogde. ik predik de ontvalling, ik predik de bandeloze nacht en de drooglegging van de verbanden.
ik predik het niets ontziende, de harde drooglegging van de prikkeling), de haren van het zijn…

een lok van het zijn… langs je gietende lippen en de oneindige spits van je tong —wordt het te nat voor woestijn… doopfontein…

de schijn van het urinoir! europa!… afval van de werkelijkheid… rotsen van de werkelijkheid… het lekt zich er uit, dat zal het doen, het smelt, het zal zich uitlekken…. lekkend oog, lekkend, drooggelegd oog, neemt de ring van de herinnering en versmelt zich traag in haar angst.

de schijn van het urinoir! europa!… in obsessief licht van de reproduktie, vreet het zich kaal… ze is een urinoir van licht…. dat drooggelegd orgaan verzwakt en laat lekken, verspreidt het zich in haar glans, haar glans perfekt.

de glans van het urinoir is de perfekte angst van de woestijn.

waar is de doorboring, de perforatie van de kromming, de onberekenbare lijn van de glans?

het kent zich niet, en zo kent het zich. peilloos in de kromming van haar lekken, huist zij klankloos het lijk van haar broer —de uitgestotene, zeven keer gereproduceerd.

grote bol van kokende glans, grote vernietiger, smelter van aarde en modder, het staal en het glas —reproduceer het falen van geslacht, overwinning en de heer van mijn ondergang. (jammert zo de as van het wiel, het stilstaande punt van de draaiende wereld?)

kom! herr erhaben geht nach draußen!

Poëzie en de pleeborstel

Welkom bij deze zoektocht naar de poëzie van de pleeborstel
een exploratie die geen mens serieus neemt
een odyssee langs ongeschreven historieën
langs glanzend sanitair, en abstracte beschouwingen
over de æstetica van het alledaagse

een omzwerving door de kunstwereld
langs vorstelijke toiletten en stinkende schijthuizen

en zie: de pleeborstel is reeds tot kunst verheven
en het is politieke kunst
er is geen onderscheid tussen verteerde truffels
en verteerde grutten
het blijft een smerig ding

maar een ding dat groots kan zingen
van die banaliteit die in ons bestaan zijn sporen trekt
terwijl iedereen er schijt aan heeft

de pleeborstel – een readymade: probeer
het ding te draaien, te forceren, te positioneren
en op een sokkel in een museumzaal te plaatsen

zodanig dat het niet de verdenking wekt,
kunst te zijn

 

 

sound rituals / jim leftwich, bill beamer. 2017

sound ritual number 45

ti on anines how many damp
9 Art 9, , 331 i ific nineteen
ance of the sscusses fragrant
 the sign ere essential ticks
to d Duc p the art of maham cart
kinappropriad kidnapped
 gart in the agduerepro mayhem
ti c on DuchaMa melp r cel Dupont
, Fra Marcel the signifier
, 19 society, the grown trance 
Manychamp the nine tie on

​november 2017​

*

sound ritual number 46

leaks change and​ parcel face​
shape tub valves​ minnow snap​
raucous what​ wink pillow​
 tho fan pire​ mantic surf​
the rise of​ the serif​
serf o man​ pyre fanatic​

pillcep win​ that faucets​
win ow cap​ values rubs cape​
place Marcel​ in chance beaks​

november 2017

* Lees …

PLeEbejer

Afbeelding WikiMedia

Speelzaam lokt na Mitras’ maal de grootzweer om
de taal te toornen, met hoorns en schelmendom
de naargeestigheid in psalmen murw te rossen
wij gewijderen van tong, wij in luwte huilende vossen
ontossende beeldenstormers, ruw getande poliepen
digitale zondagskinderen gelaagd in daguerrotypen
onverminderde galjagers in linksdragende lariejaren
waar al met al loenzend neohegeliaans gaat paren
par excellence: groots geschapen door talendheid
wiens waaier ons wekken zal – weest u bereid

Over de onhandigheid

 

Over de onhandigheid

over de onhandigheid van het lichaam van paarden is nog onvoldoende gepubliceerd (hippisch)
het hoofd geheven aardbeien plukken voor teenagers (tieners)
als het mooi weer is gaan we ’s middags varen en zo niet dat hebben we afgesproken dat we daar dan contact over hebben (ze wordt 86)

kijk, moet je luisteren (wijzigen in ruik, moet je voelen)
en dan gaat het over een wandtapijt dat je niet mag aanraken (opeten)
ergens worden glasbakken geleverd als ging het om een overschot aan drankenmansgrappen (manschappen)
ik weet niet waar (betekent 2 dingen)
larmoyant zijn is de vijand van de poëzie (o)

een karavaan caravans is al eerder opgemerkt (venus always rings eightfold)
er klinken liederen van oevers en torens (de bergen ruisen)
ik ben inmiddels overleden (^—)


moraal:

achter grendel en slot
sterft men al net zo zot

 

 

Berglied

 

 

 

Berglied

 

Mijn flinterdunne flanken zijn van ons. Onze voeten
staan alom, dag en nacht huilen we. We ruisen zuiver
ruisen zilver en zoet ons huilen. Dat is het sijpelen dat je daar hoort.

Wie omkomen komen in ons om. Welgemanierd staan wij om hen heen
in goedgekapte struiken en bossen. De brandgangen leiden daarvan af of zwijgen
ons open. Ze zwijgen in elk individueel geval.
Het gonst er naar behoren. Wie in ons omkomen komen onfeilbaar om.

Vraag het de luchten, het vee. Waar wij ruisen, sijpelen, zuchten, rinkelen zij. Mijn
flinterdunne flanken zijn van ons. De brandgangen leiden daarvan af. Vraag het de wachters, de zee.
Onze voeten staan alom. Onze voeten zijn schreefletters. Ze zingen zacht. Doen er
hun zwijgen toe.

Ook het onpeilbare, het rotsvaste is van ons. Uit beweging geboren verstarren we.
IJskoud. We staan, liggen, zitten de tijd uit. Overhuiven u, overleven ruwweg.
Er zijn er, zeker, die in ons omkomen, maar ook zijn we dansvloer, stijgbeugel, wordt
er afgeleefd en gebeden.
Wat klingelt is toegevoegd. Vee, gelovigen, dat soort dingen. Wij sijpelen.

Gratis Kado’s

 

GRATIS KADO’S

Ook in jou schuilt een elektriciën
zei ze
Het is werk
maar ik heb ook veel pret geüpdatet
gratis droogrekjes
extra overloop met motionsense
zichtbaar en dichtbij als een toerist

Wat zou Shakespeare hiervan hebben gevonden?

extravoordeelkaart voor dierenvrienden
De coolste coureur
op kartbaantjes
in slaperige visserdorpjes
(some romatic travel type themes)

Het dakterras is nu bereikbaar via rode loper
Bel & Win
een goed gezopen stukje van jezelf

Wat ben je aan het doen?

Het oog wil ook wat
Lollipopman houdt overzicht
het adres voor elke klus
maakt ongever 1500 foto’s per dag
•schaar
•printer
•strijkbout
•niettang
De juiste balans
binnen
multifunctionele badkamerdoos
wissel jouw spaarpunten in
voor gratis kado’s

111

 

Vermeer 1

The milkmaid pours from her pitcher
as much as a painter can give more
than a milksop can drink
her stream stiffens because
our eyes suck more
than she could ever pour out

 

Het melkmeisje schenkt uit haar kan
zoveel als een schilder schenken kan meer
dan een melkmuil drinken kan
haar straal verstijft omdat
ons oog meer zuigt dan zij uitgiet

 

(Uit: Wijnand Steemers, The Milkmaid, a cycle of 30 poems on the painting of the same title by Joannis Vermeer; translated from the Dutch by Ada van Meijeren – bilingual edition – Gregg Simpson maakte hier 30 surrealistische collages bij (voor deze uitgave wordt een uitgever gezocht) – de lay-out kan iets gewijzigd zijn bij het copieëren [w.s.]

kwatrijn

hup, automaten, huppel – door uw dodensteden – volk
van levende urnen – omwolk – krabbers aan eigen wolk –
uw doodshoofden met wijnwalm – linea recta > de goot,
voor de zielsknijper – die uit ons oog nog lijkvocht molk

(Uit: echoos van omar; kwatrijnen van sadà\exposadà en wijnand steemers; met kleurenillustraties van Jiri Buunk – oplage 75 ex.

De geparfumeerde tuin

De geparfumeerde tuin  

– naar Kaikhosru Shapurji Sorabji —
                         

mama magma zwoegend zeewijf
roept om respijt in het rooibos
bladerend in de prehistorische dakgoot te blind & te geel
laatste kleur voor deze bijna-blinde

o stollende hel en kiezels wij oogsten
god’s stakkerend vuur
maar omhoog is de val omhoog
haar stervende guirlande grammatica

onder melkweg bedolven sluimert de rillende
seconde van de rubedo roeiriem m’n rossige rakker
en bevliegt al het dure het geplengde magenta –
keurmeester alarm! ostinato.

suja zalfput zomphalm zonderlingham suja zotteke zoet
ook wij in de diepten doen aan mi-li-eu
gutkut het schoone scheiden van afval in haar hof
so what want heb je dit: [ ] wel eens gezien?

aldus bezweek de puntige patriot van het heelal
maar niet vooraleer de melkweg van leesbare
spatjes te hebben bespogen takjes aan het voorsteven
van de glimmende bruid

het gespalkte al de kreupele kruimels de stijve oevers
van de jammerende jungle spuiten hun keukenmeid over de kling
niets valt er te halen alles is licht
in het schrijvende schrijvende waterding

nu nog de gekko zevert zij en weer stolt vooralsnog
een zwakkere zon tussen de eiken
de gekko levert het verschil tussen leep en leip
rilt op de rille van het smeltende grind

wie zoent mij de wereld
wie zingt mij de wereld
wie zeeft mij de wereld
poppenspel van zever en rijp

 

 

Kaikhosru Shapurji Sorabji, Le jardin parfumé 

https://www.youtube.com/watch?v=kGjgsww2Kfs