Categorie: tekst

berichten met tekst in het bericht

Anatomische les op rotsvast papier

Anatomische les op rotsvast papier

sushi is een misverstand.
in eeuwige sneeuw laat zich
goed geconserveerd vinden wie
verder
levensteken en beweegreden ontbeert.
sushi is een binnenbrand.

sushi is een binnenbrand.
hamertje-tik & blaasvoetbal
ontsnappen aan de aandacht.
wel spoelt nietsvermoedend de kartonnen vis
door het levende leven voor wie
verder
zaal en zeden zacht fileert.
sushi is een winkelpand.

sushi is een winkelpand.
de modderlaars is god.
men woont er in werphengel en kleefrijst
en lalt zijn lof van sawa tot wadi.
want o goed verborgen al wie
verder
ontheemd rondsluipt en zich bezeert.
sushi is een bisdomkrant.

sushi is een bisdomkrant
die zich volleerd bezeert
aan het machtig klokkenspel
dat zelfs ooglaploos u weet te vinden
bij abt & nontij.
sushi is een winterwant.

sushi is een winterwant.
hier roept klaaglijk maar welluidend
de buikige draailier om moord
terwijl ieder geen zijn vingers brandt
aan het spit waaraan de aarde
braadt.
sushi is een kinderhand.

sushi is een kinderhand.
ze groeit er als een sleetse
vraag tezamen met de wijsheidstand
en beeft en geeft voor wie
verder
van de twijfel leeft.
sushi is geen zilverzand.

sushi is geen zilverzand.
het viel eens hemels douwe,
zee en branding rijmen hier op niets
net als het stellig stil refrein
van troetelkind tot hoorngeschal
al klinkt het nergens naar.
sushi is een misverstand.

https://soundcloud.com/vilt/anatomische-les-op-rotsvast-papier-adriaan-krabbendam

Wij blijven hier… hurkpoepen

Het is niet de primitieve manier waarop mensen van onder de sahara zich ontlasten, noch een fragwürdig erfstuk van de homobeweging. Hurkpoepen is de meest gezonde manier van defeceren, dat heeft de beeldschone Duitse Julia Enders ons uitgelegd in haar boek met de tenenkrullende ondertitel De charme van je darmen.

Het is openbare instellingen een doorn in het oog. Mensen uit ‘andere culturen’ die niet anders gewend zijn, gaan met hun schoenzolen op de toiletrand zitten, ontlasten zich niet in het midden van de pot maar langs de bril, waarna zij hun poep met een stukje wc-papier tevergeefs proberen te verwijderen en het alleen verder uitwrijven. Het ontbreken van een waterslang, dat hen de gemoedsrust had kunnen geven omringd te zijn door enige beschaving, frustreert de hurkpoepers dermate dat dit leidt tot plotselinge, ongecoördineerde bewegingen van hun half ontklede lijven, hun onwelriekende vingers en hun besmeurde achterwerk, hetgeen de hygiëne in het toilethokje niet ten goede komt.

Om deze mensen, die men in politiek correct Nederlands graag bejubelt als de “ánder”, hygiënische mores te leren, heeft men een integraal verbod ingesteld op hurkpoepen. In de intiemste krochten van onze openbare gebouwen zijn verbodsbordjes opgesteld die de waarde nieuwkomer erop wijzen dat hij in dit land dient te defeceren in de zelfde houding waarin we dineren. Maar of zij deze maning ter harte nemen?

Ignoramus

We kunnen het niet weten. Dat maakt toiletmores juist zo interessant. Om te doen wat de tijdsgeest voorschrijft, observeren, ‘in kaart brengen’, bespieden, dient het Westen een laatste bastion van privacy prijs te geven. Het recht om op de wc niet absoluut gevrijwaard te zijn van de blik van anderen. Gehandhaafd kan het hurkpoepverbod daarom alleen in een klucht. Stel je een handhaver voor in een lichtblauw uniform met een gaaf antihurklogo, die zich bij het toiletbezoek van een persoon met een hurkachtergrond of uit een hurkgevaarlijk land, voor het toilethokje posteert en de poeper moraliserend toespreekt:
“Je weet dat je op de bril moet zítten…”
“Ik voel het aan mijn water dat je niet op de bril zit…”
“Het is eigenlijk niet toegestaan, maar wat als ik per ongeluk onder het deurtje doorkijk en je voeten niet op de grond zie staan?”
“Zittend poepen klínkt anders, Abdullahi…”

Het toilet wordt op die manier tot het paradigma van onze tijd: een biechthokje waarin je kan zondigen. Een plek waarin men geheel met zijn geweten alleen is, bekeken alleen door de Almachtige. En slechts daar, op de allerprivaatste plek, afgeschermd van de controlerende blik van de wereld, is het nog mogelijk om absoluut te zondigen. Omdat zij onzichtbaar is, blijft de zonde vanuit het perspectief van de oordelende neergaande cultuur imaginair, we beelden ons in hoe de Vreemdeling op de privaatste stek die we hem niet kunnen ontnemen zonder onze eigen cultuur te verloochenen, de absolute zonde begaat, het ultieme affront tegen onze beschaving, juist omdat die beschaving voorschrijft dat het onzichtbaar en dus straffeloos moet blijven. Hurkpoepen is het absolute metafysische verzet tegen de Westerse moraal die arbitraire waarden als rationele en alternatiefloze doxa presenteert.

In een nihiliserende samenleving waar de hoogste waarde hooguit schouderophalend en nonchalant wordt nageleefd, kan het begrip zonde tegenwicht bieden, mits we ons die zonde voorstellen als iets dat is afgesloten van het publieke discours dat absolute waarden vertrapt. Iemand betrappen op de zonde van het hurkpoepen is zélf zondig, omdat het impliceert dat de wc-rust is verbroken, een van de fundamentele principes die ons sociale contract schragen. Een zonde die niet zonder zonde kan worden geobserveerd: in proto-nihilistische tijden is het de perfecte impuls voor irrationele trots op de eigen cultuur.

Celan: CORONA

GRAPES OF ART – CORONA / HEAVEN IS A BEAUTIFUL PLACE

Schilderij: Ilse Derden
Fotografie, montage en productie: Arnout Camerlinckx
Geluid: Radio Klebnikov (Angelika Thulke leest Corona van Paul Celan)

tekst:

Corona
Aus der Hand frißt der Herbst mir sein Blatt: wir sind Freunde.
Wir schälen die Zeit aus den Nüssen und lehren sie gehn:
die Zeit kehrt zurück in die Schale.

Im Spiegel ist Sonntag,
im Traum wird geschlafen,
der Mund redet wahr.

Mein Aug steigt hinab zum Geschlecht der Geliebten:
wir sehen uns an,
wir sagen uns Dunkles,
wir lieben einander wie Mohn und Gedächtnis,
wir schlafen wie Wein in den Muscheln,
wie das Meer im Blutstrahl des Mondes.

Wir stehen umschlungen im Fenster, sie sehen uns zu von der Straße:
es ist Zeit, daß man weiß!
Es ist Zeit, daß der Stein sich zu blühen bequemt,
daß der Unrast ein Herz schlägt.
Es ist Zeit, daß es Zeit wird.

Es ist Zeit.

uit ‘Een man begraaft een boom’

RADIO KLEBNIKOV 18/01/2020 : Sarah Michaux en Liesbeth Lemmens vertolken 2 fragmenten uit ‘Een man begraaft een boom’ van Shari Van Goethem met levende gitaarbegeleiding van Klaus Pardon.

tekst: SHARI VAN GOETHEM


een man begraaft een boom
een vrouw valt voorover in een lege kamer
een andere man rolt landkaarten op
een andere vrouw ligt in een bijna lege kamer
op een halve vrouw na is ze alleen
nog een andere man is alleen
er speelt een kind en een transistorradio
drie meisjes hurken


onderaan de trap gaat zij liggen. zij gaat liggen. onderaan de trap
zij blijft liggen. onderaan de trap blijft zij liggen. een jongen komt binnen

komt binnen, stapt wijdbeens over de vrouw heen. zij
blijft liggen. onderaan de trap

onderaan de trap. een jonge vrouw komt binnen. zij blijft liggen. buigt
zich over haar heen. zij blijft liggen. de jonge vrouw staat op

staat recht. zij blijft liggen. overweegt de lift
maar ze gaat liggen

ze liggen. onderaan de trap. onderaan de trap blijven ze
liggen. tot de vloer zich vult met vrouwen

de vloer vult zich met vrouwen. ze gaan liggen. ze blijven
liggen. onderaan de trap. onder de trap. aan het raam

aan het raam. overal. ze liggen overal. de vrouwen, ze liggen. overal
planten hun vuist in eigen maag. maar blijven liggen

ze blijven liggen tot de kin de knieën raakt. dan staan ze op. de vrouwen
ze staan op. zij

laatst

Uit: Een man begraaft een boom

voordracht: Sarah Michaux en Liesbeth Lemmens
gitaar: Klaus Pardon
techniek: Arnout Camerlinckx

beluister de volledige show van dit fragment:

RADIO KLEBNIKOV is het levende programma van de Vrije Lyriek – elke zaterdag van 18:00 tot 20:00 op RADIO SCORPIO http://radioscorpio.be/luister.html

CELAN: Große, glühende Wölbung

GROSSE, GLÜHENDE WÖLBUNG
mit dem sich hinaus- und hinweg-
wühlenden Schwarzgestirn-Schwarm:

der verkieselten Stirn eines Widders
brenn ich dies Bild ein, zwischen
die Hörner, darin,
im Gesang der Windungen, das
Mark der geronnenen
Herzmeere schwillt.

Wo-
gegen
rennt er nicht an?

Die Welt ist fort, ich muß dich tragen.

voordracht: Angelika Hulsmans
gitaar: Klaus Pardon
techniek: Arnout Camerlinckx

beluister de volledige show van dit fragment:

RADIO KLEBNIKOV is het levende programma van de Vrije Lyriek – elke zaterdag van 18:00 tot 20:00 op RADIO SCORPIO http://radioscorpio.be/luister.html

dv 2020 – asemische lezing van de audio

Nostradamus

[Voordracht van het driedelige gedicht van Paul Snoek op Radio Klebnikov – live recording van 11/01/2020]

PAUL SNOEK – Nostradamus

I

Mijn hielen aan de koele tegels des waters
en de maan door mijn oorschelp verduisterd,
zo durf ik rusten in de gleuf der glazen heuvels,
waarin de nacht mij als een zucht weerkaatst,
want waarlijk, een kus is mijn enige zintuig.

En zacht, als zilver dat men bijna aanraakt,
volbreng ik verzadigd de werken der goden.

Dit is mijn longen ontladen en drinken en
tussen adem en schaduw bewonderend voelen
hoe mijn handen angstvol in hun warme holte
de koude vingers van hun schepping strelen.

dv 2020 – Asemische lezing van de audio-opname

II

Het is een droom, voortvluchtig als water,
het korte glimmen van een mantelhaak,
het bijna horen zingen van een vreemde vogel,
iets dat ik mij enkel ‘s winters herinner.

Het is de droom dat ik tover met echo’s
dat ik doorzichtig het water weerkaats
en het water niet naboots,
dat de dauw die in mijn neusgang stolt
de bloem beweent die ik mij heb verbeeld,
dat de kleur die aan mijn vingers kleeft
aan de vleugel ontbreekt van de vlinder
die ik zag met het hart van mijn oog.

Het is de droom dat ik droomde.

III

Wanneer de ijsprins mij verlaat
en mijn borst zich bevrijdt van zijn schuddende ebbe,
wanneer ik mij wond aan de pegels der stilte
of aan het laatste slurpen van het daglicht,
het is dan dat een god mijn lichaam bewoont.

Het is wanneer ik hem vluchtend benader
en op zijn schouder rozen kus of soms
mijn mond laat rusten als een munt
dat ik mij uitwis en kortstondig glinster
als de ster, vóór zij in zee valt.

Het is wanneer ik even sterf
dat ik hem eeuwig liefheb en vallend bewonder.

https://dbnl.org/tekst/_gid001196301_01/_gid001196301_01_0007.php

muziek : Max Richter – On the Nature of Daylight (Entropy)
geluid : Arnout Camerlinckx
voordracht: dv

transmutatie* van Trilce II van C. Vallejo

tekst Vallejo

Tiempo Tiempo.

Mediodía estancado entre relentes.
Bomba aburrida del cuartel achica
tiempo tiempo tiempo tiempo.

Era Era.

Gallos cancionan escarbando en vano.
Boca del claro día que conjuga
era era era era.

Mañana Mañana.

El reposo caliente aún de ser.
Piensa el presente guárdame para
mañana mañana mañana mañana.

Nombre Nombre.

¿Qué se llama cuanto heriza nos?
Se llama Lomismo que padece
nombre nombre nombre nombrE.

transmutatie naar het Nederlands (dv)

tijd tijd

de dagdiode ontsteekt de ellende
geboterde bommen van ‘t grietenkartel
tiktijd tikt de tiktijd

eeuwige eeuw

hanen kraaien krijsend vergeefs
klaarte loopt wit uit de monden
het komt er het komt er

morgen na morgen

poserende warmte föhnt zichzelf
pensen presenteren de wachters
morgen na morgen na morgen na morgen

nummer nummer

waar is de lama die hees van ons zong?
de lama van Lomismo die predikt
het nummer het nummer het nummer E

Voordracht (dv) van de transmutatie* op RADIO KLEBNIKOV 11/01/2020:

*transmutatie: zie het boek van Jim Leftwich

> Luister naar de hele uitzending van RADIO KLEBNIKOV 11/01/2020<

De vrouwen

De vrouwen

 

Wij hebben geen lied. Dat hadden we maar is nu te riskant. We omgeven ons met tunnels,
worden begeerd, horen bij elkaar. Borduren onze eigen taal, gehuld in lappen, lingerie,
voddenbaal, verbergen het geheim van ons gilde.

            l’Origine du monde.

Default. We omgeven ons met riolen, worden gehaat, bijeengedreven, verkracht, gedood.
De schande ons scheermes, verboden ons verblijf.

Merries, de manen zoek. Wimpers niet bestand tegen de brand, zon noch zand schroeien,
wat brandt is de waanzin van de schender. Al wie beschermt is schender. Cipier van onze tent.
In naam van de abusievelijk geadresseerde ode. Boreas moddert maar wat.

Wij hebben geen lied. De wind is aanklager, een lok haar, een wimper verraadt ons. Wij
zijn gevaar.

            Les fleurs du mal.

Verberg, bedek u, graaf u in, onnutte pubers met allerhande munitie zijn op u uit, haten
u, willen u, braden u, en dan zichzelf. Het vlezig kwaad, dat zijn wij – Eurynome’s
roosvingerige dochters.

We stoppen ermee.

 

 

~

 

 

Ons lied is liefde. Schuimgeboren leveren we leven, leveren we uit & in. Begeerte & prooi, onze
tranen uw heil. De dag uit ons geboren, lijf & liefde ons lied. Ons parfum onze psalm.

We volharden, leven onze specialiteit.

            epi oinopa ponton

 

 

 

                                                                                                    voor Semira Dallali Filarski

 

 

 

 

ill. Max Ernst, Jardin de France

 

vooruitgang

1.

met de lijn van een roos gevorkt in jouw schoot
waardoor in het lege vlak de leegte aanvangt
daar waar liefde wolkt en haat, waarmee jij
ruimte splijt en rekt de tijd zodat een hand

de hand aanreikt, waarmee het de vingers
ertoe bewegen kan ons de ogen
en de lippen te sluiten, ons tot kalmte te
manen, ons de klederen van angst en nijd
te laten ontvallen en naakt in de zon

al het ware al het echte
al het onvermijdelijke te verwerpen, naast
ons neer te leggen, zodat de traan ons ontrollen kan
waarin deze beeltenis verschijnt.

2.

elke toebereiding is
een sneeuwvlok op het warme raam.
het uitgesproken woord vervalt te snel.

het zerpe uitgeschrevene zeept het zure in
en in het zilte zeikt verziekt van leed
het o zo lieve godenkind:

“u was hier eerder al. Ik
zag u naamloos staan. hou
genade aan uw zijde en laat mij
niet uw onheilsklank herhalen”.

zo is het
zo was het en je knikt.

3.

vooruitgang is:
de hazewinden die het licht najagen in het licht waarin
de winden waaien die enkel de wanhopigen zien, zij

blazen het de sofers in,
waaraan het zuchtend ontsnapt en kriskras
als gekraakte letters uitgutst, in zinnelijke
spasmen van pijn en genot:

“wij doen ons dit in duizendvouden aan.
er komt geen eind aan dit vergaan.”

Strandlied

Strandlied

 

Onze machine is een orkest
dat om de dertig meter
langs de branding van de wereld
de grenzen gaande houdt

Het stampen is de saxofoon
van de alleroudste hartslag
de jongste die ons bekwam
& altijd bij de lesstof houdt

Elke dertig meter wordt gekucht
door de dwalende passant
langs de eeuwenoude branding
slipperend door het zand

De machine houdt ons gaande
tijdens de eindeloze tocht
hartslag bewaakt de dwaler
& diens weifelende tred

Groter, groots de mechaniek
die de dwalers langs het strand
vangt in haar raders & ritmiek
een kuch is voldoende, volstaat

elke dertig meter
voor de dwalers door het zout

do not trust incomplete essays about asemic writing

To critics, asemic writers, essayists, curators, journalists and all the people dealing with the *recent* history of asemic writing:

DO NOT trust incomplete essays, poor bibliographies and books or –generally speaking– texts improvised by authors who do not mention important web pages, mag articles, projects, personal and collective exhibits, blogs and groups which have been flourishing everywhere in the recent –say– twenty years.

I find an astonishing lack of data in –poorly written– Italian essays I’ve recently read (on line and in books), so I want to strongly point out there’s no space for amateurishness, narcissism and ignorance when talkig about the work of thousands of authors. One cannot mention them all, yes. But it’s impossible to forget some basic elements and fundamental sites and texts.

To critics, asemic writers, essayists, curators, journalists and all the people dealing with the recent history of asemic writing:

DO NOT trust incomplete essays, poor bibliographies and books or –generally speaking– texts improvised by authors who do not mention important web pages, mag articles, projects, personal and collective exhibits, blogs and groups which have been flourishing everywhere in the recent –say– twenty years.

I find an astonishing lack of data in –poorly written– Italian essays I’ve recently read (on line and in books), so I want to strongly point out there’s no space for amateurishness, narcissism and ignorance when talkig about the work of thousands of authors. One cannot mention them all, yes. But it’s impossible to forget some basic elements and fundamental sites and texts.

It’s not possible to ignore Jim Leftwich’s thousand pages about asemics, the work of Peter Ganick, Miron Tee, Jukka-Pekka Kervinen, Karri Kokko, Rosaire Appel, Lina Stern, Riccardo Cavallo, Roberto Cavallera, Marc van Elburg, Valeri Scherstjanoi, Jay Snodgrass, Miriam Midley, Bruno Neiva, Jeff Hansen, Orchid Tierney, and a bunch of other artists, or Tim Gaze’s Asemic Editions (http://asemic-editions.blogspot.com/) or Avance Publishing (http://avance.randomflux.info/), or DeVillo Sloan’s work (at IUOMA etc) and with https://asemicfront.wordpress.com/, or Cecil Touchon’s sites http://asemics.com/ and https://ceciltouchon.com/, or Michael Jacobson’s http://thenewpostliterate.blogspot.com/, or the AsemicNet founded in 2011 by me and others, https://asemicnet.blogspot.com/ (& related link pages), or https://gammm.org, or the asemic googlegroup https://groups.google.com/forum/?hl=it#!forum/asemic, or the Mycelium samizdat (first of all: https://it.scribd.com/doc/294236718/Without-Words-Exhibition-Catalogue), or Gleb Kolomiets’ “Slova”, or Mark Young’s “Otoliths”, Timglaset, Utsanga, or the most important facebook group of asemic writing, The New Postliterate, https://www.facebook.com/groups/76178850228/, and many others, e.g. Arte Asemica (https://www.facebook.com/groups/1642082306096440/), Asemic Reading (https://www.facebook.com/groups/1646865992070563), Asemic New Babylon (https://www.facebook.com/groups/895027887247653/), Extreme Writing Community (https://www.facebook.com/groups/202128996613211/), Writing Against Itself (https://www.facebook.com/groups/1208959535830352, founded by Jim Leftwich), or Quimby Melton’s site SCRIPTjr, http://scriptjr.nl/, or the items one can found perusing tags & categories here and there, e.g. in https://slowforward.net/tag/asemic/, https://slowforward.net/category/asemic/, https://slowforward.net/tag/scrittura-asemantica/, http://liquidocomoeltiempo.blogspot.com/search/label/ESCRITURA%20AS%C3%89MICA, or the amount of vids one can find in YouTube or Vimeo, or the tons of interviews hosted on line. Or lots of tumblr blogs, the findings at Pinterest, or the images and infos Twitter spreads every day.

Not to mention the bibliography on paper (Asemic Magazine first: …take a look at https://asemicnet.blogspot.com/p/mags-groups.html and http://asemic-magazine.blogspot.com/).

Well… Yes: the steps of an asemic path can be traced back to the first years of the 20th century. It will be a hard job. Years of hard study.

But one can of course focus on the new authors and mags only, and still face an impressive amount of documents, on line stuff, archives.

Do not tolerate people who (deliberately) ignore them.

This is what I wanted to say. Plain and simple.

_

wij zullen zullen wij

wij  zullen zullen wij de kidsschoepende banen met onze gedroogde huid plaveien en  langs de wegen kerkers graven met onze kalknagels om te bergen in eer, geweten en zure slijmen  ons spartelend gesterfte en wij zullen zullen wij in de uilentorens met onze opbrengstloze namen bekrassen de bronzen kelken der machtige machtsbeluidende klokken waarin de woekerwinst is weggesmolten van het steedse verzwijgen, waar de schande van het ranzige Niet met het schamele van de onmachtige tekkels in de bebelde poelen van de stilte te forniceren ligt en waar men als oppermacht de laatste sappen uit de wrattige weerstandsschelpen zuigt

wij zullen zullen wij de verzuurde zeeën met  onze vermalen botten volstorten en de manzieke meeuwen met enkele heupschoten van het neutronenkanon uit de vervettende luchten plukken en de overvolle met hongerige uitlanders bezette overzetboten van de droogste der verschrikkelijk stinkende vluchtoorden met de ons abusieflijk vergunde atoomafvalexploitatierechten tot lichtresten herleiden terwijl men genoeglijk ter zeezijde op de landelijk geteleviseerde  verschijning
van onze lieve bibberkoning wacht en lachend in de armen van het lichaam
de mismaakte kinderen met snoep en surrogaat van seks en geweld diep-christelijk versmacht

wij zullen zullen wij vervolgens een rondvraag doen of het goed is wat we deden zo en of men zich wel lekker voelt en heeft men overigens die malle
evi nog gezien dat was me toch wat en kent men deze al de aarde is een flapperende oliebol en wie er niet aan zuigen wil die krijgt het vol in zijn

Aan den Herfst

            Aan den Herfst

Getij van mist & rijpe vruchtbaarheid
   dierb’re boezemvriend der oude zon –
met hem beraamt gij de zegenrijke vracht
   van zware trossen hangend rond de pergola,
doorbuigt ’t bemoste hout van beladen appelaar,
   verzadigt ’t fruit van wasdom tot in de klok
      – pompoen zwelt op, hazelnoot sterkt aan
   vol zoete kern – & voor ’t ontluiken, nee,
ontboezemen, de blommen voor de bij,
totdat zij meent dat warme dagen eeuwig zijn:
   de zomer overloopt haar kleverig verblijf.

Wie heeft u niet ontwaard zo vaak in uw depot?
   Somtijds wie ’t elders zoekt, zal u ontdekken
zorgloos zittend op de graanschuurvloer,
   uw lokken licht optrillend in de ziftende wind –
of in half beoogste voren diep in soes & sluimer,
   bedwelmd door de papaverdamp, wijl uw sikkel
      de volgende garve spaart & al heur twijnen,
& lijk een arenlezer bijwijlen strekt gij strak
   uw zwaarbeladen kop over de volle breedte van de beek,
   of schouwt gij bij de ciderpers met geduldige
oogopslag het laatste sijpelen uur na uur.

Waar zijn de lentezangen? Ja, waar blijven zij?
   Ach laat ze toch, gij bezit uw eigen lied –
wijl aaneengesloten wolken prijken boven de zoet
   ebbende dag & dopen de stoppelgrond in roze,
dan rouwen de muggetjes in weeklaagkoor
   rond de waterwilgen, omhooggetild of
      neergezonken gelang de bries zwelt of kwijnt,
ferme lam’ren luide blaten van de heuvelstroom,
   heggenkrekels tjirpen, & hoog & ijl nu
   fluit ’t roodborstje van een tuinperceel,
      wijl wolken zwaluwen sjielpen in de hoogte.

  

 

naar John Keats

 

 

ill. J. van Oort, Zwaluwen boven Geldrop

Wat zou jij met het prijzengeld doen?

 

Jij was zo’n type uit de bijbel

of anders een medewerker van een kringloopwinkel

met een afkeer van kleingeld

 

terwijl ik liggend een profane hostie

in nepbloed doopte

en mijn nieuwste bijnaam proefde

 

regende het gemeente pils

en dronk de stad zich zat

omdat ze niet anders kon

Ik weet een parkeerplek waar je niet kan betalen

Je moet bij een gebied zijn
waar niemand is
dan moet je echt keihard draaien
daar kan je je gang gaan

hij is bezig met drugs
echt nare dingen
de focus is hij kwijt
de realiteit gemeten in geld

hij heeft zijn certificering gehaald
al waren het klootzakken
je bent ze wel kwijt
om je targets te halen

ik ben ook maar een mens
dat is een goed punt
dit was eigenlijk mijn gedachte
dat wij bij jullie thuis komen logeren

het is een gesprek van tien minuten
laten we heel realistisch zijn
we hebben allerlei opties
anders gaan we naar plan c
is geen probleem
we stellen het op prijs
als je ons ’s avonds thuis brengt

ik ga je om negen uur whatsappen
Gods zegen
de dagmeditatie is altijd heel belangrijk
dit doet mij goed
dit doet jou goed
dit doet ons goed
we zijn goed bezig

ik ben zes uur onderweg
en dan moet ik ook nog terug

 

 

Ik hoorde gistermiddag dat Harry

een gehoorapparaat had van zijn overleden broer

ik vroeg of hij daar nog berichten mee kon ontvangen

maar zijn ex zei dat ze een nieuw apparaat zouden gaan kopen

 

ik zou  haar Ali Baba kunnen adviseren

maar zelf liet ze haar gehoor daar testen

en alles was in orde terwijl ze zelf zegt

niet alles te kunnen horen in gezelschappen

 

nu even biologische koffie

en twee chocolade koekjes

later weer meer

later weer meer

Nabeeld

Nabeeld

 

Vergeten kun je me niet
ik kan je niet beroeren wanneer ik dat wil
ik besta slechts
in herinnering

Sluit je ogen en wees eerlijk
zie je me nog?
hier ben ik zeker niet

Wend je blik ten hemel
reik me de ring die ik achterliet
je denkt aan mij
al ben ik niet langer hier

Er zijn er die bijwijlen aan mij denken
jij blijft me maar vaarwel zeggen
al weet zelfs ik niet dat ik niet meer ben

Ik bezie je met aandacht
tot ik je op een dag zal meevoeren
doe wat je kan zolang je kan

Mijn nabeeld
als jij het leven voedt
is me om het even

Ik heb er lang naar geloerd
niets aan mij gaat teloor

 

Maya Inoue

 

 

 

「残像」

貴方は私を忘れることが出来ない
触れたくても触れられない
記憶の中だけで
私は存在するの

目を閉じれば鮮明に
私が見えるでしょう?
でも、私は居ないの

天を仰いで
私の残した指輪を手に取って
貴方は私を想う
それでも私はもうこの世にはいない

色々な人々が時々私を想うわ
貴方は常に別れた私を想うのね
皮肉ね、私が居ないことも知らないなんて

私は貴方を見ているわ
いつかお迎えが来るまで
その世界で頑張りなさい

私の残像が
貴方の生きる糧になるならば
構わないわ

ずっと見てるから
私を忘れる事なんてないのよ

 

Maya Inoue https://www.facebook.com/photo.php?fbid=2357248671202450&set=pb.100007520204230.-2207520000.0.&type=3&theater

 

foto: Tetsuro Higashi https://www.facebook.com/teturou.higashi/photos?lst=100012577549335%3A100002554400198%3A1573159667

 

Golfslag

Golfslag

Toch zonde om
weg te gooien.

Heer van ’t Kleibos1

 

Matig uw min en de maagd
sluiert zich met nimbus onversaagd
– haar duist’re bark een akker
& zelfs de nacht raakt wakker

Zie drievouds haar belapte masten
bergen nauwelijks heur lasten
– uw voltallig lust & vreugd
onstuimig als der minne deugd

Uit haar gulle handen eet gerust
gloed overdaad granaat & appel
al het voedzaam roze dat indigo sust

Zo goud blikt heur zog te sappel:
slechts wint haar vrucht die waagt
haar wiegend te beslapen tot ’t daagt

 

 

 

1motto & openingswoord ontleend aan F. Starik (1958-2018)

ill. Odilon Redon, La bargue (Vièrge nimbeé ), 1898

 

she,straddling my lap,

              she, straddling my lap,
hinges(wherewith I tongue each eager pap)
and,reaching down,by merely fingertips
the hungry Visitor steers to love’s lips
Whom(justly as she now begins to sit,
almost by almost giving her sweet weight)
O,how those hot thighs juicily embrace!
and(instant by deep instant)as her face
watches,scarcely alive,that magic Feast
greedily disappearing least by least—
through what a dizzily palpitating host
sharp inch by inch)swoons sternly my huge Guest!
until(quite when our touching bellied dream)
unvisibly love’s furthest secrets rhyme.

e.e. cummings

 

(from Late Poems, in ETCETERA – The unpublished poems of EE CUMMINGS,
ed. G.J. Firmage & R.S. Kennedy, Liveright, New York London 1973-1983)

 

ill. Maurizio Barraco, El recuerdo

Ik ben de googlekoe

Ik ben de googlekoe

 

gorgelgoochem reis ik met u
mee langs alle uithoeken
van het vreemdgetaalde & weer terug

vrees niet, niets is veilig
voor mijn babelbabbel
aar & kous van ver & der

ook een grijnslach kan ontlokt
aan een bloedend enjambement
niets is veilig, alles went

er staat hier een abeel te dorren
volgens het rode kruis
komt ie er wel bovenop

estafette is een spel, geen
metafoor, kleuren maken expres
u van de wijs. in het groen

dansen de nog schaarse insecten
ruiggerokt de homerushommel
in de snotgele hars van dennen

we houden wel van een verzetje
zolang er iets te smikkelen is
jij bij voorbeeld, zoals je

alles opent en begrijpt het zweet
van stierenochtend wolkengoud
taal is zand & spaans benauwd

zo zout krijg je ’t niet meer
op je bord van alledag
niets is veilig, alles went

 

~

Schoonheid haar kleed

 

Schoonheid haar kleed, lijk de nacht
zich wolkloos hult in duister hemelrag,
en al de fraai oplichtend sterrenpracht
glanst van haar aanblik en oogopslag:
zo nu verbloost het licht en haar verzacht
dat het spansel ontzegt den wulpse dag.    

 

~

 

naar Lord Byron

 

 

ill. Maurizio Barraco

Wij zijn woorden

            Wij zijn woorden


Wij zijn woorden.
           Je vervoegt mij, wij gaan aan de haal.
Verberg mij in alinea’s.
En wij schuilen in de taal.
             Neem de letters voor lief.

Wij lopen schreef in uw verhaal.
Wij zijn woorden.
             Alleen de naamval plukt me kaal.
Vergeef ons dat ik beef.

Elk woord een oord.
Waarin wonen schuilen is.
            Een vissersbootje zonder vis.
Neem ons voor lief.

 

 

 

ill. Odilon Redon

E-R-G-O

Ergo

 

En de maan van was wast of geen duister was 
haar aanschijn wars beplast alras het luisterglas 
kil verstilt het witte wif & alle dimster sterft en masse 
zy dommelt schrijlings in heur sas op ’t sterrenras 

Rechtstandig vlaagt & vraagt & vaagt de hemelzoon 
de heuvels om de doem van dal & al verschoond van schroom 
sterker dan de zon, de zee, het brullen van de modderstroom 
regen wast de wond’re wijze wei-de we-reld rein & schoon 

Ga dan, wees & rijs reiziger in lingerie zo zij & zacht 
zoek de verschillen, het kruipbehang, de korenwan 
eens in de optelsom van haat & smaad raak ik uw vacht 

O ik dank, ik denk, vandaar mijn lief ik ben & ban 
de lustloos bange pen die dag pent waar de nacht 
herwint haar roep & licht & overmacht o daar niet van 

 

 

ill. onbekend

Nachtlied

Nachtlied

– een gebruiksaanzijzing –

 

nu vlij je in de armen van de baobab
kus haar sterren wimper na wimper
wacht het wassen sterven van silene
aldus de in de takken wervende sirene

dweep het lome dansen van het licht
de wijde armen van de tweelingzus
die je overal omhuift als avondwicht
breekt de wereld in een blinde kus

dus vlij je in het kruis de waddenslab
melkwit spoog in azuren glimpen
sust van al die enen ene ene

dan als de kilte kantelt klein
sterf gerust in haar omvatten
blauw en struis en stil en zwicht

zwervend in het zweefgetouw

 

 

ill. Irem Kaneli, That’s what i saw, 2013

Partchpracht #509

algo: schrijf tijdens zonsop- of ondergang een lyrische tekst bij de LYRIEK-collage van de volgende dag en  muziek van Harry Partch
input 2: Ring around the Moon I-IV
input 3: Maria Sabina, from The Midnight Velada, uit: Jerome Rothenberg (ed.), Technicians of the Sacred, ISBN 978-0-520-2+9072-3, p. 57-59
input 4: een ochtendlijke oplossing voor alle problemen van 25/04/2019

input 1 : LYRIEK-collage #509

ten einde van de nood een deugd te kunnen maken
zien wij ons verplicht het onmogelijke te bewerkstelligen.
hoe kunnen wij het onmogelijke bewerkstelligen (het is immers onmogelijk)?

ik ben de vrouw van de weidse watervlakte
ik ben de vrouw van de weidse goddelijke zee
ik ben de riviervrouw
de vrouw van het vliedende water
een vrouw die zoekt en zoekt en onderzoekt
een vrouw met handen en maten
een vrouw die meesteres is van de maten

WELL BLESS MY SOUL

ten einde het onmogelijke mogelijk te kunnen maken
dienen wij het ondenkbare denkbaar te maken.
hoe kunnen wij het ondenkbare denken (het is immers ondenkbaar)?

ik ben een heilige vrouw
een vrouw van de geest
ik ben een vrouw van de klaarheid
een vrouw van de dag
een reine vrouw
een klare vrouw
want ik ben een vrouw die bliksemt
een vrouw die dondert
een vrouw die roept
een vrouw die schriekt

1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, X, Y, Z

om het ondenkbare te kunnen denken maken wij ons bestand tegen het afschuwelijke.
om het ondenkbare te kunnen denken berusten wij in het beangstigende.
om het ondenkbare te kunnen denken verwerven wij begrip voor het hatelijke.
aldus bestendig, berustend en begripsvol geworden wijden wij ons tactvol aan de TACT-techniek tot wij samenvallen met het tactvolle dat wij geworden zijn.

1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, X, Y, Z

maar wat,
o Maria Sabina van de Middernachtsvelada,
is toch die TACT-techniek die ons in staat stelt het ondenkbare te denken?

Morgenstervrouw zegt
Zuiderkruisvrouw zegt
Vrouw van het sterrenbeeld van de Sandaal die zegt
Vrouw van het Sterrenbeeld van de Haak die zegt
dat is uw Klok die zegt
dat is uw Boek dat zegt
ik ben de Kleine Vrouw van de Oeroude Fontein die zegt
ik ben de Kleine Vrouw van de Heilige Fontein die zegt

Shake hands now boys and let the sound of the bell come out fine

de TACT techniek is de Techniek van de Acceptatie en de Confirmatie van de nood aan TACT die kan maken dat het afschuwelijke ons genegen wordt en ons liefdevol stemt.

de TACT techniek is de Techniek van de Acceptatie en de Confirmatie van de nood aan TACT die kan maken dat het beangstigende ons wenselijk wordt en ons gezond maakt.

de TACT techniek is de Techniek van de Acceptatie en de Confirmatie van de nood aan TACT die kan maken dat het hatelijke voor ons aantrekkelijk wordt en ons vrolijk stemt.

en zo daal ik dan af voornaam
en zo daal ik dan af betekenisvol
zo daal ik neder met de tederheid
zo daal ik neder met de dauw
uw boek, mijn Vader, die zegt
uw boek , mijn Vader, die zegt
clownvrouw onder water die zegt
clownvrouw onder water die zegt
omdat ik het kind ben van Christus
het kind van Maria, die zegt

Look out! He’s got a gun!

en als wij dan liefdevol en vrolijk gestemd en gezond zijn vallen wij samen met het tactvolle van de TACT-techniek die wij geworden zijn  en zo wordt dwars door ons het ondenkbare plots denkbaar

en zie

ik ben een vrouw van de letteren die zegt
ik ben een boekenvrouw die zegt
niemand kan mijn boek sluiten dat zegt
niemand kan mij mijn boek ontnemen dat zegt
mijn boek van gebeden


1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, X, Y, Z

en als wij dan liefdevol en vrolijk gestemd en gezond en wel geheel samenvallend met het tactvolle van de TACT-techniek plots het ondenkbare kunnen denken dan zullen wij zien hoe het onmogelijke toch mogelijk is geworden

en zo zullen wij van onze ergste nood onze beste deugd hebben gemaakt


en wij zullen Maria van de Middernachtsvelada dankbaar zijn dat zij ons geholpen heeft door  het belemmerende dat ons belemmerde een ogenblik te belemmeren om ons de ogen te sluiten en ons zodoende een blik van de waarheid te gunnen die wij zolang vergeten waren al.

ik ben een vrouw en een moeder die zegt
een moedervrouw onder water die zegt
een vrouw van de goede woorden die zegt
een vrouw van muziek die zegt
een wijze zienersvrouw

Look out! He’s got a gun!

ik ben een lagunevrouw die zegt
ik ben een laddervrouw die zegt
ik ben de morgenstervrouw die zegt
ik ben de vrouw die door het water gaat die zegt
ik ben de vrouw die door de zee gaat die zegt

dv 2019 – “een ochtendlijke oplossing voor alle problemen van 25/04/2019”

partchpracht #506

algo: schrijf tijdens zonsop- of ondergang een lyrische tekst bij de LYRIEK-collage van de volgende dag en  muziek van Harry Partch
input 2: Revelations in the Courthouse Park Chorus 1
input 3: Aztec Definitions, uit: Jerome Rothenberg (ed.), Technicians of the Sacred, ISBN 978-0-520-2+9072-3, p. 23-24

input 1: LYRIEK collage #506

kom mee Dikloos
kom mee zeg ik je
jij behoeftige 
rijmkakker

er is een witte spiegelsteen en een zwarte
de zwarte toont een mooi  gelaat dat lacht als het het ziet
de witte toont een bloedlip op een scheve mond
en dikke plukken haar uit de neusgaten
het bleke voorhoofd met zweren bezet

het jachtwiel sloeg mijn jongen neer
het wentelt als tevoren
men zegt : het komt wel weer goed
ik heb de hoop verloren

eentje is er rond, eentje langwerpig
ik maak die stenen, hak ze, splijt ze, schaaf ze en polijst ze
ik poets de stenen een voor een, ik strijk ze in met vleermuiskak.
zie ze blinken! zie mij blinken! hoe mooi ben ik!

verlaten door een dronken man
verpletteren mij de zorgen
mijn dikke buik is er getuige van
ik voel het leven nu, het stampt. 
hoe voed ik het morgen?

break my heart but bless my soul
joekoe re joe roekoe
so high so low
I AM 

I AM
break my heart but bless my soul



‘Revelations in the Courthouse Park’ had de Bacchae van Euripides als input


https://www.harrypartch.com/

De kleine man

Tijdens zijn leven gaat een broekdrager
tienduizenden keren naar de wc.

Tienduizenden keren opent
hij zijn gulp. Dat is in totaal, aangezien het een strook van
tien centimeter betreft, een kilometer gulp.

Een kilometer gulp wordt opengeritst in honderden toiletten
en vaak ook nog voor de seks.

De hoogste toren ter wereld is ternauwernood een kilometer
hoog.

Waarin de kleine man groot kan zijn.

partchpracht #505

algo: schrijf tijdens zonsop- of ondergang een lyrische tekst bij de LYRIEK-collage van de volgende dag en  muziek van Harry Partch
input 2: Dark Brother

u Donkerte ter ere
gaan wij niet steeds weer door de Gaanderij
langs de eindeloze rijen van de ramen
met de namen van het licht
dat ons ter dood wil nagelen?
schuifelen wij niet zwetend,
met van angst ontsloten spieren
in eigen derrie
naar de verscheuring die gij zijt?

u, Donkerte, ter ere
hebben wij niet de weg der wegen
duizenden malen afgelegd?
hebben wij niet ter uwer wille
ons eigen vlees verloochend en belogen?

uw Donker dat in eigen Donkerte
zichzelve zoekt: gij schuift in ons
gij zijt de vette slang in onze huid
gij zijt het brokkenslijm dat onze tong
ter tale roert.

in rode brand uw donker stijgt
en kust de zwarte hemelleegte.
kom dan maar, gij Donkerte,
kom en sleur ons weerom mee.

Come to me as you always came.

Oerbloed

Oerbloed

 

daar bij de buikborrelende poel
in dit moede ooit zijn we dampend mooi
samen grienend in het broeiend hooi

wrijf het druipzweet van je smoel
eet dan de gloeigranaat zonder pit
totdat je in je groei allengs verhit

bloed breekt uit smeltvlees breekt uw kracht
in zweemvolle kraters zijn we geboren
waar drijven de hete algen naar sterrenslacht

zoeken verkoeling maar zijn al verloren
al ooi en groen maakt wemel kokend zacht
d’aloude zomer heeft ons zoet verkoren

 

~

 

 

 

ill. Max Ernst, Arizona rouge

Hồ Xuân Hương

Hồ Xuân Hương
Zeven gedichten

 

         Vruchtgebruik


mijn lijf een bungelende nangkavrucht
sappig vlees, de stugge huid geeft licht
mocht het u behagen, open me met kracht
niet te zachtzinnig, dat geaai zal slechts
uw ving’ren bezoedelen met mijn vocht

 

 

         Waaierzin

 

één oog diep genoeg voor willekeurig welke roe
lonkt u van eeuwen her vrijelijk warm welkom toe
vouw mij uit tot driehoek, er is onvoldoende huid
sluit mij aan beide zijden, is er weer te veel vlees, en hoe!

aan mij om dampende helden af te koelen waar zij staan
de kop van een heer af te schermen bij stromende orkaan
achter de bedgordijnen vragen we hem op z’n tederst
met al dat hijgen, hijgen in deez’ hitte, bent u voldaan?

 

 

        Schone slaapster

 

zoele zomerbries strijkt langs als nooit geweest
deez’ jonge vrouw vlijt zich in haar dromenfeest
haar haarkam losjes in heur lokken hangt
de roze doek glijdt geurig van haar lome leest

op hemelheuvels wenst dauw nog goud te schrijven
in de feeërieke beek schijnt de wilde stroom gestild
– bij die aanblik aarzelt de heer een warrig wijlen
ongemakkelijk, zou hij weeromstuits verstijven?

    

 

Jeugd

 

dauwdroppels bevochtigen haar rozige wangen
hij toont zijn manlijkheid bij smachtend maanlicht
zij streelt haar geslacht voor heuvelen en stromen
zelfs de eeuwenoude keien geven zich gewonnen
oordeel ons niet, ook mensen genieten hun jeugd

 

 

       Drievoudige kloof

 

een kloof, een kloof, en nóg zo’n kloof
wie dit schouwspel gutste zij geloofd
spookgrot met haar welige gewelf
rijk begroeide rotsen – wier bedekt haar alkoof

een straffe wind steekt op, verschrikt de dennentakken
droppels dralen aan de wilgenblaren, de bevend blakke
– gij deugdzame, vrome ziel, wie waagde nooit
week in de knieën, onstandvastig, in haar af te zakken?

 

 

         Nachtwerk

 

kous omhooggedraaid, de kamer gloeit al zacht
moeiteloos het weefwerk de lange lange nacht
voeten brengen diepte tot leven uit alle macht
bedreven vliegt de schietspoel in en uit
ruim of smal, groot of klein, het past altijd
lang of kort, het glijdt zo makkelijk zat
meisjes die het vatten voeren hem al nat

 

 

       Drijvende lekkernij

 

blank en rond mijn vormen, vrij van schroom
rijzen en verzinken ze als bergen in de stroom
kneed me hoe u wilt, ruw voor mijn part
– ik koester, voed mijn hart, een kersendroom

 

*

 

 

Hồ Xuân Hương is een legendarische Vietnamese dichteres, geboren ergens tussen 1775 en 1780 en gestorven in de jaren twintig van de negentiende eeuw. Aangezien haar complete oeuvre, 139 gedichten op de kop af, pas zeventig jaar na haar dood werd gepubliceerd, is veel ervan mondeling overgeleverd. Dit zijn bewerkingen van vertalingen uit de tweede hand.

 

ill. Đèo Ba Dội (Drievoudige kloof)

 

 

 

 

partchpracht #503

input 1 – LYRIEK-collage #503

algo: schrijf tijdens zonsondergang een lyrische tekst bij de LYRIEK-collage van de volgende dag en  muziek van Harry Partch
input 2: The Dreamer That Remains: a study in loving

de reus is nu niet meer de reus, zo verzekert ons maria, 
van de hernieuwbare uitgaven, de reus is de reus
van het opbouwende 
en hij eet geen kindjes – zo plots,
zegt men, als je  in het park gezeten
de borden leest
van wat je niet mag doen, plots
en onverwacht dat de droom komt, dan, toch

terwijl je het net helemaal juist deed

de droom van de dromer die de dromer blijft
terwijl de tijd toch lang al uit de ruimte is geschoven
terwijl er niets nog op het plein beweegt
terwijl het toch in orde is

o heer wiens lijk het ganse land berot
laat ons in innige coagulatie samen stollen
laat ons bloed dat van ontzetting gulpt
in uw slijmen glippen en verdwijnen

let us loiter together
let us loiter together

5 x B53

[versie D]

jij, vrij recursief wil het toeval dat jouw haren
mijn schouder uitstrepen tot op het witte
bot en insgelijks mijn navel versterkt met
gebulder historisch spektakel. hoofden, zij

worden met halen van hun rilromp en krijsen 
gescheiden en het leed wordt een deel van mijn
pink. hou die knipschaar in spreidstand, jij: elk
moment is een momentopname met suisende

migs in de hersenpan en bloedstraalbezopen
het besef druipt nu pas in jouw heden binnen:
met de neusloop geschouderd de oogas schroeft

schunnig in de richtkoker de scherven heelal. 
het lijf was horizon en oorlog onze vaderstaat.
goddelijk eerst was ik jouw slaaf en nu jij, dat.


[versie E]

verdwenen symbolen wil het toeval dat je haren
strepen mijn schouder tot op het wit klinkende
bot en in mijn navel mateloos versterkt raketten
bulderen (spektakel met moederkoek). hoofden

met halen gemaskerd van rillende rompen ge-
scheiden en het leed wordt een deel van mijn vurige
pink (knipschaar in spreidstand : momentop-
name). met suisvogels mig wapent eustachius

de hersenpan en davert en bloedstraal verloren
de grijze druppels lopen in het borstplan iran.
met de neusloop geschouderd de oogas schroeft

in de peniskoker schilferig  de scherven heelal.
mijn lijf is u allen en oorlog is u ook de vaderstaat.
de koning te goddelijk was ik je slaaf en nu ben jij vrij.


[versie F]

je haarpijlen vlijmen vergeten symbolen 
in mijn lijf en nagels kerven wit op het bot.
op polaroidbeelden van het binnenbuikse 
bofors blaffen uit hun affuiten. offerhoofden

met heftige halen gescheiden van rompen 
hun spermonden doen hun tombade tot ver
in de pinkscène (de schaar in spreidstand, 
close up van krijslippen over heel het scherm).

suisvogels mig fladderen op uit de gehoorgang 
en een bloedstaaltje vijand morst wat ebola
in het borstplan iran. nerveus met de neusloop
geschroefd op de oogas verzilvert het brein 

elke schilfer heelal. goed, ja, mijn lijf is soldaat 
en god is vader en oorlog maar dat, schatje,
maakt jou nog geen hoer, laat staan een maria.

[versie G]

met correlaties wil het toeval dat jouw haren
uitstrepen mijn schouder tot op het witte
bot & in mijn navel mateloos versterkt raketten
bulderen (moederkoekspektakel). hoofden
met halen van rilromp & krijsen worden
gescheiden & het leed wordt een deel van mijn
pink o.a. (knipschaar in spreidstand : elk
moment is een momentopname met suisende
migs in de hersenpan & bloedstraalverloren
de druppels besef druipen in het borstplan iran.)
met de neusloop geschouderd de oogas schroeft
schunnig in de richtkoker de scherven heelal. mijn
lijf was horizon & oorlog is ook ons de vaderstaat.
goddelijk eerst was ik jouw slaaf & nu ben jij vrij.

[versie H]

versie H – AR van B53

Lampje in der Sterren Dampkring

         Lampje in der Sterren Dampkring

 

Droom jezelf weg in een boot op het water
met blozende bomen en hemelse gloed
Iemand daar roept je, je antwoordt afwezig,
een meisje dat wemelt en groet

Glaspapierbloemen, zo geel en zo groen
verrijzen boven je hoofd
Speur naar de schat met de zon in haar oog
& wég is ze weer

Lampje in der sterren dampkring
Lampje in der sterren dampkring
Lampje in der sterren dampkring
Ah… 

Volg haar meteen tot die brug bij de springbron
waar hobbelpaardmensen te gek gaan op cake
Iedereen straalt als je de bloemen daar langsglijdt,
zo ijl en onwerkelijk hoog

Steekhoedenbootjes leggen er aan
ze voeren je dadelijk mee
Vlij je maar neer op die wolk achterin
& wég ben je weer

Lampje in der sterren dampkring
Lampje in der sterren dampkring
Lampje in der sterren dampkring
Ah…

Droom jezelf nu in een trein op een statie
vol kneedkleien kruiers met wapens van hout
Plots staat daar iemand, ze draalt bij het draaihek:
het wemelend meisje lacht stout

Lampje in der sterren dampkring
Lampje in der sterren dampkring
Lampje in der sterren dampkring
Ah…
Ah…
Ah...
Ah…
h…

..
.

 

 

voor Annet Schaap

ill. Odilon Redon, Zonsondergang