Category: tekst

berichten met tekst in het bericht

Nachtwacht / Veille nocturne

Het is ons ding niet,

noch ons kopje thee,

om koffie te gaan kletsen

om kliekvorming.

 

Het onheil laat zich zelden spellen

zonder fouten. We foeteren

dan ook behoorlijk.

 

De rots staat uit volle borst

in de weg, blazen

helpt geen moer.

 

We houden dan ook graag

deze picknick in het zand.

Aan zwaar tafelen hebben we het land.

 

Verscheurend verheft zich

dra de maan

waar vogels hun mannetje staan,

op wacht om te vissen.

Ce n’est pas notre truc

ni notre tasse de thé

de calomnier en prenant le café

et faire une clique.

 

Il est difficile d’épeler une calamité

à l’avance sans fautes. C’est pourquoi

nous rouspétons énormément.

 

De pleins poumons la tempête

fait obstacle au port.

Cela ne sert à rien de souffler.

 

C’est pourquoi nous aimons

à manger le déjeuner dans le sable.

Nous détestons un repas trop lourd.

 

Il est déchirant de voir la lune

bientôt se lever,

là où les oiseaux n’ont pas froid aux

yeux veillant en attendant le poisson.

Voor mij is vrijheid geluk

 

Een soort van geschoren pixie-kapsel

ja, ik ben best wel paradoxaal

en dit is een van die paradoxen

 

ik ben van nature iemand

die erg houd van alles

wat niet goed voor je is

 

ik draag altijd Molecule 01

maar ik vind het best wel een ding

dat die steeds bekender wordt

 

hoewel ik sporten helemaal niet leuk vind

vind ik het Vodafone-gevoel erna wel fijn

je moet het gewoon doen

 

ik ken niemand die zich beter voelt over zichzelf

door een compliment

ik sluit niets uit in het leven

 

mensen reageren soms best geschokt

als ik zeg dat ik dertig ben

daar heb ik wel moeite mee

 

ik vind het helemaal niet normaal wat ik doe

echt niet

ik ben ook heel blij dat ik weet wat ik wil

 

het enige wat ik probeer te doen

is méér dingen doen

ik kan makkelijk loslaten

 

het is mijn vloek

en mijn zegen

dat ik geen back-upplan heb

 

 

dochters

te Rama klinkt geween en veel geklaag:
Rachel die om haar dochters weent.
de deur is dicht, de luiken omlaag.
alleen verdriet komt thuis vandaag.

 

 

 

 

Viola d’amore

Viola d’amore

 

o mijn pergola, hoorde je dat?
de aren strijken langs elkaar
en elke ruwe klank vergaat
vrijwillig in haar vijver waar

prinsessen twee emmertjes water
halen in het vliedgezang van bach
met vioolgesnater & springgeklater
van hun zilv’ren vissenlach

het bassen van de bedding mag
liever vier maal vier maal vier
uw verlieven aan de held’re dag
onderschrijven met zijn tranenwier

o mijn pergola, van tuiten zat
volg ik uw zuchten, ben uw hert
dat aan de oever zingen staat
bij uw zesde brandenburgconcert

 

 

 

ill. Gustav Klimt, Vissenbloed

 

 

 

https://www.youtube.com/watch?v=YZW791uMSAQ

 

 

 

 

 

 

 

 

VADER (liefde)

omstavend dadigt je vader, ooit grijs ooit donker ooit de eersteling in je dromen

hijhij zegt woorden in drommen die in je aanvang horzelen, je oudste gedachten korven

hijhij groeit aan zijn lippen uit je voorhoofd kijk, daar danst hij in de kamer, rare papa,

hijhij wil lateren, je kinderopstand orkestreren, hijhij werpt de schaduw van zijn wetten schuins over jouw dagendheid uit,

hijhij herkauwde jouw gezichten vanaf je eerste uur,

hijhij zorgt koortsig, zijn wereld blijft met warme lucht verwapend

zijn geur die hijhij bij zich draagt laadt zwaveldiep onder de gewelvingen aan jouw begin waarin

hijhij wil broeien,

kaderend staat de vader aan zijn ophogende klippen

om zijn blik te verren voor de val

Calque-Musette #5

nooit-eindigend verhaal bij de Calque-Muse van 20/05/2018

het zingen zingt de zon
de zee kolkt in de buik
het dansen is het dansen van het diepe.

de zwarte diepte
de koude diepte
de diepte die doodt
de diepte die de stemmen doet verstommen

het blauw, het blauw is in mijn ogen

het duwen van de diepte streelt
het strelen van de stralen
het duwen van de diepte duwt
de diepte in mij uit

 

ik zit met jou aan een tafeltje in een snack-bar ergens aan een lange weg naar nergens. jij bazelt, lurkt aan een flesje cola. mannen bazelen, lurken.
ik ga naar buiten, blijf maar zitten. in een spreitje in de auto ligt mijn schelp, het is een mooi gedraaide schelp, je kan er op blazen, het klinkt echt goed, luid.
ik blaas. ik word beter, hoor maar.

mijn adem draagt mijn stem, mijn stem polijst de schelp.

het zingen zingt de zon
de zee kolkt in de buik
het dansen is het dansen van het diepe.

 

 

De mystici

      DE MYSTICI

zij waren in staat alles terug te brengen tot een theelepeltje.
de essentie. nergens meer voor terugdeinzen. ik sprak drie
dagen niet, en winkelstraten werden per opbod verkocht.
langharige zwendelaars kwamen ten slotte zover dat ze niet
alleen zichzelf maar ook alle nabestaanden en nietbestaanden
wisten te bedriegen. belangrijker is, wat levert ’t op. dit is een
mooi boek, ik raad het iedereen aan. van jong tot oud zullen
we de zweetdroppels van het voorhoofd wissen. het is alsof
er niets gebeurt.

      voorts het over & weer aanmanen van licht. het wordt dubbel
gespiegeld in kleine glimmende zandhopen, her & der over de
vloer, die samen het portret van de desbetreffende moeder vormen.
vormen die, alhoewel niet algemeen geaccepteerd, toch wijd verbreid
zijn. al het aanwezige licht stroomt van & naar het ene raam.

      boven ontspoorde het op mystieke wijze.
      lichtbundels van allerlei aard.
      een rare oude man.
      ze trachtten een beproefde formule om te buigen.
      dit werd nix.
      ik sta erop dat “alles” “iets” betekent.

*

 

 

ill. Philco Predicta

 

 

 

 

 

 

 

Calque-Musette #4

 

(incantatie, vrij naar de tekst van een Zuni-ritueel* bij de Calque-Muse van 19-05-2018) 

 

“kom, kom de ladder op in deze dageraad
kom met het razen van regen
kom met het brullen van donder
kom hoger kom verder kom in grote getale

kom, kom de ladder op in deze dageraad
kom met de zon in het uit van je adem
kom met de maan in het in
kom met het hijgen van sterren en het zwart van de dood

kom allen kom ieder kom elk
kom levenden komt doden, komt gij vervloekten,
vernietigden, naakten, in schaarste geborenen
kom neder tot de onderste trede

adem de maan uit het uit van je adem
adem de zon in het in van je adem
raas met de regen, brul met de donder

beheers deze dag als de dag van eenieder”

 

 

 

 

 

*”Epigraph Come, Ascend the Ladder – Invocation to the U’wanmani (rainmakers) from Matilda Coxe Stevenson, The Zuni Indians, Annual Report N° 23 (1905) ” in Jerome Rothenberg (Ed.), Technicians of the Sacred, 3d edition, Oakland, University of California Press,2017, p3, ISBN 9780520290723

Calque-Musette #3

tekstuitdraai bij de C-M van 18/05/2018

 

dageraad. het vonkt. onvolkomen groeit
de eenzaamheid, doorgang in het lege
van de passage.

geen sentiment waarom kan worden gejammerd
maar een evident en klaar gebeuren, zekerheid voorbij het denken:
ik ben alleen, dus blijf ik hier maar wat te denken staan.

een korte bloei van mededogen
is de liefde die in het afwezige
het vertrekken van het verlangen
aankondigt, nog voor het verlangen
het afwezige naar zichzelf genoemd
en aan zichzelf gegeven heeft, geil weerom
van zelfhaat om haar eigen falen, straks.

zoals water het geheugen is van vis.

zo noem ik mij niet mij en ook niet helemaal alleen
terwijl haar wilde halen een lieftalligheid
te branden stookt, in zichtbaar
destructieve stormen steekt,
offert aan mijn uitspraak van uw wens

(uw medeplichtigheid bewezen door
dat razende ontkennen dat niemand
hoort of horen wil).

 

 

ik wacht tot held’re vissen zingen

 

ik wacht tot held’re vissen zingen

tot namiddags weifellicht vergeten

doet dat schimmen zijn de mensen

& ijl verdwijnend in wraakzuchtige

      & voortvluchtige raamkozijnen

 

van de middag tot de avond is

je stem niet meer dan doorzichtig

vlammenspel vloeibaar katoen

      & schijnwerpersfatsoen

 

ik denk dat held’re vissen zingen

& zo aan de even einder jij

verdwijnt in glazen uitstulpsels

van een in dit licht vergeten

      & voortvluchtig schimmenspel

 

 

(1982)

 

 

 

 

ill. Odilon Redon, Geboorte van Venus

 

 

 

 

Calque-Musette #2

tekstuitdraai bij de C-M van 17/06/2018

 

haar spreken uw spiegel in dit spel

haar snijvlak in mijn uiting
verhelderend voor wie wil afstand doen van mij, zich schaart
bij de menigte die ik al ben met
mijn hand op uw knie de grenzen verleggend van wie u denkt te zijn

mijn hoofd in uw hoofd, geniepige vingertjes
mijn delen alom in uw vreugde
hoe snel die ook wegebt

zo word ik wakker, het kenwijsje ik
in vele variaties tussen sprei en gordijnen

zij zingt mij te liggen, en
ik lig.

 

 

calque-musette #1

tekstuitdraai bij de C-M van 16/06/2018

 

beter in de hand is de verte te houden van het geloof
dan het plezier dat uitgestreken stijf zichzelf ontkent.

het besluit is een besluit ook
dat zich bekeken weet en deinst van wat het ziet.

haar spreken hoor ik als een sissen dat haar lusten blust:

“in jouw vertaling breek ik ziende de vaten angst
terwijl ik jouw onmondigheden orden en verklaar
de hellingen immuun voor jouw oorzakelijk gewauwel”.

het licht dat toch van ergens komen moet,
ontgaat mij elke ochtend weer:
ik ben niet hier dus niemand ziet haar daar.

 

Spiegelliefde

Spiegelliefde

 

In schemerwater zoekt zichzelf
hoe vreemd het was en is
in het weif’lend plasgewelf
de vrouw betekenis

Haar beeltenis danst en kleurt
valt samen met het hemelbeeld
en de avond kust en geurt
terwijl zij hem droom’rig streelt

Hij wist het niet, lag mak
te twijfelen aan de droom
die hem bezocht – zijn schroom

Tot door het dansend waterdak
haar speurend oog doorblonk
en alles in een kus verdronk

 

 

 

 

 

ill. Odilon Redon, Spiegeling

 

 

 

 

 

 

 

 

Waarschuwing voor kinderen

Waarschuwing voor kinderen

 

Kinderen, mocht je denken
aan de grootsheid, vreemdheid, veelheid,
schittering van de zeldzaam unieke
grenzeloze wereld die je zegt
te bewonen, stel het je dan zo voor:
Brokken leisteen rond bespikkeld
rood en groen, rond getaande
gele netten, rond wit-met-zwarte
velden dominostenen, waar
het keurig bruine pakpapier
je verleidt het lint los te knopen.
In het pakje een klein eiland,
op het eiland een enorme boom,
aan de boom een gigantische vrucht.
Pel de vrucht, ontdoe haar van de schil:
binnen in de pit zul je ontdekken:
brokken leisteen omgeven door bespikkeld
rood en groen, ingesloten door getaande
gele netten, gevangen in wit-met-zwarte
velden dominostenen, waarrond
hetzelfde keurig bruine pakpapier –
Kinders, laat het lint met rust!
Want wie waagt het pakje te ontsluiten
zal er zelf zomaar in verdwijnen,
op het eiland, in de vrucht,
brokken leisteen rond z’n kop,
merken hoe hij is ingesloten door
gespikkeld groen en rood, door getaande
gele netten, en door zwart-met-witte
velden dominostenen, met
hetzelfde bruine pakje
immer ongeopend op z’n schoot.
En, mocht hij dan denken
aan de schittering, veelheid, vreemdheid,
grootsheid van de grenzeloze, unieke,
zeldzame wereld die hij nog altijd meent
te bewonen – dan trekt hij aan het lint.

 

naar Robert Graves, Warning to Children

 

 

 

 

 

ill. Jozet Berkhout, Golfbrekers

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Egozalf

Als je het niet meer weet
bij wie kan je je dan vertroosten
in een bunker van vertrouwen
gepokt en gemazeld
gepolijste kamers besloten

men beweert maar mijn geloof is tanende
waarom al dat geroep en gewauwel
hoort u mij
niets anders dan egozalf
ik observeer het hele theater
roep heel hard
boe  

spoor mijn fantasie aan en verdwijn in galop
mijn eigen ridder in nood
gezond verstand is niets anders dan wat we
bekend achten

hersenen een grabbelton van
willekeur en impuls
ik geloof dat ik er een nachtje over slaap
de regisseur verdwenen

ik droom onverwachte zaken en niets verbaast
vrije val in wat ongewis lijkt
hoe klein ben ik als ik mij plaats
in het groter geheel
ik heb een zonnig karakter
dat blijkt uit niets maar ik vertel het u
zo heb ik het bedacht

 

Astrid

 

Heugenis

heugenis

 

in eindeloze rijen, dicht opeen

en in verwondering te staan:

                        we zijn alleen,

de heuvels zijn van steen.

 

en hard en onvermijdelijk

de duizend ogen, paar bij paar

waarin een oud licht hangt gewogen:

                                   dit is gevaar.

 

het schaduwspel herhaalt zich, bleek

en tastbaar, totdat het in de verte

                                               sterft

en in de harde steen is ingekerfd.

 

als dit een moeras is, in de mist

als hier herinnering gist, waarheen

                        wijst de grashalm,

streng en in zichzelve opgericht?

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

ill. Jonas Ginter, Grashalm vs. Asphalt 

 

 

 

 

 

 

meiklokje

 

 

in mei had ik een klokje
uit alle klokjes uitverkoren
ze was zo lief zo wit zo stil

de zomermaanden raasden
en in de herfst het loof verging
het werd zo snel zo leeg zo kil

de sneeuw is dik mijn lijf is stijf
er rest geen grein van mei in mij
ik werd zo gauw zo oud zo koud

soms hoor ik nog mijn klokje
wit getinkel in mijn oren
zij wordt zodra zo vrij zo blij

 

dv 2018 – “convallarja majalis”

 

 

Een wolk is het

Een wolk is het, voortdurend
zich wijzigend van standpunt en vorm. Vooruit.

Wat het is, is onduidelijk, wij
horen daarbij,

het onduidelijke. Niets
is bestemd.

Voor alle zekerheid, wij,
dat zijn de mensen.

Grootgebracht in de natuur
brengen wij de natuur groot, geven
melk zoals we uitmelken.

Groot is een groot woord met weinig letters,
in een quizprogramma zou ik zeggen
wie kent er een klein woord voor hetzelfde,

mag met veel letters. Muggenziften
is een goede tweede. Spilziekte. Economie.

Maar we zitten met die wolk. We leven
ervan, damp.

Ze daalt op ons neer, de ijle nimf.
En almaar zingt de misthoorn:

‘Fout, je doet het goed!’

 

 

 

 

 

 

 

 

ill. T.A.W.  Schreurs

 

 

 

 

 

 

Hoe schrijf ik een erotisch gedicht (les 1)

 

Hoe schrijf ik een erotisch gedicht (les 1)

 

Sluit gordijnen, adoreer, maar handjes thuis!
Bedenk het verre wonder dat begeerte streelt;
mijd omarmend rijm, het is er zelden pluis;
sterf van begeerte, droom slechts wat er scheelt.

Noem niets of niemand, geen beestje bij de naam,
blijf dwalen in de droomgestalten van uw bloed,
spreek uzelve aan: ‘waarvoor ik mij ten diepste schaam’
– kom nooit tot daden, keur slechts instincten goed.

Teken, schrijf, verbeeld, maar houd u verre van het lijf
(eens mocht u treffen raak en krachtig waar het schroeit),
leef als een monnik, sterf zonder ander, vent of wijf.

Schroom voor de daad, mijd de straat, waarheid zij verfoeid;
vloei vocht in eenzaamheid, stroom uit, en vloek u stijf
– alleen dán verkeert u stillekes waar liefde bloeit.

 

*

O, Schuimgeborene, u roep ik hartstocht’lijk aan,
leer mij ’t verlangen ijv’rig warm te houden
en in mijn oog het klaar ontuchtig beeld ontstaan
van heur verbluffend geurig diepste wouden.

U kent mijn leed, u weet hoe ’t ons is vergaan:
alleen ons smachten telt, waarvan u liefde brouwde,
en ’k sterf bij ’t horen van haar faam, hier ver vandaan,
tot ik bijkans van wijn en geil bezwijmen zoude.

Van Poseidon’s zilte mede wreed verdreven,
elk op ons eiland, gescheiden door uw schuim
– alleen de geur al doet van hartstocht beven!

Ver van ons, in hope, is der minnaars zoete luim –
een godswonder, een gunst dat we nog in ruste leven!
Slechts beeld en stem vervangt ons droef verzuim…

 

*

O droom van lippen, glimlach, ving’ren in de lucht,
ze zwenken, vliegen, ijlen boven buik en oog,
schilderen het beeld, het levend lijf, haar vrucht,
dat mij verzengt en grijpt in wond’re regenboog.

Ik wenste mij, ik tastte, zocht, maar ’t visioen verdween
en met mij smolt en stond weer op het helder weten:
te ver was ik van hare realiteit, alleen, ik was alleen –
maar evenzeer volhardde het vuur, het willig zweten.

Nu leg mij neer, zoals ik haar zou doen, de vlam, het is
alsof er nóg een wereld mag bestaan, van liefde rijk & blind,
waar alles trilt en zindert, brandt van louter lafenis.

Vreugde vergt verbeeldingskracht, de leugen welgezind:
schiep in lichtzinnig wensen haast tastbare geschiedenis –
in die dwaze duizeling ben ik weer het blij verdorven kind.

 

 

 

– voor M.M. & de Eijlders Dichtersbent

 

 

ill. Felix Edouard Vallotton

 

 

 

 

 

Magistral comme je déploie les moments devant moi:

aucun geste si ce n’est qu’il est parfaitement saisi dans ce qui a été atteint

parfaitement déjà comment il aura été et donc ne se permet pas

de vouloir être un geste.

en gardant la même distance en posant,

une division est créée visiblement dans l’indivisible

telle une paroi cellulaire qui

dans un écho, du coup, n’est plus une paroi cellulaire mais mouvement

 

ou encore un nuage qui se déchire dans les nues

alors qu’il y a peu, c’était un marin ou un lézard.

 

l’inévitable qui en soi était un rien qui devrait se faire

que je commence à ouvrir si lentement dans le présent,

à déplier avec un attendrissement pieux dans la coagulation de mes plis

jusqu’à ce qu’il s’arrête juste avant que vous ne preniez la parole.

 

ma main bouge comme sur une mousse noire

qui a des odeurs profondes de pourri et de luxe.

 

Je rends visible l’euphrate qui goutte, le sahara qui se fait compter

je montre le vent de l’ouest qui transforme la mélancolie en vagues

en hectare après hectare pleines de croissance et d’anémones blanches.

 

oui, je parle espace car je suis trop réveillé pour le temps.


 

meesterlijk ik spreid momenten voor mij uit: 
geen gebaar dat niet volstrekt gevat in wat vooraf
perfect bereikte al hoe het geweest zal zijn en dus
zichzelf niet gunt gebaar te willen zijn.

bij het leggen op gelijke afstand
ontstaat er merkbaar afscheiding
in het ondeelbare zoals een celwand
op een echo plots geen celwand maar
bewegen is.

of zoals een wolk in wolken scheurt
terwijl het net een zeeman was of hagedis.

het onvermijdelijke dat uit zichzelf een niets was
dat wel komen moest begin ik extreem langzaam in het nu
te openen, met devote vertedering open te plooien in het stremmen
van mijn plooien tot een stilstand net voor u toch spreken gaat.

mijn hand beweegt als over donker mos
dat diepe geuren bergt van rot en weelde.

het druppelen van eufraat laat ik zien, het tellen van sahara.
ik toon de westenwind die van weemoed golven maakt
in hectare na hectare vol met bloei van witte anemonen.

ja, ik spreek in ruimte want ik ben te wakker voor de tijd.

Adwaita’s Zonnebrief

 

 

Als ’k aan een brief van wie ik liefheb, smul,
verleng door kleine hapjes ik ’t onthaal:
mijn ogen likken zuinig iedre haal,
iedre misplaatste punt op, iedre krul;

met een gedachte aan mij, een glimlach, vul
ik ’t wit tussen twee letters, en ’k vertaal
een inktkladje als een half beschaamd signaal,
dat – als de pen – het hart vol was en gul.

Zo lees ’k, als voor een hele nacht de zon
verreist, aandachtig langs de horizon
zijn afscheidsgroet in gouden hiëroglief;

en ’k voel verwaarloosd me en teleurgesteld,
als ’k niet, letter na letter, heb gespeld,
voordat ’k naar bed toe ga, een zonnebrief.

 

 

J.A. dèr Mouw (1863-1919)

 

 

 

 

ill. Jet Nijkamp

 

 

 

 

 

 

O is een bloem

Een bloem is een O

 

Lieve ladder naar het lijden
open wachtpost roemerkelk
oven vol met moedermelk
laaf uw zuchten aan bevrijden

Bloem der passie wacht op elk
zacht en zeemzoet uw verblijden
zo omhelst u ons verscheiden
botert openmonds, & verwelk

 

 

 

Van de spraakloze appel

 

Van de spraakloze appel

 

de schoonheid van de meisjes
of de kracht van zeewier en driehoek
zo glim en geurvrij om zeep helpen
dat doen de scheermesjes

maar ik spel van het gloren v
en van de stoppels kant acht
het spraakloos begin

daarom mij mag men in een appel
niet doen verkwijnen
dat is de rol van de wolken
met hun ingezeepte spiegels

maar mij het is glijbaan te sappel
zo reukloos verdwenen bijgot
in een beignet te bederven

 

 

 

ill. Dyalma Stultus, The Fruit Bearer

 

 

 

 

 

Wadi 2007

Wadi

Zacht is uw kruin en gij hebt net gegeten
onder den vijgenboom, uw lieveling.
O vrouwenschoot, gij zijt het diepste ding:
breuklijn te zijn, adem en dood, alles te weten.

Maar zie, in u ook stormt de wellust op
tot hevig branden, niets dooft uw pit:
uw vuur is water, verstijft mijn lid,
het dwaas gepluk in u voert mij ten top.

Ach, smaak het zoenen van uw lief vagijn,
het heerlijk geuren waarin wij liefde baren,
geniet het zilt geheim, dat wij bevaren,
dwaal door de rimboe, waar uw lippen zijn.

 

 

Im alten Ton

Pastorale

 

Melkwit zeezwart zingt de zuiv’re nacht
aan alle kruiken het lipbesluipen zacht
adagio & adamant de slikkende adem
ibis der dodenwacht – och stil omvadem –
komt aangedropen d’onmachte minnekracht
en schouders’ onverwachte zinnepracht

Maar wier queest’ meanderspeurend
over branding schuimrijkgeurend
laat na haar beoogde boezemfrons
het duister harer ogen elk van onz’
uithuizigheid en spraakloos dralen
ypsilon & yuccamot zwijmend dwalen:
stoor geen der ruime feromonenzalen
eer u wekt een jammer bloesemfalen
na alles wat zich lijmen, rijmen dacht

 

 

 

 

ill. Edvard Munch, Zomernacht aan zee

 

 

 

 

Aan het ven

 

Aan het ven

 

Lethe in haar vuistje
lacht om al wat wegdrijft met de wind
Afrodite steelt het kruisje

geeft haar minnaars wat hen zint
Mnemosune, lieflijk huisje
waarin ik rondloop als een kind

Water duister
waarin ik niets hervind
Waterluister
waar jij mij stil bemint
Water, fluister
geef mij je blije hint…

 

 

 

uit: De beeldspraak van de Tarot, een speurtocht in het onmogelijke, Altamira-Becht, Haarlem 2003

ill. “De Ster”, obscuur tarotspel, met letter Ajin i.p.v. Peh

 

 

 

Leda revisited

Hoog bezoek

 

Och, de schoonheid van zo’n meisje
praat me er niet van. Neem Leda,
wie evenaart haar duistere schoot
dan zijzelf, der waat’ren dood?

Ik zong een ander, aardser wijsje
bevlogen en bevleugeld, hopla!
bedronk mij, valse parakleet
aan hals en snavel, verenkleed

Zij huivert voor de overmacht
maar ware lust kan niet bederven –
ons smachten maakt haar boterzacht

Zelf wist zo zwaanlief haar te werven
en mét haar al zijn zilv’ren pracht
in gouden licht god’lijk doen sterven

 

 

 

bijdrage aan Als ik jou eenmaal verlies – Gedichten van Rainer Maria Rilke met reflecties van hedendaagse dichters, Stichting Spleen Amsterdam 2018

ill. Erich Stephani (1879 – 1956)

 

 

From 5 to 5 and back

Ik loop de straat uit en bel aan waar ik tromgeroffel hoor. Een vent met een kop als een grothyena doet open en begint te zingen. Door een harde windvlaag slaat de deur dicht. Ik bel weer aan maar er wordt niet meer opengedaan. Later blijkt de mayonaise niet in de aanbieding. Sirenes klinken om het kwartier. Nergens schijnt de zon zo hard.

Samenvatting

Samenvatting

 

In de onverhoopte vrede
stamelt het gevierd verleden
snikt de blootheid van je weelde
blozen al mijn ijv’re leden

In je grote bruine ogen
drijft mijn tere onvermogen
& het smelten van je lippen
heeft mijn hart woest meegezogen

In het zuiver goud
dat ons wellust kust
zwerft het lieve oud
slaapt in diepe rust

       & al het zout
       wordt nooit geblust

 

 

 

 

ill. Auguste Rodin, L’éternelle idole

A deux genoux devant ton beau corps que j’étreins.
Élève de Rodin, Camille Claudel en fut aussi l’amante:
on dit que le groupe sculpté L’éternelle idole fut inspiré
de leur relation pour le moins complexe,
qui inspira des lettres passionnées à Rodin. 

 

 

 

A & O

De gave

 

Alsof Artemis het wist;
in een oogwenk was ’t beslist:
we zijn elkaars geschenk,
de kus blijft onbetwist.

Op de vleugels van haar wenk
wiegen in een wolkenslenk;
Ze heeft zich niet vergist –
we zijn een godsgeschenk.

 

 

ill. William Blake, frontispiece The Marriage of Heaven and Hell 

 

 

 

 

 

 

potvis #4

INPUT

OUTPUT

 

zwarte waarheid witte kolder


de wortels van de kraaienpoot zijn maden
en zijn vlinderen de lege bladen in de buik
van mijn boek. 'alles stevent af op ondergang'

meesmuilt de kapitein maar is het dan dievegge
als je pijplurkt tijdens kombuisuren?

de bol is waanzin en opwindend, de regen
kletst Hélène op de bil -  Ik kan de lente ruiken,
jij blijft beloftevol jouw donkergrijze luchten.

dv 29/04 /2018

 

 

 

 

 

Safe

She lead me into the deepest woods
where silence spoke in loving whisps
and showed her ample longing hips
to open places of the weirdest moods

And bade me welcome to her open space
where I was lost in dreams and tangled hair
she bit my lips & skin in sunlight fair
and all was air & gasp & utter grace

For every fear was blown away
in seconds from my trembling brow
the sky lit up in drunken sway

Ere we suspected when & how
we’ld 
see where love would lay
and praise the proper then & now

 

 

 

ill. Gustav Klimt

 

 

 

 

potvis #3

 

32 vel grafisch werk werden mij toegeworpen
visuele huiden om in te kruipen

“schrijf snel, de tijd verbergt het wel”

 

INPUT

 

OUTPUT

 

 de bomen die ik zag
van d'aard' omhoog naar nergens reiken
 met hun kille winterarmen
waren schijnbaar slechts aan ons gelijk:

uit botten bloeien welig wilde bloesems nu
die 't warrelzoemen met hun spijzen zoenen
terwijl verbitterd en vol spijt de burger
met gebulder langs mijn voordeur rijdt

en mij mijn pov're dichtersrust
en stille eenzaamheid benijdt.

dv 21/04/2018

 

De vingerafdruk eicel van het heelal
heet Anno Zoig, zorgzaam als de knal

Adriaan Krabbendam 22/04/2018

 

 

—> Graag uw OUTPUT in de comments, dan komt die hier erbij…

 

Bekijk alle potvissen...

 

fantasie I

Het overik verkruimelt in gestondde marges

we pozen schubbig bij de onderdrukten, laaflijdend als paapse labyrintiërs

___________bedekken we het huivergrijs onder de werelddelen, brouwen we bovenaan

aan het destillaat van onze bovenstand, impeccabel rekt het verhalige ik de opmars op, miljoenen zwarte voeten veronderen onze luchten, het vreemde likt mij, men angstigt zich het liefst op witte stranden

Krokig klipt nog de koningsdiscipline, summum summum, ya’alabi ghamza aleph beth, maar de mensen noden niet, zij knopen zich een lakenweg tot aan de grond waar het leed intrekt tussen de tegelnaden.

Bloedrood overikt ons de stervende zon kloks tikt zij ons uit en zal zij ons

________kronen in de wentelslaap, tot we onszelf verlaten