Auteur: Ana Roelofs

#247

er was een verbitterde witte beer
met een theemuts op zijn kop er waren
onvoldoende liefdesbrieven om het
water over te steken en als held

terug te keren al spoelde de zee
als sombere rook over de vloer al
sprak de walvis dat angst geen vaargeld was

er was een leeg graf voor de trotse beer
die onder kwaad gesternte nog één keer
zijn drijfveren verloochende

#236

#236

 

Het ligt niet in de aard van mijn heilig
surrealistisch huisdier om tevreden
voor zich uit te staren, van alle kanten
loert gevaar en de monstertjes zingen

een treurlied over vaders versleten
duivenhok waar kwetsbaar en verlaten
de oude vogels dansen als ratten in
de val nu de zomer voorbij is en

ik hier weg moet zit het gruis tot diep in
mijn haarwortels, nog groen valt de nacht die
ruikt naar vermoorde bomen, ademloos

wachten de ongeborenen en verdwijnen
te vondeling gelegde eendagsvliegen in
september uiteindelijk in de troost van pijn