Tag: translation

Bel Argent

 

Je zou kunnen zeggen dat ik met mijn gedachten elders was toen ik mijn haar een blauwspoeling gaf, en twee glazen rode wijn droegen niet echt bij aan mijn concentratie.
            Laat me het uitleggen.
            Ten eerste moet je dit over mij weten: ik heb maar één spiegel in huis, die bovendien vies is. Ik ben een nauwgezet schoonmaker, op het neurotische af, zou je zeggen – de wasbak is onberispelijk wit, de bronzen kranen fonkelen – maar ik denk er maar zelden aan de spiegel schoon te wrijven. Ik geloof niet dat we Freud erbij hoeven halen of een van zijn vele volgelingen om te snappen dat hier sprake is van een probleem.
            Ik begon dit verhaal met een slecht verlicht spiegelbeeld. Een van de twee peertjes in de badkamer heeft het begeven. Ik ben halverwege het avondritueel van het tandenpoetsen, tegenover voornoemde spiegel, als een aureool rond mijn hoofd mijn aandacht vangt. Terwijl tandenborstel in rechterhand nog op en neer beweegt, van links naar rechts, grijpt linkerhand naar leesbril die op de kleine tafel naast het toilet ligt. Eenmaal boven op mijn geprononceerde neus helpt hij me registreren dat ik heilige noch heilig ben maar meer een soort koningin-moeder – nou ja, een gelijkenis van de koningin-moeder uitgewreven met de bordenwisser van een schoolmeisje. Niks aureool, die blauwe anomalie is mijn vochtige haar. Een kleurstofveldslag woedt op mijn hoofd, een wijvenstrijd van vloekende partijen.
            Ik raak een nog natte lok aan om de bestendigheid van de blauwspoeling te testen, met als gevolg dat ik er een kleverige vlek tandpasta op achterlaat. Je kunt met goed fatsoen aannemen dat multitasking niet mijn sterkste kant is.
            Ik buig me over de badkuip, pak de tube Bel Argent die ik gisteren kocht. Ik lees de kleine lettertjes, ook met leesbril moet ik mijn ogen tot spleetjes knijpen. Ja, ik gebruikte tien maal de voorgeschreven hoeveelheid bij het wassen van mijn haar. Ik hou van flink wat schuim. Gebruiksaanwijzingen lezen behoort al evenmin tot mijn sterke kanten.
            Grappig. Mijn badkamertegels zijn rechthoekig met overlappende lichtblauwe tulpen, bijna dezelfde tint als mijn nieuwe haarkleur. Godzijdank is het niet hetzelfde blauw als dat van de Israelische vlag. Kun je je voorstellen? Over een ruzie tussen vloekende partijen gesproken.

 

 

I.M. Menno Wigman

 

In Conclusion

 

I know the melancholy of copy centres,
of hollow men with yellowed papers,
bespectacled mothers with new addresses,

the smell of letters, of old bank statements,
of income tax returns and tenancy agreements,
demeaning ink that says that we exist.

And I have seen new suburbs, fresh and dead,
where people do their best to seem like people,
the street a fair impression of a street.

Who are they copying? Who am I?
A father, mother, world, some DNA,
you stand there with that shining name of yours,

your head crammed full of cribbed and clever hopes
of peace, promotion, kids and piles of cash.
And I’m a dog that’s kennelled in its cantos

and howls for something new, something to say.
Light. Heaven. Love and death. Decay.
I know the melancholy of copy centres.


Menno Wigman, 1966–2018
translated by David Colmer

photo © ANP

All the wrong notes are right

All the wrong notes are right
                         Charles Ives

 

ik, die in deze bundel woon als een rat in de val
Ik, die met bossen ruis en, meisje, lach
ik, die op drek / aas
ik, die altijd dichter ben
ik, die toegeef van niets anders verstand te hebben dan van Eroos
ik die heerlijk door dees’ tijd kom zweven
Ik die schouw het lief dat danst

***

I, who live in this collection caught like a rat in the trap
I, who rustle with the woods and, girl, laugh
I, who feed on / filth
I, who am a poet always
I, who admit to know about nothing else but Eros
I who come floating with delight through these times
I who behold the dancing sweetheart

            ***

moi, qui vis dans ce recueil comme un rat dans le piège
Moi, qui bruisse avec les bois et, ma fille, ris
moi, qui me nourris de / merde
moi, qui suis toujours poète
moi, qui avoue ne connaître rien d’autre qu’Éros
moi qui viens planer superbement à travers ces temps
Moi qui contemple la chérie danser

 

Quoting lines by the following Dutch poets:

Dèr Mouw, Kloos, Lucebert, Van Ostaijen, Verwey, and Socrates by the mouth of Boutens,

though not necessarely in that order (and one of them twice).

 

T o u t e s  l e s  f a u s s e s  n o t e s  s o n t  v r a i e s