Tag: woestenij

Als wanneer wie ooit

 

En als

de verschrikking God verlaat en hij zich alleengelaten
in de handen wrijft, zijn zelfverklaarde eenzaamheid
overziet als een afgebrand bos waar gisteren nog de
vossen slag voerden met de eieren van godweetwelke
amfibie, leggen overal op aarde vrouwen hun sluiers af
en mengen zich onder de beverige mannen van het
publiek terrein, terwijl de loper uitgelegd wordt voor
hun onthulde schoonheid, die zo oud is dat zelfs God
het zich niet heugen kan. Ze zijn vormvast en ontfermen
zich over de paar vossen die nog over zijn. Pas dan
zullen zij zich met hun mannen bemoeien. En ontstaat er

 

een heel ander weertype.
Pas dan.

 

Of wanneer

de piepende rollator van de gepensioneerde beul
vastloopt in het ijverige zand en de goede man zijn
laatste kaarten uitspeelt en inlevert, weet de moedwillig
blinde grootmoeder van het recht het licht op waarde
te schatten en stapt samen met het verwende zoontje
van haar bastaard van de schaars begroeide rotsen. In
haar verdorde hand wordt evenwel een brief aangetroffen
die boekdelen spreekt over haar merkwaardige voorliefde
voor maanlicht

 

en alles
wat staat of valt.

 

Maar wie

zich hult in ja en nee bedoelt zal de hand aan zichzelf slaan
bij wijze van straf en in hoger beroep veroordeeld worden
het heelal te overleven. Geeft niets, heeft niets. Als maar tijdens
het luchten de stilte stem geeft aan de donkere maar rijk
belauwerde spiegel van de liefde die tot aan het einde wordt
verstrekt. Het is zonneklaar: ze heeft alles in huis. En

 

de wind
werpt het laatste woord.

 

 

 

 

ill. Egon Schiele, Herbst Baum gerührt Luft, 1912

 

 

woestenij

(verhaspelingen van het Verzameld Dichtwerk van Karel van de Woestijne)

sol

la ::  al
hier mijn muze, zo

si ::  is
het   –   ik heb haar door uw lijf gehaald

do :: od
eur  –   ze geurt nog naar uw grauwte

re :: er
rest nog stof van sterren

 

la :: al
les af en uit

sol :: los

Ω

      solasidorelasol - dv
⇐ vorige woestenij

 

(och nee, hou maar)

 

(verhaspelingen van het Verzameld Dichtwerk van Karel van de Woestijne)

 

 

de tover gaat in verte over,
het zicht nabij veredelt
niet het uitgedeelde leed
en weg bijna lijkt al het edele.

het edele verhardt en star
in plooien valt de spot:
ik post mijn pose tot de ziener
die daarbij geen oogwenk stopt.

 

 

⇐ vorige woestenij volgende woestenij ⇒