Categorieën
beeld erger tekst

Der Himmel ist grau boven dit eindeloos moeras

Mijn god, al die herinneringen, Mnemosyne is een beest. Zonet weerklinkt de stem weer van mijn moeder. Mijn vader eet gehakt. En ik? Sterven zal ik in deze poel, dit bellenvat dat het verleden opslorpt en weer uitspuugt. Mijn slab en mijn baard kleven en stinken als de hel die mijn geboortegrond is.

En de toekomst, wat komt nog? Ook die zweeft en sneeft om mij heen, klautert uit dezelfde bron, was dit dan haar doos vol van het kwaad dat zich uitstort over de levende wezens? Dansen, het beste ervan maken, waar is Terpsichore als je haar nodig hebt, nee, Erato, Erato danst schoon genoeg, is een betere cipier voor alles wat ademt en bloedt.

Ik schommel, eerst komt het geluid van links, ijl en schril, dan van rechts, ietwat vals, verkeerd gestemd zeker, ik schommel door het strottenhoofd van de geschiedenis.
Children, leave the string alone! *) Kleio en Melpomene komen gearmd geslenterd van de grijsblauwe verte achter de bergen tot aan de rivier waaraan ik zit en beef. Hier, zeggen zij, open maar, en overhandigen mij een pakje in bruin pakpapier, als ik het open zijn ze weg, in het pakje zit een gedicht, in het gedicht komen van achter de bergen in de blauwgrijze verte gearmd geslenterd Melpomene en Kleio tot aan de rivier waaraan ik beef en zit. Hier, zeggen zij, open maar—

o˜˜

Ik ben inmiddels wel gewend aan dit land. Soms als ik me begin te vervelen met het almaar voorbijstromend water, zoek ik mijn pakje en open het. Alles wat ik ken en vergeten ben is om me heen. De stem van mijn vader, mijn moeder met haar volle mond weerklinken maar kort, al snel rijst achter de bergen van Eurynome het verre blauw, dat grijs is en blauw tegelijk. Craquelé. De bewakers van het land laten zich nooit zien nooit zien nooit zien. Ik ben vergeten dat ik vergeten ben en vraag als dat domme wicht waar mijn geliefde blijft blijft blijft en wie bewaakt hier het land, niks sterven en dood, Droste & Doppler bewaken het land.


titel ontleend aan Chris Yperman, Pour Delphine
*) Robert Graves, ‘Warning to Children’
ill. Caspar David Friedrich

Door Adriaan Krabbendam

Adriaan Krabbendam (Tunis, 1955) is antiquary, profound sleeper, doctor of the unknown, coachman of relations between the chthonic and the restricted human role in disasters, beachcomber laureate, firm simpleton, now and at the hour of our death, factotum of cities and landscapes, world without end