Categorieën
tekst

Oot aan Veek

Nabij speur ik naar je bogenrond doorheen
de aanbidwaardige gemalen van je bekken
stroomopwaarts langs ferme zomen
ingesponnen in jouw hoogliedsgevrij
Luur me aan de altaren van je dijen
Sleur me voorbij mijn hoogmoed, jij
vertover met je fijne rag de morgendauw
om ons nu en vaar me tot het einde van mijn einde
raag staalblauw in de weerwind van mijn wil
drom met me in de slaapdronken luwte, tintel
door mijn markante registers, rijs met de vonken
ontstijg ons sintelend bestaan, huil in de bolling
van de hemelen, ontsla jeremia die in mijn ontij trolt
wiek ons over de stilste distelvelden als eeuwige
gameten, brand onze gezichten in het veen