Maand: december 2017

Mwanzo

Hapo mwanzo Mungu aliziumba mbingu na nchi.
Nayo nchi ilikuwa ukiwa, tena utupu,
na giza lilikuwa juu ya uso wa vilindi vya maji;
Roho ya Mungu ikatulia juu ya uso wa maji.
Mungu akasema, Iwe nuru; ikawa nuru.
Mungu akaiona nuru, ya kuwa ni njema;
Mungu akatenga nuru na giza.
Mungu akaiita nuru Mchana, na giza akaliita Usiku.
Ikawa jioni ikawa asubuhi, siku moja.

Mwanzo 1:1-5

licht

dv 2008 – potloodtekening – A5

Licht

Ik stapel wat er rest aan licht in lagen mist
zodat ik je vannacht met inzicht kan bestoken:
hier, hier en daar heb jij je toch van droom vergist.

Jouw lichaam welt mij dan dik onder de oogleden
tot het van verlangen niet meer kan.  Spijt, zoals bij:
de kleren van de keizer vermorzelen de naakte man.

 

De paarse pony van Afterberg

Spring van linker knie

op hobbelpaard met groene oogopslag

hoe heet dat nou, stapvoets

 

de vliegende zilveren vis verschijnt

voor het raam van de woonkamer

hedde ge nachtdienst gehad?

 

we zoeken mensen met rugklachten

die nog niet gepubliceerd hebben

het gesprek kwam op vlooien

De huidige generatie genezers

Het reuze-project met gedragsveranderende psychotica

om te leren dwangmatig en zonder ontwikkelde hersencellen

te genieten van partydrugs

 

deze keer vooraf genetisch te manipuleren

spontane sterfgevallen , een nieuwe poging

om de befaamde reuptake-fabel te vervangen

 

hun verwerkingsmechanisme wordt al

jaren als onbekend uitgeroepen

ik ben nog maar een paar kilo van m’n streefgewicht.

 

de wijze van communiceren alleen al

maakt het mogelijk de lagere leiders

tot robotten te maken

 

 

Aparte huizen van bewaring

Hij dacht aan een vliegtuig

knallen hoorde hij niet

tot hij de vlammen zag

 

hij was hier zo blij mee

dat hij volstrekt niet door had

dat hij verdacht werd

 

een bericht werd hem fataal

hierin stonden 30 zwartgemaakte

dus onleesbare namen

 

bovendien hield hij niet zo

van verplicht koffiedrinken

De mogelijkheid van een wooneiland

Hun hormonale opstoten concrete onzin

ontmoet vrouwen uit jouw regio

het is maar een film

maar we zijn allemaal een andere versie

 

haar glazenplafond is zijn glazenvloer

of is het de omgekeerde werkelijkheid

de een een passieve kater

de ander een actieve

 

verlaat op geregelde tijdstippen

de cocon van je relatie

en doe bijvoorbeeld vrijwilligerswerk

 

je moet je partner kunnen vragen

om de suiker door te geven

zonder dat je hem irriteert

 

 

De angst voor het zwarte papier

Er zijn mensen die zeggen

dat ze iets geweest zijn

er zijn mensen die zeggen

dat ze niets zijn

 

er zijn mensen die opschrijven

wat andere mensen zeggen

er zijn mensen die opschrijven

wat andere mensen niet zeggen

 

als je alles zou moeten opschrijven

ben je nog wel even bezig

ik beperk me liever

Bepaling van de richtingszin

Het hartvormig diagram

heeft slechts één minimum

en één maximum

 

en daarvan maakt men gebruik

om twijfel over de richting

op te heffen

 

de wijze waarop dit gebeurt

is echter verschillend

 

opgemerkt wordt nog

dat het meestal niet nodig is

de richtingszin te bepalen

 

daar men als regel radiobakens peilt

waarover geen richtingstwijfel bestaat

 

het kan echter voorkomen

bijv. bij het peilen van een schip in nood

of bij het passeren van een lichtschip

 

het verdient daarom aanbeveling

vaardigheid in het opheffen van richtingstwijfel

te verkrijgen en te onderhouden

 

 

 

1 drie snuiversroman

Soep dwingt tot basic cola

krijg de spijsvertering tussen sirenes

je deed het jezelf steeds aan

 

gevonden kleding (sporty life style)

vertrek (ruimte) zonder aankomsttijd

haal je cryptogram (100-200)

 

is er wel een fire wall geïnstalleerd?

[….]

 YmD+)Yg%++InDankle=_
5W&/Zaunt:
W7'ozone
n'esserLazzy
=KX
L#O:DZK34%6590K WheezeE.scort*aG
jMperino*A&b)ML;]9
F?Ktter`
ObhC3>usk+=cOh
> heese,
pQM[prylysrankC
Luestop#(12U'<g
1Gp7@:V
@=e < 8@

YOUM EYOU

if you’ld be my prince     I would praise all exc
ess could it be me tha     n all songs might be i
t’s falling flying hover     and clover our charm
ing forever above you     loving the eerie depth

 

and underneath my b     urning hands spew v
owels
 the precipice w     ill embrace as  gold w
ill wait 
for your everl      oving fountain pink c
asting smi
le open up      on dearest smile over

 

ALL  OF   YOU      ALL  OF   ME  IN

Y O U M  E Y O U

 

 

 

 

Eerst ik (fragment)

   Ik voel me op Ik word vernederd door mijn gezin Ik heb nooit Ik begeleid mijn meisjes in alles Je hebt ze net zien zitten Ik ben meer dan tevreden met mijn uiterlijk en als er iets is dat ik niet begrijp dan zoek ik het op of vraag uitleg Ik voel me zo’n beetje een kwajongen Een straatmus, zeg maar Wij speelden veel buiten, klommen in de bomen in de parken Ik was in eigen land een held Maar zo wil ik niet zijn Eerst ik Ik geniet Ik wilde maagd genoeg zijn Ik speel Ik hou zielsveel van mijn lichaam en mensen mogen van mij Ik ben zo blij Ik luister voortaan Ik nam een belangrijke beslissing Ik kan alles wat ik wil, álles, als ik maar écht Er is dan ook werkelijk niets dat ik aan mijn lichaam zou willen veranderen Ik begrijp niet wat dat met mij te maken heeft Gaat mijn grote huilen ooit voorbij? Ik was ziedend van woede en ik voelde dat ze een hekel aan me begonnen te krijgen Ik als medium Ik ben een intellectueel en heb geen tijd voor al dat geleuter eromheen  Ik heb Ik kreeg de hele bui over mij heen Ik moet altijd hebben Ik heb geen tijd Ik riep ‘Nee!’, maar de laatste knal overstemde me Ik heb een probleempje Ik heb nooit een vibrator gehad Ik begreep niet wat er gezegd werd Ik keek naar het huisje Te donker, ik zag niets Ik word hier depressief van Ik was net zo’n kreng als mijn schoonmoeder Ik vond het niet prettig dat ik het zo prettig vond Ik hield van haar huid, haar borsten tegen me aan Ik hoor haar hart bonken Ik baalde er vreselijk van dat we zo ver van elkaar af zaten Ik zou dit gevoel kunnen ontvluchten Ik wilde mezelf een beetje moed indrinken Ik heb getwijfeld over België Ik voel gewoon niets meer Ik voel me een wrak Ik weet het Het is waar Ik hoop dat dit belangrijk is Ik móest proberen Ik moest weg Maar waarheen? Mijn ogen begonnen schimmen onderscheiden Er lagen stapels spiegel Ik liep op de tast voor me uit als een witte Ik had geen enkele kans Ik rende door buurten Ik sprong over een hek Ik was bang Ik vind dat heel jammer Je moet jezelf overwinnen Ik wil verrassen met mijn figuur Nu pas voel ik me herboren Voor het eerst ben ik zowel ‘IK’ als ‘ik’ Ik wilde terug naar huis Ik ben blij met mijn cursus Ik heb mijn eigen mening Ik ben iemand Ik voel de oneindigheid van de put… als een zuigende diepte… en daarom val ik voor jou Op de middelbare school was ik echt een oude ziel Ik ben een symbool tegen de krimp geworden Ik dank u wel.

from CODEX PREMONITIONS

To stand around with the lavender footprints of Artaud gives vibes of oxymoron signatures.

This is not going to let letters behind the paper house.

The closer he smiled the rock and film against its place in wrapping trees.

Assume gravity stains the morning like smoke lands the teething knowledge.

Where do kites that might dream collapse onto a painting from visible disbelief?

Doubtless blame rather than audience prevention by birds or milkbottles can maybe prevent his tongue from flower busting through streets.

The last dirigible is too big for the sky.

het Huis de Zee

het Huis de Zee

(mini-opera in vier bedrijfjes)

 

Act I:   Winter

 

 

 

 

 Personages:

Anna met de viool
Antonio met de trompet

 

Situatie:

’t Is winter. De inspiratie is op. Niemand weet wat verteld. Het lijkkleur van de winter heeft ook de fantasie aangetast. Anna stelt al haar hoop op Antonio zijn trompet. Maar heeft Antonio wel voldoende noten in petto?
Sneeuw, spermatozoïden, verdwaalde noten en Batida de Coco zetten de toon in deze maar niet tot bloei komende act.

Tempo:

Dat het maar rap gedaan is, die monotone aanzwellende brom in de verte.

 

Antonio

Zo wit!
dat ge ziet
liefste
scheelt er iet?
 

Anna

Mijn hart ligt te wachten
als een wit blad
op uw diepste gedachten

 

En al die minuscule lijnen
die ge ziet
of BIJNA niet meer ziet
die verbaasden mij in het begin nog niet weinig.

Zo onnozel dat ik nog was!
Dat ik niet eens snapte
dat die paar lijnen
in al hun droge saaijegheid
gewoon zaten te smachten
om gepakt te worden
door de eerste
de beste
SCHRIJVER
’t mocht ook een ADMINISTRATIEVE BEDIENDE zijn
of een MANAGEMENT ASSISTENTE
al gelijk
als er maar iets kwam verschijnen
tussen de lijnen.

 

 

WIE!
O WIE!
had ze daar zo evenwijdig zitten trekken!
Die kunnen gelijk wat fijner zijn
zeide ik tegen mijzelve
want ik verveelde mij.

Polijsten en polieren
schaven en schuren
tot het mijn KEEL uitkwam


want ik verveel mij

 

 

En al concentrerende
op de dikte van een lijn
gebeurde het
dat ik mij inbeeldde,
dat ik mij overtuigde
dat ze kleiner konden zijn
hoewel dat BIJNA niet
te doen was
Toch groeide!
en groeide!
in mij de overtuiging
dat die BIJNA
onzichtbare lijnen
nog tot nog grotere
onzichtbaarheid
te herleiden waren.

En zo
ben ik beginnen
schuren
en schaven

tot ze BIJNA
verdwenen waren
die lijnen
in de grote witte vlakte
van het
VERSCHRIKKELIJK
AFZICHTELIJK
GIGANTISCH
BELACHELIJK

leeg blad

 

 

Mijn hart
is een wit blad
en ik deins terug

Span uw lippen
om uw mondstuk, liefste
en blaas mij vol

Ik wil zwanger zijn
van uw trompet
uw muzikale mitraillet

O strijk toch ne keer
neer
in de zwarte kist
van mijn viool.
Ik ben zo heupvol
naar uw ontploffing.

 

Hallo Big Bang!?
waarop wacht gij zo lang!?

Solong Big Bang
see you in heaven

Eh oui, où est le temps
Big Bang

Grosse kanonnen!
Wilkommen ins Knallebal!

 

Antonio

De lente is nog geen feit.
mijn instrument
ligt ingevroren
in een blok Batida de Coco

85 flessen heb ik ervoor uitgegoten

Wachten is de boodschap

Wachten op Cocó.

In elk geval
beloof ik u
de oerknal

Ich bin zurück in eine stunde!

 

 

Jan Pollet

(Uit de eerste act  van  het Huis de Zee, een mini-opera in vier bedrijfjes)

Woudlied

 

Woudlied

 

 

stronkel niet

het woekert van welig en welste over de vloer
dripdrapt van druiphars en gekeept is het stammental
om schorswater vogellijm ochtval en voorvocht
(het meeste is melk)

er dwalen verdoolde stammen van boogpijl voorziene componisten
ooit achtergelaten door euvel paalplassende poelproducenten
er klijven behaaide walmzwalpers en vooral in de dalmtijd
actieve wamtasten vaak vingerend wetend van prooi

stronkel niet

de goergrot is geopend van negen tot tien en daarna
van tien tot zo verder

we zien er liaanfrisse duikers naar vlindervlammers
en de befaamde rankrijmers uit de eervoerige era et aria
ook maakt men kans op het schieten van een eenvoudige zwalmzwezerik
en een behendig geprukte nebulium elders ondenkbaar

één soort leeft niet op stokjes maar is evenwel
te bezingen tussen vijven en zessen
het betreft een onzinglijke zoenzus met blindslaande tandenrij
– in geval van glimlach – blooswekkende boezem en valdiep vagijn

en mij daar blij & belangeloos bij

stronkel niet

 

Vlammenwerper

 

Nog even en hij ging met pensioen
vlammenwerper uit het circus
glimmend pak, haren strak in het vet
zijn vrouw doodgedrukt door het nijlpaard
van de directeur
het haalde elke krant, nu dertig jaar geleden
een groot drama
het beest werd publiekstrekker nummer één
zaken gingen er op vooruit
hij hertrouwde met het trapeze meisje
zo hoog in de nok hield hij het meest van haar
wetende dat ze s ‘avonds van hem zou zijn
jaren later verliet ze hem voor de schooldirecteur
van basisschool “De Kajuit”
inmiddels was hij al weer tien jaar alleen
zou het circus verlaten
terug naar zijn geboortedorp waar hij
ooit bomen beklom
voor het eerst een meisje voelde in
de schuur achter
zijn eerste biertje dronk

 

Astrid

 

Also Spake Moby Dick

so there they whale
you thou ye
which and now are what
their had when then
like man or who no
an do will them
out were into
more we
zarathustra upon
up if would some did
its old only your still been
over thus great
such these ship
sea hear how
other than those
ahab good said
long thy time
thee yet must down men
however
even last
also about most see
again well though
hath before may any
very head himself
way say us
too day life
her much where little every unto
ever first after
many two boat can
has world own could captain
love our should
come go through
away once god shall
things seemed white while
hand round
know am three
thing o hear
being never whales
let look stub same
new queequeg chapter
ones eyes sperm
soul off among might night
made oh just far almost
without water came back
side mine become
thought doth small
called against right
take why
verily spirit starbuck
part deck found nor seen
because another something
make always fish
cried spake people
air body hands
nothing place tell
sir pequod think nietzsche
higher earth each speak
whole she half best
myself virtue themselves
stand light line
heard feet death eye towards perhaps
aye full sun
sort high give call
art therefore saw both
soon enough under present boats
evil end whom poor crew
between everything don went
times strange along
ah put word whaling
hard whose find mast dead
matter till thyself better
live ears
want hear face
around indeed deep
true seem truth
going stood open power
moment above often hold whether
rather get wild fire
does seas lay already sight
words sail longer
flask mouth hast certain young wind living black
few voice order happiness
days bad work voyage
hour set
land home blood arm
alone run morning sleep
cannot legs heads least done keep heaven
sometimes nantucket leviathan known together
human devil seems name mind gone
turned self reason
oil learn standing ships
ground iron wisdom
case woman within point large friend
ere bed aloft second left jonah
cry account moby length
dick cabin
tail forth brethern since sailor
further says ocean mate lie harpooner
strong instant beyond
beneath answered turn
thoughts near king
feel believe became looking friends
four children board behind
yes whatever vast nature lord
fine yea harpoon
fast dark book
animals wise
general especially waters
thousand short pip
peleg hearts having fellow clear
weary top thine silent sat
pity others means heavy ears began
whalemen lower hope given
concerning chance thereby
taken sure noble nigh child
business broad rope free else
ten less cave rest ready
learned yourselves
lost green behold wilt seek
mountains entire coming close
boy woe slowly purpose
hundred gods foam
fishery fact cold took
suddenly laugh
gold foot common
souls nevertheless
mr legs course broken
bottom values highest help
greatest forward die vain
next monster house future fool
cometh break told taking spout
quite longing lo bear view
talk room passed
knew eternal comes change everything
watch vessel teeth superman
stern skin peculiar
otherwise nay
jaw does cook below
wide tashtego table
struck sit sailors red mere
kept indian honour hitherto
goes door cut curious cast
straight master mark
ivory harpooners grand eternity
either dog besides alas turning
try tree story
sound savage
midnight main knowledge
height got fear craft
coffin show saith golden evening
waves wanteth used shadow
pass particular bow
bones sign past mean english bone war
sweet stranger sky
sharp sharks saying mighty
making kings hours gave fain
distance creature born blue
unless sudden state
sails running
read question
pull none lightning
except calm

from CODEX PREMONITIONS

Circuses
shattered glass
with the chandelier
of your dying
instincts.

Can such
spirits revolving
like bodily fantasies
mean that they
present wonder
and miracles?

As lovely as
lovely secrets
become very little
subliminal seeding
commits a possible
enigma.

Posing for
insane realities
which might quiver
and levitate the
philosopher looked
like magnetic megalomania
from a ghostly
automaton.

Fluorescent debris
has planted the avenging
bloom of disgust and dementia
kept taking too much of
memory’s membrane.

The hallucinatory
impression dawns on the
inscribing of bodies while
mysticism mysteriously explains
all too literal the decay
seen by parallel humanity.
Authorless with unwritten
writing since
civilizations
could never
handle the

horror seen everywhere.

#CodexPremonitions

from COITUS PRELINGUS

It is late.

We are in a room

together.

There is no way out.

Lust rages in

every corner.

A red light glows

and your

eyes steal my passion.

Passion deeper

than my

cock is yours.

I pour

a bottle of

red wine

on your breasts.

My desire

is your desire.

To lick

the wine

from your red

moist nipples.

It is late

and we have much

to do to each

other or we deep kiss

until morning

locked in each other’s

love sweat body.

I have no tokens

left to make you

cum but words

can burn

forever in the

lust drenched

memories

is this moment.

Carla

Warning: A non-numeric value encountered in /customers/6/2/1/platformplee.nl/httpd.www/wp-content/plugins/sassy-social-share/public/class-sassy-social-share-public.php on line 1070 Warning: A non-numeric value encountered in /customers/6/2/1/platformplee.nl/httpd.www/wp-content/plugins/sassy-social-share/public/class-sassy-social-share-public.php on line 1112

“Het gaat niet goed met Carla
dit vertel ik in vertrouwen
ze is aan het overleven”

ach Carla,
Carla
treincoupé vol

“we zijn bijna in België
ik moet zo hangen”
we stoppen in Roosendaal

ik denk aan Carla.
tot voor kort kende ik geen Carla
het gaat niet zo best met haar

een nieuw gesprek zelfde beller
mevrouw heeft acht dagen in
de woestijn gelopen
“dan heb je nooit geen therapie meer nodig!“

mijn medeleven gaat uit naar Carla

in stilte wens ik beltut veel woestijn, droogte en
een bronstige kameel toe

 

Zelfportret
Astrid

 

4 voor iderden

vier gedichten bij een schilderij van Ilse Derden

 

Natte maan

In plassen zwart, verregend op het asfalt
zie ik het karige fonkelen. Het droeve glimmen
van het stille dat bewegen wil. Zwijgen zuigt
het zwijgen uit het zwijgen, vingers leggen

vingers op de snee en wrijven het bloed
uit in het wit van de wonde. Kaal huivert
een boom zich de bladeren af, duister
kust een mond het zwart in je oog. De leegte

mirakelt: tranen bergen tranen glanzend en
traag in de gaten. Zie. Het in. De diepe glans.
Het ganse deel. Waar je rafelkleed in oker
afklopt mijn verlangen. Waar het om je rokt.

 

Huiveringen

De maan omvat gestreng de categoriek
te fel verlichte bomen. Stroom alom.
Geflikker. Jij als licht daarin. De bladeren
vluchten in geritsel naar hun ongedierte.

Het af slaat op. Ik ben er weer. Snel.
Zwart teken je het maanlicht open. Ik.
Net op tijd om te laat te komen, om
op mijn adem tijd en adem te verdoen.

Later. Hier. Tijd verstrengelt alles in geratel.
Gebulder breekt de geborgen ochtend.
De vroege zon ontlokt damp aan de nacht,
stank van lijken. Kust de nacht als een kamp.

 

 

Vloed

Het schrapen kriebelt in de keelwand.
Het schrapen vlokt aan tot een vette kraai.
Aan prikkeldraad de stem bloedt open,
licht het rotte op, verlucht. De stem is.

Het staande heeft het weer van ons gewonnen. Ik
eindig in een punt, nietig, in een puntig ik. Einde.
De stem heeft alle woorden in de klank vergooid.
Het staande heeft het weer van ons gewonnen. Ik.

Sorry hoor, uw water komt niet ons aan de lippen.
Uw weelde raakt niet ons de stramme tong. Stof ja:
kunstroet. Uw verhalen verschralen tot kanteling.
Het heeft het gewonnen. Wij lossen op in vloed.

 

het schilderij van Ilse Derden

 

 

Hadith van de maan

wij zijn verzwolgen al maar golven golven na
wij waren golvend licht ooit in de volle dagen
wij waren golven wij van wijde werelden weerga
en van diepe harmonieën  uitdeinende galm

wij waren golven wij, winnaars in de kunst van falen
wij waren golven wij, hoeders van de aardse mal
wij waren golven wij, makers van het ene in het al
wij waren golven wij, met de eenvoud van het ware

wij zijn verzwolgen nu maar golven ons nog uit
wij spoelen nog de liefde af die in ons niet wou komen
wij zetten weer de wanhoop aan die niemand overwon
wij zijn verzwolgen ja maar in de golven golven wij

 

Bloedwormen

I

in terra met onschuldig motiefje

kruipt door de vochtige lakens

ik vergeet alles, al die gezichten, verlangens,

in de kiem gesmoorde verwachtingen

 

-ik was dader, gespeend van ieder –

 

mijn lust,  weerzinwekkende baas op

doordrenkt stof

–bloedvlekken-

snij je nog eens

 

ik drink je, sla je, beuk je, neuk je,

druk jou met je gezicht in jezelf

jij moet dorstig blijven,

 

dorstig naar mij

 

II

de stilzwijgende rivier botst tegen

muren van lood en aanlandig op

een onzichtbare kade,

schraapt de laadklep van de pont over

de vaarstoep, spoed ik mij met

gezwinde pas naar zijn en

schwung

 

aan onbereikbare oevers schraapt

ongerief over mijn grond

 

 III

ik toets jouw nummer nog eens in en dat
zwijgen, zo verpletterend en

in de hoorn het ruisen van
aanrollende golven overspoelen staketsel en beelden

drijven het strand op en ons kind pulkt de laatste alikruik

uit zijn schulp, die leeg is op wat troebel drab na

 

je dacht zeker te weten,

maar tussen je tenen loopt zand en verderop,

boven de branding, een meeuw, wervelend in de wind

als een oncontroleerbare vlieger, in de ooghoek

van het daarop geschilderde gezicht

een traan, maar ik kan het niet goed zien

 

ik draai me om

 

© Lammert Voos

 

Azarunstern

Beau del Aire

Azarunstern

– Con fuerza y diminuendo al niente –

 

So huge so heavy schwere Lasten heben
Sísifo faudrait courage such a task
Though although greater vuur I ask
Ars longa flüchtig ist das Leben

Fern from famous sepulcralia
Vers um obscuro cemitério
Mijn hartentrom funéreo
Schlägt still haar dodenaria

Menig jewel sleeps bedolven
Under darkness y papaverkolven
Far, far from pikhouweel en sonde

Manche Blume exalam vol spijt
Heur scent doux comme vergetelheid
Über the deepest afgrondwonde

 

 

Grâce à Delfim Guimarães, Therese Robinson, William Aggeler, Roy Campbell, George Dillon, Marc Tiefenthal y last but not least de grote woordensmid Charles Baudelaire

 

Verschenen in Als engel, maar met roofdierogen – Je t’adore à l’égal de la voûte nocturne
Charles Baudelaire – met reflecties van hedendaagse dichters / et mises en regard de poètes contemporains
Ter gelegenheid van de 150e jaardag van het overlijden van de dichter
Uitgeverij Spleen Amsterdam 2017

 

 

 

BADORATIE #1

      BADORATIE#1 - dv

download het mp3 bestand en verzamel de VERZAMELDE BADORATIES van KATHEDRAALAUTEUR dv:
https://www.platformplee.nl/wp-content/uploads/2017/12/badoratie001.mp3

 

 

“over noodgedwongen verbalisaties, schrödingerkatten, snode Kantianen lijdend onder de Vloek van het Gelijk, wratten op mijn voetzolen, de ellende van mijn ex (dat is  eruit geknipt), de gemaaktheid van het Zijn, Reza Negarestani en de fallacy of misplaced concreteness van Alfred North Whitehead, de geboorte van de Timologie, zijnde een epistemologie die vertrekt vanuit de Afschuw als vrouwelijke tegenhanger van de filosofie die ‘van nature’ een verlangensepistemologie heeft en in die optiek, besluitende de onmogelijkheid van het verstaanbaar schrijven.

Het was pas lang nadien, zeker een uur, dat ik ontdekte dat de Timologie uiteraard nooit een ‘logie’ kon zijn, ge ziet hoe diep verankerd den mannelijke woorddrang wel niet is, de logos moet en zal er in er in er in. Maar wat is het Er? è?”

dv @ CKU Dec 26, 2017 @ 20:59

 

BADORATIE #1 is een net-performance door Kathedraalauteur dv vanuit het Centrum van het Gekende Universum. Foto van Irem Kaneli.

over “de werken op papier” van Harmen Verbrugge

papa, mama, de doden en de kunst en ik

is materie ijdel? leeg en nietig? te ijdel voor tijd? de tijd is een ervaring, maar van wie? een tijdloos, onvervreemdbaar ik; de onbetwijfelbare? of is de tijd de ordening van de ervaring, een ruimte voor de ervaring, bepaalbaar in zijn beweging, naar het verleden en naar de toekomst, met als tweede onbetwijfelbare; het nu?

is de mens overgeleverd aan de tijd of is de tijd aan de mens overgeleverd?

wellicht valt de mens, wanneer deze ‘ik’ zegt, zichzelf tot onderwerp onderwerpt, en zich dader maakt door zich te verbinden aan een werkwoord, bij voorbeeld het werkwoord ‘zijn’, onder de tijd. bouwt de mens als ‘ik’ de tijd zelf, door middel van de disciplinering van de grammatika? hoe bewoont de mens deze tijd, zelf? de disciplinering van de grammatika maakt van de mens een discipel van de telbare tijd. de tijd wordt geteld: de klok, dag en nacht, de maan, de zon. voorbij de klok, voorbij dag en nacht, is er het werk, het werk van het zelf, het werk van de mens. een teken? de hartslag van een teken?

is de tijd de mens zelf, of zelfs; de mens-zelf? wanneer een mens niet van zichzelf vervreemdt, i.e. zich niet toont, aan een spiegel of ogen, ziet hij zichzelf niet. dáar klapt het al in zijn tegendeel om; een andere tijd ontstaat, die van de werking, de gewaarwording. de inwerking. een wederzijdse inwerking, zelfs?

daarom; de tijd is de mens-zelf, als werk, vanwege de entzweiung, het uiteenvallen. een strijd, een konflikt. de tijd is strijd. de tijd is de horizon in het werk.

de tijd is de mens als in het werk gesteld. voor altijd in het werk gesteld, volledig zichzelf en los van de telbare tijd; geroofd. diep lijden maakt vergankelijk, zondert af, wordt stijl, scherp, maar geroofd door het materiaal; grof; rommel, buit, afval van de werkelijkheid.

er is een zone tussen het werk en de maker, tussen het werk en de bron. een ondoordringbare zone. over het ondoordringbare doorboren, daar komen wij op terug.

deze konflikten zijn de tijd, de duur van het gevecht.

de mens zet zich in de materie, in het materiaal af, als werk en verdraadt; de ogen zoeken steun op de horizon.

de taal is visueel mooi, kras het door en rudimentair wordt het beeld. taal is vervloekt, als uitleg-beest. taal is waarin we ons uitleggen. taal is daarmee ook ruimte, want we leggen ons uit. wij zien deze diepte in de taal niet. wij wenden ons tot het beeld, teneinde een diepte te zien, perspektief. een toekomst? nee, geen komst, geen cymbalen, geen symbolen van de komst. nee, tekens van mens-zijn, van tijd-zijn, tekenen van vergankelijkheid.

de schilderkunst is een wereld, gebouwd op de aarde, van de aarde; de materie, het materiaal, matrix; oorsprong, moederbodem. vermeng het met de mens; de mens kan bron worden; de mens zet zich in het materiaal af.

ik ben de aardappel; is de mens een foto, bewerkt, om het onbewerkte in het licht te stellen? schaduwloos licht, louter kleur. de kleur in het werk is eerst zichzelf. het dient de mens niet, want het geeft de mens niets anders dan zichzelf.

geelhoofd; het hardste licht met de hardste schaduw. een pure schaduw is geheel zwart, schaduw zonder licht. het geel van het hoofd gevangen in een matrixmasker, een zwarte matrix. de flessentorso verdubbelt het geel van het hoofd en de lucht, als kleur, afgezet, in zich. inwerking van de spiegel?

de lucht zelf, als kleur (als symboolkleur), ontbreekt. er is louter het hardste licht, het wit. het wit neemt het licht. het wit wordt de hemel van het lijf.

we hebben het beeld in taal uitgelegd, in een andere ruimte opgesteld, die schijnbaar zonder die diepte en zonder die horizon een ruimte is. wordt het beeld in taal symbolen? gevierendeeld?

wat is het verschil tussen een symbool en kleur? dit verschil klaart op wanneer men symbolen in het werk ziet, maar ze als tekens neemt die voor zichzelf staan. iets kan voor zichzelf staan en verhindert de blik, verduistert de blik. een genadeloze schaduw. hoe verlost men zich van deze schaduw?

de symbolen moeten ding worden, hun symboolkarakter afleggen; de bron, als symbool, moet in de vergetelheid, de lethe, stromen…

we willen ogen op de horizon, we willen staan, we willen bekeken worden, met een stijve pik. en wat is er vergankelijker dan een stijve? een engel met een stijve?

de mens groter dan de horizon, is dat het verlangen?

een verlangen naar een zonder-woorden, een puur perspektief, in genadeloos licht? het in het genadeloos licht stellen van het gevoel. er moet éen licht zijn, want anders is het geen werk. het verklaren van het werk, het in dat ene licht stellen, het instantane, het zonder schaduw zijn.

de tijd als ruimte opstellen, openstellen; een menselijk perspektief. het kamer-perspektief als ruimte-beest; anatomie van de ruimte, gevangen in een stilstand, maar is deze stilstand géen tijd buiten de tijd, los van de tijd? wellicht het lossen van de tijd, het aflossen van de tijd, als een bewaker van de tijd. tijd wordt in de materie afgezet, haast ekstatisch of zelfs; eksistentieel? in de zin van de bron; buiten-zichzelf-staand, onderscheiden te zijn, in tijd én werk.

symbolen van vergankelijkheid; het samenvoegen van 2 afgescheiden delen; tijd en werk.

de tijd in het werk stellen, kan louter in ruimte.

de tijd in ruimte uitgedrukt? dat doen we in taal, maar dat doen we ook in beeld.

het verschil; het perspektief van de tijd in het beeld heeft een horizon, de taal heeft geen horizon, i.e. geen zichtbare horizon. de zichtbare horizon in het beeld, met zijn verdwijnpunten, markeert zichzelf. in de taal verliest de mens zich in uitleg, hij wordt uitgelegd. in het beeld verliest de mens zich in de materie, in de kleuren. de lijnen lijken taal, i.e. uitleg, de kleuren lijken beeld.

horizonomkeringen; dada en papa. de horizon deelt het werk op, eenvoud wordt tweevoud; de tijd in het werk, deze horizon is de tijd; een verlangen van het nu, een verlangen tot het nu.

een teken, Ein Zeichen sind wir, deutungslos, een teken is de mens, zonder dat het Teken te duiden valt, want Schmerzlos sind wir und haben fast /Die Sprache in der Fremde verloren. zonder lijden geen kontakt met het licht, het genadeloze licht, de instantane bliksem. éenmalig. in herinnering niet te bewaren, in de herinnering wordt het een farce, een verhaal zonder angst, want de afloop, de verlossing is bekend.

we moeten naar de aflossing toe, het telkens weer aflossen, het lossen van de tijd; louter in herhaling, herhaling, buiten alle begrippen van het verstand, allereerst tijd en ruimte, is dat éenmalige in de herhaling van het zelf als de tijd-zelf het zich afzetten in het werk.

in deze wereld van de schilderkunst en het zelf komt de aarde tot stand, niet als onderworpen, maar als behouden, bewaakt, afgelost door het werk zelf. niet omgevormd, niet als een bewerkt-iets, zonder het onbewerkte faalt een werk.

“IK” “BEN” “DOM”, N E U K E N; leg míj dát uit, jij die je ogen verliest, om iets vast te stellen, de ogen zélf; je stelt ze op, je zet ze neer in NEUKEN, je verliest je ogen in het uitleggen.

S E X, leg míj dát uit, jij die je ogen verliest, om iets trillends vast te stellen; je stelt de ogen zélf op de horizon op en laat de klinker, de klank, vallen.

het hart, de vleugels, de eeuwige ogen. de pik. lijkt alles geschilderd alsof het doorboringen zijn? van de wereld van de schilderkunst én van het zelf? simultane doorboringen. in het werk is de eis dat er geen tijd is, in de zin van dat gelijktijdigheid de eis moet zijn. rembrandt kijkt evenzeer mee, als de maker naar rembrandt kijkt. de tijd kan alleen in gelijktijdigheid stilstaan en dit zet lijnen uit; de perspektivische lijnen —het ruimte- of kamerbeest en de horizon— tegenover de draden uit de ogen, wankele poten, trillende verbindingen.

er is zeker altijd dynamiek, een dooddoener. fluktuatie van delen; 2voudig met 1 kruis, pure spiegelingen van frontkleuren. dynamiek, dunamis is kracht en macht. latijns overgezet werd het potentie, mogelijkheid, innerlijke mogelijkheid; vermogen. zonder beweging, zelfs in de stilstand van een werk, komt deze dynamiek niet te voorschijn. de beweging is in een werk: reproduktie van het groffe, het banale zelf, een schematische reproduktie van de schilderkunst.

ik durf het woord dialoog niet te gebruiken, tenzij we dia als uiteen, dwars doorheen bronnen en durven over te zetten naar doorboring, en logos als verzamelen én uiteenleggen.

een kleur, die niets anders dan zichzelf dient, doorboort de blik. de toeschouwer wil verzamelen, het werk met zijn ogen verzamelen, in zich opnemen, en verzet zich tegen de doorboring.

deze weerstand is futiel.. de blik wordt doorboord, terwijl de ogen verzamelen. is dit de macht? de dynamiek?

men moet durven kijken, zonder men te zijn, zonder symbool te zijn; wat overblijft is het vergankelijke zelf.

NOTEN

Ein zeichen sind wir.. friedrich hölderlin. uit een ontwerp voor mnemosyne. o.a. te vinden in sämtliche gedichte, pag. 1033. deutscher klassiker verlag. de versies zijn ook op internet te vinden.

entzweiung, g.w.f. hegel.

afval van de werkelijkheid, sigmund freud.

rubBEing–WRECK CONTROL–

 

Font cover of 4pp folded booklet

 

 

For Bob Cobbing in the Snow —rubBEings with xerox transfer–

s het heerlijk om truukje te zijn voor e
en tekst is dat wel het einde: er zijn er altijd zijn alleen
maar als tekst en ook dan nog eens als tekst gewaarde
erd te worden hoe lang heeft Tekst er wel niet over ge
daan om eindelijk dit stadium te kunnen mogen berei
ken o heerlijk toch fantastisch na al die eeuwen van ge
bazel eindelijk tekst te kunnen zijnTekst gewoon Tekst
niet meer dan dat en wit en rein o wat fijn wat fijn. Zijn.