Categorieën
beeld erger tekst

Hồ Xuân Hương

Hồ Xuân Hương
Zeven gedichten

 

         Vruchtgebruik


mijn lijf een bungelende nangkavrucht
sappig vlees, de stugge huid geeft licht
mocht het u behagen, open me met kracht
niet te zachtzinnig, dat geaai zal slechts
uw ving’ren bezoedelen met mijn vocht

 

 

         Waaierzin

 

één oog diep genoeg voor willekeurig welke roe
lonkt u van eeuwen her vrijelijk warm welkom toe
vouw mij uit tot driehoek, er is onvoldoende huid
sluit mij aan beide zijden, is er weer te veel vlees, en hoe!

aan mij om dampende helden af te koelen waar zij staan
de kop van een heer af te schermen bij stromende orkaan
achter de bedgordijnen vragen we hem op z’n tederst
met al dat hijgen, hijgen in deez’ hitte, bent u voldaan?

 

 

        Schone slaapster

 

zoele zomerbries strijkt langs als nooit geweest
deez’ jonge vrouw vlijt zich in haar dromenfeest
haar haarkam losjes in heur lokken hangt
de roze doek glijdt geurig van haar lome leest

op hemelheuvels wenst dauw nog goud te schrijven
in de feeërieke beek schijnt de wilde stroom gestild
– bij die aanblik aarzelt de heer een warrig wijlen
ongemakkelijk, zou hij weeromstuits verstijven?

    

 

Jeugd

 

dauwdroppels bevochtigen haar rozige wangen
hij toont zijn manlijkheid bij smachtend maanlicht
zij streelt haar geslacht voor heuvelen en stromen
zelfs de eeuwenoude keien geven zich gewonnen
oordeel ons niet, ook mensen genieten hun jeugd

 

 

       Drievoudige kloof

 

een kloof, een kloof, en nóg zo’n kloof
wie dit schouwspel gutste zij geloofd
spookgrot met haar welige gewelf
rijk begroeide rotsen – wier bedekt haar alkoof

een straffe wind steekt op, verschrikt de dennentakken
droppels dralen aan de wilgenblaren, de bevend blakke
– gij deugdzame, vrome ziel, wie waagde nooit
week in de knieën, onstandvastig, in haar af te zakken?

 

 

         Nachtwerk

 

kous omhooggedraaid, de kamer gloeit al zacht
moeiteloos het weefwerk de lange lange nacht
voeten brengen diepte tot leven uit alle macht
bedreven vliegt de schietspoel in en uit
ruim of smal, groot of klein, het past altijd
lang of kort, het glijdt zo makkelijk zat
meisjes die het vatten voeren hem al nat

 

 

       Drijvende lekkernij

 

blank en rond mijn vormen, vrij van schroom
rijzen en verzinken ze als bergen in de stroom
kneed me hoe u wilt, ruw voor mijn part
– ik koester, voed mijn hart, een kersendroom

 

*

 

 

Hồ Xuân Hương is een legendarische Vietnamese dichteres, geboren ergens tussen 1775 en 1780 en gestorven in de jaren twintig van de negentiende eeuw. Aangezien haar complete oeuvre, 139 gedichten op de kop af, pas zeventig jaar na haar dood werd gepubliceerd, is veel ervan mondeling overgeleverd. Dit zijn bewerkingen van vertalingen uit de tweede hand.

 

ill. Đèo Ba Dội (Drievoudige kloof)

 

 

 

 

Categorieën
beeld tekst

aarzeling I, VII en mijn volledige autobiografie

I

tussen uiterst a en uiterst b
beweegt zich onze weg;
schroeiijzer, vlammenadem
brandt de tegenstelling weg
tussen dag en nacht.
het lichaam zegt ‘dood’,
het hart ‘berouw’
maar als het dat is, wat
is dan mijn vreugde ?

slapkens naar Vacillation I van W.B. Yeats:

I
BETWEEN extremities
Man runs his course;
A brand, or flaming breath.
Comes to destroy
All those antinomies
Of day and night;
The body calls it death,
The heart remorse.
But if these be right
What is joy?

vannacht zat ik in een camionette achterin, het was zo’n oud volkswagenbusje zoals  mijn vader er een had waar hij achterin voor mijn zus en mij een demonteerbare zetel  had gemaakt omdat het ook moest dienen om een orgel van een half ton te vervoeren maar ik kon wel niet zien wie er reed want ik had enkel oog voor de weg het was donker en we reden veel te snel alles begon te daveren en ik zag heel duidelijk dit komt niet goed stopt ne keer jong wat doet ge toch en de weg begon zich te splitsen ook in één deel kassei vanwaar het immense daveren ook want zo’n vw-busje veel vering had dat niet en we gingen sowieso veel te snel en een ander deel gewoon zandweg en ik ging voorover leunen om te helpen zien waar we naartoe moesten en toen veranderde de ruit van het busje in een raam in een kamer dat plots opengebeukt wordt door de storm buiten, het was nacht ook daar in de kamer  maar dat kon niet dat ik in die kamer was dus ik moest maar ’s wakker worden dacht ik en we hebben gewoon schrik voor het onbekende ook en de dood stelt niks voor maar hoe kon ik wakker worden en ik greep naast mij want daar moest het nachttafeltje staan met mijn bril op en wat een gedoe toch zo’n nachtmerrie en toen ik nog dronk was het veel spannender en tenminste echt gruwelijk dit is waterkak seffens val ik nog helemaal zonder angsten ook  en wat dan en toen was ik wakker en ik zag dat het nog maar 2 uur was en toen was ik keiblij en ik wou iedereen zeggen dat er geen reden was om zoveel schrik te hebben maar ja zoiets zeg je gewoon niet è wat moeten al die mensen wel niet denken maar dat beeld in die camionette en de overgang naar het raam dat had wel iets ja en is het nu een afbraak dat nachtmerriedenken neurologisch gezien pure destructie van obstakels van haal die shit hier ’s weg of toch ook een opbouw of een afbraak-in-opbouw en heel die shit van yeats dat klopt toch ook van geen kanten tegenstellingen wtf hoe basic dualistisch kunt ge zijn kasseien of zand dat buske reed gewoon te snel het gaat niet om de dingen maar om wat ge erdoor jaagt en hoe en wat dat is is niet iets maar gewoon wat er gebeurt enfin soit ik heb nog wat zever verkocht op facebook en ik ben terug in slaap gevallen en vlam door mijn wekker geslapen dedju holografisch als ge het werk van een dichter leest als een hologram dus dat ge alle info mee hebt zelfs al is alles danig gecomprimeerd tot een klein prutstekstje waardoor ge wel heel de beweging mee hebt en licht è gewoon het licht hoe simpel wilt ge het…

 

aarzeling IV
aarzeling V
aarzeling VI

 

 

VII

zij: zoek het echte, laat de schijn der dingen
hij: een zanger zijn en zonder woorden zingen?
zij: klagen als isajah, wat wil je meer?
hij: stom verslagen door de eenvoud van het vuur!
zij: zie het branden daarin loopt het waarheidsuur!
ij: laat het komen en zit zo niet uw zelf te zomen!

 

vrij naar Vacilation VII van W.B. Yeats

VII
- {The Soul}.  Seek out reality, leave things that seem.
- {The Heart.} What, be a singer born and lack a theme?
- {The Soul.} Isaiah's coal, what more can man desire?
- {The Heart.} Struck dumb in the simplicity of fire!
- {The Soul.} Look on that fire, salvation walks within.
- {The Heart.} What theme had Homer but original sin?