Auteur: Harmen Verbrugge

in een verlichte wereld


De bekende wereld is een verlichte wereld en in een verlichte wereld is geen plaats voor duisternis. Vooruitgangsdrift drijft de verlichting voort terwijl het duister van de onbekende wereld terugdeinst voor het stralend licht. Teruggekropen in een donker hol maakt de duisternis zich klein en houdt zich stil. Hoe feller het licht hoe ondraaglijker het duister. Het samengeperste donker verdicht en wordt zwaar. Concentraties van duisternis worden peilloos diep en zwart. Er ontstaan zwaartepunten van opééngehoopte duisternis die niet meer luisteren naar de wetten van het licht en al het licht opzuigen en mee de diepte in sleuren.
Zo op het oog lijkt alles evenwel verlicht. Waar verschanst de duisternis zich dan? Waar anders dan in uzelf! Achter uw oog, dat alleen het verlichte ziet, heeft het dichte duister zich genesteld. Daar is het onzichtbaar buiten het bereik van uw blikveld. De duistenis waar het licht geen vat op heeft, ontsnapt aan het oog door zich erachter te verschuilen.
Het donker dat u zo zwaar belast, is bij u binnengedrongen toen u alles zonodig moest verlichten. Wanneer uw last u zwaar valt en u uzelf wilt verlichten, waar kunt u dan nog heen met al uw zwart dat het daglicht niet verdragen kan?
Uw duisternis is zwaar en afschuwelijk. Uw last is uw geheim en wanneer u de deksel wilt oplichten om donker uit te stralen zullen alle ogen u afschuwelijk vinden en wee uw gebeente mochten zij iets zien. Afstand nemen van duisternis bestaat niet waneer het donker niet bestaan mag. Iedere poging is dan ook een kwelling, een aanslag op uw geweten en een smet op uw schone schijn. Denk ook niet dat alsmaar meer licht deze duisternis kan verlichten, het zal haar slechts dieper maken en versterken tot uw hart ervan scheurt.
Verschrikkelijk is het een last te moeten torsen op een verlichte weg die u geen zicht geeft op uw duister. Op deze weg kunt u uwzelf slechts verblinden, u bent immers op weg naar het licht. Tenslotte valt er in al dat oogverblindend licht niets te onderscheiden. Dit intense licht werpt slechts zwarte sluiers over uw schaduwzijde en het donker zal alleen nog zwarter in u branden. Beter kunt u het verlichte pad verlaten, de ogen sluiten om ze te laten wennen aan het donker. Zo, nu kunt u uw duister waarnemen, de contouren worden langzaam duidelijk. Aan uw schaduwzijde is het koel en kalm, in dit donker kan het onbekende lichter ademen.

Heibel en Trammelant

Zij kondigen zich aan als eerstgedienden
‘Heibel en trammelant: “voor ieder nieuw begin”

Een angstknauw laat hen oudvertrouwd binnen
Wulps heupwiegend volgt Vernieuwzucht 
de Ambtenaar in hun slakkenspoor
Daar gaan we weer denk ik, en ja hoor!
Zij voeren hoog in hun vaandel:

De toekomst!

Heibel ziet grote veranderingen en
Trammelant zegt dat daar haast bij is
De ambtenaar beaamt dit , met schriftuur en wetten
Zij laten met trompetgeschal Vernieuwzucht
Van zijn beste kant klinken
Klanken zo weemakend die ik hoor

Ik sputter wat over nu geen ommezwaai aan mijn hoofd
Maak weloverwogen zwierende armbewegingen alsof ik dans
Trap onverwacht Heibel en Trammelant recht in het kruis
Mompel binnensmonds hier een koekje van eigen deeg, my dear
Hoor hoge piepstemmetjes kermen in koor
Harmen doet aan vernielzucht, hoor!

Voor Vernieuwzucht heb ik wat beters in petto
Ik ga naar de kelder en haal Traditie tevoorschijn
Leg hem alles kort uit; hij knikt vol begrip
Traditie weet dat dit zijn moment is
Is er helemaal klaar voor en top fit

Ik zal jullie vertellen hoe het afliep, Lieverds.
Wees bij de les:

Een ratrace zoals niemand ooit zag, beste mensen!

Witheet en onbehouwen als hij is
Vliegt Traditie Vernieuwzucht naar de strot
Vernieuwzucht schrikt zich helemaal het apeloetje
Met spastische kattensprongen stiefelt die er vandoor!

Op oudkrakende botten maar nog jong van geest
Dendert Traditie er achterheen
Zet Vernieuwzucht klem in de hoek
Van de doodlopende weg van Heibel en trammelant

Werpt zich met een snoekduik op Vernieuwzucht
Traditie is zijn ultieme gruwel! Vernieuwzucht spartelt tevergeefs
Knijpt zijn billen saam, krijgt acuut kippenvel
Voelt tussen zijn schouderbladen het koude zweet sijpelen

Vernieuwzucht krijgt een paar fikse beuken links en rechts
Traditie doet een pas naar achter
Ziet met tevredenheid wat hij aangericht heeft
Een dun rillend stroompje bloed verlaat de neus
Van Vernieuwzucht, ook veel tranend snot nu

Traditie is groter, de Dwarsligger is groter!
De grote Dwarsligger is groter, Traditie is groter!

Nu moet je boos worden, echt
Nu moeten jullie echt heel boos worden
Nu moet je echt heel boos worden
Jullie zijn immers onze gruwel!

Je lacht lachend een schaterlach!
Ja lach maar!

 

Kein Himmel zu hoch

Kein Himmel zu hoch

Het is de kater die het dolle lichaam terug zijn hok in stuurt
Iedere avond weer stijgt de geest jubelend op
Verheft zich klinkend boven alle mensen
En verlicht de waan als nooit tevoren

Diep in de nacht slaat de droom te pletter tegen de angst
In een oogwenk omcirkelt de duisternis zijn beven
Dwingt hem onbarmhartig op de knieën
De adem trilt, gilt en stokt, omdat hij moet zwijgen
En blaft wild de nacht aan flarden

De overgave van de waan, die ‘kein himmel zu hoch’ wou
Verwordt tot braaksel dat ‘zum kotzen’ is
De Duitse geest capituleert
En weet dat niets in de haak was

Alles leek te kunnen immers en iedere dag nog
Raast hij blind en tegen beter weten in
Als een zwerm ontembare bromvliegen
Hoog boven alle mensen uit

Tripolaire evening

Tripolaire evening

Vandaag kreeg ik het woord evening voor ogen en struikelde
benoemde wederom met terugwerkende kracht
het huiveringwekkend zwart van het heelal 
achter het hemelblauw dat Van Gogh zag in Arles
Eenmaal gezien kan de geest niet meer ontsnappen aan angst!

Verklaarde dat absint een plantje is
dat op mijn dak staat te woekeren
en mensen gek maakte in de
negentiende eeuw
Het verboden kruid dat groeit als onkruid ligt onvermoed
bij mijn Marokkaanse slager in de winter als winterthee

Zo komt onbekommerd het achtergebleven alsem van Franse kolonisatie
uitgezaaid in het zand van het verlaten strijdperk
via taalomwegen mijn keuken binnen zonder dat

iemand precies meer weet wat absint met van Gogh deed
iemand werkelijk het zwart ziet achter het hemelblauw
iemand
nog de herkomst kent van het Marokkaans bittere kruid

Dafne

Dafne

2 Volle dagen deed ik over 200 meter plinten afkitten
Vloer en muur kwamen zo na maanden werk eindelijk samen
Mijn rug is gebroken en voelt stram vandaag
Onder verwarmingsbuizen langs afkitten is lastig
Dat kost geduld, eindeloos veel geduld
Je moet dat allemaal op je hurken doen, babe
Zoals jij in je startblok lijkt vastgemetseld
Om er als een kogel uit los te breken

Maar op z’n Harmens gaat het niet zo snel hier, ja!
Onder verwarmingsbuizen langs afkitten is echt lastig
Dat kost geduld, eindeloos veel geduld.
Had ik al verteld hoe smerig ik er uit zie na al dat gekit?
Waar smeer jij je overtollige klodders?
Ik had vannacht spierpijn in mijn laatste kootje van mijn wijsvinger
Vanmorgen nog voelde hij gezwollen aan
Weinigen weten hoe belangrijk de plint is voor muur en vloer
Hoe die afgewerkt dient te worden

Plinten zijn parels voor de zwijnen, Dafne
Run baby, run

Sta stil bij de rivier of alles wordt een pot nat

Sta stil bij de rivier of alles wordt een pot nat

Ieder kunstwerk is een nieuw tijdsgewricht, een scharnierpunt in de tijd, dat het voorgaande en het komende van elkaar scheidt en weer verbindt. Serieuze kunst doorbreekt de stomme, onbeduidende rechtlijnigheid van de alsmaar voortschrijdende tijd, geeft haar souplesse en buigzaamheid, soms met een lichte knik dan weer met een forse knak. Serieuze kunst gebiedt de tijd stil te staan en biedt de mogelijkheid tot contemplatie, de gedachtestroom moet onderbroken worden met ijkpunten waarmee men zich kan verhouden.
De tijd is een rivier die voorbijglijdt. De rivier stroomt altijd naar het niemandsland, kalm en gestaag of, versnellend wild en bruusk met gevaarlijke draaikolken en onderstromen. Zij is ten alle tijden indrukwekkend. Soms doet zij ons dobberend mijmeren, dan weer weet zij ons hevig te beroeren. De rivier is een gedachtestroom: sta stil bij deze rivier of alles wordt één pot nat.
Bezie haar van de kant; zie de rivier en zie hen die zich laten meesleuren in haar maalstroom, want de meeste van ons wensen slechts onderdeel te zijn van de rivier. Zij gaan plompverloren te water, denken zich te kunnen laven of zich aan haar over te geven, denken dat meegaan met de stroom verlichting brengt en verfrist. Zij dompelen zich onder, wagen zich in het diepe, zij spatten elkaar nat onder het slaken van vreugdekreetjes en prijzen de superieure rivier, haar waterkwaliteit en temperatuur, om uiteindelijk kopje onder te gaan in de eeuwigheid. Zij willen één worden met de rivier, maar die maalt daar niet om. Mijn advies is: houdt u zich bij pootje baden! Ga in ieder geval nooit verder dan uw middel de rivier in. Beter nog, houdt gepaste afstand; dat geeft overzicht en inzicht.
Geeft uw ogen de kost en weet dat indrukken uitgedrukt moeten worden om niet alles onopgemerkt voorbij te laten gaan. Indrukken zijn er immers niet om te onderdrukken en weet ook dat in verlichte tijden – wij leven in een hel overgoten verlichte tijd, waar alles schijnbaar zonneklaar is – de duisternis zich alleen maar klein houdt en zich balt in zijn donker hol. Vrees daarom de critische massa van de duisternis; onderdrukking van indrukken betekent gevaar. Weet dat onder het sprankelend, licht tintelende oppervlak van de rivier de duisternis heerst. Weet dat, hoe meer mensen zich overgeven aan de rivier, hoe woester de kolkende massa wordt. Het feestgedruis in de rivier is slechts schijn. Weet dat alles begint met een vraagteken; waar zijn de vraagtekens gebleven?
Nu iets wat me werkelijk dwars zit: weet u, er is nu sprake van een verregaande debilisering. De kleine geesten, voor wie het zeker weten lijkt te zijn uitgevonden, ridiculiseren de grote geesten. De grote geesten, met hun weifelend, alomvattend onzeker weten, die de beschaving denken te vertegenwoordigen, worden nu door de kleine geesten in de maling genomen zonder dat ze het door hebben. Als het aan de kleine geesten ligt, en zover is het al, kunnen de hoge geesten hoog of laag springen: zij gaan hoedanook vroeg of laat de boom in.
Hoe uitdrukkelijk moet je zijn tegen hen die van indrukken aan elkaar hangen? In stabiele tijden worden indrukken uitgedrukt. We leven echter in andere tijden; de tijd is nu vol, hectisch en complex en overladen, voor ieder zwaar. De tijd dringt zich op en éénieder verdrinkt in de tijd. De rivier is inmiddels aangezwollen tot een niets ontziende modderstroom. En, wie wenst er meegesleurd te worden in een modderstroom?

Fra Angelico

 

‘Het goud van Fra Angelico’;  100x70cm olieverf op museumkarton

Fra Angelico

Ik heb 10 foto’s gemaakt vandaag
van mijn werk in ontwikkeling
Ik ben 50tig nu, een oude kunstenaar
mijn lichaam zit vol cadmium en lood
en mijn longen ademen sigaren
Vandaag doopte ik mijn handen voor de miljoenste keer
100 keer in terpentine
en waste ze grondig met zeep
Er gebeurde veel vandaag:
vanmorgen vroeg namelijk rond 10 uur
werd er aangebeld toen ik mijn koffiebonen maalde.
Aan de deur stond een vriendelijke Antilliaan
die mijn bestelling van Gerstaecker bracht
een doos vol, 400 euro aan toekomstverf
‘Dat is mijn verf ‘ zei ik.
‘ Man, het is zwaar’ zei hij
Mijn moeder belde me een minuut later,
ik zat nog maar net aan de lauwe koffie
en ze vertelde me
dat ze het niet meer ziet zitten
Ik moest vooral enorm hoesten
omdat ik een kriebelhoest had
Mijn mama meet nog maar 1 meter 40
en weegt niet meer dan 45 kilo en duldt geen tegenspraak
Ze zat weer aan de schijterij
– poep en luiers- met 90- tig jaar rugpijn
Veel Helrood en Helgeel,
Van elk 10 tubes a 200 ml
en Himmelblau en aardtinten
van Dijckbruin tot sapgroen
Ik was goddomme Heloranje vergeten te bestellen!
Gelukkig had ik nog een tube: wat is een mens zonder heloranje!
Wanneer ik mijn vrouw probeer te vertellen dat ik een Fra Angelico heb gemaakt moet ik huilen
Fra Angelico, Fra Angelico, Fra Angelico
Ik kan zijn naam niet zeggen
Maar wel schrijven zonder traan

onthoud goed: facebook is a tool not a massage

foto van Harmen Verbrugge.
‘Vlaardingen’; 50x60cm; olieverf op doek

Onthoud goed: facebook is a tool not a massage

Vanmorgen vroeg ging mijn vrouw
Naar het RIJKS MUSEUM
Toen zij vertrok dacht ik al
Ik schilder ‘s morgens het trapgat
En doe ‘s middags de badkamer

12 Uur was ik klaar en dacht
na twee boterhammen
met Langres stinkkaas
Wat leer je nu van lakken, Harmen
( jeuh!)
Je zet altijd alles in hoogglans: JA
Lak is uitroepteken in verf: JA
Zet dat dan minstens in perspectief
voor de mensen: JA

een beetje hier een beetje daar
is allemaal heel abstract voor
ieder die het trapgat niet snapt

Na 4 uur kwasten was het vijf uur
en moest ik de keuken in omdat
er ook gegeten moet worden
wanneer de vrouw thuis komt
Uit het RIJKS MUSEUM

Ik was één keer in het Rijksmuseum
Toen was ik zeven jaar
Toen heb ik alles gezien
Vanmorgen vroeg ik mijn vrouw
wat foto’s te schieten van
Bethsabé zeker vroeg ze
ja  graag van die zei ik

Een hele RODE KOOL is een pan vol
bedacht ik me net; maar invriezen
lukt niet met een halve RODE KOOL

NB: wanneer je je gehaktballen draait
leg ze dan nog even in de ijskast,
dan bakken ze daarna mooi rond

Pleebezwerend

 

Portret van een verloren schilderij (naar Bacon’s van Gogh); 110x82cm, olie op karton

Pleebezwerend

Ja, plee maar, pleeëriken!
Toe, plee maar, pleeëriken!
Dat ze pleeën pleeën, dat ze plakkerig flakkeren
toe, plee maar plakkerig!
Ja, die pleeërige pleeanalen, die plopperige pleekanalen!
Ja, ontplee ontplakkerig, plee van pleegelegen plakkertjes!
Pleeanaler pleeanaler!
Verplee, plakkertjes, omplee plakkertjes!
pleekelingen, plakkelingen.
Ja, plee maar, plakkerikken!
Toe, plee maar, plakkers!

Er broeit een gedicht in mijn hoofd, dood hoofd dood hoofd

      Er broeit een gedicht in mijn hoofd' & dood hoofd

soepzooi

      Soepzooi - harmen verbrugge

woordenwoorden

      woordenwoorden - harmen verbrugge

 

woordenwoorden

woordenwoorden

Koelbloedig staat bij mij gelijk aan heetgebakerd
Heetgebakerd staat bij mij gelijk aan afbladderen
Afbladderen met 2 d’s noem ik 9
en dat mijn 9 altijd wil neuken met een 6

Als het hoofd goed gevuld is,
dus bijna vol,
dan moet er gepoept worden
Woordenwoorden wel te verstaan,
soms zinnenzinnen, lange dunne zinnenzinnen

Neuken is dan niet genoeg,
de 9 wil altijd neuken met een 6

Maar liefste: ‘Woorden poepen moet ook!’

Eerst komt dan: consulaatambtenaar, een lekkere dikke
Dan: locomotief met katapult, ook lekker dik
Dunne zoölogie, niet zo dik
Maar ook kleine woordpoep zoals papa en mama en kunst!

Om te eindigen met: haarinplant, platenbon, kassabon, boekenbon
En tenslotte: omslagweer in donderslagsaus!