Over dichters moeten we dichten als zijn zij geldwolven en taalrovers!

Dan liggen mijn woorden al in het donker

Vanmorgen vroeg droomde ik zo:

Mijn mond nog half in het duister

Ik dacht aldaar in mijn bed

ik doop mijn tong in ochtendinkt

Zwarter dan zwart

En munt mijn prangende ziel

In scherpenzeel

al zo wakend vroeg ik:

Schrijven dichters de hele dag door gedichten?

Nee zei ik, Chrêtièn doet dat niet

Die bakt ‘s avonds vette kroketten

Eet zich overdag rond aan roomboterkoekjes

Weet niet hoe een cartouche te vouwen

Maar is Vader van o zo lieve winkeldochters

  •  
  • 26
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  

2 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *