De bekende wereld is een verlichte wereld en in een verlichte wereld is geen plaats voor duisternis. Vooruitgangsdrift drijft de verlichting voort terwijl het duister van de onbekende wereld terugdeinst voor het stralend licht. Teruggekropen in een donker hol maakt de duisternis zich klein en houdt zich stil. Hoe feller het licht hoe ondraaglijker het duister. Het samengeperste donker verdicht en wordt zwaar. Concentraties van duisternis worden peilloos diep en zwart. Er ontstaan zwaartepunten van opééngehoopte duisternis die niet meer luisteren naar de wetten van het licht en al het licht opzuigen en mee de diepte in sleuren.
Zo op het oog lijkt alles evenwel verlicht. Waar verschanst de duisternis zich dan? Waar anders dan in uzelf! Achter uw oog, dat alleen het verlichte ziet, heeft het dichte duister zich genesteld. Daar is het onzichtbaar buiten het bereik van uw blikveld. De duistenis waar het licht geen vat op heeft, ontsnapt aan het oog door zich erachter te verschuilen.
Het donker dat u zo zwaar belast, is bij u binnengedrongen toen u alles zonodig moest verlichten. Wanneer uw last u zwaar valt en u uzelf wilt verlichten, waar kunt u dan nog heen met al uw zwart dat het daglicht niet verdragen kan?
Uw duisternis is zwaar en afschuwelijk. Uw last is uw geheim en wanneer u de deksel wilt oplichten om donker uit te stralen zullen alle ogen u afschuwelijk vinden en wee uw gebeente mochten zij iets zien. Afstand nemen van duisternis bestaat niet waneer het donker niet bestaan mag. Iedere poging is dan ook een kwelling, een aanslag op uw geweten en een smet op uw schone schijn. Denk ook niet dat alsmaar meer licht deze duisternis kan verlichten, het zal haar slechts dieper maken en versterken tot uw hart ervan scheurt.
Verschrikkelijk is het een last te moeten torsen op een verlichte weg die u geen zicht geeft op uw duister. Op deze weg kunt u uwzelf slechts verblinden, u bent immers op weg naar het licht. Tenslotte valt er in al dat oogverblindend licht niets te onderscheiden. Dit intense licht werpt slechts zwarte sluiers over uw schaduwzijde en het donker zal alleen nog zwarter in u branden. Beter kunt u het verlichte pad verlaten, de ogen sluiten om ze te laten wennen aan het donker. Zo, nu kunt u uw duister waarnemen, de contouren worden langzaam duidelijk. Aan uw schaduwzijde is het koel en kalm, in dit donker kan het onbekende lichter ademen.

  •  
  • 186
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *