Twee meeuwen

Boven de Maas op de noordkop van de Maastunnel
Vliegen twee jonge meeuwen in de storm
De wolken zijn 
leeggezogen de lucht kristalhelder
Blauw en s
tervenskoud tinkelt mijn oor

Ademloos volg ik hun luchtballet in de oostenwind
ersnellend in de maalstroom boven de rivier  
Om te keren waar de stad eindigt en het water zich verbreedt
Zij spelen een spel met de wind mijn kind
Het zijn broers denk ik, of broer en zus misschien

De hardheid van het stuitende zonlicht op het water

Het voortjakkerend winterblauw doet me tranen
Terwijl ik de twee meeuwen probeer te volgen.

Keer op keer pakken ze tegelijk de wind vol en sjezen
In volle vaart terug om weer tegen de wind op te gaan
Ze krijsen als kinderen  blij die van hun glijbaan roetsjen
Hoge vliegkunst in een alsmaar aanwakkerende storm.

Zijn er slecht vliegende meeuwen, vraag ik mijn vrouw?
De één is beter dan de ander zegt ze
Maar meeuwen vliegen allemaal heel goed.

  •  
  • 15
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *