Als ’k aan een brief van wie ik liefheb, smul,
verleng door kleine hapjes ik ’t onthaal:
mijn ogen likken zuinig iedre haal,
iedre misplaatste punt op, iedre krul;

met een gedachte aan mij, een glimlach, vul
ik ’t wit tussen twee letters, en ’k vertaal
een inktkladje als een half beschaamd signaal,
dat – als de pen – het hart vol was en gul.

Zo lees ’k, als voor een hele nacht de zon
verreist, aandachtig langs de horizon
zijn afscheidsgroet in gouden hiëroglief;

en ’k voel verwaarloosd me en teleurgesteld,
als ’k niet, letter na letter, heb gespeld,
voordat ’k naar bed toe ga, een zonnebrief.

 

 

J.A. dèr Mouw (1863-1919)

 

 

 

 

ill. Jet Nijkamp

 

 

 

 

 

 

  •  
  • 5
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  

Adriaan Krabbendam (Tunis, 1955) is antiquary, profound sleeper, doctor of the unknown, coachman of relations between the chthonic and the restricted human role in disasters, beachcomber laureate, firm simpleton, now and at the hour of our death, factotum of cities and landscapes, world without end

Eén reactie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *