Tag: Nietzsche

Gisternacht toen alles sliep

 

Het geheimzinnige vaartuig

 

Gisternacht toen alles sliep,
amper wind met afgemeten
zuchtjes door de straten liep
en mijn slaap het af liet weten,
hielp geen pil, noch wat ons diep
slapen laat: een goed geweten.

*

Zonder de gewenste slaap,
liep ik eindelijk naar het strand,
zag, onder een milde maan,
man en schuit op ’t warme zand,
slaperig beide, herder, schaap:
slaperig stak de schuit van land.

*

Wel een uur lang, leek het mij
(of een maand, een jaar, om ’t even!)
dat mijn denken ’t had begeven
’t werd een grote grijze brij,
’k werd een afgrond in gedreven,
bodemloos – toen was ’t voorbij.

*

Ochtend – op het diepe donker
van de afgrond, welbehoed,
lag een vaartuig. Alom klonk er:
Wat was loos? Wat zag je? Bloed? –
Het bleef stil! Wij sliepen, sliepen
allen ach zo goed, zo goed!

 

 

Friedrich Nietzsche

vert. Ard Posthuma

 

met dank aan Wim Noordhoek