“Hier is mijn huid.  Haak maar vast, maak er een handwerkje van.
Weldra vlieg ik er toch uit en de pijn zit in het woord van een ander”.

Je spijkerde het op de stilte als een kunstig vlechtwerkje. Ik zie nog in slomo het neerkomen van de hamer.

Alsof de woorden en hun betekenissen jou vanzelfsprekend toekwamen. Alsof je een bedreven meesteres van het stroeve genieten was, een noodlottig bedroefde die slechts het sterven, de bevrediging van de drang naar bederf wil aanwijzen als de enige, ware weg naar het nirwana. Alsof er met die woorden van je iets te vertellen viel. Alsof jij überhaupt iets te vertellen had.

Maar een vingertopje van je hand, een spiertje aan je mondhoek sloeg snel uit naar het meer bekende terrein.  Het Behoefteplein waar je te handenwringen staat en luchtig te lachen van “neem mij, maar neem mij alsjeblief niet te serieus”.

De rechte ladder naar het zenit van het humane wankelt steevast tussen A en B.  De rest van het alfabet is niet aan de orde, het zenit zie je enkel steil omhoog.
De waarheid glipt er ergens tussenin, ze kronkelt als een druppel de snelste weg af. De waarheid is een gladde slang die glijden wil, de diepe vijver in. Het ongeziene van de waarheid is haar habitat.

Het is de lust die het overal donderen doet, het licht van de woorden dat kenden we al. De duiven zitten op dit uur stijf van de angst naar de ledlampen te turen. Het raam zet ik maar open best, zodat de onweerswind onze verschaalde kamerlucht kan komen opsnuiven. De nacht raamkoost.

Aha, ze lacht.

Ja, schat, we hebben een heden. het is gelukt!
Wacht lang genoeg, zo stond het in je hart gegrift, dat altijd voor het grijpen lag.
Maar dit heden is echt! Het staat en spant en zingt. Zo had je het vast niet gedacht.

Kom, wonderlijke dame, tijd hebben we nooit genoeg, prik je strenge oog met je tranenmoraal dus ploef aan die cactus op de vensterbank, hang je muffe ondergoed over de flitsende schermen, ik zal je vlug bij die befaamde ander van je sissend op de lippen zetten. Letter per letter tot je met de letters samenvalt. Het verhaal zal ik als stroop uit je glazige adem persen, de personages die we waren uit de plooien duwen van de lege vlakte die we ondertussen in de leegte maakten.

Ik weet het, je wil nog een bootje zijn, zwalpend op het natte vlak van je wensdromen, maar ik duw je af tot in het niets van de volledige tegenspraak.

 

Ze neemt haar lach terug, legt het als een leeg schelpje bij haar woord.

Inderdaad, je weigerde zelfs dat. “Neen: jouw huid is een haak en van die vissen in je aders vliegt er niet één”.

Ik hou het de duisternis voor als een vaandel van marmer.

 

  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  

Dirk es un poeta y artista plástico belga. Vive en Tienen, y tiene 56 años. Está ya calvo como me, delgado y bastante alto. Es un poeta muy inspirador, y organizado festivales por “la lirica libre”. Él solamente publicar poesía en Internet, no en libros de papel, no tiene una empresa editora. Está muy activo en Internet, tiene varios sitios y blogs. Además ofrece la oportunidad a otros poetas por publicar en son blogs, llama “el seguito código”.

3 reacties

  1. Adembenemend en behoorlijk juist geschreven. De hele tijd dat ik dit las wou ik niet eens weten wie dit geschreven heeft en nu ik het weet, zou ik het eigenlijk niet willen weten, zo ver zweven deze woorden boven elke schrijver uit

  2. Irem Kaneli zegt:

    A fish and a bird could inhabit the same space..like the word and the image..always other but together in a hyper-space in the middle of nowhere, fostering birth and decay with anticipation.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.