1.       De barbaar is altijd een mens

voor hij toeslaat.

Laat hem toeslaan

op rabarber, desnoods

op een rubberboom.

Toch niet op een ander.

 

Toch slaat hij vooral toe

op een ander.

Zijn hoofd is op hol

geslagen, zijn hoofd is hol,

 

recht uit de hel

waar de duivel hem

inblaast en uitraast.

 

 

2.       Naast de mens de kameel

staat netjes in geel.

Ver daarboven het blauw,

waarnaar we reiken zo gauw

 

we kunnen,

het ons gunnen.

 

Het is al kommer en zand

dat in het kader spant.

We springen er niet uit,

we springen er gewoon in.

1.       Le barbare est d’abord humain

avant qu’il ne frappe.

Laisse-le frapper la rhubarbe,

l’arbre à caoutchouc

s’il le faut.

Mais pas autrui.

 

Et voilà qu’il frappe

surtout autrui.

Il a la tête au galop,

la tête creusée,

 

venant droit de l’enfer,

où le diable expire

et l’inspire.

 

 

2.       À côté de l’homme, voici le chameau,

au jaune loin de l’eau.

Le bleu les surplombe,

avant de creuser notre tombe

 

dans le sable

du diable.

 

Il n’y a pas que souci

suspendu dans ce cadre-ci.

On n’y sort pas,

on y fait un saut.

 

  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  

Marc Tiefenthal

Pom Wolf op pomgedichten.nl: "als de tief niet aan een wedstrijd meedoet schrijft hij ineens in helder kristal. niet dat we weten waarover hij precies schrijft. maar het zonder betekenis zijn is goed te volgen. tiefenthal is dada". Marc Tiefenthal is een eigengereide, bijwijlen cryptische en vaak cyclische dichter. Daarnaast vertaalt hij dat het een lieve lust is. Zo vertaalt hij zijn eigen gedichten maar ook die van anderen. En romans

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *