Author: Jirke Poetijn

Als je droef bent – reprise

Als je droef bent, lach. Maak jezelf mooi en als iemand zegt dat dat niet nodig is, omdat jullie niets bijzonders gaan doen, zeg haar dan dat je je mooi maakt omdat je droef bent. Zeg sowieso hoe je je voelt. Lach erbij, maar zeg dat je droef bent, want het benoemen neemt iets van de emotie weg. Leg niet uit waarom je droef bent, hoe het kwam en wanneer en waar, want dat maakt het juist erger.

Draag glitter.

Drink. Begin met Desperados. Zeg dat je desperaat bent. Zeg ‘ja, want ik voel me zuur’, wanneer de barman vraagt of je er limoen in wil. Drink bier en het mixdrankje dat je in je handen gedrukt krijgt en liever niet had willen hebben, maar drink vooral veel bier. Luister naar muziek. Sluit je ogen en vergeet dat er andere mensen zijn. Open je ogen, dans met een vriendin en vergeet dat er andere mensen zijn dan jullie twee. Stel je aan. Wees luid. Maak obscene gebaren, doe dingen waar je je al tien jaar lang te oud voor voelt en vergeet dat er ook mensen aanwezig zijn die jou kennen.

Heb leuke gesprekken. Maak iemand boos. Probeer het goed te maken.

Koop chips bij een avondwinkel. Stop de chips in je tas.

Stel je voor aan een uitsmijter, vraag hem hoe je zijn naam moet spellen en ontvang een tegoedbon voor een gratis cocktail. Haal de cocktail. Drink de cocktail. Eet stiekem van de chips in je tas. Stap een haast lege dansvloer op. Dans wild. Bewonder de outfits van dansende mensen die veel jonger zijn dan jij. Wil ook een Kill Bill-pakje.

Val.

Ga naar een plek waar je vroeger vaak kwam. Maak je neus blauw met het krijt dat bij de pooltafel ligt. Luister wanneer je gezegd wordt dat je geen andere lichaamsdelen moet krijten, omdat iedereen je kan zien. Houd je T-shirt aan. Luister wanneer je gezegd wordt dat je het krijt niet mee naar huis mag nemen.

Volg degene die weet waar jullie heen moeten gaan. Dans hard. Dans hard met iemand die je niet kent. Dans alsof jullie het ingestudeerd hebben, maar maak soms een onhandige misstap. Lach. Vertrek zonder iets te zeggen.

Wil naar huis. Zoek je fiets. Verbaas je over de plek waar je je fiets vindt. Zeg dat je best naar huis kan fietsen. Zeg dat je echt naar huis kan fietsen. Zeg dat je zelf naar huis fietst. Zeg dat je een volwassen vrouw bent. Zeg dat het lief aangeboden is, maar dat je niet komt logeren. Zeg dat je je wel redt. Zeg dat je echt naar huis kan fietsen. Zeg dat je de zorgen waardeert, maar dat je nu naar huis fietst.

Zeg dat je belt zodra je thuis bent.

Fiets naar huis. Ga in bed liggen. Bel om te zeggen dat je veilig aangekomen bent.

Huil.


Als je droef bent is een beetje herschreven en verscheen eerder elders.

Opstaan

Op het keukenplankje stond een mok waar de afbeelding verkeerd om op gedrukt stond. Ondersteboven. Statler en Waldorf hingen met hun hoofden naar beneden en ik begreep niet hoe dat kon. Het leek me stug dat een mok met zo’n misdruk in de winkel zou belanden. Misschien had iemand het speciaal voor hem laten maken. Was het een grap voor insiders. Ik luisterde naar voorbijrijdende auto’s. In een kamer verderop ging een wekkerradio af.

Hij werd wakker. In zijn slaap had hij lange grommen laten horen. Nu bewoog hij. Ik draaide me naar hem om.
‘Goedemorgen.’ Zijn stem klonk ver weg.
‘Goedemorgen.’
Hij had een vouw van zijn kussen over zijn linkerwang lopen en zijn ogen waren klein. Hij legde zijn arm over mijn middel. Mijn mond was droog. Ik boog mijn hoofd naar voren om niet richting zijn gezicht te ademen.

‘Hoe voel je je?’ vroeg hij.
‘Wel goed,’ zei ik. ‘Jij?’
‘Ik heb dorst. Wil je ook water?’
Hij liep naar het keukentje en vulde een blauwe Spa-fles. De rek was uit zijn boxershort. Ik keek de kamer rond en zag het raam.
‘Jezus, man. De gordijnen.’
‘Heb je last van het licht?’
Hij liep naar de gordijnen en sloot ze. De kleur van de kamer veranderde van geel naar lichtrood.
‘Dank je,’ zei ik, maar eigenlijk dacht ik aan hoe ik vannacht bovenop hem had gezeten. Aan hoe ik een vuist had gemaakt en op mijn gekromde wijsvinger had gebeten toen ik doorhad hoeveel geluid ik produceerde. Ik dacht aan hoe hij mijn hand toen had gepakt. ‘Niet stil zijn,’ had hij gezegd. ‘Ik wil je horen genieten.’ Ik dacht aan hoe ik mijn t-shirt en bh voor hem had uitgetrokken. Het enorme raam aan het hoofdeinde van zijn bed was me niet opgevallen.

Er zat een stuk wc-papier tussen mijn benen geklemd. Ik herinnerde me niet hoe het geëindigd was vannacht of hoe we waren gaan slapen.

Hij stapte in bed en gaf me de fles water. Het kostte me moeite om overeind te komen. Ik dronk een paar slokken, ging met mijn rug naar hem toe liggen en trok de deken over me heen. Er kwam een zure geur van mijn oksel. Hij kwam tegen me aanliggen en kuste mijn nek. Ik hield mijn armen tegen mijn lichaam gedrukt.

Ik heb eens een relatie met iemand gehad die graag filmpjes van uit de hand gelopen demonstraties keek. Als ik langskwam liet hij me zijn favorieten zien. Terwijl hij met beide handen mijn rug kriebelde, zag ik hoe Atari Teenage Riot speelde voor een publiek dat deels uit knuppelende ME’ers bestond. In tegenstelling tot wat je zou denken op basis van zijn voorkeur voor geweld, was hij een van de meest veilige vriendjes die ik ooit had gehad. Na zeven weken werd ik verliefd op iemand anders.

Hier stond een boekenkast.

Hij kreunde. Ik schoof wat dichter tegen hem aan en drukte mijn billen tegen zijn kruis. Hij reageerde niet. Ik heb nooit begrepen hoe mensen vast kunnen slapen als er een vreemde naast ze ligt.

De boeken in de onderste helft van zijn kast waren horizontaal gestapeld. Ik herkende ‘Eten, bidden, beminnen’. Hoe kies je het moment waarop je vertrekt? Ik stond op, trok mijn jurkje aan en ging naar de wc. Er lag stugge vloerbedekking op de gang en er was lang niet gezogen. Ik voelde hoe de viezigheid aan mijn voeten bleef hangen. Er kwam een huisgenoot langsgelopen. Hij groette me niet.

Ik probeerde me met water en wc-papier op te frissen. Vergeefs. Sommige geuren krijg je alleen weg met een goede douchebeurt. Het had hem kennelijk niet gestoord. Toen ik zijn kamer weer binnenkwam, was hij wakker en sloeg zijn deken voor me open. Ik haalde mijn handen over mijn voetzolen voordat ik bij hem ging liggen. De rommel die aan mijn voeten kleefde kwam met tikjes op het laminaat terecht.

Hij pakte me beet en trok me naar zich toe. Onze neuzen raakten elkaar bijna. Ik hield mijn adem zoveel mogelijk in.
‘Ik vond het leuk vannacht,’ zei hij, ‘maar je moet zo wel gaan. Ik heb maandag tentamens.’
Ik was haast vergeten hoe het was om te studeren.
‘Dat is goed,’ zei ik.
‘Ik heb geen ontbijt voor je. Sorry.’
‘Wat studeer je eigenlijk?’
‘Econometrie.’
Ik had geen studieboeken zien liggen en durfde niet te vragen of hij het meende.

‘Kom,’ zei hij en stond op. Hij opende zijn laptop en startte Spotify. Dire Straits.
‘Wat een volwassen keuze,’ zei ik.
‘Wat bedoel je daarmee?’
‘Niets.’

Ik zocht naar mijn kleding. Alles lag verspreid door de kamer. Zelfs mijn schoenen lagen niet bij elkaar in de buurt. Vlak naast het bed lag een roze hipster. Hij wees ernaar.
‘Je onderbroek.’
‘Dat is niet mijn onderbroek.’
Hij lachte erom.

‘Heb je veel tentamens?’ vroeg ik.
‘Een paar. Wat studeer jij eigenlijk?’
Vlak bij het keukentje zag ik mijn eigen onderbroek. Zwart en doorzichtig.
‘Ik heb hem al,’ zei ik.

Aan zijn deur hing een spiegel. Mijn mascara zat grotendeels onder mijn ogen. Ik maakte mijn vinger nat en probeerde het zwart zoveel mogelijk weg te vegen. Mijn haren waren vet. Ik haalde het elastiek los en maakte een nieuwe staart.

Hij zette zijn waterkoker aan.
‘Ik hoop niet dat je het erg vindt dat ik alleen thee voor mezelf zet,’ zei hij. ‘Ik moet echt meteen aan de slag.’
‘O. Joh.’
Ik trok mijn jas aan. Hij had een keukenkastje geopend en zocht naar thee. Er stonden minstens tien smaken om uit te kiezen.
‘Geen groene,’ zei hij tegen zichzelf. ‘Zoethout, misschien.’

Ik pakte mijn tas. ‘Ik ga,’ zei ik.
‘Wil je nog wat water?’ vroeg hij.
Hij wachtte mijn antwoord niet af, maar pakte de mok met Statler en Waldorf en vulde deze.
‘Drink op.’
De afbeelding bleek niet verkeerd op de mok gedrukt te staan. Pas toen ik het lauwe water opdronk, bedacht ik dat er mensen zijn die hun kopjes en mokken ondersteboven wegzetten. Tegen het stof.

‘Bedankt,’ zei ik. ‘Ik kom er zelf wel uit.’
‘Alsjeblieft,’ zei hij en gaf me een kus op mijn mond. ‘Tot snel.’