Enkele berichten over dichterlijke dichters

Enkele berichten over dichterlijke dichters

 

Dichterlijke dichters praten alom
toch tegenwoordig van geest in ouderwetse gorgeltaal
al dan niet in rijmende prietpraat samengevat
vol zwangere woorden
en dat alles in veel bedoelend rijm gezet.

Praten zij over drie peren die potenrammers smeren,
Friese dadels die helemaal kokosnoot zijn,
het enige wat ik u kan geven zijn harige rukwinden,
want de worm rekt zich en de worm strekt zich,
soms komt de omelet omhoog en soms komt de omelet niet omhoog.

Er was eens een man met drie haren
die hij kamde als kamgaren
op de hoek van de Van Beuningen –
en Van Limburg Stirumstraat.
Der Tod ist immer nur ein Meister aus Deutschland.

Ik droomde dat ik verdronk vannacht
een haai een bloedneus sloeg
omdat hij geen kleur bekende.
De verbeeltenis van de mens is een niche,
de verrichting van de man een knowhow,
de samenvatting een samenvatting van de vrouw,
Der Tod ist ein Meister aus Deutschland.

Vandaag kom ik maar niet toe aan serieuze arbeid, 
ik sta hardnekkig in sluimerstand,
daarbij heb ik last van mijn taalvertering,
van woorden die alsmaar zuur berispend blijven oprispen.

Weet je wat: ik ga straks mijn gedichten wel stofzuigen
maar eerst boodschappen doen denkend aan
venkel ovenschotels
met ham en kaas in bechamelsaus.
Der Tod warst schon immer ein Meister aus Deutschland.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.