schilder ons een kraterrand als horizon
waarop gedroogde vliegen sos’en morsen
voor ze zich in dom geluk naar binnen storten
in de vuurmond die alles gebiedt en laat
ons stuntelen struikelen bielzen zonder
ritme in het vacuüm van onze onmacht
als een kleine kolibrie in de ranzige schemerering
sluimeren, de wereld halfgrijs van onttovering
en de bomen alle bomen op sterk water hoor
hoe de golven op je gezicht in stukken breken
en in deze nonnenorde gaan we met kwasten
door de nacht, de sterren afgeplakt, de wereld
een onguur kaalhoofdig palet van gelooide
kleuren, we schilderen in ploegen de ergste

ellende, roken tussendoor de laatste
kinderen op om nog hun val te breken
wanneer de dode vissen waaieren over
het water als herftbladeren de stuipen
nog in hun vinnen rillen we over het oppervlak
waar de tijd blind giert van rusteloosheid
vangen we dikke vliegen om hun over het grote
niets te onderwijzen, robuust maakt ons dat en trots
vlechten we onze vingers in elkaar tot de botten
ervan kraken ja de opa’s zijn er weer met hun
regenboogachtige grote gebaren en vervlogen

  •  
  • 2
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  

In Nederland geboren vaag figuur woonachtig ergens in Berlijn of Zuid-Korea vanwaar hij tekstuele ellende de wereld in stuurt, tussen dewelke samenhang ver te zoeken. Tevens vader van Miru, goddelijke hoedster van dode zielen, geboren in het jaar des Heren 2013.

Eén reactie

  1. Marc Tiefenthal

    Inderdaad, ieder die dit leest en kriebels krijgt, zal dit bewerken; jij dus allicht ook, ooit. Zelf moet ik toegeven, al krijg ik vaak de neiging te schrappen, dat dit bij deze niet is gebeurd. Uiteraard is het te lang maar dat geeft dan weer niet. Enfin, ooit raak je er dus wel uit en ondertussen goed zo

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.