troebel bloed

I

ik wandelde door de oude stad
waar we vroeger schuilden
staat een monument van welwillendheid
ik sloeg een kruis en prevelde gebeden

onder het plaveisel lopen onze sporen
reukloos voor de herdershond
een woekering aan onderhuidse cellen
hij zoekt naar menselijke resten en vindt
verstoorde levens in de berm

daar sneden onze wegen en op die hoek
scheidden ze, we stierven vele malen en
wielen rolden verder
over de lange ijzeren brug
hielden nog voor het midden halt

 

II

ik neem het grote kind in mijn armen
zo zoet is ijs, zo zoet is suiker, stil maar
het is goed, we wiegen net als vroeger

ik ben een mond vol tanden
houd me stil voor de woeste hond
zing van woestijnrozen en wereldwonderen
schilder met natte wimpers
voor elke dag een blad op warhols kalender
bloemen druipen langs de wand

 

III

is de dag zwart of kleurt hij grijs
ik wil een linosnede maken
voor als ze wakker wordt
haar weke gezicht wassen
in gebrande sienna

eenmaal gemaskerd
voor als ze niet ontwaakt
wanneer duizend stemmen roepen en
we voor de muur staan met een schimmenlach
onze vingers krommen, nagels krassen

wat zal haar bevrijden
wie geeft het bitter leven bloed

 

  •  
  • 6
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *