1. Het klappen van de zweep,

uit de school van Frank Sinatra,

valt te laat uit, achterklap.

 

Ruis in het gewaad verstoort

de draagster raakt gebaad.

Straks komt ze geolied

naar je toe, my way.

 

De luifel van de bedoeïenentent ligt

slap neer voor de ingang,

nu ook de wind is gaan liggen.

 

2.

Ze lag daar maar wat fraai,

de benen uit elkaar,

de voeten naar het oosten.

 

Ach, man, als ik nu eens graai

in haar lange donkere haar,

zouden mijn ballen dan gaan boosten?

 

Haar buik, wanneer ik maai,

zo kaal, zo gebarsten, zo gaar,

kan mijn woede niet troosten.

 

Integendeel, in volle vuur ik laai,

geen wind kan met me aan de haal,

het waait niet, nee, het buldert,

ik kom, ik kom uit me af gebulderd.

 

(wordt vervolgd) 

  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  

Marc Tiefenthal

Pom Wolf op pomgedichten.nl: "als de tief niet aan een wedstrijd meedoet schrijft hij ineens in helder kristal. niet dat we weten waarover hij precies schrijft. maar het zonder betekenis zijn is goed te volgen. tiefenthal is dada". Marc Tiefenthal is een eigengereide, bijwijlen cryptische en vaak cyclische dichter. Daarnaast vertaalt hij dat het een lieve lust is. Zo vertaalt hij zijn eigen gedichten maar ook die van anderen. En romans

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *