Author: akim a.j. willems

Een boze ex noemde Akim A.J. Willems “een egocentrische ADHD’er & borderliner”. Zelf beweert hij “slechts fictie- & non-fictieschrijver, (podium)dichter, performer, ex-drummer, stand-up comedian op rust, autodidactisch kunstenaar, chronisch bibliofiel, organisator van de Vlaamse Dag van de Stadsdichter, hobby-uitgever & organisator van het mooiste poëziefestival van de Lage Landen (www.pidp.be) te zijn.

PLeE DOORGEEFPOST – ELKE 48 UUR GROEIT DEZE POST AAN met een andere AUTEUR, DATUM en INHOUD

 

 

 

 

 

 

———– VOORHEEN —————–

voor Menno Wigman ✝

‘n gedicht gemaakt voor de lol
 is even futiel als de hondedrol
 die onder je zolen kleeft

nog minder om het lijf te hebben
 en nodeloos naar die woorden kijken
 die als verdronken lijken

de betekenis verscheuren
 en wanstaltige dampen geuren
 omdat het geen bestaansrecht heeft

Andreas Maria Jacobs 1 februari 2018

elke vreemde heeft haar

elke vreemde heeft haar
emotieloos ding dat zichzelf achterliet bij koud licht bezeten

haar trage borsten
elk met hun eigen reden

haar gelaten buik
onder een mantel van neen

haar zuigende tong
haar krassende huid

mooier zag je nooit iemand
bloeden

DE WERKEN VAN HERAKLES; of: schalkse sonnetten over foefelen & flikflooien

L’EQUITATION
[kleine variatie op een Petrarciaans sonnet waarin onze held zich, gesteund door twee ervaren amazones, bekwaamt in de paardrijkunst]

Eurystheus schonk twee merries opdat ik,
koene held in dez’ historie mij in
paardrijden bekwamen kan. Niet te dik,
niet te dun zijn ze, helemaal naar mijn zin.

D’eerste, als ik op haar ronde kont tik,
bukt voorover, spreidt haar benen, glimlacht min-
zaam mij eens toe als ik met mijn heldenpik
haar poes doe grollen als was ’t een leeuwin.

D’ander’, wijl ze mij een tong draait, bestijgt
fluks mijn immer groeiend paardje; weldra
is ’t een stijgerende hengst. Ze zucht & hijgt

als ze zich al naaiend aan mij vast rijgt. Ja,
heeft ook vuile praatjes – ‘k wil niet dat ze zwijgt –
en draaft naar haar orgasme; ik draaf achterna.

LES PORTEURS DE CHAISE
[een Shakespeariaans sonnet waarin onze held, samen met zijn kamerheer, niet de draagstoel van de koningin, maar de koningin als draagstoel torst]

Majesteit! Regina! O, mijn koningin,
uw royale vulva spant als bij een kind,
drijft mijn burgerzin dusdanig d’hoogte in
dat mijn beukend lid weldra ’n klimax vindt.

Koningin! Regina! O, mijn majesteit,
licht zoals een pluimpje zweeft gij tussen ons.
Aan deze kant mijn penis, die u berijdt.
En ginds uw mond die zuigt gelijk een spons

aan mijn kamerheers lange, dikke strootje
terwijl hij ‘t, heupen wiegend, voor & achter,
langs uw lippen schuift. U verdraagt een stootje
en roept dus steeds “Harder! Harder!”, nooit “Zachter!”.

Mijn vorstin! Mijn dame! O, mijn heerseres,
laat ons herbeginnen; nog een keer of zes!

LA FONTAINE DE JUVENCE
[een Spenseriaans sonnet waarin onze held een dorstige deerne uit zijn Fontein der Eeuwige Jeugd te drinken geeft]

Herakles, ik heb zo’n dorst gekregen van
al dat smossen, vossen; onlitigieus scabreus!
– Helaas staat hier geen wijn- of waterkan,
liefste, maar kijk: wat duw ik onder je neus?

Nee, Herakles. Toe nou. Laat dat! ‘k Smeek je: heus,
geen fellatio; daarvan wordt ’t erger nog.
– Hoor wat ik je zeg, ik ben serieus!
Ik open je mond & forceer dan toch

mijn vlezige vazal, mijn har’ge hertog
diep in je kop tot je ‘r bijna in stikt.
Ik neuk j’ in je keel tot je vooralsnog
kokhalzend & kwijlend mijn sperma inslikt.

Zeg nu es eerlijk: deed het dan geen deugd
te drinken aan mijn Fontein der Eeuw’ge Jeugd?

LE TAPIS
[een Shakespeariaans sonnet waarin onze held het bevel krijgt twee dienstmeiden te helpen bij het schilderen van de gang & reinigen van het tapijt]

Een smer’ge klus, maar doe ik ’t niet dan geen!
Ze doen me gangen schild’ren; wat nogal las-
tig is zonder schilderskwast, maar met slechts een
penseel. Doch, ‘k zwier – niet snel ontmoedigd – alras

van voor naar achter, op & neer dwars door haar
gangsken heen & kijk onder het klussen
hoe dan onderwijl haar vriendin haar, daar
waar een tapijtje groeit, begint te kussen.

Vakkundig likt die alles weg wat ik bij
’t schild’ren smoste – het is haar leven
& haar lust. Ze likt ook eventjes bij mij
de verfresten weg die achterbleven.

Een smer’ge klus; dat was het zeker wel,
maar ‘k kan niet wachten op nog een bevel!

 

// voor de tentoonstelling ‘de 8 van de poëzie’ (november & december 2014 @ the creative factory – turnhout) werden 8 dichters gekoppeld aan 8 kunstenaars. akim a.j. willems & de antwerpse (strip)tekenaar serge baeken gingen samen aan de slag met als uitgangspunt de erotische gravures uit het franse, erotische boek “les travaux d’hercule, ou la rocambole de la fouterie” (1790, Parijs)
akim a.j. willems schreef onder de titel “DE WERKEN VAN HERAKLES; of: schalkse sonnetten over foefelen & flikflooien” 4 sonnetten bij de eerste vier erotische prenten uit dat boek; serge baeken maakte daarna, zonder de originele gravures te kennen & of gezien te hebben, een erotische tekening bij de sonnetten & zo de cirkel rond.

burleske: berlijnse bunkerbruiloft

(c) Goof Salimans (voor Tijdschrift Ei

29 APRIL 1945 – DE CEREMONIE

[Nadat
comparanten 1 en 2 verklaren dat
zij van zuiver Arische afkomst zijn
en
niet aan enige het huwelijk uitsluitende erfelijke ziekten lijden,
went
Gauamtsleiter Wagner
zich tot het bruidspaar]

Neemt gij,
Eva Anna Paula Braun,
de Führer
&
Rijkskanselier
dan straks
loeihard
in de arische kont?

[“Ja.”]

En gij,
vriend Adolf?
Neemt gij
haar dan
zonder morren
&
glijmiddel
in
ontvangst?

[“Jawohl!”]

Dan kom ik nu
tot
de feestelijke huwelijksvoltrekking
& mag u
de snol op
de rijksmuil meppen,
Frau Hitler.

+ + + + +

29 APRIL 1945 – DE HUWELIJKSNACHT

[De hoeren
zijn
al afgemaakt;
de bruilofsgasten
naakt.
& moe.]

[Het einde
is
nabij.]

Stille spanning
in de bunker
tot de Führer
‘t woord hervat.

“Goh,”
spreekt Hitler,
de bek vol ballen,
“‘t is zoals ik al
tegen die
dikke Churchill zei:
man boobs, Sir, are titties too.”

[De kinderen
slapen.
of
zijn al
dood.]

+ + + + +

30 APRIL 1945 – DE VOLGENDE OCHTEND

[De ochtendstond
heeft
cyaankalicapsules
in de mond
&
buiten de bunker
brandt
1 gezellig
2-lijkenvuurtje.]

[Niet
lang daarna
wordt aan de
deur geklopt.]

– Wer is da?
* Русские
– Haha! Zu spät!

[Zeg nu
nog es
dat Duitsers
geen
gevoel voor humor
hebben!]

// tekening: goof salimans voor ‘tijdschrift ei‘ #27 (heilige huisjes)

alles bij elkaar gelogen door een jongetje in blauw

je was europa’s laatste keizer & de jongste mohikaan je vader
was een negerkoning je dode kind heeft nooit bestaan
psychofarmaco-historicus heette je zelfverzonnen vak
honderdduizend dure boeken kladjes in een prullenbak droeve
liedjes dito brieven aan mick jagger soms een vrouw alles bij elkaar
gelogen door een jongetje in blauw