Maand: april 2019

Partchpracht #509

algo: schrijf tijdens zonsop- of ondergang een lyrische tekst bij de LYRIEK-collage van de volgende dag en  muziek van Harry Partch
input 2: Ring around the Moon I-IV
input 3: Maria Sabina, from The Midnight Velada, uit: Jerome Rothenberg (ed.), Technicians of the Sacred, ISBN 978-0-520-2+9072-3, p. 57-59
input 4: een ochtendlijke oplossing voor alle problemen van 25/04/2019

input 1 : LYRIEK-collage #509

ten einde van de nood een deugd te kunnen maken
zien wij ons verplicht het onmogelijke te bewerkstelligen.
hoe kunnen wij het onmogelijke bewerkstelligen (het is immers onmogelijk)?

ik ben de vrouw van de weidse watervlakte
ik ben de vrouw van de weidse goddelijke zee
ik ben de riviervrouw
de vrouw van het vliedende water
een vrouw die zoekt en zoekt en onderzoekt
een vrouw met handen en maten
een vrouw die meesteres is van de maten

WELL BLESS MY SOUL

ten einde het onmogelijke mogelijk te kunnen maken
dienen wij het ondenkbare denkbaar te maken.
hoe kunnen wij het ondenkbare denken (het is immers ondenkbaar)?

ik ben een heilige vrouw
een vrouw van de geest
ik ben een vrouw van de klaarheid
een vrouw van de dag
een reine vrouw
een klare vrouw
want ik ben een vrouw die bliksemt
een vrouw die dondert
een vrouw die roept
een vrouw die schriekt

1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, X, Y, Z

om het ondenkbare te kunnen denken maken wij ons bestand tegen het afschuwelijke.
om het ondenkbare te kunnen denken berusten wij in het beangstigende.
om het ondenkbare te kunnen denken verwerven wij begrip voor het hatelijke.
aldus bestendig, berustend en begripsvol geworden wijden wij ons tactvol aan de TACT-techniek tot wij samenvallen met het tactvolle dat wij geworden zijn.

1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, X, Y, Z

maar wat,
o Maria Sabina van de Middernachtsvelada,
is toch die TACT-techniek die ons in staat stelt het ondenkbare te denken?

Morgenstervrouw zegt
Zuiderkruisvrouw zegt
Vrouw van het sterrenbeeld van de Sandaal die zegt
Vrouw van het Sterrenbeeld van de Haak die zegt
dat is uw Klok die zegt
dat is uw Boek dat zegt
ik ben de Kleine Vrouw van de Oeroude Fontein die zegt
ik ben de Kleine Vrouw van de Heilige Fontein die zegt

Shake hands now boys and let the sound of the bell come out fine

de TACT techniek is de Techniek van de Acceptatie en de Confirmatie van de nood aan TACT die kan maken dat het afschuwelijke ons genegen wordt en ons liefdevol stemt.

de TACT techniek is de Techniek van de Acceptatie en de Confirmatie van de nood aan TACT die kan maken dat het beangstigende ons wenselijk wordt en ons gezond maakt.

de TACT techniek is de Techniek van de Acceptatie en de Confirmatie van de nood aan TACT die kan maken dat het hatelijke voor ons aantrekkelijk wordt en ons vrolijk stemt.

en zo daal ik dan af voornaam
en zo daal ik dan af betekenisvol
zo daal ik neder met de tederheid
zo daal ik neder met de dauw
uw boek, mijn Vader, die zegt
uw boek , mijn Vader, die zegt
clownvrouw onder water die zegt
clownvrouw onder water die zegt
omdat ik het kind ben van Christus
het kind van Maria, die zegt

Look out! He’s got a gun!

en als wij dan liefdevol en vrolijk gestemd en gezond zijn vallen wij samen met het tactvolle van de TACT-techniek die wij geworden zijn  en zo wordt dwars door ons het ondenkbare plots denkbaar

en zie

ik ben een vrouw van de letteren die zegt
ik ben een boekenvrouw die zegt
niemand kan mijn boek sluiten dat zegt
niemand kan mij mijn boek ontnemen dat zegt
mijn boek van gebeden


1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, X, Y, Z

en als wij dan liefdevol en vrolijk gestemd en gezond en wel geheel samenvallend met het tactvolle van de TACT-techniek plots het ondenkbare kunnen denken dan zullen wij zien hoe het onmogelijke toch mogelijk is geworden

en zo zullen wij van onze ergste nood onze beste deugd hebben gemaakt


en wij zullen Maria van de Middernachtsvelada dankbaar zijn dat zij ons geholpen heeft door  het belemmerende dat ons belemmerde een ogenblik te belemmeren om ons de ogen te sluiten en ons zodoende een blik van de waarheid te gunnen die wij zolang vergeten waren al.

ik ben een vrouw en een moeder die zegt
een moedervrouw onder water die zegt
een vrouw van de goede woorden die zegt
een vrouw van muziek die zegt
een wijze zienersvrouw

Look out! He’s got a gun!

ik ben een lagunevrouw die zegt
ik ben een laddervrouw die zegt
ik ben de morgenstervrouw die zegt
ik ben de vrouw die door het water gaat die zegt
ik ben de vrouw die door de zee gaat die zegt

dv 2019 – “een ochtendlijke oplossing voor alle problemen van 25/04/2019”

gebed tot LAIS

(in de Neo-Kathedraalse Middernachtsmystiek wordt er wanneer de auteur van dienst de slaap niet vatten kan traditiegetrouw gebeden tot LAIS, muze van alle schrijfstokverslaafden, 
om dissolutie van het ik.
de verzen van deze mystieke traditie zijn naar verluidt dusdanig slaapverwekkend dat ze nog nimmer door enige gelovige volledig gelezen zijn, laat staan gebeden.
dit ‘gebed tot LAIS’ zou oorspronkelijk uit tien strofen bestaan, waarvan we er met extreme moeite twee hebben kunnen reconstrueren. de gevolgde methode bij deze reconstructie was euh, niet proper, ik zal dat bij gelegenheid in meer intieme kring wel ‘s vertellen, op Radio Klebnikov bijvoorbeeld )


LAIS die alle dichters in mij is,
wier taal mijn lichaam zin en leven gaf,
geef thans mijn geest de rust die nodig is
om mij te maken tot mijn eigen graf
want van die waan in mij wil ik nu af:
ik lijd aan mij in ieder ogenblik
en wat ik raak wordt even voos als ‘ik’.
Dat ding dat in mijn taal te rotten staat
is dood als god maar nog van mensen ziek.
Het stinkt als lijk maar leeft als nijd en haat.

LAIS die van muziek gebeuren is
wiens lied mijn koude hart verwarmde
geef thans mijn geest de rust die nodig is
om te horen wat mij stil omarmde
toen jij het zijn tot louter pijn verarmde:
laat mijn ziel mij van mijn ik ontdoen
geef mijn lijf jouw samenklank en zoen
tot licht mijn woord dat licht gaat zingen
en laat mij ons tot louter ziel ontdoen
en verlos ons van het zijn der dingen.



dv 2019 -‘portrait of the author as being swallowed by his own writing’  – A6

partchpracht #507

algo: schrijf tijdens zonsop- of ondergang een lyrische tekst bij de LYRIEK-collage van de volgende dag en  muziek van Harry Partch
input 2: Revelations in the Courthouse Park Chorus 2
input 3To the God of Fire as a Horse, uit: Jerome Rothenberg (ed.), Technicians of the Sacred, ISBN 978-0-520-2+9072-3, p. 45

input 1 : LYRIEK collage #507

oha dida owha dida
o oh ah da weee

ook voor Lison pop  (0,35m hoog)  (bis)

drifting  drifting about

Eens waart ge als een zon in de lusthof van licht
zoo edel begaafd met de kennis des Heeren

jouw ogen vergissen zich niet
jouw ogen zien zoals de zon ziet
jouw denken is een verschrikkelijke opmars door de nacht
vol van licht en vol van vuur
dat uit je keel breekt als je hinnikt in de strijd

dit vuur komt van ergens
dit vuur komt uit een aangenaam bos
dit vuur is extase in het donker daar

gracieus verkleedkostuum voor meisjes van 5 tot 7 jaar
tot elke prijs hou de deur gesloten

zijn lichaam is enorm
zijn mond open en sluit als hij kauwt op de wereld
zijn heupen zijn rijk aan beweging
hij is een vogel die neerstrijkt op een boom

tot elke prijs hou de deur gesloten

i see two arms around me

(why why why?
why trouble yourself uselessly?)


partchpracht #506

algo: schrijf tijdens zonsop- of ondergang een lyrische tekst bij de LYRIEK-collage van de volgende dag en  muziek van Harry Partch
input 2: Revelations in the Courthouse Park Chorus 1
input 3: Aztec Definitions, uit: Jerome Rothenberg (ed.), Technicians of the Sacred, ISBN 978-0-520-2+9072-3, p. 23-24

input 1: LYRIEK collage #506

kom mee Dikloos
kom mee zeg ik je
jij behoeftige 
rijmkakker

er is een witte spiegelsteen en een zwarte
de zwarte toont een mooi  gelaat dat lacht als het het ziet
de witte toont een bloedlip op een scheve mond
en dikke plukken haar uit de neusgaten
het bleke voorhoofd met zweren bezet

het jachtwiel sloeg mijn jongen neer
het wentelt als tevoren
men zegt : het komt wel weer goed
ik heb de hoop verloren

eentje is er rond, eentje langwerpig
ik maak die stenen, hak ze, splijt ze, schaaf ze en polijst ze
ik poets de stenen een voor een, ik strijk ze in met vleermuiskak.
zie ze blinken! zie mij blinken! hoe mooi ben ik!

verlaten door een dronken man
verpletteren mij de zorgen
mijn dikke buik is er getuige van
ik voel het leven nu, het stampt. 
hoe voed ik het morgen?

break my heart but bless my soul
joekoe re joe roekoe
so high so low
I AM 

I AM
break my heart but bless my soul



‘Revelations in the Courthouse Park’ had de Bacchae van Euripides als input


https://www.harrypartch.com/

De kleine man

Tijdens zijn leven gaat een broekdrager
tienduizenden keren naar de wc.

Tienduizenden keren opent
hij zijn gulp. Dat is in totaal, aangezien het een strook van
tien centimeter betreft, een kilometer gulp.

Een kilometer gulp wordt opengeritst in honderden toiletten
en vaak ook nog voor de seks.

De hoogste toren ter wereld is ternauwernood een kilometer
hoog.

Waarin de kleine man groot kan zijn.

partchpracht #505

algo: schrijf tijdens zonsop- of ondergang een lyrische tekst bij de LYRIEK-collage van de volgende dag en  muziek van Harry Partch
input 2: Dark Brother

u Donkerte ter ere
gaan wij niet steeds weer door de Gaanderij
langs de eindeloze rijen van de ramen
met de namen van het licht
dat ons ter dood wil nagelen?
schuifelen wij niet zwetend,
met van angst ontsloten spieren
in eigen derrie
naar de verscheuring die gij zijt?

u, Donkerte, ter ere
hebben wij niet de weg der wegen
duizenden malen afgelegd?
hebben wij niet ter uwer wille
ons eigen vlees verloochend en belogen?

uw Donker dat in eigen Donkerte
zichzelve zoekt: gij schuift in ons
gij zijt de vette slang in onze huid
gij zijt het brokkenslijm dat onze tong
ter tale roert.

in rode brand uw donker stijgt
en kust de zwarte hemelleegte.
kom dan maar, gij Donkerte,
kom en sleur ons weerom mee.

Come to me as you always came.

Staande en zittende uitdrukkingen

Ik ben een groot gebruiker van uitdrukkingen, die ik in stand houd, dan wel in stand opricht. Staande uitdrukkingen, ze staan zo mooi. Er zijn ook zittende uitdrukkingen. Tegen iemand die beter verdwijnt, kan je veel kanten uit: 

‘Ga weg.’ ‘Verdwijn’. ‘Wilt u hier even door de grond zakken?’ 

Bij mij gaat het steevast als volgt: ‘U kunt twee kanten uit: de boom in of de pot op.’ Beide zijn zittende uitdrukkingen. 

Oerbloed

Oerbloed

 

daar bij de buikborrelende poel
in dit moede ooit zijn we dampend mooi
samen grienend in het broeiend hooi

wrijf het druipzweet van je smoel
eet dan de gloeigranaat zonder pit
totdat je in je groei allengs verhit

bloed breekt uit smeltvlees breekt uw kracht
in zweemvolle kraters zijn we geboren
waar drijven de hete algen naar sterrenslacht

zoeken verkoeling maar zijn al verloren
al ooi en groen maakt wemel kokend zacht
d’aloude zomer heeft ons zoet verkoren

 

~

 

 

 

ill. Max Ernst, Arizona rouge

partchpracht #504

Input1: LYRIEK Collage #504

algo: schrijf tijdens zonsop- of ondergang een lyrische tekst bij de LYRIEK-collage van de volgende dag en  muziek van Harry Partch
input 2: Rotate the Body in all its Planes: Ballade for Gymnasts

de stank van god is
niet te harden nu zijn
rottend lijf geheel
de aarde dekt.

de schepping stond in volle rot te kwijlen
toen de engelschare op zijn teken al 
het Woord aansneed.

maria maria gij die in de ijsgalerij
de frangipanes van moreau verorbert:
verlos ons van ‘t shekinageil
en berg de kinders in uw hoenderhok.


de stank van god is 
niet te harden nu zijn 
rottend lijf geheel 
de aarde dekt.

van ‘s morgens al de zwermen vliegen in spiralen stijgen zwart
ten hemel en in dichte pakken vallen de maden van de daken.
vervloekt met lust te wroeten en te leven
de gymnasten zingen graaiend in de lagen spek:

rotate the Body in all Its Planes
rotate the Body in all Its Planes


Hồ Xuân Hương

Hồ Xuân Hương
Zeven gedichten

 

         Vruchtgebruik


mijn lijf een bungelende nangkavrucht
sappig vlees, de stugge huid geeft licht
mocht het u behagen, open me met kracht
niet te zachtzinnig, dat geaai zal slechts
uw ving’ren bezoedelen met mijn vocht

 

 

         Waaierzin

 

één oog diep genoeg voor willekeurig welke roe
lonkt u van eeuwen her vrijelijk warm welkom toe
vouw mij uit tot driehoek, er is onvoldoende huid
sluit mij aan beide zijden, is er weer te veel vlees, en hoe!

aan mij om dampende helden af te koelen waar zij staan
de kop van een heer af te schermen bij stromende orkaan
achter de bedgordijnen vragen we hem op z’n tederst
met al dat hijgen, hijgen in deez’ hitte, bent u voldaan?

 

 

        Schone slaapster

 

zoele zomerbries strijkt langs als nooit geweest
deez’ jonge vrouw vlijt zich in haar dromenfeest
haar haarkam losjes in heur lokken hangt
de roze doek glijdt geurig van haar lome leest

op hemelheuvels wenst dauw nog goud te schrijven
in de feeërieke beek schijnt de wilde stroom gestild
– bij die aanblik aarzelt de heer een warrig wijlen
ongemakkelijk, zou hij weeromstuits verstijven?

    

 

Jeugd

 

dauwdroppels bevochtigen haar rozige wangen
hij toont zijn manlijkheid bij smachtend maanlicht
zij streelt haar geslacht voor heuvelen en stromen
zelfs de eeuwenoude keien geven zich gewonnen
oordeel ons niet, ook mensen genieten hun jeugd

 

 

       Drievoudige kloof

 

een kloof, een kloof, en nóg zo’n kloof
wie dit schouwspel gutste zij geloofd
spookgrot met haar welige gewelf
rijk begroeide rotsen – wier bedekt haar alkoof

een straffe wind steekt op, verschrikt de dennentakken
droppels dralen aan de wilgenblaren, de bevend blakke
– gij deugdzame, vrome ziel, wie waagde nooit
week in de knieën, onstandvastig, in haar af te zakken?

 

 

         Nachtwerk

 

kous omhooggedraaid, de kamer gloeit al zacht
moeiteloos het weefwerk de lange lange nacht
voeten brengen diepte tot leven uit alle macht
bedreven vliegt de schietspoel in en uit
ruim of smal, groot of klein, het past altijd
lang of kort, het glijdt zo makkelijk zat
meisjes die het vatten voeren hem al nat

 

 

       Drijvende lekkernij

 

blank en rond mijn vormen, vrij van schroom
rijzen en verzinken ze als bergen in de stroom
kneed me hoe u wilt, ruw voor mijn part
– ik koester, voed mijn hart, een kersendroom

 

*

 

 

Hồ Xuân Hương is een legendarische Vietnamese dichteres, geboren ergens tussen 1775 en 1780 en gestorven in de jaren twintig van de negentiende eeuw. Aangezien haar complete oeuvre, 139 gedichten op de kop af, pas zeventig jaar na haar dood werd gepubliceerd, is veel ervan mondeling overgeleverd. Dit zijn bewerkingen van vertalingen uit de tweede hand.

 

ill. Đèo Ba Dội (Drievoudige kloof)

 

 

 

 

partchpracht #503

input 1 – LYRIEK-collage #503

algo: schrijf tijdens zonsondergang een lyrische tekst bij de LYRIEK-collage van de volgende dag en  muziek van Harry Partch
input 2: The Dreamer That Remains: a study in loving

de reus is nu niet meer de reus, zo verzekert ons maria, 
van de hernieuwbare uitgaven, de reus is de reus
van het opbouwende 
en hij eet geen kindjes – zo plots,
zegt men, als je  in het park gezeten
de borden leest
van wat je niet mag doen, plots
en onverwacht dat de droom komt, dan, toch

terwijl je het net helemaal juist deed

de droom van de dromer die de dromer blijft
terwijl de tijd toch lang al uit de ruimte is geschoven
terwijl er niets nog op het plein beweegt
terwijl het toch in orde is

o heer wiens lijk het ganse land berot
laat ons in innige coagulatie samen stollen
laat ons bloed dat van ontzetting gulpt
in uw slijmen glippen en verdwijnen

let us loiter together
let us loiter together

5 x B53

[versie D]

jij, vrij recursief wil het toeval dat jouw haren
mijn schouder uitstrepen tot op het witte
bot en insgelijks mijn navel versterkt met
gebulder historisch spektakel. hoofden, zij

worden met halen van hun rilromp en krijsen 
gescheiden en het leed wordt een deel van mijn
pink. hou die knipschaar in spreidstand, jij: elk
moment is een momentopname met suisende

migs in de hersenpan en bloedstraalbezopen
het besef druipt nu pas in jouw heden binnen:
met de neusloop geschouderd de oogas schroeft

schunnig in de richtkoker de scherven heelal. 
het lijf was horizon en oorlog onze vaderstaat.
goddelijk eerst was ik jouw slaaf en nu jij, dat.


[versie E]

verdwenen symbolen wil het toeval dat je haren
strepen mijn schouder tot op het wit klinkende
bot en in mijn navel mateloos versterkt raketten
bulderen (spektakel met moederkoek). hoofden

met halen gemaskerd van rillende rompen ge-
scheiden en het leed wordt een deel van mijn vurige
pink (knipschaar in spreidstand : momentop-
name). met suisvogels mig wapent eustachius

de hersenpan en davert en bloedstraal verloren
de grijze druppels lopen in het borstplan iran.
met de neusloop geschouderd de oogas schroeft

in de peniskoker schilferig  de scherven heelal.
mijn lijf is u allen en oorlog is u ook de vaderstaat.
de koning te goddelijk was ik je slaaf en nu ben jij vrij.


[versie F]

je haarpijlen vlijmen vergeten symbolen 
in mijn lijf en nagels kerven wit op het bot.
op polaroidbeelden van het binnenbuikse 
bofors blaffen uit hun affuiten. offerhoofden

met heftige halen gescheiden van rompen 
hun spermonden doen hun tombade tot ver
in de pinkscène (de schaar in spreidstand, 
close up van krijslippen over heel het scherm).

suisvogels mig fladderen op uit de gehoorgang 
en een bloedstaaltje vijand morst wat ebola
in het borstplan iran. nerveus met de neusloop
geschroefd op de oogas verzilvert het brein 

elke schilfer heelal. goed, ja, mijn lijf is soldaat 
en god is vader en oorlog maar dat, schatje,
maakt jou nog geen hoer, laat staan een maria.

[versie G]

met correlaties wil het toeval dat jouw haren
uitstrepen mijn schouder tot op het witte
bot & in mijn navel mateloos versterkt raketten
bulderen (moederkoekspektakel). hoofden
met halen van rilromp & krijsen worden
gescheiden & het leed wordt een deel van mijn
pink o.a. (knipschaar in spreidstand : elk
moment is een momentopname met suisende
migs in de hersenpan & bloedstraalverloren
de druppels besef druipen in het borstplan iran.)
met de neusloop geschouderd de oogas schroeft
schunnig in de richtkoker de scherven heelal. mijn
lijf was horizon & oorlog is ook ons de vaderstaat.
goddelijk eerst was ik jouw slaaf & nu ben jij vrij.

[versie H]

versie H – AR van B53

Lampje in der Sterren Dampkring

         Lampje in der Sterren Dampkring

 

Droom jezelf weg in een boot op het water
met blozende bomen en hemelse gloed
Iemand daar roept je, je antwoordt afwezig,
een meisje dat wemelt en groet

Glaspapierbloemen, zo geel en zo groen
verrijzen boven je hoofd
Speur naar de schat met de zon in haar oog
& wég is ze weer

Lampje in der sterren dampkring
Lampje in der sterren dampkring
Lampje in der sterren dampkring
Ah… 

Volg haar meteen tot die brug bij de springbron
waar hobbelpaardmensen te gek gaan op cake
Iedereen straalt als je de bloemen daar langsglijdt,
zo ijl en onwerkelijk hoog

Steekhoedenbootjes leggen er aan
ze voeren je dadelijk mee
Vlij je maar neer op die wolk achterin
& wég ben je weer

Lampje in der sterren dampkring
Lampje in der sterren dampkring
Lampje in der sterren dampkring
Ah…

Droom jezelf nu in een trein op een statie
vol kneedkleien kruiers met wapens van hout
Plots staat daar iemand, ze draalt bij het draaihek:
het wemelend meisje lacht stout

Lampje in der sterren dampkring
Lampje in der sterren dampkring
Lampje in der sterren dampkring
Ah…
Ah…
Ah...
Ah…
h…

..
.

 

 

voor Annet Schaap

ill. Odilon Redon, Zonsondergang

Hallo, zit daar iemand?

We zaten er heimelijk op te wachten op de plee, op een stuk over de urinoir, al dan niet van Duchamp, de meningen daarover lopen de laatste tijd nogal eens uiteen. Of minstens uit twee. Op de plee zitten we trouwens meestal te wachten. 

Het moet overigens niet altijd ellende zijn, het kan ook bevrijding worden. Zodat de grijns op ons gezicht ontdooit tot glimlach. 

Ineens zie ik dat het pleegebeuren hier modulair verwerkt wordt door de pleetechneutologie van wordpress. Het geheel laat zich voortaan schrijven in blokken. 

Moeten we ons daardoor ongelukkiger voelen dan we ons voordoen? 

Of juist gelukkiger? De pot op met deze vragen. We mogen verder niet klagen, anders krijgen we een enkele reis naar de klaagmuur, die tot nader order nog steeds in Jeruzalem staat. Trump is van plan hem af te breken en steen voor steen over te brengen naar Tel Aviv. Dat varken uit het witte huis in Washington is de enige die de zaak van de joden met voeten mag treden zonder voor anti-semiet te worden uitgescholden. 

Okee, genoeg stof voor de plee. 

het einde van de kunst? of duchamps urinoir als de wieg van de kunstenaar

het einde van de kunst? of duchamps urinoir als de wieg van de kunstenaar

het einde van de kunst staat of valt met de mens. het beeld dat de mens van zichzelf ziet, van zichzelf maakt of laat maken én het beeld van dat de mens van zichzelf heeft. dit laatste beeld is geen echt beeld, maar een gemoedstoestand, gevoel, overtuiging, wens en herinnering gemeen vervlochten met elke handeling. narcissus —die in zijn eigen (af)beeld verdronk— is de door zichzelf geobsedeerde europeaan. deze obsessie kent een brandpunt: hoe ver de mens natuur en materie naar zijn hand kan zetten, materie kan beheersen met vorm, een vorm die altijd van de mens zelf is afgeleid. materie moet door de mens kunnen worden gebruikt —nut, doelmatigheid— en liefst nog zoveel mogelijk op de mens gaan lijken.

europa heeft zichzelf vanaf de oudheid in zelf-reflektie gewiegd. daarom is duchamps mona lisa daarmee niet anders van werkwijze of aard dan ovidius metamorphosen, de metamorphosen zijn een feest van herkenning, de belezen lezer glundert van genot van hoe speels ovidius verwijst, citeert, verandert. de belezen lezer is nu een toeschouwer van een beroemd schilderij, dat door een beroemd kunstenaar onder handen is genomen. een spel met de traditie.

duchamps urinoir is niet anders dan homerus odyssee. verhalen van een volk, openbare symbolen verwerkt, verdicht. was de odyssee een heldenepos, duchamps urinoir is de intrede van de held als anti-held. het urinoir is de anti-mythe van de moderne tijd.

het urinoir is kunst die over kunst gaat, kunst als kunstkritiek. maar dat is niet het enige, het is ook de intrede van het alledaagse.

niet dat daarvoor het alledaagse geen plek in de kunst kende (denk aan de gelegenheidspoëzie van horatius, gedichten ter gelegenheid van gedenk- en feestdagen), maar het metaforische karakter, of zeg maar de symbolisering, is het urinoir vreemd. het urinoir staat niet voor iets, is geen plaatsvervanger, koerier van een boodschap, symbool voor het einde van de kunst, aktievoerder van de theorie.

het onbruikbare urinoir met handtekening is wel zeker een statement, maar vooral een nutteloze indruk, een anti-indruk, een teleurstelling, deerniswekkend. de handtekening moet het urinoir in het museum beschermen tegen deze kwetsbaarheid van het belachelijk vreemde, de handtekening is een bewaker, een onvervreemdbaar certifikaat van echtheid, een immateriële beschermheer van de materie. het urinoir lijkt niet op ons, wil ons niets zeggen, kan niet meer door ons gebruikt worden. de materie die we naar ons hand hebben gezet, heeft duchamp uit ons zelf-beeld ontvreemdt.

het urinoir is een uitdaging, niet een nieuwe norm of model. het urinoir is een wieg voor de filosoof, aangedaan door dat ding, beroert, in beweging gezet in konfrontatie met zo’n deerniswekkend, passief ding, schrijft de filosoof, met merkwaardige koncentratie en aandacht, om te getuigen van wat daar gebeurde.

ongeacht of de stelling dat moderne kunst theorie in aktie waar zou zijn, is de narcissus-mythe niet nieuw, kunst is van oudsher verwerking van wat voorafgaat; in direkte zin; herneming of citaat; in indirekt zin altijd herinnering met de eis van verinnerlijking. een klassieke werkwijze gedreven door poëtika, navolging, modelleren naar voorbeeld van de groten. zo kijken we naar onszelf; door terug te kijken en dat naar hier mee te nemen. alles verzamelen en naar huis meenemen.

de overheersing van de poëtika —althans van de schijn daarvan— kent in tweeduizend jaar tijd slechts enkele breuken; een werkje van een onbekende auteur, maar meestal wordt de naam longinus genoemd, dat over het verhevene heet, geschreven in de eerste eeuw na kristus. het verhevene duikt pas zeventien eeuwen later bij edmund burke en immanuel kant op. deze nieuwe aandacht —die meerdere bronnen kent— is onlosmakelijk verbonden met de komst van de esthetika, die de aandacht verschuift van de maker naar de toeschouwer, van regels, kennis en inzicht naar receptie, welbehagen en overweldiging. het woord esthetika komt immers van het griekse woord aisthēsis, wat eenvoudig zintuiglijke gewaarwording betekent, sensatie of gevoel.

deze obsessie van europa met zichzelf, gekoncentreerd in een schrijvend subjekt dat geobsedeerd is door hoe het zichzelf voelt, tegenover wat daar gebeurde, zoekt de mogelijkheid om al het voorgaande in één moment te hernemen en samen te ballen in een nieuw inzicht; definitief oordeel, resultante of resultaat.

de kunst van deze eeuw wordt juist door ontwapening en radeloosheid gekenmerkt. deze situatie kan “laffe” kunst afleveren, kunst die nooit af is, nooit tot voltooiing komt, omdat het zich geen oordeel, geen resultaat toelaat.

de eis van volmaaktheid is de eis van de poëtika, de esthetika kent geen bepaalde eis, is niet een stijl. een woord zoals esthetisering is een gruwel. het urinoir met een handtekening in een museum betekent niet de esthetisering van het urinoir, maar de onbruikbaarheid van een urinoir aan de muur van een museum.

het urinoir is onbruikbaar, gesaboteerd zou je bijna kunnen zeggen. deze onbruikbaarheid wordt door de handtekening veroorzaakt, de handtekening van een kunstenaar saboteert een gebruiksvoorwerp. de handtekening maakt het onmogelijk om het urinoir nog te gebruiken, het nut is eruit weggehaald.

als narcissus niet in een vijver had gekeken, maar in deze urinoir, zag hij slechts een urinoir. hij zou ogenblikkelijk verliefd worden…

de vernedering van het urinoir toont de verzegeling van het museum; de ziel wordt hermetisch afgesloten, onbeweeglijk bewaard als dood, bevroren, in afwachting, ja van wat?

de handtekening vernietigt de ziel van het urinoir. het urinoir is een opgezet urinoir, zoals een gorilla na de jacht als trofee in de hal als kapstok dient, lachwekkend, ontzield, tot menselijk gebruik gereduceerd. daarmee bedoel ik: gereduceerd tot wat iets voor ons betekent, voor ons nut heeft. de handtekening betekent het in bezitnemen van het urinoir door een kunstenaar, die daarmee —vreemd genoeg— juist het ding of wezen van zijn nut voor ons bevrijdt! nutteloos is het slechts zichzelf, onbegrijpelijk voor ons, onsterfelijk in zijn geheim.

de dingen lichten in trossen op

schilder ons een kraterrand als horizon
waarop gedroogde vliegen sos’en morsen
voor ze zich in dom geluk naar binnen storten
in de vuurmond die alles gebiedt en laat
ons stuntelen struikelen bielzen zonder
ritme in het vacuüm van onze onmacht
als een kleine kolibrie in de ranzige schemerering
sluimeren, de wereld halfgrijs van onttovering
en de bomen alle bomen op sterk water hoor
hoe de golven op je gezicht in stukken breken
en in deze nonnenorde gaan we met kwasten
door de nacht, de sterren afgeplakt, de wereld
een onguur kaalhoofdig palet van gelooide
kleuren, we schilderen in ploegen de ergste

ellende, roken tussendoor de laatste
kinderen op om nog hun val te breken
wanneer de dode vissen waaieren over
het water als herftbladeren de stuipen
nog in hun vinnen rillen we over het oppervlak
waar de tijd blind giert van rusteloosheid
vangen we dikke vliegen om hun over het grote
niets te onderwijzen, robuust maakt ons dat en trots
vlechten we onze vingers in elkaar tot de botten
ervan kraken ja de opa’s zijn er weer met hun
regenboogachtige grote gebaren en vervlogen