Month: May 2018

Van de spraakloze appel

 

Van de spraakloze appel

 

de schoonheid van de meisjes
of de kracht van zeewier en driehoek
zo glim en geurvrij om zeep helpen
dat doen de scheermesjes

maar ik spel van het gloren v
en van de stoppels kant acht
het spraakloos begin

daarom mij mag men in een appel
niet doen verkwijnen
dat is de rol van de wolken
met hun ingezeepte spiegels

maar mij het is glijbaan te sappel
zo reukloos verdwenen bijgot
in een beignet te bederven

 

 

 

ill. Dyalma Stultus, The Fruit Bearer

 

 

 

 

 

Wadi 2007

Wadi

Zacht is uw kruin en gij hebt net gegeten
onder den vijgenboom, uw lieveling.
O vrouwenschoot, gij zijt het diepste ding:
breuklijn te zijn, adem en dood, alles te weten.

Maar zie, in u ook stormt de wellust op
tot hevig branden, niets dooft uw pit:
uw vuur is water, verstijft mijn lid,
het dwaas gepluk in u voert mij ten top.

Ach, smaak het zoenen van uw lief vagijn,
het heerlijk geuren waarin wij liefde baren,
geniet het zilt geheim, dat wij bevaren,
dwaal door de rimboe, waar uw lippen zijn.

 

 

Im alten Ton

Pastorale

 

Melkwit zeezwart zingt de zuiv’re nacht
aan alle kruiken het lipbesluipen zacht
adagio & adamant de slikkende adem
ibis der dodenwacht – och stil omvadem –
komt aangedropen d’onmachte minnekracht
en schouders’ onverwachte zinnepracht

Maar wier queest’ meanderspeurend
over branding schuimrijkgeurend
laat na haar beoogde boezemfrons
het duister harer ogen elk van onz’
uithuizigheid en spraakloos dralen
ypsilon & yuccamot zwijmend dwalen:
stoor geen der ruime feromonenzalen
eer u wekt een jammer bloesemfalen
na alles wat zich lijmen, rijmen dacht

 

 

 

 

ill. Edvard Munch, Zomernacht aan zee

 

 

 

 

tweeluik

Drie keer per dag passeert een kale man mijn huis.
Hij heeft een roestvrijstalen luikje in zijn hoofd.
De man laat zijn oude Cocker Spaniel uit.
‘s Ochtends, ‘s middags en ‘s avonds.
Zo nu en dan kom ik hem tegen op straat. 
De man herkent me niet, het hondje wel.
Zou ik hem willen vragen dat luikje te openen?
Om bij hem binnen te mogen kijken?

Vandaag las ik op mijn balkon de zaterdagbijlagen.
Het ging over framing en hoe daarmee om te gaan.
Ik stopte met lezen om de was te vouwen.
Toen ik terugkwam was mijn krant over de reling gewaaid.
Ik zag hem netjes beneden in de tuin liggen.
Het was waarschijnlijk de enige windvlaag vandaag.
Ik liep de trap af en belde bij de buurman aan.
Niemand deed open omdat hij alle dagen slaapt.

Aan het ven

 

Aan het ven

 

Lethe in haar vuistje
lacht om al wat wegdrijft met de wind
Afrodite steelt het kruisje

geeft haar minnaars wat hen zint
Mnemosune, lieflijk huisje
waarin ik rondloop als een kind

Water duister
waarin ik niets hervind
Waterluister
waar jij mij stil bemint
Water, fluister
geef mij je blije hint…

 

 

 

uit: De beeldspraak van de Tarot, een speurtocht in het onmogelijke, Altamira-Becht, Haarlem 2003

ill. “De Ster”, obscuur tarotspel, met letter Ajin i.p.v. Peh

 

 

 

Leda revisited

Hoog bezoek

 

Och, de schoonheid van zo’n meisje
praat me er niet van. Neem Leda,
wie evenaart haar duistere schoot
dan zijzelf, der waat’ren dood?

Ik zong een ander, aardser wijsje
bevlogen en bevleugeld, hopla!
bedronk mij, valse parakleet
aan hals en snavel, verenkleed

Zij huivert voor de overmacht
maar ware lust kan niet bederven –
ons smachten maakt haar boterzacht

Zelf wist zo zwaanlief haar te werven
en mét haar al zijn zilv’ren pracht
in gouden licht god’lijk doen sterven

 

 

 

bijdrage aan Als ik jou eenmaal verlies – Gedichten van Rainer Maria Rilke met reflecties van hedendaagse dichters, Stichting Spleen Amsterdam 2018

ill. Erich Stephani (1879 – 1956)

 

 

From 5 to 5 and back

Ik loop de straat uit en bel aan waar ik tromgeroffel hoor. Een vent met een kop als een grothyena doet open en begint te zingen. Door een harde windvlaag slaat de deur dicht. Ik bel weer aan maar er wordt niet meer opengedaan. Later blijkt de mayonaise niet in de aanbieding. Sirenes klinken om het kwartier. Nergens schijnt de zon zo hard.

De rode tulp aan de maastunneltraverse

 

Ooit plantte ik voor mijn huis een rode tulpenbol
te midden van de gemeentelijke narcissen in de groenstrook
tussen de ventweg en rijweg van de Maastunneltraverse.

Een jaar is lang genoeg zo’n onbenulligheid te vergeten.
Ieder jaar weer verheugt het me die mooie rode tulp
te zien verschijnen alsof ik hem voor het eerst zie.

Ieder jaar dringt de vraag zich op hoe lang hij daar rood
mag staan te zijn tussen die bleke narcissen.
Hij doet zichtbaar z’n best zo min mogelijk op te vallen,
maar z’n prachtige kleur verraadt hem genadeloos.

Dit jaar duurde het 2 dagen voordat iemand hem plukte
en vertrapte. Volgend jaar zal mijn rode tulp er weer staan
in de groenstrook tussen de ventweg en rijweg van de Maastunneltraverse.

Samenvatting

Samenvatting

 

In de onverhoopte vrede
stamelt het gevierd verleden
snikt de blootheid van je weelde
blozen al mijn ijv’re leden

In je grote bruine ogen
drijft mijn tere onvermogen
& het smelten van je lippen
heeft mijn hart woest meegezogen

In het zuiver goud
dat ons wellust kust
zwerft het lieve oud
slaapt in diepe rust

       & al het zout
       wordt nooit geblust

 

 

 

 

ill. Auguste Rodin, L’éternelle idole

A deux genoux devant ton beau corps que j’étreins.
Élève de Rodin, Camille Claudel en fut aussi l’amante:
on dit que le groupe sculpté L’éternelle idole fut inspiré
de leur relation pour le moins complexe,
qui inspira des lettres passionnées à Rodin. 

 

 

 

A & O

De gave

 

Alsof Artemis het wist;
in een oogwenk was ’t beslist:
we zijn elkaars geschenk,
de kus blijft onbetwist.

Op de vleugels van haar wenk
wiegen in een wolkenslenk;
Ze heeft zich niet vergist –
we zijn een godsgeschenk.

 

 

ill. William Blake, frontispiece The Marriage of Heaven and Hell 

 

 

 

 

 

 

Mode het is van het huis

Zelden zag men zoveel genie samen

als op onze werkvloer.

Wij ontwikkelen kunststoffen

die maken dat je in je ondergoed

je billen niet voelt

noch je geslachtsdeel.

 

En alles netjes bij elkaar blijft.

Wij ontwerpen dat ondergoed.

 

De stof maken en knippen, dat doen wij.

De broekjes maken, dat doen zij,

in achterafzaaltjes en –werkplaatsen

met enkel kunstlicht en zonder kunstgebit

die arbeiders kunnen dat toch niet betalen.