Maand: januari 2018

(verhaspelingen van het Verzameld Dichtwerk van Karel van de Woestijne)

 

 

de tover gaat in verte over,
het zicht nabij veredelt
niet het uitgedeelde leed
en weg bijna lijkt al het edele.

het edele verhardt en star
in plooien valt de spot:
ik post mijn pose tot de ziener
die daarbij geen oogwenk stopt.

 

 

⇐ vorige woestenij volgende woestenij ⇒

 

 

Vlaardingen


‘Vlaardingen’;  60x50cm; olieverf op doek

 

 

Ogen zijn zwakzinnige dieren

 

oren dromen van boten in de wilde vaart

monden praten rivieren in deltataal

hersens kissebissen over historische gletchers

lichamen spoelen aan in avondland

 

alle oorschelpen zijn nu zwart

het helgeel is op en van zinkwit is nog een beetje

dit is een bericht uit de praktijk van de schilder

dit is een vluchtgedicht

nee, geen plaatjes

 

ogen verblinden zichzelf

schuilen achter spierballen

harsens zijn vertier van domheid

kiezen roesten zwart amalgaam

 

haar wakkert in oude wind

verwaaid uit Vlaardingen

tanden blinken de wereld toe

 

Het harnas van de organen staat wijd open en

iedereen vreet zich ongans aan de ziel

 

Hé, Hello? Hello? Is it me you’re looking for?

 

 De horizon kruipt traag van links naar rechts

slurpt alle lucht weg

Daniels is in the air

zingende vlinders fladderen hoog

weg in ijle ruimtes

‘Ik ben gek of alles is rood en geel’; (detail); Olieverf op doek

 

Over dichters moeten we dichten als zijn zij geldwolven en taalrovers!

Dan liggen mijn woorden al in het donker

Vanmorgen vroeg droomde ik zo:

Mijn mond nog half in het duister

Ik dacht aldaar in mijn bed

ik doop mijn tong in ochtendinkt

Zwarter dan zwart

En munt mijn prangende ziel

In scherpenzeel

al zo wakend vroeg ik:

Schrijven dichters de hele dag door gedichten?

Nee zei ik, Chrêtièn doet dat niet

Die bakt ‘s avonds vette kroketten

Eet zich overdag rond aan roomboterkoekjes

Weet niet hoe een cartouche te vouwen

Maar is Vader van o zo lieve winkeldochters

— — —

 

there’s no comfort elsewhere

 

certain words creating melodies creating harmony

 

a lot of undefinable river weed (what’s that?)

 

2,5 million clouds passing by with no car no noise

 

4 million poems concerning real meaningful content in musically wrapped metaphors with no emphasis and a lot of scattered Sap Ph O

 

dentists pronouncing terrible future happenings

 

lists in alphabetical order of books one should read before death strikes the hour

 

goddess-like ladies gossiping in line and comparing volumes and inner space

 

question marks where it should be full stops or exclamation marks or sheer exclamation

 

unreliable fishes

 

the bubbling of birth

 

poetry nothing but poetry

 

non-existing colors exterminated but saved nonetheless

 

itch in my eyes concerning nobody in particular

 

hatred of any ideology

 

at swim-two-birds

 

crime as creamy as crimson

 

every army is deemed to fail

 

there’s only this and here and now

 

space is the female body

 

striking encounters of the third kind

 

useless lists

 

sudden stone buddha’s among the weeds

 

studio clouds overhead and underneath, all on canvas or up there

 

hangmen in the dark

 

all shades of green and green like green from green as green as green can be

 

green

 

image by Max Ernst, La femme 100 têtes

 

some chickens survived, but not for long

 

watching without thinking

 

thinking without watching

 

several species of man-made creatures

 

the way the moon reappears suddenly in due time as she used to do

 

all the tired horses

 

seven dead cars and not even oldtimers

 

she came in through the bathroom window

 

examining windfall and haze

 

you try the rope and it holds

 

drink your yoghurt and stay firm

 

religion is the way of escaping reality and denying bodily facts

 

ignore this

 

level with the one you’re with

 

it’s certainly a nice running machine

 

can i have your picture naked?

 

some edifices don’t work properly, never will

 

i’m a monk and stay that way

 

nevertheless the stars, the countless stars

 

my kitchen is famous

 

if you tell me a lie, tell me a black lie, don’t tell me a white lie

 

do you like this garden?

 

stealth is a certain curtain

 

i don’t recognize this schoolyard anymore

 

and the wind cries mary

 

 

Tuin

Zal ik een tuin bouwen in jouw vorm?  Fuck Versailles, dit trekt gegarandeerd een veelvoud aan  toeristentristesse. Wereldvermaard wordt vast de met taai onkruid omringde waterput waarin zinken de radeloze zuchten omtrent het verdwijnen van het fijne in je gelaat, het oprukken van de splijtende kopzorgen, de nijd die woekert als geel bloeiende braam rond je hoofd.

Ik modelleer de put van je hoofd uit het geheugen, ik zie hem nog zo voor me: dat gapende gat waarin de kat viel die je teder placht te strelen en die daar jankend verzoop toen je mij de ogen toewierp. Wee die dag, toen ik mij in  het onvermijdelijke ontluiken van die klepperende diepten met hun ijswind naar nergens weerloos gespiegeld zag, mijn beeltenis herleid tot de frêle letter die ik altijd al in jouw boeken was.

Zie daar de tanige heesters van je stekelige armen, voel de doornen in de zwiepende rozenstruiken onder je oksels, waarin mijn laatste greintje trots in een kwinkelend kringetje opkrult en zich met een finaal opwippertje bij het herfstige bos van mijn falen schaart.

Rond het atrium waarin doorzichtige haagjes de eertijdse finesse van je legendarische schouderbladen oproepen, metsel ik een zestienzuilig peristilium, waarvan elke zuil een versteende metamorfose van mijn wezen gevangen houdt, een snapshot van de puist van mijn ego op de in het doolhof van de Onmin vertakkende lijdensweg die wij allen delen. Hoedt je immers, mijn liefste,  voor de illusie enkel tuin te moeten zijn in dit verhaal.

Daar sta ik zestien maal, met een stuk glanzend zwart marmer dwars door de bleke onderbuik telkens, een verzakking uitgevoerd in vlekkerig albast waarlangs fijntjes de suggestie van een etterig bloedstraaltje loopt. Meesterlijk.

Op het dak wachten de gieren. Straks, als de bezoekuren afgelopen zijn en het geloop als dwaas en oppervlakkig uit de rijkdom der bewegingen in het geheel van het rotten verdwijnt, straks krijgen zij hun dagelijkse galgenmaal: het ik-vlees dat jouw vertuinde geest ophoest uit de diepte van de darmen. Het floept uit de put die je kop is.

Ongehoord, ongezien lig ik in het late zonlicht gillend te lillen wijl de eerste gier zijn bek zet in een uitstulping aan het vormeloze spuwsel.
Daar heb je de tweede al, de derde, …

Aldus uw struikelende bruid

 

 

snorkel dichters
vent uw katjes uit
show uw kroost
en vier uw fruit

haat uw haat
en schiet uw kluit
wees te laat
wanneer de buit

van vrienden wordt verkocht
waar de noodklok luidt
eet men varens
drinkt beschuit

kucht u nog wat na
geen nood het kost geen duit
voor wie liever grienen blijft
is er immer nog wat fruit

Some notes about fertility and beginnings from swerve of shore to bend of bay as reported by Π knock i eau amongst others present:

 

1

pt th gd wtht vwls
th gd wtht n sh
t strtch tslf pn

pt th gd wth n bwls
th gd wtht n cntnt
n gts t rl pn

pt th gd wtht vwls
pt ths wh cvr p th sh
thr dpndnc klld

wtht th bndnt sh

 


2

t strtd wth th fml
t ndd wth th mpty skn
crs cnsstng f n mr thn
th htd fr lttr wrd

th pthtc gd stmblng
jst clth n clthng
wtht n flsh
t mbrc wmn

t strtd wth th
t ndd wth th dng snk
hssng wth htrd
fr thy tk hs skn

th spchlss gd s mmblng
thrgh hs slnt mgphn
hs lst hs wn nd nl lv
t th wrrrs f ht

wtht th bndnt sh

  

 

Visioenen zijn over het algemeen duidelijker dan dromen

Mentale pieken in nieuwe werelden

mengen meeuw met maan

dansen met muggen

 

zacht zoom ik in op rode bank

verlaat verlaten supermarkt

op de eerste plaats rust

 

bloedbanden beklimmen bewust wereldbollen

gevonden spiegel in krant verpakt

superverstrengeling in vleesvertrekken

 

meisjes groeien zichtbaar in bomen

woorden voorspellen data

we zullen zien

Intekenen op de Tiroolse ijsmummie

Allereerst vinden we

dat mensen van de natuur

moeten genieten

 

een miljoen mensen zien haar jaarlijks

er gaan 82.000 mensen door naar een huisarts

en ongeveer 20.000 mensen verschijnen langzaam

 

de meeste mensen wandelen over paden

ze rekenen van maandagmiddag

de hele week door

 

ondertussen worden Indiase studenten getraind

in het maken van met gendrive uitgeruste genmuggen

aldus fruitvlieggeneticus Bier

Wat zou je in de autosport kunnen doen?

Snelweg en weer snel terug
dagelijks vreemde gedachtes
Jumbo viert hun succes

met je resusaapjesgezicht
pookt het stuurknuppeltje van de verbeelding
bestaande matrassen en de spleet

cashconverter via de achterdeur
ramkraakchips 111 eet smakelijk
conditioneel crimineel laag niveau

vergeet niet je herinneringen
wie niet lui is moet slim zijn
slank voor dank

laat je niet afleiden
tijdens het uitdelen
van de medicijnen

afvalzak in de orac
koffie met een punch roll
snorremans zit ook in dat team

de gebelgde zanik zeurt om zijn verslapte veer

ingewikkeld was de veer weerbarstig een verschrikking
als een sneer streepwaarts zij stoof in het vrije nee:

geerte blake schave kele
infra basem brok geboren
weke bleekheid van heur handen
draag gezaag verlaagt de dag

zie hem staan nu zeurend in het zerpe van zijn ziel

 

 

⇐ vorige woestenij volgende woestenij ⇒

Ich liebe dich

 

Ze woonde aan de voet van de berg
lachte haar scheve tanden bloot zonder enige gêne
aller aller charmantste bergboerin
dijen molensteen een kont om je hoofd voor om te draaien
bijen zoemden genot, bevruchte weelde
ik wankelde vermoeid haar richting uit
het moet zo zijn knorde scharrelzwijn
kukelde haantje de voorste
ze stopte me in een verkwikkend bad haalde draken uit mijn haar
streelde borsten, kneep meeëters
ik wilde voor altijd blijven daar waar alle tijd uit teder bestond
toch moest ik afscheid nemen
ik sloeg haar op de pronte bilpartij zong ich liebe dich samen
met bij en aanwezig vee
toen ze tevreden slaapgeluidjes pruttelde
haar scheefste tand zichtbaar ontspannen in onderlip zonk
heb ik haar verlaten

Tekening en gedicht 
Astrid van Rijn

 

 

het lichaam jij

het lichaam jij waarin ik plant
mijn geheime nijd tot bot
en bleke dood

het lichaam jij dat ik aansteek
met de woeker van genot
dat doorwoekert

het lichaam jij dat rouwt en kermt
en snikt maar in zich vrede
spaart nog van mij

het lichaam jij dat droomt en hoopt
nog terwijl ik moord en mij
eindigen wil

het lichaam jij waarin ik woest
en heersende staan blijven
kan, nimmer vrij

 

 

⇐ vorige woestenij volgende woestenij ⇒

modderbad

modder waar gij rollen moet
terwijl de vloek uw vlokken overdoet
ontzag staat u in d’ ogen wit
dat gij nog in uw badje zit.

grommel niet geraamte in getelde taal
ik spoel u terug tot kind in het verhaal
berouw, vergeef uzelf nu aan uw ziel
en geef het woord dan aan uw vrouw.

 

⇐ vorige woestenij volgende woestenij ⇒

 

De mens staat niet op de lijst van bedreigde diersoorten

Ethersnuiven gedurende het koopstromenonderzoek
Zit met meteoren voor het raam van het kraakcafé
Vijf Turken hebben voor zijn moeder gezongen
Ze claimt de melancholie

Ik ben bezig met dat bed en bel per telefoon
Lachen in de kringloop en wonen in andere steden
Via de vloerbedekking kom je er vanzelf
Morgen mag je met de luchtbuks op een leeg blikje schieten

Schrikken van een plastic fles en de nul van de kortingssticker
De lijm lost de rode inkt op zoals ervaringen
Negatieve energie is ook energie
Hoge vlammen vangen veel wind

De aanzuigende werking van Facebook
Koudgeperste hydrokorrels met granaatappelsap
Dokters zonder foto geven payrollers vaste contracten
Maar zij kunnen dat echt niet zegt de raadsvrouw

Javaanse schijf van vijf
Klein Zwetzerland , pennywafel wisecrack
De gevulde preoperatieve tijdstippen
Prik, prik, prik in spiegelbeeld

No weekend quiz
Oefeningen in afhankelijkheid
Onderweg zwaaiend naar onbekenden
Het trage vuur in testsituaties

Later aan de elf

 

Nog tasten de toppen
van mijn vingers het zwerk af
op zoek naar een gat, een breuk.

Niets nog breekt er door.
Alles keiglad. De een weent,
een ander breekt
in woede uit, alles zo vergeefs.

Nu keer ik me om en kijk de Thoth
in de ogen uit zijn verhaal
gerukt, verrukt haast.
“Het is toch wel van de hond geklaagd,

been op steen en zonder inscriptie.”
Wie sprak? Dat blijft in het midden.

Later aan de elf
keken we op
naar al dat gewelf

elke vreemde heeft haar

elke vreemde heeft haar
emotieloos ding dat zichzelf achterliet bij koud licht bezeten

haar trage borsten
elk met hun eigen reden

haar gelaten buik
onder een mantel van neen

haar zuigende tong
haar krassende huid

mooier zag je nooit iemand
bloeden

Waarom de LYRIEK ons redden kan…

 

De Bitcoin is de toekomst, zo hoor ik overal.

Of de Ethereum, of Reddcoin of Faircoin of Watalniet want elke dag komt er  wel weer een nieuwe cryptomunt op de markt. De toekomst blijft vooralsnog onbekend dus aan dat soort uitspraak heb je niet zoveel. Waar kunnen we wel wat aan hebben?

De Geldruimte

We leven in een Geldruimte, zoveel is zeker. Het heelal en alles wat wij kennen en wij erbij gehoorzamen aan de wetten van de Tijd en de Ruimte. En aan die van het Geld, want ook het Kapitaal is zo’n natuurwet. Alles is mogelijk maar slechts in die mate dat het betaalbaar is. Dat is onze maatstaf, van God Zelve gekregen, zo lijkt het wel.
Tijd is Geld, uiteindelijk want als je tijd te kort komt en je hebt nog Geld, dan koop je gewoon tijd.

Hetzelfde geldt voor Plaats: de afstand tussen Antwerpen en Amsterdam (167 km) druk je beter niet uit in km, want dat is een variabele. Nuttiger om weten is hoeveel het kost om van Antwerpen in Amsterdam te geraken.  Want de afstand tussen Antwerpen en het plaatsje Acremont in Belgisch Luxemburg is net zo ver in kilometer, maar geraak daar maar ‘s in minder dan drie uur! Je zal betalen! Antwerpen – Amsterdam is minimaal €36, Antwerpen-Acremont sowieso een veelvoud daarvan…

Antwerpen-Acremont : even ver als Antwerpen-Amsterdam maar voor alle practische doeleinden: onbetaalbaar ver…

Laten we wel wezen: als er iets moet gekwantificeerd worden, is onze richteenheid onze munt, hoe we ‘het’ kunnen betalen. De rest is bijzaak.

Dus ja, inderdaad: onze toekomst zal wel ergens iets met munten te maken hebben, dat is zeker! Maar wat?

Het Bitcoinprobleem

Nu, het probleem met al die nieuwsoortige cryptomunten is tweevoudig.

Ten eerste: de aanmaak van die munten vreet gewoon energie. U beseft het misschien niet, maar onlangs is nog eens berekend dat elke transactie in Bitcoin, dus elke ‘mijningsoperatie’ die benodigd is om met voldoende processorkracht de encryptie van de nieuwe schakel in de publieke blockchain aan te maken, zo 1 unieke ‘onvoorspelbare’ code in hash – een nonce zoals men het noemt –  aanmaken kost ongeveer een maandverbruik aan energie van een gemiddeld westers gezin!

In een woord: we minen ons de afgrond in. De Bitcoin mag het winnen en de globale munt worden, veel te betalen zal er niet meer over zijn…

Ten tweede: (dit heb ik van mijn euh, FB-vriend de financieel expert, filosoof en theoreticus Elie Ayache) het kan best zijn en het zal ook zo zijn dat uiteindelijk de beste munt wint, dat is logisch en het beantwoordt aan de Natuurwet van het Kapitalisme: de meest efficiënte en dus meest betaalbare optie zal het uiteindelijk halen, maar waar blijft dan het waarde-concept in de hele geldhandel? De Bitcoin (of een van de andere munten) is heer en meester in de wereld, maar wat is zijn waarde ten opzichte van wat?

Wat er nu gebeurt en meer en meer zal gebeuren, is dat iedereen zijn gewone ‘centen’ opgeeft t.v.v. een machinaal ‘gedolven’ munt. Maar dat is maar metaforische quatch van dezelfde orde als die van het ‘Bureaublad’ op een desktop computer die Windows draait: het heeft geen enkele grond, het is flauwe zever die mensen wat voorspiegelt zogezegd om het hun ‘makkelijk’ te maken. Elk waardebesef is immers uit de Bitcoin als valuta verdwenen. Oude munten hebben hun bindingen met het land en uiteindelijk het goud dat een land bezit, hoe ze hun munt kunnen ‘hard’ maken.

Het resultaat van probleem twee is dat het systeem wel perfect werkt en blijft werken, op voorwaarde dat je al die lastige mensen met hun irrationele waarde-hechtingen uit de rekensom haalt. Want daar komt het op neer: de Bitcoin is de ideale munt voor een wereld die ons mensen niet meer nodig heeft.
Ik wil hier niet de boeman spelen maar men vraagt zich vaak af ‘allemaal goed en wel, maar wat is nu het nut van die blockchain?’. Die vraag wordt dan wel ‘s het probleem van de blockchain genoemd, maar voor de blockchain-toepassingen zelf is dat alles behalve een probleem.

Het antwoord op die vraag is even evident als dat ze ontstellend is: blockchain-toepassingen maken menselijk vertrouwen en meteen ook heel de mens in de transacties totaal overbodig. En zonder mensen is het goedkoper, dus…

 

De oplossing: de LYRIEK

Vandaar dat ik voorstel (het is maar een voorstel è) om de LYRIEK te steunen als nieuwe cryptomunt van de toekomst. De LYRIEK gebruikt mensen als methode om de encryptie te verzorgen. Elke LYRIEK die op de markt wordt gebracht is zo in één keer (Derrida: à la même fois) geruggesteund door een harde materiële basis, namelijk een collage of ander kunstwerkje van een lid van Platformplee of soortgelijke platformen. Dat maakt van de LYRIEK gewoon de Uitvinding der Uitvindingen.

De totale energieconsumptie bij de productie van een collage is … een koekje? Natuurlijk komt er bij het inscannen en online zetten wel wat stroom aan te pas, maar niets in de grootte van wat eender welke andere cryptocoin kost aan energie…

De LYRIEK-Encryptie (LRE) is vanaf heden ook niet meer te kraken, want zo’n collage, zal je zeggen, dat kan je toch makkelijk namaken en wie gaat dan zeggen welke er echt is en welke niet? Wel vanaf heden 19-1-2018  om 14:14 is dat probleem van de baan. Op dat ogenblik sneed ik mij immers tijdens het afwassen aan een glas dat was stukgegaan en zo kwam ik op het lumineuze idee om de collages van de LYRIEK voortaan te ondertekenen met een druppel bloed.

Eerste collage van de zgn L-serie met een druppel authentiek dv-bloed er op

Mijn bloed bevat uiteraard ook mijn unieke DNA, probeer dat maar ‘s na te maken zonder mijn haar te komen uittrekken. Het heeft bovendien geen zin om dat te proberen want a) waar gaat ge nog haar vinden op mijn geschoren hoofd  en b) alle collages worden publiekelijk gelanceerd en een collage ‘telt’ enkel als LYRIEK als ze te zien is op LYRIEK.blogspot.be. Als ge de ontwikkeling van de LYRIEK goed gevolgd hebt, weet ge ook dat het systeem expansief en wel tot het de gehele mensheid omvat. Ja ja, ge leest het goed : heel de mensheid, geen uitzonderingen*.

De LYRIEK : de cryptomunt voor en door MENSEN!

 

Close-up van het dv-bloed op de collage hierboven…

Voila la viola, mensheid gered en bovendien op termijn een gegarandeerd basisinkomen voor alle kunstenaars want alleen kunstenaars kunnen LYRIEKcollages maken natuurlijk. Ge moogt daarbij wel de eerste wet van Joseph Beuys niet vergeten: “Elke mens is kunstenaar”!

Ikzelf vraag in return voor deze uitvinding alleen maar dat ik hetzelfde basisinkomen mag ontvangen als iedereen en verder dat men mij begot met rust laat en verder laat werken, want het redden van de mensheid is maar een hobby è, ik heb ook nog serieuze dingen te doen…

dv@CKU, Drieslinter 19/01/2018 @ 15:32

 

 


* ‘t Zal niet schoon zijn maar zelfs een Theo Francken of  een Geert Wilders kan een collageke ineengeflanst krijgen…

kruiswoordhaatsels

 

de MINUTENMOORDENAAR kruist

 

op gelijke hoogte: GOEDZOEKERS  SPERBUNDELS TRAANMOLENAARS KLOKHUISETERS

PROBLEMATIG POSTSCROTUM LIDMAATSCHOP AORTUS KUTVLAK TAALENT

 

in de richting van de zwaartekracht:

REEDSEEN

ZELFLOOS

SPIEGELKIP

STREEKGIER

KERSTBOM

KUSKRUIT

GASBEER

HAMERPLANT

PACHTHOND

PAARODIE

GEVOELBOOSHEID

TUPPERWARE-ICH

ZELFBOUWPAKKERD

ZELFWOORDPOGING

PEPERMUNTMELANCHOLIE

KROKODILLENTRANENLEDER

 

STUITVLIEGERAAR

in een UNIEKVERSUM,

 

KRUISWOORDHAATSELS 18 letters maar

 

MADER en VOEDER

blijven

 

onopgelost

woestijn

ik schuifel en hij loert.

zijn kijken schilt, hij boert.
hoe ook ik mijn knieën
schik, hoe ook ik mijn kleed
vertrek: zijn stompe brein
doorbreekt de korst. hij kookt
in eigen grijpersschijn.

vlaanderen de leeuw.
ik leer nu snel de plaats
te mijden waar boeken
staan uit die woestijn.

 

 

⇐ vorige woestenij volgende woestenij ⇒

Sluier

 

Een nonchalante pet zou je niet misstaan
of een hoed met sluier van wuivend riet waar
het licht zich door heen speelt
De helm die je draagt laat geen lucht door
grimas die je trekt voor even
Ik proef je leven
tast met iets wat op schroom lijkt je verlangen af
Weet dat ik je luister
overal waar we rivier worden
Dat ik, hoe pijnlijk ook, blijf geloven
hoe wreed, hoe zeer, hoe triest wij met zijn allen zijn
We nooit zullen begrijpen waarom
wetenschap een tijdelijk anker
geloof de nar die er zelf ook niets meer over wil horen
Wij Goden verzoeken en niet gehoord worden
onvolmaakt zijn zonder schroom
Omdat lieveling er geen hoop bestaat
geluk een monster waar niets te halen valt
gevoed door haat omdat onmacht zoveel erger voelt
Hier op dit stukje land
in ons huis, deze kamer,
op dit bed telt

Gedicht en zelfportret: Astrid